Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:409

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-02-2017
Datum publicatie
08-02-2017
Zaaknummer
200.149.058_01 H
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

31 en 32 Rv

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 31
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 32
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2017/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.149.058/01

arrest van 7 februari 2017 op het verzoek strekkende tot VERBETERING en AANVULLING in de zin van artikel 31 en artikel 32 Rv van het arrest, gewezen op

19 juli 2016

in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal appel en geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel appel,

advocaat: [advocaat] ,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in principaal appel en appellant in het voorwaardelijk incidenteel appel,

advocaat: mr. J.W. van der Horst te Amsterdam,

1. Bij brief van 28 december 2016 heeft [advocaat] het hof verzocht om het arrest van 19 juli 2016 te wijzigen en aan te vullen. Hij voert aan dat uit het door dit hof gewezen herstelarrest van 11 oktober 2016 blijkt dat de brief van 30 november 2007 wel deel uitmaakt van het procesdossier. Het arrest van 19 juli 2016 moet vervolgens worden aangevuld omdat de inhoud van die brief van 30 november 2007 bij de beoordeling moet worden betrokken. Volgens hem brengen de eisen van een behoorlijke rechtspleging een en ander met zich.

2. Bij brief van 11 januari 2017 is mr. van der Horst in de gelegenheid gesteld namens [geïntimeerde] zijn mening hierover aan het hof kenbaar te maken. Mr. van der Horst heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt bij brief van 23 januari 2017. In die brief is verzocht om [appellant] niet-ontvankelijk te verklaren in dit tweede verzoek tot herstel en/of aanvulling, dan wel dit verzoek af te wijzen.

3. Het verzoek van [appellant] heeft, mede gelet op de gevolgen die volgens [appellant] zijn verbonden aan de toewijzing en met inachtneming van het arrest van het hof van 11 oktober 2016 naar aanleiding van het verzoek van [appellant] tot verbetering en aanvulling, geen betrekking op een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof heeft evenmin verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde in de zin van art. 32 Rv.

Een en ander betekent dat het verzoek tot verbetering en aanvulling moet worden afgewezen.

De uitspraak

Het hof:

wijst het verzoek van [appellant] tot herstel en aanvulling van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 19 juli 2016 af.

Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, M.G.W.M. Stienissen en J.R. Sijmonsma en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 februari 2017.

griffier rolraad