Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3996

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
20-09-2017
Zaaknummer
20-000208-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verboden wapenbezit

Het bij verdachte in beslag genomen voorwerp, een creditcardmes, is een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie (blank wapen).

Uit het dossier blijkt dat het voorwerp in vorm en afmeting in ingeklapte toestand lijkt op een creditcard (een card of pasje). Door middel van vouwbewegingen kan het voorwerp tot een mes worden gevouwen. Het hof heeft ter terechtzitting waargenomen dat dit ook blijkt uit de foto die is afgebeeld op pagina 16 van het dossier. Tevens heeft het hof waargenomen dat het mes qua kleurstelling gelijk is aan dat van de “creditcard”, waardoor de contouren van het mes als het ware vervagen c.q. wegvallen. Hierdoor wordt de ware aard van het voorwerp, zijnde een mes, verhuld. Naar het oordeel van het hof staat hiermee het heimelijke karakter van een zogenaamd creditcardmes vast en voldoet het aan de eisen die de Wet wapens en munitie stelt.

Wetsverwijzingen
Wet wapens en munitie 13, geldigheid: 2013-07-01
Wet wapens en munitie 2, geldigheid: 2012-05-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000208-17

Uitspraak : 20 september 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 10 januari 2017 in de strafzaak met parketnummer 01-172257-16 tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

wonende te [woonplaats] , [adres]

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep ten laste is gelegd en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 150,--, met een proeftijd van één jaar.

Namens verdachte is primair vrijspraak bepleit. Met betrekking tot de strafoplegging heeft de raadsman zich (geheel subsidiair) gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 april 2016 te Eindhoven een of meer wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie I, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een creditcardmes, zijnde een blank wapen dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp dan een wapen, voorhanden heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd.

In het bijzonder leest het hof de tenlastelegging verbeterd, nu het artikellid waartoe het wapen van categorie I behoort niet in de tenlastelegging was opgenomen en evenmin was opgenomen dat dit artikel is vermeld in de Wet Wapens en Munitie. De verdachte is door deze verbeteringen niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 april 2016 te Eindhoven een wapen van categorie I, onder 4, te weten een creditcardmes, zijnde een blank wapen dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp dan een wapen, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft de heimelijkheid van een zogenoemd creditcardmes ter discussie gesteld. In dat verband heeft de raadsman gewezen op een door hem ter terechtzitting in hoger beroep overgelegd krantenartikel uit het Eindhovens Dagblad van april 2017, betreffende een proefproces dat door het openbaar ministerie is gevoerd over de vraag of een creditcardmes is te beschouwen als een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie. Tijdens dat proefproces is door de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant een wapendeskundige geraadpleegd en deze heeft aangegeven dat, wanneer een wapen als het ware is verhuld, met andere woorden: als een wapen uiterlijk op een ander voorwerp lijkt, het dan wel degelijk om een wapen gaat in de zin van de Wet wapens en munitie. Echter, voor deze wapendeskundige was een creditcardmes niet meer dan een stukje gereedschap, ook omdat het “aggenebbis” is, zo citeert de raadsman de wapendeskundige uit voornoemd krantenartikel. De raadsman geeft ten slotte nog aan dat het mes goed zichtbaar is en derhalve niet is verhuld.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] , werkzaam als gecertificeerd taakaccenthouder Wet wapens en munitie en materiedeskundige Wet wapens en munitie (pag. 15 van het dossier), waaruit blijkt dat het voorwerp dat bij de verdachte in beslag is genomen in vorm en afmeting in ingeklapte toestand lijkt op een creditcard (een card of pasje). Door middel van vouwbewegingen kan het voorwerp tot een mes worden gevouwen. Het hof heeft ter terechtzitting waargenomen dat dit ook blijkt uit de foto die is afgebeeld op pagina 16 van het dossier. Tevens heeft het hof waargenomen dat het mes qua kleurstelling gelijk is aan dat van de “creditcard”, waardoor de contouren van het mes als het ware vervagen c.q. wegvallen. De raadsman van de verdachte heeft dit ter terechtzitting, na kennisneming van de betreffende foto, beaamd. Hierdoor wordt de ware aard van het voorwerp, zijnde een mes, verhuld. Naar het oordeel van het hof staat hiermee het heimelijke karakter van een zogenaamd creditcardmes vast en voldoet het aan de eisen die de Wet wapens en munitie stelt. Dat het voorwerp door verdachte werd gebruikt voor alledaagse klusjes, zoals door de raadsman aangevoerd, doet daar niet aan af.

Alles overziende is het hof van oordeel dat het bij verdachte in beslag genomen voorwerp, een creditcardmes, een wapen is in de zin van artikel 2, lid 1, categorie 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie. De verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit. De verklaring van de verdachte bij de politie dat hij niet wist dat het voorhanden hebben van een dergelijk voorwerp strafbaar was, schuift het hof terzijde omdat hij wel wist, zoals hij eveneens heeft verklaard, dat hij het niet bij zich mocht hebben op een vliegveld. Hij had zich derhalve hierover moeten laten informeren. Het nalaten daarvan komt voor risico van de verdachte.

Het verweer wordt verworpen.

Het verweer van de raadsman dat de verdachte dient te worden vrijgesproken omdat in de tenlastelegging staat vermeld dat het wapen lijkt op een creditcardmes, hetgeen zou inhouden dat het dan niet zou gaan om een verboden voorwerp, behoeft, gelet op de verbeterde lezing van de tenlastelegging door het hof geen bespreking.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf en of maatregel

De politierechter heeft de verdachte wegens verboden wapenbezit veroordeeld tot een geldboete van € 300,-- en heeft termijnbetaling toegestaan.

De advocaat-generaal heeft een geheel voorwaardelijke geldboete van € 150,-- gevorderd, met een proeftijd van één jaar.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat de gevolgen van een veroordeling voor de verdachte groot zijn in verband met zijn studie en het verkrijgen van een Verklaring omtrent gedrag (VOG) voor zijn stages. Voorts is aangevoerd dat de verdachte een beperkte financiële draagkracht heeft. De raadsman heeft zich aangesloten bij de door de advocaat-generaal gevorderde voorwaardelijke straf.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. In dat verband wordt overwogen dat de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden, voor het voorhanden hebben van een mes als indicatie een geldboete van € 200,-- aangeven.

De door de advocaat-generaal gevorderde straf is aldus meer dan passend.

Het hof acht het echter raadzaam te bepalen dat in verband met de persoonlijke omstandig-heden van de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Het hof heeft hierbij in het bijzonder gelet op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is gebleken:

- de omstandigheid dat verdachte, blijkens het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 11 juli 2017, niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld;

- de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. De verdachte is HBO student ICT Business IT & Management en loopt in dat verband stage bij een groot bedrijf waar hij met gevoelige/geheime informatie te maken heeft. Het verkrijgen van een VOG is voor hem van groot belang.

Onder deze specifieke omstandigheden zou in dit geval afdoening van de zaak anders dan door toepassing van het bepaalde van 9a Wetboek van Strafrecht onevenredig zwaar uitpakken voor de toekomst van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 21 augustus 2016 onder parketnummer 01-172257-16.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Aldus gewezen door

mr. S. Riemens, voorzitter,

mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,

en op 20 september 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.