Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3880

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
11-09-2017
Zaaknummer
200.165.674_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:5203
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg op hof ’s-Hertogenbosch 6 oktober 2015 ECLI:NL:GHSHE:2015:3947, 26 juli 2016 ECLI:NLGHSHE:2016:3150 en 22 november 2016 ECLI:NL:GHSHE:2016:5203. Schade in paddestoelenkwekerij na uitvallen koelsysteem. Installateur sproei-installatie aansprakelijk? Deskundigenonderzoek naar schade-oorzaak. Bewijs toerekenbare tekortkoming installateur sproei-installatie niet geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.165.674/01

arrest van 5 september 2017

in de zaak van

[Mushrooms B.V.] Mushrooms B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna: [appellante] ,

advocaat: mr. S.J.G.A. van Pelt te Eindhoven,

tegen

[Systemen B.V.] Systemen B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] ,

geïntimeerde,

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. A.D.A. Quaedvlieg te Maastricht,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 6 oktober 2015, 26 juli 2016 en 22 november 2016 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder zaaknummer 382620/CV EXPL 13-4791 gewezen vonnis van 23 april 2014.

6 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 22 november 2016;

  • -

    het deskundigenbericht van 30 maart 2017;

  • -

    de memorie na deskundigenbericht van [appellante] van 2 mei 2017;

  • -

    de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [geïntimeerde] van 27 juni 2017.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

7 De verdere beoordeling

7.1.

Het hof roept in herinnering dat [geïntimeerde] in opdracht van [appellante] op 20 augustus 2012 onderhoudswerkzaamheden heeft uitgevoerd aan een sproei-installatie in de teeltruimten van het door [appellante] geëxploiteerde paddestoelenbedrijf. Op 19 november 2012 bleek dat een staalkabel van de sproei-installatie uit de geleiderail was geraakt en tegen de freonleiding was gaan schuren waardoor de freonleiding was gaan lekken (het incident; rov. 6.2.7 tussenarrest 26 juli 2016). Daardoor werkte het koelsysteem niet meer.

[appellante] heeft [geïntimeerde] aansprakelijk gesteld voor de door [appellante] ten gevolge van het incident geleden schade, stellende dat [geïntimeerde] op 20 augustus 2012 de staalkabel verkeerd heeft gemonteerd met als gevolg dat deze kabel uit de geleiderail is geraakt (rov. 6.6.1 tussenarrest 26 juli 2016). [geïntimeerde] heeft dit gemotiveerd betwist. Het hof heeft [appellante] tot bewijslevering toegelaten en een deskundigenonderzoek gelast. De deskundige heeft op 30 maart 2017 zijn rapport ingediend.

7.2.

De deskundige heeft onder meer als volgt gerapporteerd.

4.1. Kunt u aangeven waardoor het uit de geleiderail raken van de staalkabel in cel 1 is veroorzaakt (Vraag 1)

Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik naar de beantwoording van vraag 2, aangezien door mij niet expliciet en onomstotelijk kan worden vastgesteld, waardoor de staalkabel uit de geleiderail is geraakt.

4.2.

Indien er meer (mogelijke) oorzaken zijn aan te wijzen, kunt u dan aangeven welke de meest waarschijnlijke oorzaak/oorzaken is/zijn?

Is er enig verband, en zo ja welk verband, tussen de montage van de staalkabel door [geïntimeerde] op 20 augustus 2012 en het uit de geleiderail raken van de staalkabel? (Vraag 2)

Zoals bij de beantwoording van vraag 1 gesteld, kan ik niet expliciet en onomstotelijk vaststellen, waardoor de staalkabel naast de geleiderail is geraakt.

(…) kan mogelijk veroorzaakt zijn door:

  1. Externe factoren tijdens gebruik van de sproei-installatie.

  2. Foutieve montage van de kabel.

(…)

De staalkabel van de sproei-installatie zal tijdens normaal functioneren niet uit eigen beweging naast de geleiderail kunnen geraken. (p. 9, onder 4.2.1.)

(…)

Het verband tussen de montage van de staalkabel door [geïntimeerde] op 20 augustus 2012 en het uit de geleiderail raken van de staalkabel is in theorie dus aanwezig. (p. 11)

(…)

De deskundige zet vervolgens uiteen dat de absolute tijdsduur van het doorschuren van de freonleiding (afgerond) 120 minuten is. De deskundige schrijft vervolgens:

Bij het uiterste scenario van maximaal 2 teelten en maximale beweging van de sproei-installatie tussen augustus 2012 (hof: datum montage door [geïntimeerde] ) en november 2012 (hof: datum incident) is de tijdsduur van 60 minuten, 50% van de duur die nodig is voordat lekkage ontstaat.

Wanneer ik rekening houd met marges voor wat betreft de minimale wanddikte en de positie van de freonleiding ten opzichte van de positie tijdens de test en de aanspankracht van de kabel (met een totale marge van 25%) zou voor het ontstaan van lekkage een tijd benodigd zijn van 120 minuten x 75 = 90 minuten. (…)

Op basis van deze berekeningen blijkt, dat het proces van slijtage van de freonleiding reeds vóór montage in 2012 begonnen is. (p. 12)

Zowel het éénmalig uit de geleiderail geraken na montage in augustus 2012, als foutieve montage in augustus 2012 lijken hiermee beide niet de meest waarschijnlijke oorzaak.. (…)

(…) is de eindconclusie, dat een (of meerdere) externe factor(en) de meest waarschijnlijke oorzaak is of zijn geweest voor het ontstaan van de lekkage in de freonleiding. Welke externe factor dit geweest is, is door mij niet expliciet te noemen.(…)

7.3.

[appellante] heeft in haar memorie de bevindingen van de deskundige betwist. Volgens haar hanteert de deskundige een niet begrijpelijke manier van redeneren, omdat hij enerzijds rapporteert dat de oorzaak (hof: van het tot lekkage leidend doorschuren van de freonleiding) óf een externe is, óf foute montage (hof: door [geïntimeerde] ) en anderzijds vermeldt dat de drie door hem genoemde externe oorzaken niet aan de orde zijn, maar de oorzaak toch een externe moet zijn, omdat op basis van een berekening het niet waarschijnlijk is dat foutieve montage de oorzaak is. Die berekening is echter volgens [appellante] onjuist. Bovendien bevreemdt het dat de deskundige niet kan aangeven wat dan de externe oorzaak zou zijn, aldus [appellante] . Volgens haar bevestigt het deskundigenbericht voor het overige dat de foutieve montage door [geïntimeerde] de oorzaak van de door [appellante] geleden schade is.

7.4.

[geïntimeerde] heeft, samengevat, het volgende betoogd. Het is aan [appellante] om te bewijzen dat foutieve montage door [geïntimeerde] het schadeveroorzakende feit is geweest. De deskundige heeft dat echter niet vastgesteld. Integendeel, de deskundige acht de meest waarschijnlijke oorzaak van de schade gelegen in een externe factor. Wat die factor dan precies inhoudt doet er niet toe. Evenmin doet het er toe dat de deskundige drie andere externe factoren heeft besproken en ten aanzien daarvan heeft vermeld dat het niet waarschijnlijk is dat zij de oorzaak van de schade zijn. Waar het om gaat is dat foutieve montage volgens de deskundige niet de meest waarschijnlijke oorzaak is en dat de deskundige gemotiveerd heeft weerlegd dat zijn aan die conclusie ten grondslag liggende berekening fout is, aldus [geïntimeerde] .

7.5.

Het hof oordeelt als volgt.

[geïntimeerde] wijst er terecht op dat het aan [appellante] is om te bewijzen dat het incident is veroorzaakt door een foutieve montage door [geïntimeerde] op 20 augustus 2012. In zoverre is tevens juist de stelling van [geïntimeerde] dat niet per se hoeft te worden vastgesteld wat precies (wél) de oorzaak van de schade is geweest. Het gaat er om dat de deskundige in ieder geval ten aanzien van de (on)mogelijkheid dat foutieve montage op 20 augustus 2012 de oorzaak van het incident is een duidelijke en voldoende onderbouwde conclusie geeft. Naar het oordeel van het hof heeft de deskundige dat gedaan.

7.6.

De deskundige heeft onder 4.2.2 en 4.3 van zijn rapportage onderbouwd uiteengezet dat de freonleiding niet tijdens de teeltperiode tussen augustus 2012 en november 2012 door geschuurd kan zijn en dat daarom zowel het éénmalig uit de geleiderail raken na montage in augustus 2012 als foutieve montage in augustus 2012 niet de meest waarschijnlijke oorzaak lijken te zijn. Vervolgens is de deskundige onder 5.1.2.8. en 5.1.2.10 gemotiveerd ingegaan op de door [appellante] op de concept-rapportage uitgeoefende kritiek dat de door de deskundige gehanteerde berekening niet juist is. De deskundige heeft toegelicht dat zijn berekening mede is gebaseerd op hetgeen de heer [statutair bestuurder van appellante] namens [appellante] heeft verklaard tijdens de comparitie van partijen op 12 januari 2016, namelijk dat de sproei-bomen tijdens een teelt ongeveer twee tot vier keer acht minuten bewegen. Uit het door [appellante] toegestuurde logbestand is volgens de deskundige af te leiden dat gedurende de periode augustus 2012 - november 2012 in cel 1 (hof: de cel waarin de lekkage optrad) ongeveer 33 keer een relatieve vochtigheid heerste van + 95 %, maar dat daaruit onmogelijk is vast te stellen hoe lang de sproei-installatie heeft gewerkt, omdat na beëindiging van het sproeien de relatieve vochtigheid een tijd gelijk zal blijven. Op de vraag van [appellante] hoe de conclusie van de deskundige zou luiden indien de deskundige de (door [appellante] bekritiseerde) berekening wegdenkt en wat dan de meest waarschijnlijke oorzaak zou zijn, heeft de deskundige geantwoord dat zonder het uitvoeren van de berekening en de uitgevoerde test het nagenoeg onmogelijk is om de achterhalen wat de meest waarschijnlijke oorzaak is.

7.7.

Het hof begrijpt de reactie van de deskundige aldus, dat hij zijn berekening heeft gebaseerd op eerder door [appellante] medegedeelde gegevens en dat hij in de na ontvangst van de concept-rapportage door [appellante] toegezonden informatie geen reden ziet om zijn berekening te herzien, omdat uit die informatie – anders dan uit de door [appellante] op de zitting van 12 januari 2016 gegeven informatie – niet is af te leiden hoe lang de sproei-installatie heeft gewerkt (en dus, hoe lang de staalkabel tegen de freonleiding schuurde).

Het hof acht die reactie adequaat en de bevindingen op inzichtelijke wijze uiteengezet.

Het hof volgt het oordeel van de deskundige en maakt het tot het zijne. Naar het oordeel van het hof is aldus komen vast te staan dat zowel het éénmalig uit de geleiderail raken na de montage in augustus 2012 als foutieve montage in augustus 2012 niet de meest waarschijnlijke oorzaak zijn. Dat betekent dat [appellante] niet in haar bewijslevering is geslaagd.

7.8.

Het hof overweegt volledigheidshalve nog het volgende. Indien de door [appellante] bekritiseerde berekening buiten beschouwing zou worden gelaten, zou het door haar bij te brengen bewijs evenmin zijn geleverd, aangezien het dan (volgens de deskundige, welke conclusie het hof overneemt) onmogelijk zou zijn om de meest waarschijnlijke oorzaak te achterhalen.

7.9.

De slotsom is dat de grieven niet slagen. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. [appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van het deskundigenbericht van € 7.108,75 incl. btw, welk bedrag [appellante] reeds als voorschot op die kosten heeft voldaan, komen voor haar rekening.

8 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 1.920,-- aan griffierecht en op € 2.235,--aan salaris advocaat, en voor wat betreft de nakosten op € 131,-- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,-- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

bepaalt dat de kosten van het deskundigenbericht, reeds door [appellante] voldaan als voorschot op die kosten, voor rekening van [appellante] komen;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, M.A. Wabeke en P.P.M. Rousseau en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 september 2017.

griffier rolraadsheer