Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3778

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-08-2017
Datum publicatie
30-08-2017
Zaaknummer
20-002355-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Inzet politiële pseudo-dienstverlener versus bevel stelselmatig inwinnen informatie. Proportionaliteits- en subsidiariteitsvereiste. Verklaringsvrijheid ex art. 29 Wetboek van Strafvordering.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 126i, geldigheid: 2006-09-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002355-15

Uitspraak : 30 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 juli 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-811628-10 en 02-811746-12, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

wonende te [woongegevens] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het door de officier van justitie d.d. 23 juli 2015 ingestelde hoger beroep is, blijkens de akte van intrekking, op 15 augustus 2017 ingetrokken.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte heeft op 27 juli 2015 onbeperkt hoger beroep ingesteld. Verdachte is niet-ontvankelijk in dit hoger beroep voorzover ingesteld tegen door de rechtbank gegeven vrijspraken.

Het hof zal verdachte dientengevolge niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep voorzover gericht tegen de navolgende vrijspraken:

parketnummer: 02/811628-10:

feit 4.

Parketnummer: 02/811746-12:

feit 2.

feit 3.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 02-811628-10:
1.
hij in de periode van 18 november 2010 tot en met 21 november 2010, althans op 21 november 2010, te Best en/of Oisterwijk en/of Goirle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, een personenauto, merk BMW, kenteken [kentekennummer] en/of (een) kentekenpla(a)t(en) behorende bij een personenauto, merk BMW, kenteken [kentekennummer] , heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto en/of die kentekenpla(a)t(en) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.
hij in de periode van 11 oktober 2010 tot en met 21 november 2010, althans op 21 november 2010 te Oud-Alblas en/of Oisterwijk en/of Goirle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, kentekenwijzen (deel 1A en 1B), behorende bij een personenauto, te weten een Volkswagen Passat, kenteken [kentekennummer] , heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die autopapieren wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.
hij op of omstreeks 08 november 2010 te Vught tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen twee, althans een sleutelbos(sen) en/of twee, althans een tennisracket(s) en/of een Ipad en/of (vervolgens) een personenauto, merk Mercedes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [namen] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

N.N. op of omstreeks 08 november 2010 te Vught tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen twee, althans een sleutelbos(sen) en/of twee, althans een tennisracket(s) en/of een Ipad en/of (vervolgens) een personenauto, merk Mercedes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [namen] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die N.N. en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die N.N. en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 08 november 2010 te Vught en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die N.N. en/of zijn mededader(s) inbrekerswerktuig te hebben verschaft en/of

- met die N.N. en/of zijn mededader(s) te zijn gereden naar de woning aan de [adres] en/of

- [namen] te hebben belet N.N. en/of zijn mededader(s) te volgen;

Zaak met parketnummer 02-811746-12:

1.
hij op 25 januari 2011 te Ulicoten, gemeente Baarle-Nassau, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit café [naam] ) heeft weggenomen

- een laptop en/of

- een usb-stick en/of

- een kluisje (met inhoud) en/of

- een kassalade en/of

- contant geld in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of het gebruik van een valse sleutel;


4.
hij op 24 november 2011 te Poppel, gemeente Ravels (België), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan de [adres] heeft weggenomen

- een of meerdere autosleutel(s) en/of (vervolgens) (buiten de woning)

- een personenauto (Mercedes-Benz CLS 500, kenteken [kentekennummer] ) en/of

- een personenauto (Audi A5 cabrio, kenteken [kentekennummer] ) en/of

- een personenauto (Audi R8 quattro spider, kenteken [kentekennummer] in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [namen] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of het gebruik van een valse sleutel;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 28 november 2011 Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Mercedes-Benz CLS 500, kenteken [kentekennummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

en/of

hij in de periode van 24 november 2011 tot en met 3 december 2011 te Chaam, gemeente Alphen-Chaam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Audi R8 quattro spider, kenteken [kentekennummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

en/of

hij in de periode van 24 november 2011 tot en met 1 december 2011, althans in ieder geval op 1 december 2011, te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Audi A5 cabrio, kenteken [kentekennummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.
hij in de periode van 24 december 2011 tot en met 27 december 2011 te Geel (België), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen

- diverse goederen (een of meerdere flatscreen(s) en/of een of meerdere laptop(s) en/of sieraden) en/of

- contant geld en/of

- een of meerdere autosleutel(s) en/of (vervolgens) (buiten de woning)

- een personenauto (BMW X6, kenteken [kentekennummer] ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [namen] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of het gebruik van een valse sleutel;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij in de periode van 24 december 2011 tot en met 30 december 2011, althans in ieder geval op 30 december 2011, te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (BMW X6, kenteken [kentekennummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.
hij op 26 november 2012 te Meteren, gemeente Geldermalsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen

- een of meerdere autosleutel(s) en/of (vervolgens) (buiten de woning)

- een personenauto (BMW, kenteken [kentekennummer] ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [namen] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of het gebruik van een valse sleutel;


7.
hij op 26 november 2012 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Audi RS 6) en/of kentekenplaten (voorzien van het Duitse kenteken [kentekennummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

8.
hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 25 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Breda en/of Tilburg, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk

- een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tussen [naam] en [verdachte] (verdachte zelf)) en/of

- een daarop voortbouwende brief van [naam] , de dato 11 februari 2013, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt, althans heeft/hebben doen opmaken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan dat:

- voornoemde [verdachte] niet werkzaam was of zou gaan zijn bij [naam] en/of

- nimmer werkzaamheden tegen betaling zou gaan verrichten voor [naam] , zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 25 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Breda en/of Tilburg en/of 's-Hertogenbosch, in elk geval op één of meer plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een valse

- arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tussen [naam] en [verdachte] (verdachte zelf)) en/of

- een daarop voortbouwende brief van [naam] , de dato 11 februari 2013,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededaders die stukken aan zijn, verdachtes, raadsman heeft/hebben verstrekt ten behoeve van het doen van een schorsingsverzoek en/of dat verdachte zijn raadsman die stukken heeft doen overleggen ter gelegenheid van een of meer raadkamerzitting(en) bij de rechtbank te Breda en/of het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, en bestaande die valsheid hierin dat

- voornoemde [verdachte] niet werkzaam was of zou gaan zijn bij [naam] en/of

- nimmer werkzaamheden tegen betaling zou gaan verrichten voor [naam] ,


9.
hij op 7 december 2012 te Tilburg en/of Moergestel, gemeente Oisterwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Porsche Cayenne, kenteken [kentekennummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;

en/of

hij in de periode van 19 november 2012 tot en met 7 december 2012, althans in ieder geval op 7 december 2012, te Tilburg en/of Moergestel, gemeente Oisterwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Audi Q7, kenteken [kentekennummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;

10.
hij op 10 oktober 2012 te Best, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen

- diverse goederen (mobiele telefoon (I-phone) en/of een of meerdere portemonnee('s) (met inhoud) en/of

- een of meerdere autosleutel(s) en/of (vervolgens) (buiten de woning)

- een of twee personenauto('s) (Audi A5 Cabriolet, kenteken [kentekennummer] , en/of Audi A7, kenteken [kentekennummer] in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [namen] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of het gebruik van een valse sleutel;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 10 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de periode van 10 tot en met 11 oktober 2012 op één of meer plaatsen in Nederland en/of België, in ieder geval te Ravels (België), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Audi A5 Cabriolet, kenteken [kentekennummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 02-811628-10 onder 1, 2 en 3 primair en in de zaak met parketnummer 02-811746-12 onder 1, 4 subsidiair, 5 subsidiair, 6, 7, 8, 9 en 10 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij:

Zaak met parketnummer 02-811628-10:

1.
op 21 november 2010, te Goirle, tezamen en in vereniging met een ander, kentekenplaten behorende bij een personenauto, merk BMW, kenteken [kentekennummer] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die kentekenplaten wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

2.
op 21 november 2010 te Goirle, tezamen en in vereniging met een ander, kentekenwijzen (deel 1A en 1B), behorende bij een personenauto, te weten een Volkswagen Passat, kenteken [kentekennummer] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die autopapieren wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

3.
op 8 november 2010 te Vught tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen twee sleutelbossen en twee tennisrackets en een Ipad en vervolgens een personenauto, merk Mercedes, toebehorende aan [namen] ,

Zaak met parketnummer 02-811746-12:

1.
op 25 januari 2011 te Ulicoten, gemeente Baarle-Nassau, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (uit café [naam] heeft weggenomen

- een laptop en

- een usb-stick en

- een kluisje (met inhoud) en

- een kassalade en

- contant geld

toebehorende aan [naam] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

4. subsidiair

op 28 november 2011 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander, een personenauto (Mercedes-Benz CLS 500, kenteken [kentekennummer] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5. subsidiair

op 30 december 2011 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander, een personenauto (BMW X6, kenteken [kentekennummer] ) voorhanden heeft gehad terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.
op 26 november 2012 te Meteren, gemeente Geldermalsen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen

- autosleutels waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

en vervolgens (buiten de woning)

- een personenauto (BMW, kenteken [kentekennummer] ) waarbij verdachten en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

toebehorende aan [namen] .

7.
op 26 november 2012 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een anderen, een personenauto (Audi RS 6) (voorzien van het Duitse kenteken [kentekennummer] ), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

8.

in de periode van 25 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk

- een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tussen [naam] en [verdachte] (verdachte zelf)) en

- een daarop voortbouwende brief van [naam] , de dato 11 februari 2013, elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben opgemaakt, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan dat:

- voornoemde [verdachte] werkzaam was of zou gaan zijn bij [naam] en

- werkzaamheden tegen betaling zou gaan verrichten voor [naam] , zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken

en

in de periode van 7 februari 2013 tot en met 13 maart 2013 te Breda en 's-Hertogenbosch, opzettelijk gebruik heeftgemaakt van een valse

- arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tussen [naam] en [verdachte] (verdachte zelf)) en

- daarop voortbouwende brief van [naam] , de dato 11 februari 2013,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat die geschriften telkens echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte die stukken aan zijn, verdachtes, raadsman heeft verstrekt ten behoeve van het doen van een schorsingsverzoek en dat verdachte zijn raadsman die stukken heeft doen overleggen ter gelegenheid van raadkamerzittingen bij de rechtbank te Breda en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, en bestaande die valsheid hierin dat

- voornoemde [verdachte] werkzaam was of zou gaan zijn bij [naam] en

- werkzaamheden tegen betaling zou gaan verrichten voor [naam] .

9.
op 7 december 2012 te Moergestel, gemeente Oisterwijk, een personenauto (Porsche Cayenne, kenteken [kentekennummer] ), voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;

en

op 7 december 2012, te Moergestel, gemeente Oisterwijk, een personenauto (Audi Q7, kenteken [kentekennummer] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

10. Subsidiair

op 11 oktober 2012 te Ravels (België), een personenauto (Audi A5 Cabriolet, kenteken [kentekennummer] ), voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Standpunten verdediging

Parketnummer 02/811628-10:

Feiten 1 en 2:

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de feiten 1 en 2. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte niet wist dat in de zak die uit de door hem bestuurde auto werd gegooid, gestolen kentekenplaten en kentekenbewijzen zaten.

Het hof verwerpt dit verweer. De medeverdachte [naam] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de verdachte keihard remde toen zij een politiecontrole zagen, dat hij de tas met daarin de kentekenplaten en de kentekenbewijzen aan de verdachte moest geven en dat de verdachte de tas vervolgens uit het raam van de auto heeft gegooid. [naam] heeft verder verklaard dat de verdachte hem alles had verteld over de blauwe BMW (het hof begrijpt: de blauwe BMW, met kenteken [kentekennummer] ) en dat hij wist dat deze auto gestolen was. Voorts heeft [naam] tegenover de rechtbank verklaard dat hij € 1.500,- voor de autopapieren van de VW Passat had gekregen en dat de papieren in de tas zaten.

Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring die de medeverdachte [naam] heeft afgelegd, nu deze verklaring bevestiging vindt in ander (objectief) bewijs zoals het feit dat volgens de verklaring van de verdachte [naam] de tas in de auto heeft gelegd en hij dus op de hoogte was van het feit dat de tas zich in de auto bevond, de tas tijdens het rijden aan de bestuurderszijde uit het raam werd gegooid, het harde remmen en het geldbedrag dat bij verdachte is aangetroffen.

Het feit dat de goederen bij een politiecontrole uit de auto werden gegooid, de omstandigheid dat de kentekenplaten opgevouwen in de plastic tas zaten en het feit dat geen van beide verdachten enige legale bemoeienis met deze kentekenplaten of kentekenbewijzen hadden, zijn omstandigheden die bijdragen aan het bewijs van de wetenschap bij verdachte en de medeverdachte [naam] van het feit dat de kentekenplaten en kentekenbewijzen gestolen waren.

Feit 3 primair:

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 3 primair. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat niet blijkt van betrokkenheid van verdachte bij de woninginbraak en vervolgens de diefstal van de Mercedes. Mocht het hof daaromtrent anders oordelen dan zou de bijdrage van verdachte niet als medeplegen zijn te kwalificeren.

Met de rechtbank verwerpt het hof dit verweer.

Vaststaat dat verdachte de bestuurder is geweest van de door hem gehuurde Volkswagen Golf die in het holst van de nacht met gedoofde lichten in de directe nabijheid heeft gestaan van de woning aan het [adres] te Vught waar is ingebroken en waar de Mercedes is gestolen. In de Mercedes zaten twee personen. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de waarnemingen van de aangever [naam] en de getuigen [namen] op dit punt die elkaar, voor zover relevant, over en weer ondersteunen.

Forensisch onderzoek heeft uitgewezen dat degene(n) die de woning is/zijn binnengekomen dit heeft/hebben gedaan door, via de brievenbusopening van de voordeur, met een langwerpig voorwerp de deurklink aan de binnenzijde te bedienen.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt verder dat verdachte als bestuurder van de Volkswagen Golf achter de gestolen Mercedes is aangereden. Door zijn weggedrag heeft verdachte verhinderd dat aangever en zijn buurman de gestolen auto konden bereiken. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de waarnemingen van de aangever en diens buurman [naam] op dit punt die elkaar, voor zover relevant, over en weer ondersteunen.

Ongeveer tien minuten na de diefstal uit de woning en aansluitende diefstal van de Mercedes is verdachte in de Volkwagen Golf aangehouden en zijn in diens auto zwarte handschoenen en een gebogen metalen strip aangetroffen. Vastgesteld is dat de batterij uit de telefoon van verdachte is verwijderd waardoor deze niet traceerbaar was. Verdachte heeft bij de aanhouding geprobeerd de handschoenen onder de bestuurdersstoel te stoppen.

Van de metalen strip is vastgesteld dat deze geschikt is om deuren van woningen “open” te hengelen. Bij de inbraak in de woning aan de [adres] zijn geen braaksporen aangetroffen waardoor aannemelijk is geworden dat de toegang tot die woning is verkregen door genoemde “hengelmethode”.

Het hof leidt uit het vorenstaande af dat de verdachte in een door hem gehuurde auto naar Vught is gereden alwaar hij zich heeft opgehouden in de directe omgeving van de onderhavige woning, dat in de auto inbrekerswerktuigen zijn aangetroffen waaronder handschoenen en een metalen strip die geschikt is om de deur van de onderhavige woning te openen op de wijze waarop dit is vastgesteld, dat in de gestolen Mercedes twee personen zaten en dat de verdachte vervolgens met de Mercedes is meegereden en aansluitend en na ontdekking op heterdaad de achtervolgende aangever en zijn buurman opzettelijk heeft verhinderd dat zij de gestolen Mercedes konden volgen door hen de doorgang te beletten, waardoor de Mercedes met daarin kennelijk de buit van de inbraak uit het zicht is verdwenen.

Gelet op deze omstandigheden mag – naar het oordeel van het hof – van verdachte een aannemelijke verklaring worden verlangd voor de aanwezigheid van de handschoenen, de metalen strip en omtrent het verwijderd zijn van de batterij uit zijn telefoon, zijn belemmerende rijgedrag alsmede omtrent zijn aanwezigheid in het holst van de nacht in de onmiddellijke omgeving van de woning tijdens en kort na de inbraak, terwijl daar een inbraak heeft plaatsgevonden. De verdachte heeft deze aannemelijke verklaring niet heeft gegeven. Onder de gegeven omstandigheden acht het hof verdachtes lezing van de gebeurtenissen zelfs ronduit ongeloofwaardig.

De verdachten hebben geen openheid gegeven over de exacte rol van de deelnemers. Uit de nauwe samenwerking zowel in de voorbereiding, de uitvoering als tijdens de ontvluchting, leidt het hof af dat de diefstal uit de woning en daarop volgende autodiefstal door verenigde personen, waaronder de verdachte, is begaan en dat de verdachte zich derhalve tezamen en in vereniging met zijn mededaders heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal. Het hof betrekt in zijn oordeel dat de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen.

Voor wat betreft het bewijs kent het hof gewicht toe toe aan het geringe tijdsverloop tussen het strafbare feit en de aanhouding van de verdachte en het ontbreken van een aannemelijke verklaring door de verdachte voor zijn aanwezigheid in de directe omgeving van de woning, zijn rijgedrag nadien en het aantreffen in zijn auto van meergenoemd inbrekerswerktuig.

Het verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

Parketnummer 02/811746-12:

Feit 4:

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 4. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat niet vaststaat dat de auto die op beelden bij de loods aan de [adres] te Tilburg, de in Ravels (België) gestolen Mercedes-Benz CLS 500 met kenteken [kentekennummer] is geweest.

Vast staat dat op 24 november 2011 bij een inbraak uit een woning te Poppel (België) een zwarte Mercedes Benz, type CLS 500, met Belgisch kenteken [kentekennummer] is gestolen. De verdachte had in een loods aan de [adres] te Tilburg een autoschadebedrijf. De politie heeft camerabeelden van deze loods gemaakt, onder andere van 22 november 2011 tot en met 18 maart 2012. De verbalisant die de camerabeelden van de loods aan de [adres] te Tilburg van 28 november 2011 heeft bekeken, heeft de op 24 november 2011 in Ravels (België) gestolen Mercedes CLS500 aan een aantal kenmerken op de camerabeelden van die loods herkend. Het betreft hetzelfde model (vierdeurs Sedan), met dezelfde kleur en met vier van de zes tekens van het kenteken als de gestolen auto.

Het hof heeft geen reden te twijfelen aan deze waarnemingen van de verbalisant. Tegenover deze waarnemingen heeft de verdachte, die notabene als bestuurder van de Mercedes bij de loods komt aangereden, niets wezenlijks gesteld, zodat het hof vaststelt dat het hier om een en dezelfde Mercedes gaat. Dat de verbalisant niet de gehele kentekenplaat heeft waargenomen doet aan dit oordeel niet af.

Uit de camerabeelden is niet gebleken dat de desbetreffende Mercedes Benz de loods op enig moment weer verlaten heeft.

De medeverdachte [naam] heeft verdachte een lift gegeven naar de locatie van de gestolen Mercedes. [naam] en verdachte zijn samen weggereden in de auto van [naam] en komen korte tijd later achter elkaar aangereden bij de garage aan de [adres] , waarbij verdachte de gestolen Mercedes bestuurde.

Vervolgens heeft [naam] in opdracht van verdachte de auto gedemonteerd, waarbij verdachte via een SMS aan hem aangaf wat er moest gebeuren.

Verdachte heeft de gedemonteerde onderdelen van de gestolen Mercedes met een op naam van zijn vriendin ( [naam] ) gehuurd Bo-Rent busje weer opgehaald.

Gehoord als getuige ter terechtzitting in hoger beroep is [naam] bij zijn eerste verklaringen bij de politie gebleven dat de auto’s die verdachte bij hem heeft gebracht schade hadden, dat hij dit schade-onderdeel demonteerde en verving en dat vervolgens de auto’s rijdend of via een auto-ambulance de loods aan de [adres] verlieten.

Het hof hecht geen geloof aan deze verklaringen en is van oordeel dat er geen reden is te twijfelen aan de bekennende verklaringen van [naam] bij de politie waarin hij heeft verklaard in opdracht van verdachte auto’s met nauwelijks of geen schade die door verdachte werden binnengereden geheel te hebben gedemonteerd waarna deze auto in onderdelen met busjes door verdachte werden afgevoerd.

Deze bekennende verklaring van de medeverdachte vindt bevestiging in ander objectief bewijs zoals de camerabeelden van de loods, het verslag van de inkijk in de loods op 26 januari 2012 waarbij auto’s waarvan is gezien dat zij de loods binnenreden, niet meer in de loods werden aangetroffen en de gegevens van de gehuurde Bo-Rent busjes.

Verder overweegt het hof dat door verdachte noch door [naam] op enigerlei wijze aannemelijk is gemaakt dat de binnengebrachte auto’s, waaronder de onderhavige Mercedes, schade hadden en nadien rijdend of op een auto-ambulance de loods zijn uitgereden. Ook heeft [naam] geen administratie bijgehouden van zijn transacties met de verdachte en – naar eigen zeggen – evenmin vragen gesteld aan de verdachte over de herkomst van de Mercedes, noch waarom deze auto gedemonteerd moest worden terwijl deze weinig tot geen schade had. Daarbij komt dat [naam] eerder met de verdachte heeft gebeld en hem heeft gewaarschuwd dat er politie (‘kakkerlakken’) in de buurt was. Op grond van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, moet het er derhalve voor worden gehouden dat [naam] wist dat het hier om een Mercedes ging die niet op legale wijze in handen van de verdachte was gekomen.

Verder heeft de verdachte geen aannemelijke verklaring afgelegd over de wijze waarop hij in het bezit is gekomen van een dergelijke dure auto als de gestolen Mercedes CLS500, noch hoe hij zich zo’n dure auto kon veroorloven nu hij ten tijde van het tenlastegelegde feit geen noemenswaardige bron van inkomsten had.

De verdachte laat een (dure) auto die kort daarvoor is gestolen in een loods demonteren, terwijl hij op geen enkele wijze een verklaring heeft gegeven over de wijze waaronder hij de beschikking heeft gekregen van deze auto. Dit in aanmerking genomen acht het hof bewezen dat de verdachte wist dat de auto gestolen was. De enige denkbare reden voor het laten demonteren van een auto is immers het verhullen van de diefstal, gevolgd door de verkoop van onderdelen na demontage. Dit moet ook voor de medeverdachte duidelijk zijn geweest.

Gelet op het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met zijn mededader heeft schuldig gemaakt aan opzetheling van de Mercedes CLS500. Het verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

Feit 5:

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 5. Daartoe is een vergelijkbaar verweer gevoerd als hiervoor ten aanzien van feit 4. Volgens de verdediging staat niet vast dat de BMW X6 de loods aan de [adres] in Tilburg wordt ingereden, de in Geel (België ) gestolen auto betreft.

Het hof verwerpt dit verweer. De verbalisant die de camerabeelden van de loods aan de [adres] van 30 december 2011 heeft bekeken, heeft de tussen 24 december 2011 en 27 december 2011 in Geel (België) gestolen BMW aan een aantal kenmerken herkend. Het betreft hetzelfde type (X6), met dezelfde kleur (wit) en met 5 van de zes tekens van het kenteken als de gestolen auto. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan deze waarnemingen van de verbalisant.

Tegenover deze bevindingen heeft de verdachte, die notabene als bestuurder van de BMW bij de loods komt aangereden, niets wezenlijks gesteld, zodat het hof vaststelt dat het hier om een en dezelfde BMW gaat. Dat de verbalisant niet de gehele kentekenplaat heeft waargenomen doet aan dit oordeel niet af.

Met de rechtbank is het hof tevens van oordeel dat verdachte zich samen met de medeverdachte [naam] schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van de desbetreffende auto.

Verdachte heeft als bestuurder de gestolen BMW X6 de loods aan de [adres] in Tilburg binnengereden. [naam] heeft vervolgens in opdracht van verdachte de peperdure auto volledig gedemonteerd waarna de auto in onderdelen in busjes is afgevoerd.

Overeenkomstig hetgeen het hof hiervoor ten aanzien van feit 4 (Mercedes CLS500) heeft overwogen, is er geen reden aan de bekennende verklaring van de medeverdachte [naam] te twijfelen, nu deze verklaring bevestiging vindt in ander objectief bewijs zoals de camerabeelden van de loods, het verslag van de inkijk in de loods op 26 januari 2012 waarbij auto’s waarvan is gezien dat zij de loods binnenreden, niet meer in de loods werden aangetroffen en de gegevens van de gehuurde Bo-Rent busjes.

Verder overweegt het hof dat noch door verdachte noch door [naam] op enigerlei wijze aannemelijk is gemaakt dat de binnengebrachte auto’s, waaronder de onderhavige BMW, schade hadden en nadien rijdend of op een auto-ambulance de loods zijn uitgereden. Ook heeft [naam] geen enkele – voor de hand liggende – administratie bijgehouden van zijn transacties met de verdachte en – naar eigen zegge – evenmin vragen gesteld aan de verdachte over de herkomst van de BMW, noch waarom deze auto gedemonteerd moest worden terwijl deze weinig tot geen schade had. Daarbij komt dat [naam] eerder met de verdachte heeft gebeld en hem heeft gewaarschuwd dat er politie (‘kakkerlakken’) in de buurt was. Op grond van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, moet het er derhalve voor worden gehouden dat [naam] wist dat het hier om een BMW ging die niet op legale wijze in handen van de verdachte was gekomen.

Verder heeft de verdachte geen aannemelijke verklaring afgelegd over de wijze waarop hij in het bezit is gekomen van een dergelijke dure auto als de gestolen BMW X6 nu hij ten tijde van het tenlastegelegde feit geen noemenswaardige bron van inkomsten had.

De verdachte laat een (dure) auto die kort daarvoor is gestolen in een loods demonteren, terwijl hij op geen enkele wijze een verklaring heeft gegeven over de wijze waaronder hij de beschikking heeft gekregen van deze auto. Dit in aanmerking genomen acht het hof bewezen dat de verdachte wist dat de auto gestolen was. De enige denkbare reden voor het laten demonteren van een auto is immers het verhullen van de diefstal, gevolgd door de verkoop van onderdelen na demontage. Dit moet ook voor de medeverdachte duidelijk zijn geweest.

Gelet op het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met zijn mededader heeft schuldig gemaakt aan opzetheling van de BMW X6.

Het verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

Feiten 6 en 7:

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de feiten 6 en 7 op een tweetal gronden. In de eerste plaats zou het bewijsmateriaal dat is verkregen door de inzet van de politiële pseudo-dienstverlener A-3501 van het bewijs moeten worden uitgesloten waardoor onvoldoende overig bewijs resteert. Maar ook voor het geval het hof daaromtrent anders zou oordelen, zou verdachte niet zijn te linken aan de inbraak noch de geheelde Audi. Verder zou deze betrokkenheid niet als “medeplegen” zijn te kwalificeren.

Ten aanzien van de inzet van de politiele pseudo-dienstverlener A3501

De verdediging heeft – kort gezegd – aangevoerd dat niet aan de wettelijke eisen voor het bevel pseudo-dienstverlening was voldaan. In plaats van dit bevel zou een bevel stelselmatig inwinnen informatie ex artikel 126j van het Wetboek van Strafvordering afgegeven hebben moeten worden. Verder zou niet zijn voldaan aan de eisen van proportionaliteit en/of subsidiariteit, zou de verklaring in strijd met artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering zijn verkregen en zouden de mededelingen van de politiële pseudo-dienstverlener A3501 onbetrouwbaar zijn doordat hij voorinformatie van het onderzoeksteam in zijn proces-verbaal bevindingen zou hebben neergelegd.

Het ontbreken van een bevel stelselmatig inwinnen informatie.

Het bevel pseudokoop d.d. 26 november 2012 [BOB dossier F, pag. 69] is als volgt omschreven:

“Gedurende de looptijd van dit bevel zal de WOD in contact treden met [verdachte] met als doel contactgegevens achter te laten teneinde in een later stadium te bereiken dat [verdachte] (of een ander namens [verdachte] ) contact opneemt met de WOD, gesprekken/of zelfs onderhandelingen aangaat met c.q. laat aangaan betreffende het verhuren van een loods”.

Gelet op vorenstaand verstrekt bevel was het doel van de inzet van de politiële pseudo-dienstverlener op 27 november 2012 slechts het achterlaten van contactgegevens bij verdachte en hem te motiveren om na zijn vrijlating contact op te laten nemen met de politiële pseudo-dienstverlener teneinde een loods bij hem te huren.

Het hof is van oordeel dat dit niet een stelselmatig inwinnen van informatie betreft waarvoor een bevel stelselmatige inwinnen informatie had moeten worden aangevraagd. Dat er bij de uitvoering van dit bevel een tweetal contacten tussen de politiële pseudo-dienstverlener en de verdachte hebben plaatsgevonden maakt niet dat er van genoemde stelselmatig handelen sprake is geweest. Het verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

De eisen van proportionaliteit en subsidiariteit

De officier van justitie achtte het in het belang van het onderzoek dat gebruik werd gemaakt van de bijzondere opsporingsbevoegdheid pseudokoop/dienstverlening als bedoeld in art. 126i van het Wetboek van Strafvordering.

In de aanvraag bevel pseudokoop/dienstverlening d.d. 23 november 2012 (BOB-dossier F, blz. 65 e.v.) is daarover ondermeer opgenomen dat de verdenking bestond dat verdachte zich al langere tijd, samen met anderen, schuldig maakte aan meerdere woninginbraken, waarbij veelal personenauto’s van het duurdere segment ontvreemd werden, het helen van de gestolen voertuigen en het leiding geven aan en/of deel uitmaken van een criminele organisatie.

Tevens zou uit onderzoek zijn gebleken dat verdachten op de hoogte zijn van door de politie ingezette opsporingsmethoden en maatregelen nemen om opsporing/aanhouding te voorkomen. Zo werden telefoons in gebruik bij verdachten uitgezet tijdens de nachtelijke uren, maakten verdachten gebruik van meerdere telefoons, werd een plaatsbepalingsbaken dat was geplaatst op een voertuig in gebruik bij [verdachte] ontdekt en verwijderd waarna ook de bij hem in gebruik zijnde telefoons en een loods in Tilburg werden afgestoten, wordt er met hoge snelheden gereden om aan de politie te ontkomen en is zelfs sprake van het inrijden op politieambtenaren.

Vervolgens is in de aanvraag opgenomen dat het voor het onderzoek noodzakelijk was om meer zicht te krijgen op de organisatie zoals wie hierbij betrokken zijn, wie welke rol vervult, de werkwijze, de onderlinge verhoudingen en (criminele) contacten.

Tevens is daarbij aangegeven dat de ingezette opsporingsbevoegdheden als het plaatsen van een camera op een loods, een baken op een voertuig, taps en observatie tot op heden niet toereikend bleken te zijn om voldoende zicht te krijgen op de organisatie.

Het doel van de aanvraag was om – gelet op het vorenstaande – met de inzet van een politiële pseudo-dienstverlener te bereiken dat bij de verdachte contactgegevens zouden worden achtergelaten waarbij de verdachte gemotiveerd zou worden om na zijn vrijlating contact met de politiële pseudo-dienstverlener op te nemen teneinde bij hem een loods te huren.

Het hof is van oordeel dat gelet op de inhoud van de aanvraag pseudokoop/dienstverlening en het doel wat met de inzet van dit bijzondere opsporingsmiddel werd beoogd, de inzet van van de politiële pseudo-dienstverlener niet te zwaar is geweest, zodat voldaan is aan het proportionaliteitsvereiste.

Ook aan het subsidiariteitsvereiste is voldaan. Er is weliswaar sprake van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte, maar die is gelet op het geringe aantal contacten - te weten twee - beperkt gebleven; in elk geval beperkter dan door het gedurende langere tijd afluisteren van telefoons of het gedurende langere tijd observeren van verdachte. Door de verdediging is overigens niet onderbouwd op welke mildere wijze op korte termijn tot een zelfde resultaat had kunnen worden gekomen.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat het bevel pseudo-dienstverlening was gerechtvaardigd gelet op de ernst van het misdrijf en andere wijzen van opsporing redelijkerwijs niet voorhanden waren. Het verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

Instrijd met artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering verkregen verklaring

Het hof verwerpt eveneens het standpunt van de verdediging dat, gelet op het bepaalde in artikel 29 Wetboek van Strafvordering en het in artikel 6 Europees Verdrag voor de rechten van de mens neergelegde recht van de verdachte om zichzelf niet te belasten, de verdachte zijn verklaringen heeft afgelegd in strijd met zijn verklaringsvrijheid. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de op ambtseed opgemaakte bevinding van de politiële pseudo-dienstverlener d.d. 27 november 2012 (blz. E 1629) dat verdachte spontaan jegens hem verklaarde dat hij auto’s stripte en inbraken pleegde.

Het hof heeft bij dit oordeel acht geslagen op hetgeen in het voorbereidend onderzoek voor en gedurende de periode waarin de informant is opgetreden heeft afgespeeld, de aard en de intensiteit van de door de informant jegens verdachte ondernomen activiteiten, de mate van druk die daarvan jegens de verdachte kan zijn uitgegaan en de mate waarin de handelingen en gedragingen van de informant tot de betreffende verklaringen van de verdachte hebben geleid. Feiten of omstandigheden die het hof tot een ander oordeel zouden hebben moeten of kunnen brengen, zijn niet aannemelijk geworden. Het verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

Onbetrouwbaarheid van de verklaring van de politie pseudo-dienstverlener.

Het hof verwerpt het standpunt van de verdediging dat de politiële pseudo-dienstverlener onbetrouwbaar heeft verklaard en voorinformatie van het onderzoeksteam in zijn proces-verbaal van bevindingen heeft verwerkt, nu dit enerzijds onvoldoende is onderbouwd en het dossier daarvoor voorts geen aanwijzingen biedt.

Conclusie

Nu het verweer van de verdediging in al zijn onderdelen wordt verworpen, is er geen grond

voor bewijsuitsluiting van het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2012 van

de politiële pseudo-dienstverlener A-3501.

Ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij de feiten 6 en 7.

Voor wat betreft de betrokkenheid van verdachte bij de woninginbraak op 26 november 2012 te Meteren en vervolgens de diefstal van een BMW (feit 6) en het op dezelfde datum voorhanden hebben van een gestolen Audi RS 6 (feit 7) stelt het hof met de rechtbank het navolgende vast.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de Audi RS 6 met gedoofde lichten bij de woning te Meteren stond waarin op dat moment werd ingebroken. Door de daders werden daarbij gaten geboord in het kozijn van een raam waarna dit is geopend. Door aangever is gezien dat 1 of 2 personen vervolgens in zijn zwarte BMW 525 stappen. De Audi is vervolgens tegelijk met de gestolen BMW weggereden. Politiemensen zien vervolgens op de snelweg A2 een zwarte BMW 5 serie en een Audi met extreem hoge snelheid langsrijden. Zij noteren het kenteken van de Audi. Op de vlucht voor de politie omzeilen beide auto’s een blokkade en rijdt de Audi over een spijkermat heen. De Audi wordt vervolgens leeg aangetroffen in Tilburg. Ook is op camerabeelden te zien dat meerdere personen uitstappen en wegrennen.

In de Audi worden inbrekerswerktuigen gevonden geschikt voor het boren van gaatjes en het openen van een raam via die gaatjes.

Met de rechtbank staat volgens het hof vast dat verdachte in de Audi heeft gezeten en de auto heeft bestuurd.

In de door verdachte bestuurde Audi RS 6 zijn autopapieren aangetroffen van een op 10 oktober 2012 gestolen Audi A5 cabriolet, ten aanzien waarvan het hof – anders dan de rechtbank – hierna onder feit 10 opzetheling ten aanzien van verdachte zal bewijzen. De verdachte, die als bestuurder van de auto daarover feitelijke zeggenschap had, heeft immers geen enkele verklaring willen danwel kunnen geven voor de aanwezigheid van deze niet aan hem toebehorende gestolen autopapieren.

Verder wordt 10 minuten nadat de Audi is achtergelaten aan de [adres] in Tilburg door verdachte een SMS naar zijn vriendin [naam] gezonden dat er een probleem is, dat hij denkt niet thuis te komen en dat het ergste is gebeurd. Daarbij wordt een zendmast aan de [adres] te Tilburg aangestraald. Een half uur later worden door verdachte SMS- berichten verzonden aan [naam] dat alles kapot is, dat deze hem niet moet bellen en dat hij contact opneemt als hij niet wordt gepakt. Omstreeks 06:00 uur moet zijn vriendin, verdachte ophalen bij de kerk aan de [adres] , waarbij uit mastgegevens wordt vastgesteld dat haar telefoon een mast in genoemde straat heeft aangestraald.

De [adres] , de zendmast aan de [adres] en de kerk aan de [adres] staan allemaal in dezelfde buurt in Tilburg.

Ook volgt uit het relaas van de ingezette politiële pseudo-dienstverlener dat verdachte tegen hem heeft gezegd dat hij kort geleden in een gestolen Audi RS 6 is gepakt nadat hij over een spijkermat is gereden, hij de auto heeft achtergelaten.

Het hof stelt met de rechtbank vast dat in de Audi RS 6 eveneens de medeverdachten [naam] en [naam] hebben gezeten, gelet op de tapgesprekken tussen verdachte en deze medeverdachten waaruit blijkt dat zij de nacht van de inbraak op 26 november 2012 met elkaar hebben afgesproken en de camerabeelden aan de [adres] waarop is te zien dat meerdere personen uit de achtergelaten Audi RS stappen en wegrennen. Het hof betrekt hierbij dat op de in deze auto aangetroffen bivakmuts en aangetroffen handschoenen, DNA van [namen] is aangetroffen. Omtrent de bivakmuts en handschoenen heeft verdachte tegenover de politiële pseudo-dienstverlener nog verklaard dat je deze altijd in een auto moet dragen in verband met DNA-sporen.

Het hof leidt uit het vorenstaande af dat de woninginbraak te Meteren en vervolgens de diefstal van de BMW door verenigde personen is begaan maar dat niet direct kan worden vastgesteld wat ieders rol daarbij is geweest.

Dat verdachte ter plaatse is geweest kan voor wat betreft de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde buiten gerede twijfel worden vastgesteld. Bovendien was het in het holst van de nacht. Uit het dossier valt niet met zoveel woorden vast te stellen of verdachte de inbrekende persoon is geweest. Wel kan eveneens met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat zich onder de aangehouden personen degene bevond die in de woning heeft ingebroken. Of verdachte daarbij zelf uit de Audi RS 6 is geweest staat niet vast. Hij zat echter wel in de auto toen deze in de [adres] met inbrekerswerktuigen werd achtergelaten.

Gelet op deze omstandigheden mag – naar het oordeel van het hof – van verdachte een aannemelijke verklaring worden verlangd voor zijn aanwezigheid in het holst van de nacht bij de woning in Meteren en de aanwezigheid van inbrekerswerktuigen in de auto.

De verdachten hebben geen openheid gegeven over de exacte rol van de deelnemers. Uit de nauwe samenwerking zowel in de voorbereiding, de uitvoering als tijdens de ontvluchting, leidt het hof af dat de diefstal uit de woning en daarop volgende autodiefstal door verenigde personen, waaronder de verdachte, is begaan en dat de verdachte zich derhalve tezamen en in vereniging met zijn mededaders heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal. Het hof betrekt in zijn oordeel dat de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen.

Voor wat betreft het bewijs van deze feiten kent het hof gewicht toe aan het geringe tijdsverloop tussen het strafbare feit en de aanhouding van de verdachte en het ontbreken van een aannemelijke verklaring door de verdachte voor zijn aanwezigheid in de directe omgeving van de woning in nachtelijke uren, zijn rijgedrag nadien en het aantreffen in zijn auto van meergenoemd inbrekerswerktuig. Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen.

Het hof hecht tenslotte geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij de bewuste nacht is “overlopen” bij het beroven van een wiethok, nu daarvoor geen enkele onderbouwing in het dossier aanwezig is en zulks ook op geen enkele andere wijze aannemelijk is geworden.

Feit 7

Verdachte is samen met ondermeer [naam] in de gestolen Audi RS 6 naar Meteren gereden om daar in een woning in te breken en vervolgens een auto weg te nemen. Na de diefstal is verdachte in de Audi achter de gestolen auto aangereden, wat is uitgemond in een politie-achtervolging met inzet van spijkermatten. Verdachte is samen met anderen vervolgens halsoverkop uit de auto gevlucht. Op de auto was een (vals) Duits kenteken bevestigd. Deze omstandigheden vergen – naar het oordeel van het hof – een aannemelijke verklaring van verdachte over de wijze waarop hij de beschikking over deze auto heeft gekregen. Temeer omdat niet is gebleken dat verdachte in die tijd over legale financiële middelen beschikte om een dergelijke dure auto te betalen. Verdachte heeft deze verklaring niet gegeven. Gelet hierop is het hof van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzetheling van deze auto. Het andersluidende verweer van de verdediging wordt verworpen.

Anders dan de rechtbank spreekt het hof verdachte vrij van heling van de kentekenplaten.

Feit 8

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 8. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat geen sprake is van valselijk opmaken van een arbeidsovereenkomst en een brief en evenmin van het gebruik maken ervan, nu verdachte en [naam] daadwerkelijk van plan waren om met elkaar in zee te gaan. Verdachte zou bij [naam] gaan werken.

Met de rechtbank verwerpt het hof dit verweer. Uit een tot het bewijs gebezigd tapgesprek van 25 december 2012 blijkt dat de arbeidsovereenkomst enkel is opgesteld met het oogmerk om verdachte vrij te krijgen uit voorlopige hechtenis. De “werkgever” [naam] verwachtte niet dat verdachte daadwerkelijk bij hem zou gaan werken.

Verder blijkt dat de zeggenschap en de regie over het totstandkomen van de overeenkomst bij verdachte lag die instructies gaf over de inhoud ervan.

Ook is er geen sprake geweest van een sollicitatiegesprek of enige onderhandeling over de arbeidsvoorwaarden.

[naam] stond bovendien op het punt zijn eenmanszaak op te heffen waarmee hij heeft gewacht ten behoeve van de raadkamerbehandeling van verdachte, terwijl in de arbeidsovereenkomst over de periode van een jaar wordt gesproken.

Tenslotte meent verdachte dat hij [naam] heeft betaald voor het maken van de fictieve arbeidsovereenkomst.

Door de geschriften van een onware of onjuiste inhoud te voorzien, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. In de geschriften is namelijk vermeld dat verdachte bij het bedrijf van [naam] zou gaan werken. Dat was echter onwaar en onjuist omdat in werkelijkheid daarvan geen sprake was.

Nu uit de gebezigde bewijsmiddelen tevens blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking met betrekking tot het valselijk opmaken van het contract en de brief tussen verdachte, [namen] , is mededaderschap bewezen bij het valselijk opmaken. Het gebruik van de valselijk opgemaakt documenten is door verdachte alleen begaan. Het andersluidende verweer van de verdediging wordt verworpen.

Feit 9

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de opzetheling van een op 7 december 2012 gestolen Porsche Cayenne zoals onder feit 9 ten laste gelegd. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte midden in de loods heeft gestaan waarin de Porsche werd aangetroffen en dat verdachte geen feitelijke zeggenschap over de Porsche heeft gehad.

Met de rechtbank verwerpt het hof dit verweer. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verbalisanten de verdachte in de loods hebben aangetroffen terwijl hij achter het stuur zat van de Porsche, terwijl daarvan de motor nog draaide. Anders dan de verdediging heeft het hof geen redenen te twijfelen aan deze bevindingen van de verbalisanten. Hetgeen impliceert dat het standpunt van de verdediging dat verdachte niet achter het stuur van de Porsche zat maar midden in de loods stond feitelijke grondslag mist. Verdachte heeft derhalve feitelijke zeggenschap over de Porsche gehad. Daarenboven werd de loods door verdachte gehuurd voor het stallen van auto’s en had hij als enige de sleutels ervan.

Verdachte heeft wetenschap gehad van het van misdrijf afkomstig zijn van de desbetreffende Porsche. Vast staat dat de verdachte in de vroege ochtend van 7 december 2012 door een paar jongens uit zijn bed werd gebeld met de vraag om een peperdure Porsche te stallen die op dat moment ergens anders geparkeerd stond. Verdachte is met een ander naar de parkeerplaats gereden. Hij wilde niet verklaren wie er nog meer is meegereden. Bij de Porsche waren een aantal panelen van het dashboard verwijderd, hetgeen verdachte, die immers in de auto achter het stuur is aangetroffen, ook moet hebben waargenomen. Verdachte heeft over deze omstandigheden desgevraagd ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij dom was en beter had moeten weten.

Gelet op het vorenstaande is opzetheling van de Porsche Cayenne bewezen en wordt het andersluidende verweer van de verdediging verworpen.

In de loods is tevens een gestolen Audi Q7 aangetroffen. Nu verdachte geen enkele aannemelijke en verifieerbare verklaring heeft gegeven voor de herkomst van de desbetreffende Audi, die een door verdachte gehuurde loods werd aangetroffen moet het ervoor worden gehouden dat hij wetenschap heeft gehad van het feit dat de auto van diefstal afkomstig was. Met de rechtbank vindt het hof daarvoor een aanwijzing in het aantreffen van de doordruk van een brief in de cel van verdachte waarin verdachte geld eist als schadevergoeding voor het verlies van deze auto. Gelet hierop acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich aan opzetheling van de Audi Q7 heeft schuldig gemaakt. Het verweer van de raadsman wordt mitsdien verworpen.

Feit 10

Vrijspraak primair ten laste gelegde

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 10 primair ten laste gelegde diefstal uit een woning en vervolgens de diefstal van twee personenauto’s op 10 oktober 2012 en zal hem derhalve hiervan vrijspreken.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de gestolen Audi A5 grotendeels gedemonteerd ongeveer 1,5 dag na de diefstal op 10 oktober 2012 wordt aangetroffen op het adres [adres] te Ravels (België) waar verdachte zijn toenmalige verblijfplaats had, is onvoldoende om betrokkenheid van verdachte bij voormelde inbraak en diefstal vast te stellen.

Het hof acht wel bewezen dat verdachte zich aan opzetheling van de Audi A5, zoals subsidiair ten laste gelegd, heeft schuldig gemaakt.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 02-811628-10 bewezen verklaarde levert op:

Feit 1:

Medeplegen van opzetheling.

Feit 2:

Medeplegen van opzetheling.

Feit 3 primair:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 02-811746-12 bewezen verklaarde levert op:

Feit 1

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Feit 4 subsidiair:

Medeplegen van opzetheling.

Feit 5 subsidiair:

Medeplegen van opzetheling.

Feit 6:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

En

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldigen het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

Feit 7:

Medeplegen van opzetheling.

Feit 8:

Medeplegen van valsheid in geschrift.

en

Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Feit 9:

Opzetheling, meermalen gepleegd.

Feit 10 subsidiair:

Opzetheling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten onder parketnummer 02-811628-10 en parketnummer 02-811746-12 uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Het hof overweegt meer in het bijzonder als volgt.

De verdachte heeft zich in 2010 schuldig gemaakt aan diefstal uit een woning waarbij met de weggenomen sleutels vervolgens een auto is gestolen en twee keer aan opzetheling.

In 2011 en 2012 heeft verdachte gelijksoortige feiten gepleegd. Zo heeft hij een keer ingebroken in een café, een keer ingebroken in een woning en met de weggenomen sleutels een auto gestolen en zich vijf keer schuldig gemaakt aan opzetheling. Een en ander begaan in vereniging met uitzondering van twee opzethelingen.

Met de rechtbank tilt het hof zwaar aan de gepleegde (woning)inbraken danwel diefstallen uit een woning. Hiermee is niet alleen materiele schade veroorzaakt maar is tevens een forse inbreuk gemaakt op de privacy van de bewoners. Bij de woninginbraken waarbij autosleutels werden weggenomen is er telkens sprake geweest van inbraak danwel insluiping tijdens de nachtelijke uren waarbij de bewoners in de woning lagen te slapen.

De misdrijven zijn verder op een professionele en schaamteloze wijze uitgevoerd en verdachte heeft een coördinerende en leidende rol vervuld. Tevens heeft bij de feiten 6 en 7 van parketnummer 02/811746-12 een achtervolging met auto’s plaatsgevonden waarbij de politie spijkermatten heeft ingezet. Door dit alles heeft verdachte gevaarzettend gedrag in het verkeer vertoond. Het hof neemt dit de verdachte, die enkel oog lijkt te hebben gehad voor zijn persoonlijke gewin, bijzonder kwalijk. Ook rekent het hof de verdachte aan dat hij kennelijk geen enkele verantwoordelijkheid wenst te nemen voor het leeuwendeel van de bewezenverklaarde feiten.

Daarnaast is opzetheling een ondermijnend strafbaar feit nu hiermee het plegen van misdrijven en aldus de criminaliteit in de hand wordt gewerkt.

Ook heeft verdachte in 2013 zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte en het opzettelijk gebruik van de vervalste geschriften. Verdachte heeft daarmee bewust geprobeerd de officier van justitie, de rechtbank en het gerechtshof te misleiden teneinde hem uit voorlopige hechtenis te schorsen.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van voorarrest. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat deze straf te hoog is. Volgens de verdediging zou deze straf de door verdachte ingezette weg van hulpverlening doorkruisen terwijl verdachte de laatste tijd een positieve wending aan zijn leven zou hebben gegeven. Bovendien zou bij deze strafmaat onvoldoende rekening worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Het hof is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten bijzonder ernstig zijn en dat mede gelet op de rol die verdachte daarbij heeft gespeeld een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.

Daar komt nog bij dat verdachte blijkens het uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 maart 2017 al eerder in 2007 en 2010 voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld. Ook na de onderhavige feiten is verdachte nog onherroepelijk veroordeeld voor een woningoverval in 2013.

Het hof heeft uit hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht niet de overtuiging bekomen dat verdachte een nieuwe weg in zijn leven is ingeslagen. Verdachte zou inmiddels zelf contact hebben gezocht met de hulpverleningsinstantie Mozaïek en ook regelmatig gesprekken hebben met een psycholoog. Noch de verdediging noch de verdachte zelf heeft dit hulpverleningstraject in hoger beroep verder handen en voeten gegeven. Er zijn geen rapportages van Mozaïek of andere stukken ingebracht waaruit van deze positieve wending van de verdachte zou blijken. Het korte SMS-bericht van een medewerkster van Mozaïek dat het hof tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft ontvangen doet daaraan niet af. De verdediging en de verdachte hebben tijd genoeg gehad om het een ander nader te onderbouwen.

Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen de ernst van de feiten, de rol die verdachte daarbij heeft vervuld en de weinig berouwvolle proceshouding die verdachte heeft ingenomen in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden.

Met de rechtbank stelt het hof vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM is geschonden.

Anders dan de rechtbank stelt het hof de aanvang van de redelijke termijn op 21 november 2010, zijnde het moment van de aanhouding terzake feit 1 van parketnummer 02/811628-10. Dat is het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Dat vervolgens verdachte op ondermeer 10 oktober 2012 wederom wordt aangehouden terzake feit 10 van parketnummer 02/811746-12 doet hieraan niet af.

Het vonnis van de rechtbank is van 17 juli 2015, waardoor de redelijke termijn die voor deze fase doorgaans op twee jaren wordt gesteld met twee jaren en negen maanden is overschreden.

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld op 27 juli 2015. Op 5 februari 2016 heeft het hof de beroepsstukken ontvangen. Daarmee is de inzendtermijn die doorgaans op 8 maanden wordt gesteld niet overschreden.

Het hof zal arrest wijzen op 30 augustus 2017. Daarmee is de redelijke termijn die voor deze fase wordt gesteld met iets meer dan een maand overschreden.

Met de verdediging is het hof op grond van het vorenstaande van oordeel dat dat de redelijke termijn voor de procedure als geheel is overschreden en dat dit tot matiging van de op te leggen gevangenisstraf dient te leiden. In plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden zal het hof een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden opleggen. Het hof heeft in verband met de overschrijding van de redelijke termijn acht geslagen op de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en diens raadsman op het procesverloop alsmede de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Beslag

Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan feit 3 primair van parketnummer 02/811628-10 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 63, 225, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-811628-10 onder 4 en in de zaak met parketnummer 02-811746-12 onder 2 primair, 2 subsidiair, 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-811746-12 onder 4 primair, 5 primair en 10 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-811628-10 onder 1, 2 en 3 primair en in de zaak met parketnummer 02-811746-12 onder 1, 4 subsidiair, 5 subsidiair, 6, 7, 8, 9 en 10 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 02-811628-10 onder 1, 2 en 3 primair en in de zaak met parketnummer 02-811746-12 onder 1, 4 subsidiair, 5 subsidiair, 6, 7, 8, 9 en 10 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Parketnummer 02/811628-10

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een metalen staaf.

Aldus gewezen door

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. R.A.Th.M. Dekkers en mr. M.A.M. Wagemakers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. Van der Meijs, griffier,

en op 30 augustus 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mrs. R.A.Th.M. Dekkers en M.A.M. Wagemakers zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.