Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3692

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-08-2017
Datum publicatie
23-01-2018
Zaaknummer
200.212.557_01 en 200.212.760_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:2743
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:1467
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gezag

810a Rv

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) 810a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak : 24 augustus 2017

Zaaknummers : 200.212.557/01 ( [appellant in de zaak met nummer 200.212.557_01] ) en 200.212.760/01 ( [appellante in de zaak met nummer 200.212.760_01] )

Zaaknummer 1e aanleg : C/01/309466 / FA RK 16-3173

in de zaken in hoger beroep van:

[appellant in de zaak met nummer 200.212.557_01] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in de zaak met nummer 200.212.557/01,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. M. Erkens,

en

[appellante in de zaak met nummer 200.212.760_01] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante in de zaak met nummer 200.212.760/01,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. R.F.P. Scheele,

de moeder en de vader hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

tegen

Raad voor de Kinderbescherming,

regio Oost-Brabant, locatie ’ [locatie] ,

verweerder,

hierna te noemen: de raad.

Als overige belanghebbenden in beide zaken worden aangemerkt:

- Stichting Jeugdbescherming Brabant, hierna te noemen: de GI,

- [pleegvader] en [pleegmoeder] ,

wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de pleegvader respectievelijk de pleegmoeder, tezamen de pleegouders.

5 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep in beide zaken

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenbeschikking van dit hof van 15 juni 2017;

- een e-mailbericht van het NIFP van 13 juli 2017 van 10.38 uur;

- een e-mailbericht van het NIFP van 13 juli 2017 van 11.18 uur;

- een e-mailbericht van het NIFP van 24 juli 2017 van 12.11 uur met als bijlage de offerte

van de deskundige.

6 De verdere beoordeling in beide zaken

6.1.

In de tussenbeschikking van 15 juni 2017 is het NIFP verzocht om te bemiddelen bij de benoeming van een onafhankelijke deskundige voor het verrichten van een onderzoek ter beantwoording van de door het hof in rechtsoverweging 3.10.3 van voornoemde beschikking vermelde vragen.

6.2.

Het NIFP heeft voorgesteld tot deskundige te benoemen mevrouw drs. M. Kaper- Janssen Steenberg, GZ-psycholoog en Registerpsycholoog NIP / Kinder- en Jeugd, geregistreerd in het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen. Het NIFP heeft medegedeeld geen aanvullingen te hebben op de door het hof in voornoemde tussenbeschikking voorlopig geformuleerde onderzoeksvragen.

6.3.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel van het NIFP met betrekking tot de te benoemen deskundige en op de door het hof in voornoemde tussenbeschikking voorlopig geformuleerde onderzoeksvragen. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt, zodat het hof ervan uitgaat dat zij ter zake geen bezwaren hebben. Het hof zal dan ook het NIFP volgen waar het betreft de persoon van de deskundige, en het zal de voorlopig geformuleerde onderzoeksvragen definitief maken.

6.4.

De ouders zijn gehouden mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. In dit kader wordt van de ouders verwacht dat zij onderzoeks- en/of behandelrapportages waarbij [minderjarige 1] betrokken is geweest aan deskundige zullen verstrekken, indien de deskundige dit voor haar onderzoek dienstig acht. Voorts wordt van de moeder verwacht dat zij aan de deskundige informatie zal verstrekken over de bij haar afgenomen psychologische of psychiatrische onderzoeken, indien de deskundige dit voor haar onderzoek dienstig acht. Als de ouders weigeren daaraan mee te werken zonder dat daaraan een gewichtige reden ten grondslag ligt, zal het hof daaruit de gevolgtrekking maken die het geraden acht.

6.5.

De deskundige heeft een opgave gedaan van de door haar te maken kosten. Zij heeft deze begroot op (€ 4.680,- + 21% BTW =) € 5.662,80, exclusief reiskosten. Deze begroting komt het hof niet onredelijk voor. In voornoemde tussenbeschikking is reeds overwogen dat de kosten van de te benoemen deskundige ten laste van ’s Rijks kas zullen worden gebracht.

6.6.

Het NIFP heeft aangegeven dat het onderzoek normaliter drie maanden in beslag zal nemen. De deskundige heeft aangegeven dat het onderzoek begin september 2017 zal kunnen aanvangen. Het hof zal de deskundige daarom verzoeken op uiterlijk 4 december 2017 het deskundigenbericht uit te brengen.

6.7.

In afwachting van het deskundigenbericht zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

in de zaken met de nummers 200.212.557/01 en 200.212.760/01:

benoemt tot deskundige om onderzoek te verrichten: mevrouw drs. M. Kaper- Janssen Steenberg, domicilie kiezende te [kantoorplaats] ten kantore van het NIFP, locatie [locatie] ;

verzoekt de deskundige een onderzoek in te stellen en een deskundigenbericht uit te brengen met betrekking tot de volgende vragen:

  • -

    hoe kan de ontwikkeling en het huidige functioneren van [minderjarige 1] worden beschreven aan de hand van de volgende gebieden: cognitieve ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en gehechtheidsontwikkeling?

  • -

    indien er sprake is van een verstoorde ontwikkeling op één of meer ontwikkelingsgebieden, wat kan hiervan de oorzaak zijn en in hoeverre vraagt [minderjarige 1] als gevolg daarvan meer dan gemiddelde pedagogische vaardigheden van haar opvoeder(s)?

  • -

    wat zijn de pedagogische en affectieve mogelijkheden en beperkingen van de moeder in relatie tot de opvoedingsbehoeften van [minderjarige 1] ?

  • -

    wordt naar verwachting aan (de ontwikkeling van) [minderjarige 1] schade toegebracht als gevolg van een eventuele thuisplaatsing bij de moeder? Zo ja, waaruit bestaat die schade naar verwachting en hoe sterk is die verwachting? Hierbij dient de schade op zowel de korte als de lange termijn aan de orde te komen;

  • -

    wat zijn de (contra)indicaties voor een thuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de moeder, bezien vanuit het perspectief van [minderjarige 1] ? In hoeverre speelt daarbij een rol het gegeven dat de moeder thans weer de dagelijkse zorg en opvoeding van [minderjarige 2] heeft?

- geeft het onderzoek van de moeder (contra-)indicaties om ingeval van een eventuele

thuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de moeder, aan de vader enige rol in de verzorging en

opvoeding van [minderjarige 1] toe te kennen?

- in hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde

zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar die wel van belang zijn met betrekking

tot de ontwikkeling en opvoeding van [minderjarige 1] en/of bij eventueel te nemen

beslissingen?

bepaalt dat de door de deskundige begrote kosten ad € 5.662,80 inclusief BTW en exclusief reiskosten door de Staat worden voorgeschoten en bepaalt dat in de eindbeschikking een definitieve beslissing over de betaling van de uiteindelijke kosten zal worden opgenomen;

bepaalt dat uit het deskundigenrapport moet blijken dat de onderzochte ouder door de deskundige in de gelegenheid is gesteld opmerkingen over het rapport te maken, met vermelding van de inhoud van de eventuele gemaakte opmerkingen;

verzoekt de deskundige om uiterlijk op 4 december 2017 het deskundigenbericht uit te brengen;

benoemt tot raadsheer-commissaris, onder wiens leiding het onderzoek zal plaatsvinden, mr. P.M.M. Mostermans;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking en van het procesdossier aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat de griffier na ontvangst van voornoemde rapportage een afschrift daarvan aan (de advocaten van) de ouders en aan de raad en de overige belanghebbenden zal toezenden, alsmede een nadere mondelinge behandeling zal bepalen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.M.M. Mostermans, J.H.J.M. Mertens-Steeghs en A.J.F. Manders en is op 24 augustus 2017 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.