Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3670

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-08-2017
Datum publicatie
17-10-2018
Zaaknummer
200.176.744_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2015:1754
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:5415
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:2788
Herstelarrest: ECLI:NL:GHSHE:2017:3657
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:4145
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:4299
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vereniging van eigenaren van recreatiewoningen. Nakoming van zorgplicht uit het huishoudelijk reglement. Omvang van schade als gevolg van het tekortschieten in de uitvoering van onderhoud.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.176.744/01

arrest van 22 augustus 2017

in de zaak van

1 SVDW Holding BV,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna aan te duiden als SVDW,

2. Vereniging van Bungaloweigenaren [de vakantiewoningen],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna aan te duiden als VEBEGH,

appellanten in principaal appel,

geïntimeerden in incidenteel appel,

advocaat: mr. H.C.J. Oomen te Nijmegen,

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

3. Playmex Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

Hierna aan te duiden als respectievelijk [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en Playmex, gezamenlijk als [geintimeerden c.s.] ,

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in incidenteel appel,

advocaat: mr. G.E. Hattink te Boxmeer,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 6 december 2016 en 20 juni 2017 (zoals verbeterd bij arrest van 22 augustus 2017) in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder zaaknummer 2447405\CV EXPL 13-10700 gewezen vonnis van 4 maart 2015.

11 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 20 juni 2017;

  • -

    het herstelarrest van 22 augustus 2017;

  • -

    de brief van de griffier van het hof aan partijen van 11 juli 2017;

  • -

    de brief van mr. Hattink namens [geintimeerden c.s.] van 24 juli 2017;

  • -

    het door SVDW en VEBEGH op de rol van 25 juli 2017 ingediende H16-formulier.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

12 De verdere beoordeling

12.1.

Bij het tussen partijen gewezen tussenarrest van 20 juni 2017 heeft het hof een deskundigenonderzoek gelast en de heer ing. R.C.W. de Kort van [contra-expertise] contra-expertise benoemd tot deskundige. De heer De Kort heeft het hof echter daarna bericht zich terug te trekken als deskundige.

12.2.

Het hof heeft vervolgens partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de benadering van een andere deskundige en heeft daarbij als mogelijke deskundige(n) de heer H. Meulendijks (inventarisexpert) en/of de heer J. Knikkenberg (opstalexpert), beiden eveneens werkzaam bij [contra-expertise] contra-expertise, genoemd.

[geintimeerden c.s.] hebben het hof bij brief van 24 juli 2017 medegedeeld in te kunnen stemmen met de benoeming van een andere deskundige die werkzaam is bij [contra-expertise] contra-expertise, dat zowel de heer Meulendijks als de heer Knikkenberg moet worden geacht over voldoende kennis van zaken te beschikken voor het deskundigenonderzoek en dat hun voorkeur uitgaat naar benoeming van de heer Knikkenberg tot deskundige. Ten slotte hebben [geintimeerden c.s.] bezwaar gemaakt tegen de benoeming van een door VEBEGH en SVDW voor te dragen kandidaat-deskundige, in het bijzonder tegen de eerder door VEBEGH en SVDW genoemde [recreatie bedrijfsmakelaardij] Recreatie Bedrijfsmakelaardij te [vestigingsplaats] .

SVDW en VEBEGH hebben bij H16-formulier het hof gevraagd in overweging te nemen alsnog de eerder door hen voorgestelde [recreatie bedrijfsmakelaardij] Recreatie Bedrijfsmakelaardij te [vestigingsplaats] te benoemen tot deskundige dan wel, voor het geval het hof daarmee niet zou kunnen instemmen, de heer Meulendijks en de heer Knikkenberg beiden te benoemen tot deskundigen.

12.3.

Nu niet is gebleken van enig bezwaar tegen de benoeming van de heer Meulendijks en de heer Knikkenberg tot deskundigen (en van de zijde van [geintimeerden c.s.] wel van bezwaar tegen de benoeming van [recreatie bedrijfsmakelaardij] Recreatie Bedrijfsmakelaardij tot deskundige) en het deskundigenonderzoek zowel betrekking heeft op de onderhoudstoestand van de binnen- en buitenzijde als op de inventaris van de vakantiewoningen, zal het hof zowel de heer Meulendijks als de heer Knikkenberg benoemen tot deskundigen. Beiden hebben zich tot het verrichten van het onderzoek bereid verklaard en hebben tegenover het hof verklaard ten aanzien van partijen vrij te staan. Het hof zal aan de deskundigen de vragen, zoals geformuleerd in het dictum van het tussenarrest van 20 juni 2017, ter beantwoording voorleggen.

12.4.

Zoals al overwogen in het tussenarrest van 20 juni 2017 zullen de kosten van de deskundige voorshands ten laste van [geintimeerden c.s.] worden gebracht. Het hof heeft het voorschot in het tussenarrest van 20 juni 2017 vastgesteld op € 5.445,00 inclusief btw. Dit voorschot, dat al door [geintimeerden c.s.] is voldaan, blijft onveranderd.

12.5.

De zaak zal na ontvangst door het hof van het deskundigenbericht naar de rol worden verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [geintimeerden c.s.] SVDW en VEBEGH zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om een antwoordmemorie na deskundigenbericht te nemen waarbij zij tevens kunnen reageren op de al genomen akte in verband met schadebegroting inventaris en inrichting van [geintimeerden c.s.]

13 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht ter beantwoording van de navolgende vragen:

1. Op welke punten is er aan de binnen- en buitenzijde van de vakantiewoningen (de tuin hierbij inbegrepen) sprake van achterstallig onderhoud?

2. Op welke punten is er met betrekking tot de inventaris en inrichting van de vakantiewoningen sprake van achterstallig onderhoud c.q. noodzaak tot vervanging als gevolg van normale veroudering?

3. Welke werkzaamheden zijn noodzakelijk om de gebreken aan en in de vakantiewoningen die zijn ontstaan als gevolg van het achterstallig onderhoud te herstellen?

4. Welke kosten zijn met deze werkzaamheden gemoeid? Welke kosten zijn gemoeid met de vervanging van de inventaris en inrichting van de vakantiewoningen?

5. In welke mate is het achterstallige onderhoud aan de vakantiewoningen en zijn de kosten tot vervanging van de inventaris van de vakantiewoningen te herleiden tot de periode van

1995 tot 2002 en de periode van 2002 tot en met 2014, en welk percentage moet aan

beide periodes worden toegekend?

6. Op welke wijze zal worden bepaald, in welke mate achterstallig onderhoud aan de

vakantiewoningen en noodzaak tot vervanging van de inventaris een gevolg zijn van het

niet verrichtten van onderhoudswerkzaamheden door [geintimeerden c.s.] vanaf 1 januari 2015?

7. Op welke wijze zal worden bepaald, in welke mate achterstallig onderhoud aan de

vakantiewoningen en noodzaak tot vervanging van de inventaris een gevolg zijn van de

wijze van gebruik dat huurders van de vakantiewoningen van [geintimeerden c.s.] hebben gemaakt vanaf 1 januari 2015?

8. Wat is de gebruikelijk omloopsnelheid van inventaris van vakantiewoningen, en in welke mate is de noodzaak tot vervanging van inventaris in de vakantiewoningen van [geintimeerden c.s.] groter, kleiner of gelijk aan deze gebruikelijke omloopsnelheid? Welke afschrijvingspercentages gelden daarbij?

9. Voor zover de deskundige kennis zou nemen van het rapport van Garantexpertise van 1 maart 2016: welke kanttekeningen dienen bij dit rapport te worden geplaatst, mede in het kader van de beantwoording van boven gestelde vragen?

10. Heeft de deskundige op grond van zijn bevindingen verder nog opmerkingen die van belang zijn voor de beoordeling van het onderhavige geschil?

benoemt tot deskundigen ter beantwoording van deze vraag/vragen:

[contra-expertise] contra-expertise

de heer H. Meulendijks (binnen- en buitenzijde van de vakantiewoningen)

de heer J. Knikkenberg (inventaris van de vakantiewoningen)

[adres]

[postcode] [kantoorplaats] ;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 5.445,00 inclusief btw, welk bedrag al door [geintimeerden c.s.] is voldaan;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

benoemt mr. R.J.M. Cremers tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier, dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

verwijst de zaak naar de rol van 9 januari 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [geintimeerden c.s.] (daarna antwoordmemorie na deskundigenbericht aan de zijde van SVDW en VEBEGH, tevens met het hiervoor onder r.o. 12.5 vermelde doel);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, O.G.H. Milar en R.J.M. Cremers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 augustus 2017.

griffier rolraadsheer