Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3511

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-08-2017
Datum publicatie
04-02-2019
Zaaknummer
200.128.232_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:3651
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:6248
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:2288
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:9244
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:384
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

pensioen in eigen beheer, afstorting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.128.232/03

arrest van 8 augustus 2017

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante, hierna ook: de vrouw;

advocaat: mr. J.P.M. Castelein te Dordrecht,

tegen

1 [geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,,

hierna ook: de man;

2. Stichting Directiepensioenfonds [stichting directiepensioenfonds] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna ook: de stichting;

tezamen: geïntimeerden,

advocaat: mr. W.M.U. van der Blom te Haarlem,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 29 juli 2014, 16 september 2014 en 7 juni 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant onder zaaknummer C/12/78562/HAZA 11-222 gewezen vonnis van 17 april 2013.

12 Het verdere verloop van de procedure

Abusievelijk eindigde het arrest van 7 juni 2016 met het nummer 8, terwijl dit, zo volgt uit de nummering in dat arrest, 11 had moeten zijn.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenarresten van 29 juli 2014, 16 september 2014 en 7 juni 2016 en de daarin genoemde stukken;

  • -

    de akte na tussenarrest van de zijde van appellante van 22 februari 2017;

  • -

    de akte (bestaande uit drie delen) na tussenarrest van de zijde van geïntimeerde van

2 mei 2017.

13 De verdere beoordeling

13.1.

Appellante heeft in de akte na tussenarrest van 2 februari 2017 afstorting gevorderd op een wijze zoals nader geformuleerd onder punt 13 van die akte.

13.2.

Geïntimeerden hebben zich in de genomen akten d.d. 2 mei 2017, verzet tegen afstorting. Onder punt 4 en 5 van de akte 3/3 na tussenarrest hebben geïntimeerden “onverplicht ”een voorstel geformuleerd om tot afwikkeling te komen.

13.3.

Het hof stelt vast dat appellante zich over het door geïntimeerden gedane voorstel onder punt 4. en 5 van de akte 3/3/ van 2 mei 2017, zoals vermeld in rov. 13.2. hiervóór, nog niet heeft kunnen uitlaten. Het hof ziet aanleiding, alvorens verder te beslissen, appellante nog de gelegenheid te bieden om op dit voorstel te reageren en zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen.

13.4.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Thans wordt beslist als volgt.

14 De uitspraak

het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 19 september 2017 voor akte aan de zijde van appellante met de hiervoor in 13.3. vermelde doeleinden, waarna geïntimeerden in de gelegenheid zullen worden gesteld hierop bij antwoordakte te reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.J. van Laarhoven, C.A.R.M. van Leuven en A.R. Autar, en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 augustus 2017.

griffier rolraadsheer