Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3477

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-08-2017
Datum publicatie
03-08-2017
Zaaknummer
20-002758-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2015:5182, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis in eerste aanleg behalve wat betreft de strafmotivering en de op te leggen straf. Poging tot doodslag. Steken met een mes in de buik. Voorwaardelijk opzet op de dood. Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 45, geldigheid: 2006-02-01
Wetboek van Strafrecht 287, geldigheid: 2002-04-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002758-15

Uitspraak : 3 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 2 september 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-845129-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake van (de primair ten laste gelegde) poging tot moord vrijgesproken. De rechtbank heeft verdachte ter zake van (de subsidiair ten laste gelegde) poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de rechtbank beslissingen genomen over diverse inbeslaggenomen goederen.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder primair en subsidiair ten laste gelegde. Verder heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de strafmotivering en de opgelegde straf.

Op te leggen straf

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Verder dient volgens de advocaat-generaal het mes waarmee verdachte het delict heeft begaan, te worden verbeurdverklaard.

De raadsman heeft verzocht aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die de periode van het voorarrest niet overstijgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Na een vechtpartij met zijn kamergenoot, het latere slachtoffer, is verdachte naar beneden gelopen en heeft hij in de keuken een aardappelschilmesje gepakt. Met dit aardappelschilmesje is verdachte terug naar boven gelopen en heeft hij het slachtoffer met het mesje in diens buik gestoken. Verdachte heeft door zijn gedraging bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zou komen te overlijden en een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dat de gevolgen voor het slachtoffer zeer beperkt zijn gebleven is een omstandigheid die niet aan verdachte te danken is.

Een delict als de onderhavige brengt vanwege het gewelddadig karakter in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg. Tevens leidt een dergelijk feit vaak tot psychische klachten bij de slachtoffers, zoals gevoelens van angst en onveiligheid.

Ten voordele van verdachte houdt het hof rekening met het de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 mei 2017 en met de informatie van de Letse-, Engelse- en Duitse autoriteiten. Uit dit uittreksel en de informatie blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van een soortgelijk feit als het onderhavige met justitie in aanraking is gekomen.

Voorts houdt het hof in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheden dat verdachte na zijn daad zelf de alarmcentrale heeft gebeld, hij van meet af aan openheid van zaken heeft gegeven en hij zijn volledige medewerking heeft verleend aan het onderzoek van de politie. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij bovendien getoond het laakbare van zijn handelen in te zien en spijt betuigd.

Omtrent verdachte heeft Reclassering Nederland een rapport d.d. 2 mei 2014 opgemaakt. Hierin wordt beschreven dat zij de kans op recidive laag inschatten. Interventies of een behandeling zijn volgens de reclassering niet geïndiceerd.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte te kennen gegeven thans woonachtig te zijn in Londen en aldaar als kok te werken in een restaurant.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. Dit betekent dat verdachte, vanwege de aftrek van het door hem reeds ondergane voorarrest, voor dit feit geen gevangenisstraf meer behoeft te ondergaan, mits hij zich gedurende de proeftijd houdt aan de voorwaarde geen strafbare feiten te plegen.

Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Evenals de rechtbank, zal ook het hof het mes waarmee de poging doodslag is gepleegd (goednummer 620547) verbeurdverklaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafmotivering en de straf en doet in zoverre opnieuw recht;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 18 (achttien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen mes, goednummer 620547;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, inclusief de overige beslissingen ten aanzien van het beslag.

Aldus gewezen door

mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. C.M. Hilverda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier,

en op 3 augustus 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. A.J.M. van Gink zijn buiten staat om dit arrest te ondertekenen.