Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3472

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-08-2017
Datum publicatie
02-08-2017
Zaaknummer
20-003203-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:8763
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van vier zedendelicten met jonge kinderen, onder wie zijn dochter, in aard variërend van het plegen van ontuchtige handelingen tot het seksueel binnendringen van het lichaam, gepleegd in de periode van 2007 tot aan maart 2015, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal tot een gevangenisstraf van 12 jaren, met aftrek van voorarrest.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 244, geldigheid: 2010-07-01
Wetboek van Strafrecht 245, geldigheid: 2012-01-03
Wetboek van Strafrecht 247, geldigheid: 2003-10-01
Wetboek van Strafrecht 248, geldigheid: 2014-03-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0674

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003203-16

Uitspraak : 2 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 oktober 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-721122-15 en 03-134189-15, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans verblijvende in de [detentieadres] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het onder parketnummer 03-721122-15 onder 1 tot en met 4 en onder parketnummer 03-134189-15 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 jaren, met aftrek van voorarrest, met toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] , te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij ter zake van de ingangsdatum wordt gerefereerd aan het oordeel van het hof, en met telkens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich in de eerste plaats op het standpunt gesteld dat de inleidende dagvaarding nietig moet worden verklaard met betrekking tot het tenlastegelegde onder parketnummer 03-721122-15 onder 2 en 3. Met betrekking tot het tenlastegelegde onder parketnummer 03-721122-15 onder 1 tot en met 4 heeft de verdediging (voor wat betreft de feiten 2 en 3 subsidiair) integrale vrijspraak bepleit. Ter zake van de vraag of het tenlastegelegde onder parketnummer 03-134189-15 kan worden bewezen heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

De verdediging heeft (meer) subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] heeft de verdediging primair betoogd dat deze moeten worden afgewezen nu de verdediging zich op het standpunt stelt dat verdachte moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft zij zich ter zake van deze vorderingen gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 03-721122-15:

1.
hij in of omstreeks de periode van 23 augustus 2014 tot en met 24 september 2014 in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] en/of de gemeente [pleegplaats] , althans in Nederland en/of Duitsland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- betasten en/of likken van en/of wrijven over en/of knijpen in de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

- betasten van en/of wrijven over de benen en/of de billen en/of de rug van die [slachtoffer 1] en/of

- betasten en/of likken van en/of zuigen aan en/of knijpen in de borsten van die [slachtoffer 1] en/of

- uittrekken en/of naar beneden trekken van de kleding en/of de onderkleding van die [slachtoffer 1] en/of

- tonen van zijn, verdachtes, ontblote penis aan die [slachtoffer 1] en/of

- ( tong)zoenen van die [slachtoffer 1] en/of

- op zijn, verdachtes, schoot trekken en/of zetten en/of nemen van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) met zijn, verdachtes, onderlichaam maken van op en neer gaande bewegingen;

2.
hij in of omstreeks de periode van 26 november 2006 tot en met 31 maart 2015 in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met zijn, verdachtes, kind, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2]

en/of

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2006 tot en met 31 maart 2015 in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met zijn, verdachtes, kind, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- laten likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 2] en/of

- zich door die [slachtoffer 2] laten aftrekken en/of

- likken van de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer 2] en/of

- duwen van zijn, verdachtes, penis op/tegen de billen en/of de vagina en/of tussen de benen van die [slachtoffer 2] en/of

- betasten van en/of knijpen in de vagina en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- uittrekken van de kleding en/of onderkleding van die [slachtoffer 2] en/of

- ( tong)zoenen van die [slachtoffer 2] ;


3.
hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2008 tot en met 18 augustus 2012 in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3]

en/of

hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2012 tot en met 31 maart 2015 in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3]

en/of

hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2008 tot en met 31 maart 2015 in de gemeente [pleegplaats] en/of in de gemeente [pleegplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- zich door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- laten betasten en/of likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 3] en/of

- aftrekken en/of pijpen van die [slachtoffer 3] en/of

- betasten van de penis van die [slachtoffer 3] ;


4.
hij in of omstreeks de periode van 12 oktober 1997 tot en met 31 december 2000 in de gemeente [pleegplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- met zijn, verdachtes, hand(en) (van bovenaf) in de kleding van die [slachtoffer 4] gaan en/of

- betasten en/of likken van en/of wrijven over de vagina van die [slachtoffer 4] en/of

- uittrekken, althans naar beneden trekken, van de broek en/of de maillot van die [slachtoffer 4] ;

Zaak met parketnummer 03-134189-15 (gevoegd):

hij, op of omstreeks 7 juli 2015, in de gemeente [pleegplaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Geldigheid inleidende dagvaarding

De verdediging heeft zich onder verwijzing naar hetgeen zij in eerste aanleg heeft aangevoerd op het standpunt gesteld dat de inleidende dagvaarding nietig moet worden verklaard ter zake van het tenlastegelegde onder parketnummer 03-721122-15 onder 2 en 3 omdat deze feiten onvoldoende specifiek zouden zijn. De periode die bij feit 2 (het verwijt van het seksueel misbruik van [slachtoffer 2] ) in de tenlastelegging is opgenomen is zo lang, dat het verwijt niet concreet genoeg is. Verder staan de omstandigheden niet vermeld waaronder het feit zou zijn begaan. Het tenlastegelegde seksueel binnendringen is ook onvoldoende nader beschreven. Hetzelfde geldt met betrekking tot feit 3 (het verwijt van het seksueel misbruik van [slachtoffer 3] ). Daarom voldoet de tenlastelegging wat betreft deze feiten niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, aldus de verdediging.

Het hof verwerpt dit verweer. Uitgangspunt voor de beoordeling is of een verdachte uit de tenlastelegging kan opmaken welk strafrechtelijk verwijt hem wordt gemaakt, zodat hij weet waartegen hij zich dient te verdedigen. De tenlastelegging moet bovendien worden bezien in samenhang met de inhoud van het dossier.

Het enkele feit dat dat de tenlastegelegde periode zeer lang is, brengt niet mee dat verdachte niet zou kunnen weten waar het over gaat en dat een verdediging niet mogelijk is.

Verder is niet vereist dat specifieke omstandigheden waaronder een feit zou zijn begaan in de tenlastelegging worden opgenomen. De tenlastelegging moet voldoende feitelijk zijn en dat is hier het geval naar het oordeel van het hof. Ook is niet vereist dat de woorden 'seksueel binnendringen' nader worden gespecificeerd: zij zijn voldoende feitelijk.

Kortom, het hof is van oordeel dat het verdachte voldoende duidelijk moet zijn welke concrete gedragingen hem onder parketnummer 03-721122-15 onder 2 en 3 worden verweten. Dit oordeel vindt mede zijn bevestiging in de omstandigheid dat de verdediging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep er blijk van heeft gegeven goed te hebben begrepen wat er is ten laste gelegd en waartegen zij zich moest verweren.

De tenlastelegging voldoet derhalve aan de wettelijke vereisten. Ook overigens zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die aan de geldigheid van de inleidende dagvaarding in de weg staan. Het verweer wordt derhalve verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 03-134189-15 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 03-721122-15:

1.
hij in de periode van 23 augustus 2014 tot 23 september 2014 in de gemeente [pleegplaats] en in de gemeente [pleegplaats] en in de gemeente [pleegplaats] en de gemeente [pleegplaats] , meermalen telkens met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal,

- wrijven over de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

- betasten van en wrijven over de benen en de billen en de rug van die [slachtoffer 1] en/of

- betasten en likken van de borsten van die [slachtoffer 1] en/of

- naar beneden trekken van de onderkleding van die [slachtoffer 1] en/of

- tonen van zijn, verdachtes, ontblote penis aan die [slachtoffer 1] en/of

- tongzoenen van die [slachtoffer 1] en/of

- op zijn, verdachtes, schoot zetten van die [slachtoffer 1] en vervolgens met zijn, verdachtes, onderlichaam maken van op en neer gaande bewegingen;

2.
hij in de periode van 26 november 2008 tot en met 24 maart 2015 in Nederland, meermalen, telkens met zijn, verdachtes, kind, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2]

en

hij in de periode van 26 november 2008 tot en met 24 maart 2015 in Nederland, meermalen, telkens met zijn, verdachtes, kind, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal,

- laten likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 2] en/of

- zich door die [slachtoffer 2] laten aftrekken en/of

- likken van de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer 2] en/of

- duwen van zijn, verdachtes, penis op/tegen de billen en de vagina en tussen de benen van die [slachtoffer 2] en/of

- betasten van en knijpen in de vagina en de borsten en de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- uittrekken van de kleding en onderkleding van die [slachtoffer 2] en/of

- ( tong)zoenen van die [slachtoffer 2] ;


3.
hij in de periode van 18 juni 2011 tot en met 18 augustus 2012 in de gemeente [pleegplaats] , meermalen, telkens met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3]

en

hij in de periode van 19 augustus 2012 tot en met 2 februari 2015 in de gemeente [pleegplaats] , meermalen, telkens met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3]

en

hij in de periode van 18 juni 2011 tot en met 2 februari 2015 in de gemeente [pleegplaats] , meermalen, telkens met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal,

- zich door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- laten betasten en likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 3] en/of

- aftrekken en pijpen van die [slachtoffer 3] en/of

- betasten van de penis van die [slachtoffer 3] ;


4.
hij in de periode van 12 oktober 1997 tot en met 31 december 1999 in Nederland, meermalen, telkens met [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal,

- met zijn, verdachtes, hand van bovenaf in de kleding van die [slachtoffer 4] gaan en/of

- betasten en likken van en wrijven over de vagina van die [slachtoffer 4] en/of

- naar beneden trekken van de maillot van die [slachtoffer 4] ;

Zaak met parketnummer 03-134189-15 (gevoegd):

hij, op 7 juli 2015, in de gemeente [pleegplaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8,3 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De verdediging heeft met betrekking tot het tenlastegelegde onder parketnummer

03-721122-15 onder 1 tot en met 4 integrale vrijspraak bepleit. De bewijsverweren komen er in de kern op neer dat er voor elk van deze feiten onvoldoende bewijs is. Verdachte ontkent de tenlastegelegde gedragingen te hebben gepleegd en de verklaringen van de betrokken kinderen zijn onjuist en/of onbetrouwbaar. Naast die verklaringen is er geen aanvullend bewijs voorhanden.

Het hof overweegt hieromtrent, grotendeels overeenkomstig de rechtbank, als volgt.

Uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt het volgende.

Met betrekking tot parketnummer 03-721122-15, feit 1

De moeder van [slachtoffer 1] , [moeder van slachtoffer 1] , heeft op 11 november 2014 aangifte gedaan tegen verdachte van ontucht met [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] en wonende te [pleegplaats] , was 13 jaar oud ten tijde van de aangifte. De moeder heeft onder meer beschreven dat haar dochter met [slachtoffer 2] speelde, nadat het gezin [naam] van vakantie was teruggekomen op 23 augustus 2014.

Op zaterdag 13 september 2014 was [slachtoffer 1] meegegaan met [slachtoffer 2] en verdachte om in [plaats] (hof: gemeente [pleegplaats] ) te gaan zwemmen. [slachtoffer 1] speelde elke dag met [slachtoffer 2] tot 23 september 2014. Toen heeft de moeder van [slachtoffer 1] dat verboden. [slachtoffer 1]

heeft haar moeder verteld van de ontucht (pv politie, pag. 57 en 59).

Vervolgens is [slachtoffer 1] door de politie gehoord. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij met [slachtoffer 2] en verdachte optrok. [slachtoffer 1] is met [slachtoffer 2] en verdachte gaan zwemmen in [plaats] . Verdachte heeft volgens [slachtoffer 1] toen tijdens het spelen in het water haar benen uit elkaar gelaten en met zijn hand ertussen gewreven, bij haar kut. Dat was over haar bikinibroek (pv politie, pag. 162).

In de bus op de heenweg van [pleegplaats] naar [plaats] heeft verdachte volgens [slachtoffer 1]

met zijn hand over haar been gewreven en over haar kont. Op de terugweg gebeurde

hetzelfde (pv politie, pag.164, 165).

Na het zwemmen, bij de douche, heeft verdachte zich naakt uitgekleed. [slachtoffer 1] zag zijn

piemel. Verdachte wilde in de kleedkamer bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en bij het omkleden heeft

verdachte haar onderbroek naar onder gedaan (pv politie, pag. 123, 160 en 161).

[slachtoffer 1] heeft ook verklaard dat zij met [slachtoffer 2] en verdachte in het speeltuintje aan de

[straat] in de wijk [wijk] in [pleegplaats] is geweest. Daar heeft verdachte haar

op haar wang gekust (pv politie, pag. 167). Ook heeft hij haar rug gemasseerd (pv politie, pag. 120).

De dag na het zwemmen vroeg [slachtoffer 2] op een veldje bij de speeltuin aan [slachtoffer 1] of [slachtoffer 1]

haar voetbal wilde gaan halen, waarop verdachte grapjes maakte over de miniballetjes die

hij bij zich had. Verdachte heeft vervolgens zijn broek open gemaakt, zijn onderbroek

naar beneden gedaan en met zijn geslacht gerammeld, aldus [slachtoffer 1] (pv politie, pag. 126).

Anders dan de verdediging heeft gesteld, staat deze verklaring niet op zichzelf, maar vindt zij op onderdelen steun in een aantal andere bewijsmiddelen. In de eerste plaats heeft verdachte niet betwist dat hij met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] optrok (pv terechtzitting rechtbank

27-09-2016). Ook de oma van [slachtoffer 2] , [oma van slachtoffer 2] , heeft daarover verklaard op basis van wat zij van [slachtoffer 2] had gehoord. [slachtoffer 2] heeft in haar eigen verklaring bij de politie weliswaar niet de naam van [slachtoffer 1] genoemd, maar heeft wel iets relevants gezegd over [slachtoffer 1] tegen haar oma, namelijk dat de verdachte met [slachtoffer 1] heeft getongzoend (pv politie, pag.260). Dat heeft [slachtoffer 1] ook verklaard (pv politie, pag. 157). De verklaring van [slachtoffer 2] levert dus steunbewijs op voor die van [slachtoffer 1] , omdat het bevestigt dat verdachte ontuchtige handelingen heeft verricht met [slachtoffer 1] .

Daarnaast overweegt het hof nog dat de ontucht met [slachtoffer 1] niet een geïsoleerd voorval betrof, maar plaatsvond in een periode waarin verdachte, zoals bewezen, zedendelicten pleegde met zijn eigen dochtertje (feit 2) en de jongen [slachtoffer 3] (feit 3).

Het hof ziet met de rechtbank geen opvallende discrepanties in de verklaring van [slachtoffer 1] die de betrouwbaarheid ervan zouden kunnen aantasten. Bovendien heeft [slachtoffer 1] de kleur van het schaamhaar van verdachte kunnen beschrijven: de haren van de piemel van verdachte waren 'blondig' (pv politie, pag. 154). Dit laatste aspect levert, naast de verklaring van [slachtoffer 2] , voor het hof extra steunbewijs op. Van het onderlichaam van verdachte zijn namelijk foto's gemaakt waarop te zien is dat zijn schaamhaar inderdaad blond is (pv politie, pag. 427 en de bijbehorende fotomap, foto's 1 tot en met 4).

De omstandigheid dat de ouders van [slachtoffer 1] verschillend hebben verklaard over de datum waarop [slachtoffer 1] met verdachte naar het zwembad in [plaats] is geweest, zaterdag 23 augustus 2014 of zondag 24 augustus 2014, doet aan de betrouwbaarheid van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet af. Zoals ook de rechtbank heeft overwogen, plaatsen beide ouders dit voorval immers in de tenlastegelegde periode, nadat ze van vakantie waren teruggekomen. [slachtoffer 1] heeft evenals haar moeder verklaard dat het op een zaterdag was. Dat de vader van [slachtoffer 1] de zondag erna heeft genoemd, acht het hof met de rechtbank niet relevant.

Op grond van de genoemde bewijsmiddelen acht het hof het onder parketnummer 03/721122-15 onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot parketnummer 03/721122-15, feit 2

De oma van [slachtoffer 2] , [oma van slachtoffer 2] , heeft aangifte gedaan tegen verdachte

van seksueel misbruik. [slachtoffer 2] is volgens [oma van slachtoffer 2] haar hele leven door verdachte

misbruikt (pv politie, pag. 205). [oma van slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij gezien heeft dat [slachtoffer 2] een pop tussen de benen likte toen [slachtoffer 2] ongeveer drie jaar oud was. Zij beschrijft dat zij op 25 maart 2015, de dag na de uitspraak van de rechter over de uithuisplaatsing van [slachtoffer 2] , van haar kleinkind tot in detail gehoord heeft wat er zich op seksueel gebied heeft voorgedaan tussen [slachtoffer 2] en haar vader. Enkele dagen voor 24 maart 2015 was [slachtoffer 2] voor het laatst bij haar vader geweest. Het misbruik vond overal plaats waar verdachte heeft gewoond en ook ergens bij een hutje bij het spoor in de wijk [wijk] in [pleegplaats] (pv politie, pag. 206, 207). Verdachte heeft vanaf 2 februari 2006 tot en met 24 april 2015 gewoond in de gemeenten [pleegplaats] , [pleegplaats] en [plaats] .

[oma van slachtoffer 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] haar onder meer heeft verteld dat zij naar voren moest bukken en dat verdachte dan met zijn geslachtsdeel in haar ging. Dat deed echter pijn en dan bleef verdachte vooraan. [slachtoffer 2] heeft ook verteld van de betrokkenheid van een minderjarige jongen bij de seks: [slachtoffer 3] . Deze jongen ging wel verder bij [slachtoffer 2]

naar binnen dan haar vader. Haar vader sliep altijd naakt. [slachtoffer 2] sliep met kleren aan, maar

als zij wakker werd, lag haar vader op haar en was zij helemaal uitgekleed. Dan duwde hij

zijn geslachtsdeel in haar, maar dan bleef hij vooraan omdat het haar pijn deed. Ook

tongzoende hij haar steeds (pv politie, pag. 258, 259).

[slachtoffer 2] , die geboren is op [geboortedatum] , is door de politie gehoord. Zij heeft verklaard

dat het misbruik zich heeft voorgedaan vanaf toen zij nog klein was, ongeveer vanaf haar

vierde levensjaar (pv politie, pag. 227). Verder heeft zij verklaard dat:

- haar vader aan haar kwam, tussen de benen en aan haar kont, het hele lichaam;

- zij wat haar vader tussen de benen heeft, waar hij mee plast, in haar mond moest

stoppen;

- zij bij haar vader tussen de benen moest likken;

- zij heel vaak met hem moest doen wat man en vrouw doen, seks (pv politie, pag. 227, 228);

- hij haar pijn heeft gedaan en bij haar in bed is geweest (pv politie, pag. 229);

- zij heel vaak samen gingen douchen (pv politie, pag. 230);

- de laatste keer was toen ze negen was en dat het gebeurde thuis in [pleegplaats] en ook

vaak in de hutjes (pv politie, pag. 234);

- haar vader het ding waar hij mee plast te ver in haar mond duwde en haar hoofd

daarbij met zijn handen omhoog en omlaag duwde en dat zij daarvan pijn had en bijna moest overgeven (pv politie, pag. 238);

- zij daarbij geen stop kon zeggen en dat er uit het ding waarmee haar vader plast

opeens glibberig 'ding' kwam dat zuur smaakte (pv politie, pag. 239);

- haar vader met de tong tussen haar benen likte, aan het ding waar zij mee plast (pv politie, pag. 242);

- hij alles deed wat je maar kunt verzinnen, met het hele lichaam, likken tussen de

borsten, aan de kont, het hele lichaam (pv politie, pag. 244, 245);

- hij haar kneep bij haar kont met de vingers;

- het bijna elke dag gebeurde met de mond, de handen en van alles: tussen de benen met zijn mond en handen, kussen en met de vinger tussen haar benen heen en weer duwen en draaien;

- hij dat deed van voren en van achteren (pv politie, pag. 245);

- hij bij het likken met de tong draaide (pv politie, pag. 246);

- zij haar vader met de handen en de mond heeft aangeraakt door met de handen heen en weer te bewegen (pv politie, pag. 248).

Deze verklaringen vinden steun in het volgende.

In de eerste plaats heeft [slachtoffer 3] ook verklaard over seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer 2] , waarbij hij aanwezig was. [slachtoffer 2] moest verdachte pijpen en verdachte deed bij haar zijn vinger en ook zijn 'piel' erin (pv politie, pag. 281). [slachtoffer 3] heeft ook verklaard dat verdachte een video maakte van hetgeen hij met zijn dochter deed (pv politie, pag. 281-282).

Daarnaast is in een garagebox, die verdachte huurde, een mobiele telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S2 aangetroffen (pv politie, pag. 352). Bij zijn verhoor bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij een Samsung Galaxy S2 had gehad en dat deze nog ergens in de garagebox moest liggen (pv politie, pag. 616).

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte weliswaar ontkend dat dit toestel van hem is geweest, maar aan die verklaring gaat het hof als ongeloofwaardig voorbij. Het hof houdt verdachte aan zijn hiervoor genoemde, tegenover de politie afgelegde verklaring. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat uit het dossier niet blijkt dat in de bedoelde garagebox meer dan één mobiele telefoon is aangetroffen, zodat de inbeslaggenomen telefoon wel de telefoon moet zijn die verdachte in het genoemde verhoor bij de politie bedoelde, alsmede dat bij het aanzetten van die telefoon een achtergrondfoto van verdachte en [slachtoffer 3] verschijnt (pv politie, pag. 420) en dat op de telefoon een WhatsApp-applicatie aanwezig is, die, blijkens de instellingen, is gekoppeld aan het telefoonnummer

[telefoonnummer] , welk telefoonnummer van het (voormalige) bedrijf van verdachte, [bedrijf] , was (pv politie, pag. 421). Bovendien is op deze WhatsApp-applicatie de communicatie aangetroffen tussen verdachte en aangeefster [slachtoffer 4] , waarvan aangeefster [slachtoffer 4] bij haar aangifte melding heeft gemaakt (zie hierna bij feit 4; pv. politie, pag. 305 met bijlagen). Daarbij komt dat verdachte geen enkele, laat staan een plausibele, verklaring heeft gegeven van wie deze, in de door hem gehuurde garagebox aangetroffen telefoon anders zou zijn.

Deze telefoon is uitgelezen en er zijn filmpjes op aangetroffen, gemaakt met het toestel op 10 en op 11 november 2012. Ook zijn er losse afbeeldingen op het toestel gevonden (pv politie, pag. 374).

Op het filmpje dat op 10 november 2012 is gemaakt, is een minderjarige jongen, het onderlichaam van een volwassen man en een minderjarig meisje te zien. Verder is te zien dat het meisje met iedere hand een erecte penis vasthoudt, de twee penissen in haar mond neemt en met haar hoofd op en neer gaande bewegingen maakt. Vervolgens houdt het meisje met een hand de penis van de volwassen man vast, neemt de penis in haar mond en maakt op en neer gaande bewegingen met haar hoofd. Het meisje wisselt een aantal keren van de penis van de volwassen man naar de penis van de minderjarige jongen.

Het meisje is op een gegeven moment even uit beeld. Het meisje zegt vervolgens: 'Pappa,

daaronder stinkt het'.'

Op de beelden van 11 november 2012 is te zien dat een minderjarige jongen de penis van een volwassen man vast heeft met zijn hand, gelijktijdig de penis in de mond heeft en met zijn hand op en neer gaande bewegingen maakt. Ook likt de jongen met zijn tong aan de penis van de volwassen man. De jongen zegt op een gegeven moment: 'Hé, [voornaam verdachte] ' (pv politie, pag. 379 en 380).

Verder is op drie afbeeldingen op de telefoon te zien:

- foto 1: het onderlichaam. met de nadruk op de onderbuik en de vagina, van een

minderjarig meisje en een deel van de penis van een volwassen man. Het meisje ligt

op haar rug. De benen van het meisje zijn gespreid. De penis van de man is tegen de

vagina, tussen de schaamlippen, van het meisje;

- foto 4: het lichaam van een minderjarig meisje en een deel van de penis van een

volwassen man. Het meisje ligt op haar rug. De benen van het meisje zijn gespreid.

De penis van de man is tegen de vagina, tussen de schaamlippen van het meisje;

- foto 5: het lichaam van een minderjarig meisje en de buik en een deel van de penis

van een volwassen man. Het meisje ligt op haar rug. De benen van het meisje zijn

gespreid. De penis van de man is in de vagina van het meisje gepenetreerd (pv politie, pag. 387, 388 en 389).

Aan de hand van foto's van [slachtoffer 2] en van de minderjarige jongen [slachtoffer 3]

en gelet op wat de kinderen in de filmpjes zeggen, herkennen de verbalisanten

de kinderen en verdachte op de filmpjes (pv politie, pag. 379 en 380). De oma van [slachtoffer 2] , [oma van slachtoffer 2] , heeft op foto 1 het lichaam van haar kleindochter herkend aan de handen, de navel en het gehele postuur (pv politie, pag. 260). Bij de beschrijving van de foto's wordt gerelateerd dat het op alle foto's om hetzelfde meisje gaat (pv politie, pag. 388).

[slachtoffer 3] heeft zichzelf op de filmbeelden herkend, alsmede verdachte (pv politie, pag. 297).

Op het filmpje van 10 november 2012 is waar te nemen hetgeen [slachtoffer 3] heeft verklaard over wat [slachtoffer 2] moest doen bij haar vader.

Uit het hiervoor beschreven bewijs volgt dat verdachte meermalen seksueel is

binnengedrongen bij zijn kind, [slachtoffer 2] , dat op die momenten nog geen 12 jaar oud

was. De start van het misbruik kan op basis van de verklaring van [slachtoffer 2] worden bepaald vanaf haar vierde levensjaar. Het misbruik eindigde enkele dagen voordat de uithuisplaatsing door de rechter werd uitgesproken. Toen was [slachtoffer 2] 10 jaar. Als

pleegplaatsen gelden in elk geval de gemeenten [pleegplaats] en [pleegplaats] , waar verdachte

ook met zijn dochter heeft gewoond. Voor zover niet duidelijk is waar het misbruik

plaatsvond, is het in ieder geval in Nederland is geweest.

Het binnendringen bestond uit het zich laten pijpen door [slachtoffer 2] en uit het penetreren van de

vagina van [slachtoffer 2] met de penis. Verder is er een reeks andere seksuele handelingen geweest die aangemerkt worden als ontuchtig handelen.

[slachtoffer 2] heeft bij haar verhoor weliswaar niet expliciet verklaard over het vaginaal penetreren en tongzoenen, maar daarover heeft zij zich wel tegenover haar oma uitgelaten. Het steunbewijs voor het vaginaal penetreren is er in de vorm van de verklaring van [slachtoffer 3] dat verdachte bij [slachtoffer 2] zijn vinger en zijn 'piel' erin deed, alsmede in de vorm van de foto op de telefoon van verdachte en de herkenning door de oma van het lichaam van [slachtoffer 2] .

De verdediging heeft betwist dat verdachte, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op de filmbeelden zijn te zien en dat de personen op de foto's verdachte en [slachtoffer 2] zijn.

Op verzoek van de verdediging heeft het hof de filmbeelden ter terechtzitting in hoger beroep met gesloten deuren, maar in het bijzijn van verdachte en zijn raadsvrouwe en de advocaat-generaal, bekeken. De filmbeelden geven het hof geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de herkenning door verbalisanten en [slachtoffer 3] .

Ook heeft het hof met betrekking tot de foto's geen reden om aan de juistheid van de herkenning door [oma van slachtoffer 2] te twijfelen.

Het hof gaat er dan ook van uit dat op de filmbeelden inderdaad verdachte, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn te zien en op de foto's verdachte en [slachtoffer 2] . Dat verdachte de manspersoon op de foto's is, leidt het hof af uit bewijsmiddelen, in onderling verband bezien, alsmede uit het feit dat uit het dossier niet blijkt dat [slachtoffer 2] ook door een ander dan verdachte seksueel zou zijn misbruikt.

De herkenning op de filmbeelden wordt bovendien ondersteund door het feit dat het meisje in het filmpje de volwassen man 'pappa' noemt en de jongen ' [voornaam verdachte] ' tegen hem zegt.

De verdediging heeft voorts betoogd, dat de verklaring van [slachtoffer 2] onbetrouwbaar is, omdat deze is ingegeven door zijn, verdachtes, moeder, [oma van slachtoffer 2] , met wie verdachte al jaren in onmin leeft. Het hof verwerpt dit verweer. Het hof heeft geen enkele reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 2] te twijfelen. Deze verklaring is consistent en wordt bovendien ondersteund door de andere, hiervoor genoemde bewijsmiddelen, waaronder de foto's en de filmbeelden.

Op grond van de gebruikte bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht het hof het onder parketnummer 03-721122-15 onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot parketnummer 03-721122-15, feit 3

De moeder van [slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan van seksueel misbruik van haar

zoon, geboren op [geboortedatum] . Aangeefster heeft verklaard dat haar zoon verdachte

heeft gepijpt en getrokken en dat er filmpjes van zijn gemaakt (pv politie, pag. 287, 288).

[slachtoffer 3] heeft bij de politie op 21 juli 2015 verklaard dat hij verdachte al

vier of vijf jaar kent. [slachtoffer 3] kwam al van kinds af aan bij verdachte. Aanvankelijk

vanwege zijn omgang met [slachtoffer 2] , maar, toen hij 9 à 10 jaar was begon hij ook met [verdachte]

om te gaan. De eerste twee jaar was het leuk, maar daarna kwamen de negatieve dingen:

seksuele dingen (pv politie, pag. 40).

Verdachte raakte [slachtoffer 3] aan zijn piemel met de handen. Verdachte hield de penis van [slachtoffer 3] vast en ging op en neer met zijn hand. Dat vond plaats op het adres [straat] in [pleegplaats] . [slachtoffer 3] moest verdachte ook aan diens piemel trekken (pv politie, pag. 273, 274).

In het eerste verhoor is [slachtoffer 3] terughoudend met het verklaren over wat er is gebeurd. Bij het

tweede verhoor, wanneer er filmpjes zijn aangetroffen, verklaarde [slachtoffer 3] dat:

- er veel meer was gebeurd;

- er video's stonden op een zwarte telefoon, een Samsung;

- het in het begin leuk was en hij mocht roken;

- hij op een gegeven moment een biertje kreeg en dat verdachte toen een paar video's

heeft gemaakt, de eerste keer op de [straat] in [pleegplaats] ;

- het daarna vaker is gebeurd (pv politie, pag. 280);

- hij acht of negen jaar oud was toen de eerste keer iets gebeurde, dat verdachte aan

hem begon te zitten en dat hij aan verdachte moest zitten, aan zijn 'pielie';

- verdachte op en neer ging met zijn handen over zijn 'pielie' en dat ze dat trekken

noemden en dat hij dat bij verdachte moest doen;

- hij verdachte moest pijpen, met zijn mond heen en weer gaan over zijn 'pielie' en dat

verdachte dat had opgenomen met zijn telefoon;

- de laatste keer opnemen ook op de [straat] was;

- dat een vies momentje was voor hem en voor [slachtoffer 2] en dat zij hier ook bij gebruikt

werd;

- hij op de [straat] wat moest doen en [slachtoffer 2] en [verdachte] wat moesten doen;

- [slachtoffer 2] haar vader moest pijpen en hij iets bij [slachtoffer 2] moest doen van verdachte;

- [slachtoffer 2] hem moest pijpen en dat verdachte hem heeft gepijpt en dat verdachte

daar ook een video van heeft gemaakt;

- de laatste keer dat hij verdachte heeft moeten pijpen 2 februari 2015 is geweest in

een woning op het adres [straat] in [pleegplaats] ;

- hij verdachte heel vaak heeft moeten pijpen (pv politie, pag. 281, 282).

Deze verklaringen worden voor een deel ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2] . Zij heeft verklaard dat haar vader [slachtoffer 3] (in het proces-verbaal van politie geschreven als ' [fonetische spelling voornaam slachtoffer 3] ') wel eens tussen de benen heeft gelikt (pv politie, pag. 255).

Ook worden de verklaringen van [slachtoffer 3] ondersteund door de filmbeelden die zijn aangetroffen op de mobiele telefoon die is gevonden in de garagebox die door verdachte werd gehuurd, op welke filmbeelden verdachte, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn herkend. Het hof verwijst hieromtrent naar hetgeen het hiervoor heeft overwogen met betrekking tot het onder parketnummer 03-721122-15 onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde.

Uit het hiervoor beschreven bewijs volgt dat verdachte meermalen seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 3] , die bij de start van het misbruik nog geen 12 jaar

oud was. De start van het misbruik lag in augustus 2008, toen [slachtoffer 3] 8 jaar was en het misbruik eindigde op 2 februari 2015. Toen was [slachtoffer 3] 14 jaar. Als pleegplaats geldt de gemeente [pleegplaats] .

Het binnendringen bestond uit het zich laten pijpen door [slachtoffer 3] . Dat heeft plaatsgevonden

vóór en na het twaalfde levensjaar van [slachtoffer 3] . Verder zijn er andere seksuele handelingen

geweest die aangemerkt worden als ontuchtig handelen in de vorm van aftrekken, betasten en likken van elkaars penis.

Naast de verklaring van [slachtoffer 3] is er aanvullend bewijs in de vorm van de filmpjes op de

telefoon van verdachte en de herkenning van betrokkenen door de verbalisanten en [slachtoffer 3]

zelf. Zoals het hof hiervoor heeft overwogen, heeft het geen aanleiding om aan de juistheid van die herkenningen te twijfelen, mede gelet op het feit dat het meisje in het filmpje de volwassen man 'pappa' noemt en de jongen ' [voornaam verdachte] ' tegen hem zegt.

Het hof acht het onder parketnummer 03-721122-15 onder 3 tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot parketnummer 03-721122-15, feit 4

Aangeefster [slachtoffer 4] , het nichtje van verdachte, geboren op [geboortedatum] , heeft op 20 augustus 2015 aangifte gedaan van ontuchtige handelingen door verdachte bij haar. Zij heeft verklaard dat toen zij ongeveer 9 jaar was, verdachte haar op schoot nam en over haar kleding en haar vagina wreef. Hij hield haar vast toen ze op wilde staan (pv politie, pag. 340). Een andere keer trok hij haar maillot omlaag en ging hij met zijn tong over haar vagina, nadat hij haar benen uit elkaar had geduwd (pv politie, pag. 341). Het gebeurde ongeveer 4 keer. De laatste keer was vlak voordat hij naar [pleegplaats] was verhuisd (pv politie, pag. 342).

Aangeefster [slachtoffer 4] plaatst de ontuchtige handelingen rond haar achtste en negende

levensjaar. Zij heeft echter ook verklaard dat de handelingen van verdachte plaatsvonden

vóór haar eerste communie en vóór haar verhuizing van de wijk [wijk] in [pleegplaats] naar

de wijk [wijk] in [pleegplaats] (pv politie, pag. 340). De verhuizing vond plaats in het midden van het jaar waarin zij in groep 3 van de basisschool zat. Ten tijde van haar eerste communie zat zij in groep 4 (pv politie, pag. 342). Dat alles betekent dat [slachtoffer 4] , die geboren is op [geboortedatum] , in 1998 moet zijn verhuisd en in het voorjaar van 1999 communie moet hebben gedaan.

De verklaring van aangeefster [slachtoffer 4] vindt steun in een reeks WhatsApp-berichten over en weer van haar (' [voornaam slachtoffer 4] ') en verdachte (' [voornaam verdachte] neef') in 2013. Gesproken wordt over dingen die in het verleden zijn gebeurd, die [slachtoffer 4] toeliet toen zij nog jong was en die zij nooit aan iemand heeft verteld, dingen die verdachte heel erg vindt, dingen waarvan verdachte blij is dat het niet veel heeft aangericht en waar hij vaak aan denkt omdat hij zelf een dochter heeft. Volgens verdachte had [slachtoffer 4] nog genoeg te goed van hem (pv politie, pag. 306 - 311). Het hof leidt uit de inhoud van deze berichten af dat verdachte heeft gedoeld op de ontuchtige handelingen die hij in het verleden met haar heeft gepleegd.

Bij het onderzoek van de eerder genoemde Samsung Galaxy, die in een garagebox die verdachte huurde is aangetroffen, bleken de telefoonnummers en de aanduiding van de namen van verdachte en [slachtoffer 4] overeen te komen (pv politie, pag. 319, 320).

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij in dit WhatsApp-gesprek refereerde aan een ruzie die hij in het verleden had gehad met de vader van [slachtoffer 4] , waarbij zij aanwezig was. Het hof acht deze verklaring ongeloofwaardig, omdat dat op geen enkele manier uit dat chatgesprek blijkt.

Ook wordt de verklaring van [slachtoffer 4] ondersteund door de verklaring van haar moeder, [moeder van slachtoffer 4] , die heeft verklaard dat [slachtoffer 4] haar op een gegeven moment heeft verteld over de dingen die er met verdachte waren gebeurd en dat [slachtoffer 4] toen helemaal ontredderd was, totaal in verdriet, in tranen (pv politie, pag. 346).

De verdediging heeft gewezen op een element in de verklaring van aangeefster [slachtoffer 4] die aantoonbaar onjuist is. Zij heeft namelijk verklaard dat een van de keren dat verdachte ontucht met haar pleegde, was in het schuurtje bij de woning van de ouders van verdachte in de wijk [wijk] in [pleegplaats] , waar je een paar trapjes naar beneden moest, terwijl in het betreffende schuurtje, zo is door verbalisanten in een aanvullend proces-verbaal vastgesteld, geen trapjes aanwezig zijn.

Dat aangeefster [slachtoffer 4] zich tijdens haar aangifte, 16 of 17 jaar na het voorval, mogelijk vergist in de aanwezigheid van trapjes is voor het hof geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van haar verklaring over de ontuchtige handelingen die verdachte bij haar heeft verricht. Haar verklaring is consistent en wordt, zoals hiervoor overwogen, ondersteund door het WhatsApp-gesprek.

Het hof acht het onder parketnummer 03-721122-15 onder 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

Voor zover de bewijsverweren van de verdediging niet reeds hun weerlegging vinden in de gebruikte bewijsmiddelen, worden zij derhalve verworpen.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd,

en

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

en

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

en

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-134189-15 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof overweegt grotendeels overeenkomstig de rechtbank als volgt. De geestvermogens en de persoonlijkheid van de verdachte zijn door gedragsdeskundigen onderzocht. Er is een rapport opgemaakt door klinisch psycholoog M.H.C.C. Nieuwhof en de verdachte is in het Pieter Baan Centrum (hierna: het PBC) geobserveerd en onderzocht.

Psycholoog Nieuwhof komt in haar rapport van 29 november 2015 onder meer tot de conclusie dat verdachte een ziekelijke stoornis in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft. Dat was ook zo ten tijde van het tenlastegelegde, maar omdat de verdachte ontkent dat hij zich aan het ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt, kan er geen conclusie worden gegeven omtrent de toerekeningsvatbaarheid.

In het rapport van het PBC van 6 juli 2016 wordt - kort samengevat - beschreven dat geen harde uitspraken kunnen worden gedaan over de aanwezigheid van een gebrekkige ontwikkeling of van stoornissen. Dit wordt veroorzaakt door de ontkennende houding van de verdachte en een gebrek aan medewerking aan de onderdelen van het onderzoek die juist een licht op de feiten, indien bewezen verklaard, zouden kunnen werpen. De verdachte komt uit het PBC-onderzoek naar als beneden gemiddeld intelligent. Voor het overige heeft men weinig zicht kunnen krijgen op zijn innerlijke gedachten- en belevingswereld. Het PBC kan ook geen conclusie geven omtrent de toerekeningsvatbaarheid.

Het hof neemt de conclusies van de gedragsdeskundigen, voor zover hierboven weergegeven, over. Het hof is van oordeel dat er geen feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de verdachte voor de feiten geheel of gedeeltelijk uitsluiten. De feiten kunnen derhalve aan verdachte worden toegerekend.

Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd. Volgens de verdediging is de gevorderde gevangenisstraf van 12 jaren te hoog. Zij heeft erop gewezen dat deze straf afwijkt van de 'Richtlijn voor strafvordering seksueel misbruik van minderjarigen van het openbaar ministerie.'

Het hof overweegt, grotendeels overeenkomstig de rechtbank, als volgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich vanaf 2007 tot aan maart 2015 aan meerdere kinderen vergrepen, [slachtoffer 1] , zijn dochter [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en zijn nichtje [slachtoffer 4] . De aard van de handelingen varieert van ontuchtige handelingen bij het meisje [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] tot seksueel binnendringen bij zijn dochter [slachtoffer 2] en bij [slachtoffer 3] . De feiten zijn ronduit schokkend.

Verdachte heeft [slachtoffer 2] , zijn eigen dochter, al vanaf zeer jonge leeftijd misbruikt. De handelingen die verdachte pleegde met de kinderen, in het bijzonder met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , en die hij door hen bij zichzelf liet uitvoeren, zijn volstrekt verwerpelijk.

Verdachte denkt kennelijk alleen aan zichzelf en lijkt totaal geen last van zijn geweten te hebben. De slachtoffers dragen de ernstige geestelijke gevolgen van het misbruik. Uit de slachtofferverklaringen en de stukken die in het kader van de schadeclaims zijn besproken op de terechtzitting in eerste aanleg en - voor een deel - in hoger beroep, blijkt van een ingrijpend leed, waarvan niet bekend is of dat ooit voldoende zal helen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor aanzienlijke duur met zich brengt.

Het drugsfeit valt bij de andere feiten in het niet en is niet van invloed op de hoogte van de straf.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat verdachte niet alleen fors moet worden gestraft voor de feiten, maar dat hij ook langdurig uit de samenleving moet worden verwijderd vanwege het recidivegevaar. Dat recidivegevaar kon door de gedragsdeskundigen en de reclassering niet specifiek worden ingeschat. Daarvoor heeft verdachte onvoldoende meegewerkt. Opvallend is dat hij vooral geweigerd heeft mee te werken aan de deelonderzoeken die een licht zouden kunnen werpen op het hoe en waarom van het plegen van de feiten, bijvoorbeeld als het gaat om zijn seksualiteitsbeleving en of er sprake is van pedofilie. De inschatting is in de rapporten gebaseerd op meer algemene indicatoren, zoals een veroordeling voor eerder niet-seksueel geweld, delictgedrag vanaf jonge leeftijd en het gegeven dat verdachte alleenstaand is. Statistisch gezien levert dat een hoog recidiverisico op. Het hof baseert in navolging van de rechtbank het recidivegevaar daarnaast ook op de ernst van de feiten zelf, het aantal slachtoffers, de zeer lange periode waarin het misbruik zich heeft afgespeeld en op het gegeven dat verdachte tegen al het bewijs in maar blijft ontkennen. Dat is ook ter terechtzitting gebleken. Verdachte wijt alles aan leugens die zijn moeder over hem heeft verspreid of beroept zich op zijn zwijgrecht. Zijn moeder heeft volgens verdachte de anderen zo ver gekregen deze leugens over te nemen.

Door gebrek aan medewerking door verdachte is, zoals gezegd, niet duidelijk geworden of er een behandeling van de verdachte mogelijk is die het recidivegevaar tot een aanvaardbaar niveau kan terugdringen. Psycholoog Nieuwhof heeft een stoornis bij de verdachte gediagnosticeerd en de deskundigen van het PBC sluiten stoornissen niet uit, maar geen van de deskundigen kan een behandeladvies geven. Daar kan dan ook geen rekening mee worden gehouden bij het opleggen van een straf. Langdurige opsluiting, in het belang van de slachtoffers en de maatschappij, is dan de enige sanctiemogelijkheid die overblijft.

Alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking nemend, acht het hof een gevangenisstraf van 12 jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.453,27, bestaande uit een bedrag van € 253,27 ter zake van materiële schade en een bedrag van € 1.200,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte heeft de vordering inhoudelijk niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 03-721122-15 onder 1

bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Hetzelfde geldt voor de wettelijke rente, waarbij het hof als ingangsdatum de einddatum van de bewezenverklaarde periode neemt.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake tevens de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 20.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het schadeveroorzakende feit. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte heeft de vordering inhoudelijk niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 03-721122-15 onder 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Het hof overweegt daarbij dat, overeenkomstig de vordering van de benadeelde partij, dit bedrag is gebaseerd op letselcategorie 5 van de letsellijst van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een zedenmisdrijf met seksueel binnendringen onder verzwarende omstandigheden. Verzwarende omstandigheden zijn naar het oordeel van het hof in dit geval dat de dader de vader is van het slachtoffer alsmede dat de bewezenverklaarde gedragingen gedurende een zeer lange periode stelselmatig heeft plaatsgevonden. De schadevergoeding kan dan ook naar billijkheid worden vastgesteld op het gevorderde bedrag van € 20.000,-. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Hetzelfde geldt voor de wettelijke rente, waarbij het hof, anders dan de benadeelde partij, als ingangsdatum de einddatum van de bewezenverklaarde periode neemt.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake tevens de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.617,97, bestaande uit een bedrag van € 417,97 ter zake van materiële schade en een bedrag van € 1.200,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft zij vergoeding van een bedrag van € 32,53 gevorderd ter zake van proceskosten.

De benadeelde partij is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard in deze vordering.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Daarnaast heeft zij in hoger beroep vergoeding van proceskosten verzocht, bestaande uit reiskosten voor het bijwonen van de zitting in eerste aanleg ad € 13,22, alsmede de kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg en in hoger beroep ad € 768,- (2 punten x tarief I Rb ad € 384,-).

De verdachte heeft de vordering inhoudelijk niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 03-721122-15 onder 4 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Hetzelfde geldt voor de wettelijke rente, waarbij het hof als ingangsdatum de einddatum van de bewezenverklaarde periode neemt.

Met betrekking tot de proceskosten overweegt het hof als volgt. De reiskosten voor het bijwonen van de zitting in eerste aanleg ad € 13,22 komen voor toewijzing in aanmerking. Hetzelfde geldt voor de kosten van rechtsbijstand, zij het dat het hof daarvoor, anders dan de benadeelde partij, op de volgende berekening komt:

Eerste aanleg: vordering ≤ € 25.000,-, dus het kantontarief is van toepassing. De hoofdsom bedraagt € 1.617,97, dus als tarief geldt € 150,- per punt.

Bijwonen zitting 1 punt, derhalve 1 punt x € 150,- = € 150,-.

Hoger beroep

De vordering bedraagt € 1.617,97, dus tarief I in hoger beroep is van toepassing ad € 632,- per punt.

Bijwonen zitting 1 punt, derhalve 1 punt x € 632,- = € 632,-.

In totaal komt aan kosten rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking (€ 150,- + € 632,- =) € 782,-. De totale proceskosten bedragen dan (€ 32,53 + € 782,- =) € 814,53.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake tevens de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Het hof merkt hierbij op, dat de gevorderde proceskosten niet in aanmerking kunnen worden genomen bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 36f, 57, 244, 245, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer

03-134189-15 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.453,27 (duizend vierhonderddrieënvijftig euro en zevenentwintig cent) bestaande uit € 253,27 (tweehonderddrieënvijftig euro en zevenentwintig cent) materiële schade en € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.453,27 (duizend vierhonderddrieënvijftig euro en zevenentwintig cent) bestaande uit € 253,27 (tweehonderddrieënvijftig euro en zevenentwintig cent) materiële schade en € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 (vierentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 20.000,00 (twintigduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 135 (honderdvijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.650,50 (duizend zeshonderdvijftig euro en vijftig cent) bestaande uit € 450,50 (vierhonderdvijftig euro en vijftig cent) materiële schade en € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 december 1999 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 december 1999 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 814,53.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-721122-15 onder 4 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.650,50 (duizend zeshonderdvijftig euro en vijftig cent) bestaande uit € 450,50 (vierhonderdvijftig euro en vijftig cent) materiële schade en € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 december 1999 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 31 december 1999 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. N.J.M. Ruyters, voorzitter,

mr. M.L.P. van Cruchten en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,

en op 2 augustus 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Van Cruchten en mr. De Roos zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.