Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:3335

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-07-2017
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
200.187.324_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:1435
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:5483
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:1200
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2343
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3849
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:185
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:1697
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2370
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

erfrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.187.324/01

arrest van 25 juli 2017

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

verder: [appellant] ,

advocaat: mr. S.R. Baetens te Veldhoven,

tegen:

1 [geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

verder: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] ,

advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 4 april 2017 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 4324340/rolnummer 15/8257 tussen partijen gewezen vonnis van 26 november 2015.

6 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 4 april 2017;

  • -

    de akte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 2 mei 2017 met producties;

  • -

    de antwoordakte van [appellant] van 30 mei 2017 met producties.

Partijen hebben arrest gevraagd.

7 De verdere beoordeling

7.1

Bij tussenarrest van 4 april 2017 heeft het hof [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] in de gelegenheid gesteld om in het geding te brengen:

  • -

    de aangiften en aanslagen IB over 2013 en 2014;

  • -

    een overzicht van de mutaties op bankrekening [bankrekening] vanaf 11 september 2009 tot en met de opheffing ervan,

en de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] . [appellant] zou daarop bij antwoordakte kunnen reageren.

7.2

Naar aanleiding hiervan hebben [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] de volgende stukken overgelegd:

  • -

    de aangifte over 2014 en de aanslagen over 2013 en 2014;

  • -

    de rekeningafschriften van bankrekening [bankrekening] van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2017.

In hun akte vermelden [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] dat de rekeningafschriften vanaf 11 september 2009 tot 1 maart 2011 niet in hun bezit zijn.

7.3

In zijn antwoordakte merkt [appellant] op dat de aangifte IB over 2013 ontbreekt en dat blad 001 van het rekeningafschrift van 31 juli 2012 (volgnummer 8) ontbreekt. Verder maakt [appellant] er bezwaar tegen dat over het ontbreken van de rekeningafschriften vanaf 11 september 2009 tot 1 maart 2011 alleen wordt gemeld dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] deze niet in hun bezit hebben, terwijl nu uit de overgelegde rekeningafschriften blijkt dat de rekening niet alleen op naam van de vader van partijen stond maar een en/of-rekening van hem en [geïntimeerde 1] was.

7.4

Dit commentaar van [appellant] snijdt hout. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben in onvoldoende mate voldaan aan het tussenarrest van 4 april 2017 en daarvoor ook geen aannemelijke verklaring gegeven. Het hof zal hen - opnieuw - in de gelegenheid stellen volledig aan het tussenarrest van 4 april 2017 te voldoen door de ontbrekende stukken alsnog over te leggen. Het gaat hierbij om de volgende stukken:

  • -

    de aangifte IB over 2013;

  • -

    blad 001 van het rekeningafschrift van 31 juli 2012 (volgnummer 8);

  • -

    de rekeningafschriften vanaf 11 september 2009 tot 1 maart 2011.

[appellant] zal hierop wederom bij antwoordakte kunnen reageren.

7.5

In zijn antwoordakte van 30 mei 2017 is [appellant] niet alleen ingegaan op de overgelegde stukken maar ook op een aantal andere onderwerpen. Daarvoor was de aktewisseling niet bestemd, zoals het hof in het tussenarrest van 4 april 2017 uitdrukkelijk heeft vermeld (slotzin r.o. 4.8). Het hof laat al hetgeen [appellant] over die andere kwesties naar voren heeft gebracht dan ook buiten beschouwing. Ook voor de aktewisseling naar aanleiding van dit tweede tussenarrest geldt dat deze niet voor enig ander doel is bestemd.

7.6

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

8 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 22 augustus 2017 voor akte aan de zijde van geïntimeerden met het hiervoor onder 7.4 vermelde doel;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, W.H.B. den Hartog Jager en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 25 juli 2017.

griffier rolraadsheer