Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:2967

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
30-06-2017
Zaaknummer
20-003177-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2016:5724, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van een poging tot en de voorbereiding van een overval op respectievelijk een Aldi in Bakel en een Aldi in Son, alsmede de opzetheling van een auto en de diefstal in vereniging van benzine tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003177-16

Uitspraak : 27 juni 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant

van 18 oktober 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, met parketnummers

01-879129-16 en 01-230726-15, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960 ,

thans verblijvende in Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte (in de zaak met parketnummer 01-879129-16) ter zake van, kort gezegd,

 een overval samen met een ander op de Aldi in Nuenen (feit 1),

 een poging tot overval samen met een ander op de Aldi in Bakel (feit 2),

 voorbereidingshandelingen samen met een ander voor een overval op de Aldi te Son (feit 3),

 opzetheling van een auto in Son (feit 4), en (in de ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde zaak met parketnummer 01-230726-15)

 diefstal van benzine samen met een ander,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts zijn beslissingen genomen over de in beslag genomen voorwerpen.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging heeft bepleit dat het hof verdachte zal vrijspreken van het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde en het in de gevoegde zaak met parketnummer 01-230726-15 ten laste gelegde. De verdediging heeft zich ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van het beslag heeft de verdediging het hof verzocht te bepalen dat de inbeslaggenomen schoenen aan verdachte worden teruggegeven.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd. Bovendien is het beroepen vonnis niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 01-879129-16:
1.
hij op of omstreeks 07 januari 2016 te Nuenen, in elk geval in het arrondissement Oost Brabant, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen, wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (medewerksters van die Aldi) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (in totaal ongeveer 5.500 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Aldi Best B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (in totaal ongeveer 5.500 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Aldi Best B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (medewerksters van die Aldi), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bij genoemde diefstal en/of genoemde afpersing hierin bestond dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s),

 voornoemde Aldi binnen is/zijn gegaan met (daarbij) een pistool in zijn/hun hand en/of

 een pistool heeft/hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

 tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woorden: “Meekomen naar het kantoor” en/of “Wij willen geld” en/of “Kluis open, geld” en/of “Maak m open, anders schieten we jou kapot”, althans woorden van gelijke aard, heeft geroepen/geuit;

2.
hij op of omstreeks 23 januari 2016 te Bakel, gemeente Gemert-Bakel, in elk geval in het arrondissement Oost-Brabant, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of (een) geld(bedrag), geheel of ten dele toebehorende aan Aldi (vestiging Bakel), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (medewerk(st)ers van die Aldi), gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

 (een) bivakmuts(en) op heeft/hebben gedaan en/of

 voornoemde Aldi binnen is/zijn gegaan met (daarbij) een pistool in zijn/hun hand en/of

 een pistool heeft/hebben getoond aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

 tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] de woorden: “Overval” en/of “Meekomen” en/of “Hier blijven” en/of “Doe die deur open”, althans woorden van gelijke aard, heeft/hebben geroepen/geuit en/of

 die [slachtoffer 4] in/bij zijn nek, althans zijn lichaam heeft (vast)gepakt en/of op/tegen het hoofd, althans het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of op/tegen zijn bil/heup, althans het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.
hij op of omstreeks 30 januari 2016 te Son, gemeente Son en Breugel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld en/of afpersing, opzettelijk

 een gestolen voertuig (Peugeot 205, [kenteken 1] ) en/of

 (een) bivakmuts(en) en/of

 handschoenen en/of

 (een) wapen(s) en/of

 een tas

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;


4.
hij op of omstreeks 30 januari 2016 te Son, gemeente Son en Breugel, een goed te weten een voertuig (Peugeot 205 [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Zaak met parketnummer 01-230726-15 (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 16 november 2015 te Eindhoven, tezamen en in vereniging

met een of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 01-879129-16

In de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 1 is aan verdachte ten laste gelegde dat hij, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), zich op 7 januari 2016 schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – een gewapende overval op een vestiging van de Aldi supermarkt in Nuenen. De overval vond rond 20.00 uur plaats.

Verdachte heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij dit feit.

In het dossier bevindt zich een aangifte van de supermarktmedewerkster

[slachtoffer 1] , namens Aldi Best B.V., en de verklaring van de medewerkster

[slachtoffer 2] , van Aldi.

Het hof stelt allereerst vast dat noch de modus operandi van deze overval, zoals blijkend uit deze verklaringen, te weten dat rond sluitingstijd van de winkel twee met vuurwapens gewapende mannen binnenkomen, waarvan er één een bivakmuts draagt en de ander gelaatsbedekkende kleding (een capuchon ver over het hoofd en voor zijn gezicht een shawl, mogelijk een bivakmuts) en vervolgens onder bedreiging van vuurwapens geld opeisen, noch de door de medewerksters gegeven signalementen, voldoende specifiek zijn om hiermee een eventuele daderschap van verdachte te kunnen vaststellen.

De omstandigheid dat een personenauto van het merk Nissan waarvan het gebruik aan verdachte zou kunnen worden toegeschreven zich ten tijde van de overval op circa 200 meter van de plaats van de overval bevond, en vanaf die plaats om 20.07 uur is vertrokken en naar de [straatnaam] in Eindhoven is gereden, is, zonder dat er uit het dossier enige link is te leggen tussen de overval op de Aldi en deze Nissan, eveneens onvoldoende om de betrokkenheid van verdachte bij deze overval in voldoende mate te kunnen vaststellen. Ander bewijsmateriaal, in de vorm van technische sporen, dan wel getuigenverklaringen, ontbreekt.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 2, 3 en 4 en in de gevoegde zaak met parketnummer 01-230726-15 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 01-879129-16:
2.
hij op 23 januari 2016 te Bakel, gemeente Gemert-Bakel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, toebehorende aan Aldi (vestiging Bakel), welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (medewerkers van die Aldi), gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

 bivakmutsen op hebben gedaan en

 voornoemde Aldi binnen zijn gegaan met daarbij een pistool in hun hand en

 een pistool hebben getoond aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en

 tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] de woorden: “Overval” en “Meekomen” en “Hier blijven” en “Doe die deur open”, althans woorden van gelijke aard, heeft geroepen en

 die [slachtoffer 4] bij zijn nek heeft vastgepakt en tegen het hoofd heeft geslagen en tegen zijn bil/heup geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.
hij op 30 januari 2016 te Son, gemeente Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld en/of afpersing, opzettelijk

 een gestolen voertuig (Peugeot 205, [kenteken 1] ) en

 een bivakmuts en

 handschoenen en

 een tas

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;


4.
hij op 30 januari 2016 te Son, gemeente Son en Breugel, een goed, te weten een voertuig (Peugeot 205, [kenteken 1] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Zaak met parketnummer 01-230726-15 (gevoegd):
1.
hij op 16 november 2015 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid benzine, toebehorende aan [slachtoffer 5] .

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Zaak met parketnummer 01-879129-16

De verdediging heeft bepleit dat het hof verdachte zal vrijspreken van het onder 2 en 3 ten laste gelegde. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman – op gronden als vermeld in de pleitnota – aangevoerd dat elk direct bewijs tegen verdachte ontbreekt en dat een bewijsketen-redenering om te kunnen komen tot een bewezenverklaring niet mogelijk is, nu de modus operandi van de ten laste gelegde feiten teveel verschillen vertonen ten opzichte van elkaar.

Het hof overweegt het navolgende.

Op zaterdag 23 januari 2016 heeft de poging tot overval samen met een ander op de Aldi aan de Dorpsstraat te Bakel omstreeks 17.55 uur, vlak voor sluitingstijd, plaatsgevonden. In en nabij de Dorpsstraat heeft zich rond het tijdstip van de overval een Opel Corsa met [kenteken 2] bevonden.

Blijkens de huurovereenkomst is de Opel Corsa gehuurd door [betrokkene 1] . Deze [betrokkene 1] heeft bij zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij de Opel op 22 januari 2016 aan [bijnaam verdachte] heeft gegeven om deze terug te brengen. Zowel [betrokkene 1] als diens dochter [betrokkene 2] hebben verklaard dat verdachte regelmatig bij [betrokkene 2] , wonende aan de [straatnaam] [huisnummer] in Eindhoven , kwam. De gegevens van het track & trace-systeem van voornoemde Opel Corsa laten zien dat de Opel Corsa zich met enige regelmatigheid heeft bevonden op de [straatnaam] in Eindhoven. Ook volgt uit deze gegevens dat de Opel Corsa meerdere nachten aan de Bogardeind 219 te Geldrop heeft gestaan. Dit is het adres van een NH-hotel, alwaar verdachte op de overeenkomstige nachten verbleef. [medeverdachte] heeft op 4 februari 2016 bij de politie verklaard dat de betreffende Opel Corsa op 15 januari 2016 was gehuurd en hij die auto vanaf die dag had, dat in de eerste week verdachte er ook in reed, dat verdachte de auto op 22 januari 2016 moest terugbrengen en dat verdachte – het hof begrijpt in elk geval vanaf 22 januari 2016 – in de auto reed. Tot slot treffen de verbalisanten bij de fouillering van verdachte bij diens aanhouding op 30 januari 2016 een autosleutel aan die past op het slot van de Opel Corsa met het [kenteken 2] .

Verdachte heeft dienaangaande verklaard dat hij na 22 januari 2016 de betreffende Opel Corsa inderdaad in gebruik had, maar dat ook anderen dan hij de auto gebruikten. Ondanks hiertoe meerdere malen uitdrukkelijk te zijn uitgenodigd door het hof, heeft verdachte niet willen vertellen wie deze personen dan waren. Door te weigeren de namen van deze personen te noemen, heeft verdachte het voor het hof onmogelijk gemaakt diens verklaring te toetsen. Bij gebrek aan aanwijzingen dan wel een nadere onderbouwing van verdachtes stelling dat ook anderen de Opel Corsa gebruikten, leidt het hof uit vorenstaande feiten en omstandigheden af dat verdachte tussen 22 januari 2016 en 30 januari 2016 is aan te wijzen als enige gebruiker van de Opel Corsa met [kenteken 2] .

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, in het bijzonder de gegevens van het track & trace-systeem van de Opel Corsa, is voor het hof het navolgende komen vast te staan.

Op vrijdag 22 januari 2016 omstreeks 18.45 uur is verdachte met de Opel Corsa van de [straatnaam] te Eindhoven naar de Dorpsstraat in Bakel gereden, alwaar hij om 19.20 uur is aangekomen. In deze straat bevindt zich een Aldi die die dag als sluitingstijd 20.00 uur had. Om 19.44 uur is verdachte vervolgens naar de Beekakker in Bakel (afstand 0,9 km) gereden. Om 20.07 uur, derhalve net na de sluitingstijd van de Aldi, is verdachte weer vertrokken van de Beekakker in Bakel en na ongeveer een half uur teruggereden naar de [straatnaam] in Eindhoven.

Op 23 januari 2016 is verdachte wederom vanaf de [straatnaam] in Eindhoven naar de Dorpsstraat te Bakel gereden, alwaar hij om 17.32 uur aankwam. Die dag zou de Aldi in Bakel om 18.00 uur sluiten. Om 17.39 uur is verdachte opnieuw naar de Beekakker te Bakel gereden.

Omstreeks 17.55 uur vindt vervolgens de poging tot een gewapende overval door twee mannen plaats op de Aldi gevestigd aan de Dorpsstraat te Bakel. De filiaalmanager,

[slachtoffer 4] , had zojuist het winkelgedeelte gedweild en de winkel was leeg. Nadat de overvallers zijn weggevlucht vanwege het alarm dat afging, ziet [slachtoffer 4] dat de overvaller wegrende in de richting van een geparkeerde Volkswagen Golf met het [kenteken 3] . Ook de [getuige 1] heeft op 23 januari 2016 rond 17.55 uur gezien dat een man met een bivakmuts rende in de richting van een Volkswagen Golf, waarvan zijn vriend had gezien dat deze het [kenteken 3] had. Op grond van het dossier is het hof voorts gebleken dat deze Volkswagen Golf na de poging tot overval de parkeerplaats aan de Beekakker in Bakel is opgereden en dat circa 2 minuten later verdachte met de Opel Corsa datzelfde parkeerterrein is afgereden en is teruggereden naar de [straatnaam] in Eindhoven.

Door forensisch rechercheurs is onderzoek verricht aan de voornoemde Volkswagen Golf. Voor de passagiersstoel hebben zij eikenblaadjes en een op hondenpoep gelijkende substantie aangetroffen die is veiliggesteld. Voorts zijn in de Aldi in Bakel op de net gedweilde vloer door forensisch rechercheurs diverse schoenafdruksporen in een gangpad aangetroffen. Deze schoensporen zijn veiliggesteld. In het gangpad zijn tevens bevuilde tegels aangetroffen met eikenbladeren en een op hondenpoep gelijkende substantie. Ook deze substantie is veiliggesteld.

Ten tijde van de aanhouding van verdachte en [medeverdachte] op 30 januari 2016 droegen zij beide hetzelfde type schoenen. Deze schoenen zijn in beslag genomen en veiliggesteld. Onder de schoenen van [medeverdachte] is een substantie aangetroffen die leek op ingedroogde hondenpoep. Ook deze substantie is veiliggesteld. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft gerapporteerd dat de resultaten van het vergelijkend onderzoek naar het fecaal materiaal vanaf de vloer in de winkel met dat van voor de passagiersstoel van de Volkswagen Golf en van het onder de schoen van [medeverdachte] aangetroffen fecaal materiaal zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer de hypothese dat de fecaliën van één en hetzelfde dier afkomstig is waar is, dan wanneer de hypothese dat de fecaliën van verschillende dieren afkomstig zijn waar is.

Ook de in de Aldi aangetroffen vier schoenafdruksporen zijn vergeleken met de onder verdachte en [medeverdachte] in beslaggenomen schoenen. De schoenmaat van de onder verdachte inbeslaggenomen schoenen betrof schoenmaat 41 en die van [medeverdachte] schoenmaat 43. Ten aanzien van twee van de vier in de Aldi in Bakel aangetroffen schoenafdruksporen is gerelateerd dat respectievelijk de rechterschoen en de linkerschoen van de onder verdachte inbeslaggenomen schoenen gezien het weergegeven profiel, afmetingen en/of de vorm in aanmerking komen als veroorzaker van de betreffende schoenafdruksporen. Ten aanzien van de andere twee schoenafdruksporen is met dezelfde motivering gerelateerd dat de rechterschoen van [medeverdachte] in aanmerking komt als veroorzaker van die schoenafdruksporen. Op grond van de uitkomsten van het onderzoek is voor het hof komen vast te staan dat de schoenafdruksporen die zijn aangetroffen in de Aldi te Bakel veroorzaakt zijn door schoenen soortgelijk aan de schoenen die onder verdachte en medeverdachte in beslag zijn genomen en dat de schoenen van de [medeverdachte] ten tijde van de overval op de Aldi op 23 januari 2016 in Bakel zijn gedragen door één van de overvallers.

Verdachte heeft bij rechter-commissaris op 5 februari 2016 weliswaar bekend dat hij op 23 januari 2016 rond het tijdstip van de overval de bestuurder is geweest van de Opel Corsa en dat het klopt dat hij op 30 januari (2016) de sleutel van die Opel Corsa bij zich had, doch heeft ontkend daarmee in Bakel te hebben gereden. Zijn verklaring houdt immers in dat hij [medeverdachte] rond 17.45 uur bij een café op de Woenselse Markt (het hof begrijpt: in Eindhoven) heeft opgehaald met de Opel Corsa en hij [medeverdachte] rond 18.30 uur heeft afgezet bij een kennis van [medeverdachte] op de Vaartbroek (het hof begrijpt:) in Eindhoven. Deze verklaring van verdachte is echter in tegenspraak met de hierboven weergegeven gegevens van het track & trace-systeem van de Opel Corsa. Het hof is dientengevolge van oordeel dat het door verdachte geschetste alibi niet aannemelijk is geworden en dus terzijde moet worden geschoven.

Conclusie ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

Gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang en (tijds)verband bezien, ook met de hierna te vermelden feiten en omstandigheden, is het voor het hof voldoende wettig en overtuigend komen vast te staan dat verdachte degene is geweest die tezamen met [medeverdachte] heeft gepoogd de Aldi te Bakel op 23 januari 2016 te overvallen.

Na het plegen van het onder 2 ten laste gelegde:

Dezelfde dag van de poging tot overval op de Aldi te Bakel verliet verdachte met de Opel Corsa om 18.40 uur weer de [straatnaam] te Eindhoven en is hij naar het 17 Septemberplein te Son en Breugel gereden, alwaar hij om 18.49 uur aankwam. Deze straat betreft een zijstraat van de Heistraat, waar een Aldi is gevestigd. Het sluitingstijdstip van die Aldi was die dag om 20.00 uur. Om 19.15 uur is verdachte vervolgens weer teruggereden naar de [straatnaam] te Eindhoven om vervolgens even later weer terug te rijden naar Son. Om 19.43 uur is verdachte aangekomen op het Kerkpad te Son. Een minuut later is verdachte met de Opel Corsa naar Zonhove-Brink te Son gereden (afstand 0,8 km). Daar is de Opel blijven staan tot 20.05 uur, waarna verdachte via het Kerkpad en het 17 Septemberplein te Son is teruggereden naar de [straatnaam] te Eindhoven.

Op 24 januari 2016 heeft dit patroon zich herhaald. Verdachte is vanuit de [straatnaam] te Eindhoven naar Son gereden waarbij hij om 17.32 uur is aangekomen op de Heistraat, na een aantal minuten is hij via het Kerkpad naar Zonhove-Brink gereden en uiteindelijk is verdachte via het 17 Septemberplein iets na sluitingstijd van de Aldi, te weten om 18.05 uur weer teruggereden naar de [straatnaam] te Eindhoven.

Ook op 25, 26, 27 en 28 januari 2016 is verdachte vooral rond sluitingstijd van de Aldi naar Son gereden en heeft de Opel Corsa zich tot iets na sluitingstijd van de Aldi in de buurt van de Heistraat bevonden.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde

Op zaterdag 30 januari 2016 is verdachte wederom naar de Zonhove-Brink en de Heistraat te Son gereden. Van 18.16 uur tot 19.08 bevond de Opel zich in de Heistraat, waarna verdachte is vertrokken en om 19.11 uur de Opel Corsa heeft geparkeerd op de Zonhove-Brink. De Aldi gelegen aan de Heistraat te Son heeft die dag als sluitingstijd 20.00 uur. Om 19.49 uur zagen verbalisanten op de parkeerplaats bij voornoemde Aldi een Peugeot 205, met [kenteken 1] , geparkeerd staan. Uit het politiesysteem kwam naar voren dat er voor dit voertuig geen verzekeringsgegevens beschikbaar waren. Op het moment dat de verbalisanten naar de auto toereden, ging deze auto er van door. Later bleek ook dat deze auto als gestolen stond gesignaleerd. Ter hoogte van tankstation De Schimmel aan de Eindhovenseweg werd door [verbalisant 1] gezien dat er vanuit het raam aan de bestuurderszijde goederen uit de Peugeot werden gegooid. Op deze plaats werden later twee handschoenen aangetroffen. Op de route die is gereden is op 2 februari 2016 is in een bosschage aan dezelfde Eindhovenseweg, ter hoogte van benzinestation Tinq, een zwarte bivakmuts gevonden. [medeverdachte] heeft later ten overstaan van de politie verklaard dat ze tijdens de achtervolging handschoenen en een muts uit de auto hebben gegooid. Tijdens de achtervolging werd duidelijk dat er twee personen in het voertuig zaten. De bestuurder van de Peugeot betrof verdachte en op de bijrijdersstoel zat [medeverdachte] . In de auto werd nog een groene plunjezak aangetroffen. Beiden droegen een donkere spijkerbroek met daarover een lichte joggingbroek.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] met betrekking tot de reden waarom zij op 30 januari 2016 rond sluitingstijd op de parkeerplaats van de Aldi in Son stonden inconsistent en onderling tegenstrijdig hebben verklaard, evenals over de reden van het dragen van twee lagen kleding. Verdachte noch [medeverdachte] hebben namen willen noemen van de persoon of personen die hen bij de Peugeot zouden hebben gebracht en hebben daarmee elke mogelijkheid ontnomen om de verklaringen nader te onderzoeken. Het door verdachte geschetste alternatieve scenario wordt dan ook door het hof als onaannemelijk terzijde geschoven.

Gelet op verdachtes betrokkenheid bij de overval op de Aldi in Bakel op 23 januari 2016 en op grond van de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang en (tijds)verband bezien, is het hof van oordeel dat verdachte als mededader betrokken is geweest bij de voorbereiding van een overval op de Aldi in Son op 30 januari 2016.

Verdachte en de medeverdachte hadden op 30 januari 2016 ter voorbereiding op de geplande overval op de Aldi te Son in ieder geval een gestolen Peugeot, een bivakmuts, handschoenen en een tas voorhanden. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van deze voorwerpen, alsmede de gedragingen van verdachte en de medeverdachte (het weggooien van de bivakmuts en de handschoenen) volgt naar het oordeel van het hof voldoende dat deze voorwerpen in hun gezamenlijkheid kennelijk bestemd waren tot het begaan van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld. Het behoeft geen nader betoog dat gestolen auto’s met enige regelmaat worden gebruikt bij het begaan van misdrijven, waaronder overvallen.

Het hof grondt zijn oordeel dat verdachten op 30 januari 2016 een overval op de Aldi in Son aan het voorbereiden waren en niet een ander misdrijf aan het voorbereiden waren, met de rechtbank met name op de overeenkomstige bevindingen met betrekking tot de poging tot de hiervoor besproken overval op de Aldi in Bakel op 23 januari 2016 en het aantreffen van de verdachten op 30 januari 2016 te Son. In Bakel was er sprake van twee daders die bivakmutsen droegen. In Son is een bivakmuts op de vluchtroute aangetroffen terwijl de verbalisanten hebben gezien dat vanuit de bestuurderszijde van de Peugeot voorwerpen naar buiten werden gegooid. In Bakel was er sprake van een “werkauto” (de gestolen Volkswagen Golf) en een “vluchtauto” (de Opel Corsa). In Son was eveneens sprake van een “werkauto” (de gestolen Peugeot 205) en diende dezelfde Opel Corsa als in Bakel als vluchtauto. De overval in Bakel vond vlak voor sluitingstijd plaats, terwijl verdachte en [medeverdachte] vrijwel dagelijks vanaf de dag van de mislukte overval op de Aldi in Bakel vooral rond sluitingstijd van de Aldi in Son in de buurt zijn geweest van die Aldi en ook op 30 januari 2016 vlak voor de sluitingstijd zijn aangetroffen in de gestolen Peugeot 205 op de parkeerplaats bij de Aldi in Son.

Anders dan de rechtbank, is het hof met de verdediging van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte en [medeverdachte] op 30 januari 2016 een vuurwapen voorhanden hebben gehad. Desondanks acht het hof bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan de voorbereidingshandelingen van een diefstal met geweld dan wel bedreiging met geweld en/of afpersing. Hiertoe overweegt het hof dat verdachte en [medeverdachte] bij de poging tot de overval op de Aldi in Bakel zich hebben bediend van geweld en bedreiging met geweld. Het hof is niet gebleken dat de intentie van verdachte en medeverdachte op 30 januari 2016 een andere zou zijn dan bij de poging tot overval op de Aldi in Bakel.

Gelet op het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 en 3 ten laste gelegde, zoals dit is bewezen verklaard.

Het hof verwerpt dientengevolge het verweer van de verdediging in al haar onderdelen.

De zaak met parketnummer 01-230726-15

De verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de diefstal van een hoeveelheid benzine.

Het hof overweegt het volgende.

Op 16 november 2015 heeft [slachtoffer 5] aangifte gedaan van de op diezelfde dag gepleegde diefstal van een hoeveelheid benzine uit zijn auto, een grijze Fiat Panda. Deze auto stond op die datum geparkeerd op de Insulindelaan in Eindhoven.

Blijkens diens verklaring afgelegd bij de politie zag de [getuige 2] op 16 november 2015 omstreeks 21.05 uur op de Insulindelaan in Eindhoven dat twee mannen bij een grijze Fiat Panda stonden ter hoogte van het afsluitklepje van de brandstoftank. Hij zag dat deze mannen gefocust waren op het afsluitklepje en dat deze openstond. Voorts zag [getuige 2] dat er een tuinslang in de brandstoftank hing en dat er een jerrycan bij de twee mannen op de grond stond. Ook rook hij een sterke benzinelucht en hoorde hij gekletter van een vloeistof op de grond. Nadat de [getuige 2] zag dat de mannen hem zagen, zag hij, [getuige 2] dat de mannen met de jerrycan wegliepen en in een grijze jeep met het [kenteken 4] stapten. Tot slot heeft [getuige 2] nog gezien dat één van de mannen de jerrycan achter de bestuurdersstoel plaatste. [verbalisant 2] heeft bij de Fiat Panda een penetrante benzinelucht geroken, zag dat de brandstofklep en het voertuig gedeeltelijk onder de brandstof zaten, dat er op de grond brandstof lag en dat langs de brandstofklep van het voertuig brandstof droop.

De verbalisanten die naar aanleiding van de melding dat men bezig zou zijn met het wegnemen van benzine ter plaatse waren gekomen, zagen omstreeks 21.20 uur een auto met het [kenteken 4] hen tegemoet rijden. De bestuurder bleek verdachte te zijn en de bijrijder [medeverdachte] . De verbalisanten roken meteen dat er een sterke benzinegeur uit het voertuig kwam en zagen achter de bestuurdersstoel twee jerrycans staan en onder de bestuurdersstoel een tuinslang liggen. In de grotere jerrycan troffen de verbalisant een kleine hoeveelheid vloeistof aan die rook naar benzine en ook de tuinslang rook naar benzine. Tot slot is door de verbalisanten gerelateerd dat de kleding van [medeverdachte] naar benzine rook en dat de kleding van verdachte ongelooflijk naar benzine rook.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat uit het vorenstaande genoegzaam volgt dat verdachte in vereniging met een ander benzine heeft weggenomen, zoals dit is bewezen verklaard.

Het hof verwerpt het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van voorbereiding van diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en/of medeplegen van voorbereiding van afpersing.

Het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Het in de zaak met parketnummer 01-230726-15 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich in vereniging schuldig gemaakt aan een poging tot en de voorbereiding van een overval op de Aldi in Bakel en de Aldi in Son. Uit het dossier blijkt van een zeer planmatige aanpak. Bij de poging tot de overval op de Aldi te Bakel hebben verdachte en zijn mededader medewerkers met vuurwapens bedreigd en zijn zij er niet voor teruggeschrokken om daadwerkelijk fysiek geweld uit te oefenen op het moment dat één van de medewerkers besloot te vluchten. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke overvallen hier vaak nog jaren lang last van ondervinden en dat de herinnering aan de overval hen vaak nog in hun dagelijks functioneren hindert.

Gelet op de ernst van deze bewezen verklaarde feiten, in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft het hof aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als richtlijn voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van een overval op een winkel. Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf, bij een overval waarbij licht geweld/bedreiging heeft plaatsgevonden een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en bij een overval waarbij ander geweld is gebruikt dan licht geweld/bedreiging een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.

Ten aanzien van de overval op de Aldi te Bakel is het hof van oordeel dat hier sprake is geweest van een overval waarbij ander geweld is toegepast dan licht geweld. Het slachtoffer is immers hard geslagen en geschopt. Nu er slechts sprake is van een poging tot en op grond van het bepaalde in artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf bij poging tot met een derde wordt verminderd, is het hof van oordeel dat in beginsel voor dit misdrijf een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren als passend kan worden beschouwd.

Ten aanzien van de overval op de Aldi te Son is er sprake geweest van “enkel” de voorbereidingshandelingen daartoe en houdt het hof het erop dat er enkel vanuit gegaan kan worden dat verdachte in dat geval licht geweld/bedreiging zou hebben toegepast. Gelet op artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht waarin is bepaald dat het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld, bij voorbereidingshandelingen met de helft wordt verminderd, acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar passend voor dit misdrijf.

In strafverzwarende zin heeft het hof voorts rekening gehouden met de omstandigheid dat:

 verdachte in vereniging zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot en de voorbereiding van de overval op twee filialen van Aldi in een week tijd;

 hij en zijn mededader zich bij de poging tot de overval op de Aldi te Bakel hebben bediend van een vuurwapen;

 verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan de heling van een auto en de diefstal in vereniging van benzine;

 verdachte blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 maart 2017 reeds verschillende malen met justitie in aanraking is geweest.

Ter terechtzitting in hoger beroep is het hof niet gebleken van feiten en omstandigheden die in strafmatigende zin zouden moeten doorwerken in de op te leggen straf.

Al het vorenstaande afwegende is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

Beslag

Ten aanzien van de voorwerpen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen met parketnummer 48-879129-16

Op de verdachte betreffende beslaglijst staan onder nummer 2 twee zwarte schoenen (goednummer 949018). Blijkens de zich in het dossier bevindende kennisgeving inbeslagname zijn deze schoenen echter onder [medeverdachte] in beslaggenomen. Om die reden zal het hof geen beslissing nemen op deze in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Met betrekking tot de overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen overweegt het hof het navolgende.

Het inbeslaggenomen wapen Walther PP, 7,65 mm, inclusief houder en 7 patronen (goednummer 954736), vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder nummer 1 is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, omdat het wapen en de munitie van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De inbeslaggenomen bivakmuts (goednummer 949756) en handschoenen (goednummers 948048 en 963224), vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 4, 5 en 6, zijn vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep – dit voorwerpen betreffen met behulp van welke het bewezen verklaarde is begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan hiervan aan verdachte toebehoorden.

Voorts zal het hof de teruggave aan verdachte gelasten van een paar schoenen (goednummer 948981) vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder nummer 3.

Tot slot zal het hof ten aanzien van een blouse/overhemd (goednummer 947413), drie sleutels en een hanger van Citroën (goednummer 954584), een stuk papier Opel Corsa (goednummer 954587) en een sleutelbos (goednummer 950913), vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder nummers 7, 8, 9 en 10 de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten, nu uit het onderzoek ter terechtzitting niet met voldoende duidelijkheid is komen vast te staan wie de rechthebbenden hiervan zijn.

Naar het oordeel van het hof verzet het belang van strafvordering zich niet meer tegen de teruggave van deze voorwerpen.

Ten aanzien van de voorwerpen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen met parketnummer 48-879129-16

De inbeslaggenomen twee jerrycans (goednummer 905027) en tuinslang (goednummer 905029) zijn vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep – dit voorwerpen betreffen met behulp van welke het bewezen verklaarde is begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan hiervan aan verdachte toebehoorden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24, 33, 33a, 36b, 36c, 45, 46, 57, 311, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 01-230726-15 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01-879129-16 onder 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 01-230726-15 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en

6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

 een bivakmuts (goednummer 949756);

 twee handschoenen (goednummers 948048 en 963224);

 twee jerrycans (goednummer 905027) en

 een tuinslang (goednummer 905029).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

 een wapen Walther PP, 7,65 mm, inclusief houder en 7 patronen (goednummer 954736).

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

 een paar schoenen (goednummer 948981).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

 drie sleutels en een hanger van Citroën (goednummer 954584);

 een blouse/overhemd (goednummer 947413);

 een stuk papier Opel Corsa (goednummer 954587) en

 een sleutelbos (goednummer 950913).

Aldus gewezen door:

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. P.J. Hödl en mr. J.J.M. Gielen-Winkster, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Tatters, griffier,

en op 27 juni 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.