Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:2862

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
25-03-2019
Zaaknummer
200.139.795_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:11332
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:4172
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verbouwing waarbij met name de kozijnen ondeugdelijk zijn geplaatst

bewijslevering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.139.795/01

arrest van 27 juni 2017

in de zaak van

1 [appellant] ,

2. [appellante] ,

beiden wonende te [woonplaats]

appellanten in het principaal appel,

geïntimeerden in het incidenteel appel,

verder in enkelvoud: [appellant] ,

advocaat: mr. L.E. van Hevele te Oostburg,

tegen

[geïntimeerde] , h.o.d.n. Aannemingsbedrijf [aannemingsbedrijf] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in het principaal appel,

verder: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. B.J. van de Wijnckel te Terneuzen,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 25 februari 2014, 20 oktober 2015 en 21 februari 2017 in het hoger beroep van de door de rechtbank Middelburg respectievelijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant onder zaaknummer C/12/78384 HA ZA 11-201 gewezen vonnissen van 6 juni 2012 en 9 oktober 2013.

12 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 21 februari 2017;

- de akte van [appellant] van 4 april 2017;

- de akte van [geïntimeerde] van 4 april 2017.

Partijen hebben arrest gevraagd.

13 De verdere beoordeling

In het principaal appel en in het incidenteel appel

13.1

In het tussenarrest van 21 februari 2017 heeft het hof overwogen dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is op de in het arrest onder 10.11.1, 10.11.2 en 10.11.3 genoemde punten en voornemens te zijn aan de te benoemen deskundige(n) de daarin geformuleerde vragen voor te leggen en de kosten van de deskundige(n) voorshands gelijkelijk ten laste van partijen te brengen. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het aantal, de deskundigheid en - bij voorkeur eensluidend - de persoon van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen over genoemde punten. Het gaat hierbij om de volgende kwesties:

  • -

    de vraag of de kozijnen in te kleine muuropeningen zijn geplaatst, of ze daardoor zijn beschadigd en zo ja, wat de kosten van herstel zijn (r.o. 10.11.1);

  • -

    de vraag wat de herstelkosten zijn van de vastgestelde gebreken dat in de hal tegen de badkamer sprake is van een lekkage, dat de voegen zich loswerken, dat een tegel gescheurd is, dat diverse tegels op hun kop zijn geplaatst wat kleur betreft, dat op de hoeken geen kimband is geplaatst, dat hoeken niet zijn afgekit, dat kitvoegen los laten en dat het onder het badmeubel tocht (r.o. 10.11.2);

  • -

    de vraag of de afvoer in de badkamer op voldoende afschot is gelegd en zo niet, wat de kosten van herstel zijn (r.o. 10.11.2);

  • -

    de vraag of er tocht is in de woning en zo ja, of dit door de plaatsing van de kozijnen en/of door het aanbrengen van de isolatie van de kap komt en zo ja, wat de kosten van herstel zijn (r.o. 10.11.3).

13.2

Naar aanleiding hiervan hebben partijen bij akte laten weten de benoeming van één deskundige voor te staan, waarbij [appellant] aantekent dat wanneer de verschillende vereiste kwaliteiten niet in één deskundige zijn verenigd, meerdere deskundigen benoemd moeten worden. De kwaliteiten waar [appellant] op doelt, betreffen het kunnen uitvoeren van een luchtdichtheidstest en het kunnen werken met een rioolcamera. Daarnaast acht [appellant] het noodzakelijk dat de deskundige de fabrikant van de kozijnen, [fabrikant van de kozijnen] , raadpleegt.

13.3

Over de persoon van de te benoemen deskundige zijn partijen het niet eens geworden. [appellant] vermeldt twee bedrijven die de volgens hem noodzakelijke luchtdichtheidstest kunnen uitvoeren, maar doet geen voorstel voor de persoon van de te benoemen deskundige(n). [geïntimeerde] stelt voor de deskundige die in eerste aanleg is benoemd, heer [bouwkundig expert] van Bouwkundig Expertise/Adviesbureau [bouwkundig expertise/adviesbureau] , ook in hoger beroep te benoemen. Het hof heeft daarop de heer [bouwkundig expert] benaderd maar hij blijkt niet meer als deskundige op te treden. Het hof heeft vervolgens de heer ir. S.M.C. Segeren van ZNEB Expertise en Taxatie BV bereid gevonden het onderzoek uit te voeren. Het hof laat het aan deze deskundige over om eventueel derden in te schakelen, indien hij dat voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk acht.

13.4

Met betrekking tot de vraagstelling stelt [appellant] voor aan de deskundige een vraag voor te leggen over het actuele prijspeil van een zestal posten in het rapport van [bouwkundig expert] en over gevolgschade bij herstel. Deze vragen vallen buiten het kader van de hiervoor weergegeven vraagstelling, zodat het hof deze vragen niet overneemt. Met de overige voorstellen van [appellant] en met die van [geïntimeerde] heeft het hof, voor zover nodig en passend binnen genoemd kader, in de hierna volgende definitieve vraagstelling rekening gehouden.

13.5

Aan de deskundige worden de volgende vragen voorgelegd:

  1. zijn de buitenkozijnen (ramen en deuren) in daarvoor te kleine muuropeningen geplaatst en zo ja, zijn de kozijnen daardoor beschadigd en als dat het geval is, op welke wijze kan herstel plaatsvinden en wat zijn daarvan dan de kosten?

  2. op welke wijze kan herstel plaatsvinden van de vastgestelde gebreken dat in de hal tegen de badkamer sprake is van een lekkage, dat de voegen zich loswerken, dat een tegel gescheurd is, dat diverse tegels op hun kop zijn geplaatst wat kleur betreft, dat op de hoeken geen kimband is geplaatst, dat hoeken niet zijn afgekit, dat kitvoegen los laten en dat het onder het badmeubel tocht, en wat zijn daarvan de kosten?

  3. is de afvoer in de badkamer op voldoende afschot gelegd en zo niet, op welke wijze kan herstel plaatsvinden en wat zijn daarvan dan de kosten?

  4. is er tocht in de woning en zo ja, komt dit door de plaatsing van de kozijnen en/of door de wijze van aanbrengen van de isolatie van de kap en als dat het geval is, op welke wijze kan herstel plaatsvinden en wat zijn daarvan dan de kosten?

  5. wat acht de deskundige verder van belang om op te merken?

Zoals vermeld in het tussenarrest van 21 februari 2017 (r.o. 10.13.1) zal het hof de kosten van de deskundige voorshands gelijkelijk ten laste van partijen te brengen.

13.6

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

14 De uitspraak

Het hof:

in het principaal appel en in het incidenteel appel

14.1

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 13.5 van dit arrest geformuleerde vragen;

14.2

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

De heer ir. S.C.M. Segeren

ZNEB Expertise en Taxatie BV,

Postbus [postbus] ,

[postcode] [kantoorplaats] ,

Telefoon: [telefoonnummer] ,

Fax: [fax-nummer] ;

14.3

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

14.4

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

14.5

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote en gespecificeerde bedrag van € 5.206,03 inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 5.206,03 inclusief btw, derhalve € 2.603,02 inclusief btw, zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

14.6

benoemt mr. O.G.H. Milar tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

14.7

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 17 oktober 2017 in afwachting van het deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van partij [appellant] ;

14.8

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, O.G.H. Milar en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 juni 2017.

griffier rolraadsheer