Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:2807

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
22-06-2017
Zaaknummer
20-001266-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Integrale vrijspraak. De verklaring van verdachte dat hij heeft gehandeld teneinde een confrontatie te voorkomen vindt steun in de camerabeelden. De handelingen van verdachte zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm te kwalificeren als gericht op het voorkomen van een mogelijke gewelddadige confrontatie en niet op het aangaan van een gewelddadige confrontatie, en mitsdien ook niet gericht op het opzettelijk (al dan niet in voorwaardelijke vorm) toebrengen van letsel of pijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOW 2019/11
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001266-12

Uitspraak : 22 juni 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 maart 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-190998-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis, waarvan beroep, heeft de rechtbank verdachte ter zake van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken. De rechtbank heeft de benadeelde partij

[slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Voorts heeft het hof kennis genomen van hetgeen door de advocaat van de benadeelde partij naar voren is gebracht, alsmede van hetgeen in het kader van het spreekrecht door het slachtoffer naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende bewezen zal verklaren hetgeen aan verdachte subsidiair ten laste is gelegd en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het hof deze geheel zal toewijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft:

  • -

    primair integrale vrijspraak bepleit van de primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten;

  • -

    subsidiair bepleit dat verdachte een beroep op noodweer, noodweerexces dan wel putatief noodweer toekomt en verdachte derhalve dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging;

  • -

    meer subsidiair een strafmaatverweer gevoerd;

  • -

    ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij verzocht de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de vordering van de benadeelde partij af te wijzen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 7 augustus 2010 te Uden tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een schedelbasisfractuur), heeft toegebracht, door tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, opzettelijk

• met zijn (rechter)(onder)arm/rechterhand te duwen tegen de linkerschouder/linkerarm van die [slachtoffer] en/of

• die [slachtoffer] (vervolgens) met zijn (rechter)arm om/bij diens middel te pakken/vast te houden en/of

• die [slachtoffer] tegen zich aan te drukken en/of

• met de (linker)arm tegen de rechterarm/rechteroksel van die [slachtoffer] te

duwen/stoten/slaan/aanraken en/of

• (vervolgens) (terwijl die [slachtoffer] om/bij diens middel wordt vastgehouden) (met hoge snelheid)

om zijn eigen, verdachtes, verticale as te roteren tengevolge waarvan die [slachtoffer] een (aanzienlijke) achterwaartse snelheid heeft gekregen en/of

• die [slachtoffer] (tegelijkertijd) (onverhoeds) en/of (met kracht) met de (gebalde) vuist of hand, althans met zijn arm tegen diens gezicht, althans hoofd te slaan of stoten, althans door met de (linker)arm een snelle slaande beweging te maken in de richting van het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer] tengevolge of mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] achterover is gevallen en/of

• (tijdens het achterovervallen van die [slachtoffer] ) met de (rechter)arm een slaande beweging te maken in de richting van die [slachtoffer]

tengevolge of mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] (met zijn hoofd) op het wegdek is gevallen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij op of omstreeks 7 augustus 2010 te Uden met een ander of anderen, op

of aan de openbare weg, de Sint Janstraat, in elk geval op of aan een

openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer]

, welk geweld bestond uit het

• met zijn (rechter)(onder)arm/rechterhand duwen tegen de linkerschouder/linkerarm van die [slachtoffer] en/of

• het (vervolgens) met zijn (rechter)arm om/bij diens middel vastpakken/vasthouden van die [slachtoffer] en/of

• het tegen zich aan drukken van die [slachtoffer] en/of

• het met de (linker)arm tegen de rechterarm/rechteroksel van die [slachtoffer]

duwen/stoten/slaan/aanraken en/of

• het (vervolgens) (terwijl die [slachtoffer] om/bij diens middel wordt vastgehouden) (met hoge snelheid) om zijn eigen, verdachtes, verticale as roteren (tengevolge waarvan die [slachtoffer] een (aanzienlijke) achterwaartse snelheid heeft gekregen) en/of

• het (tegelijkertijd) (onverhoeds) en/of (met kracht) met de (gebalde) vuist of hand, althans met zijn arm slaan of stoten tegen het gezicht, althans hoofd van die [slachtoffer] , althans het maken met de (linker)arm van een snelle slaande beweging in de richting van het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer] tengevolge of mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] achterover is gevallen en/of

• (tijdens het achterovervallen van die [slachtoffer] ) het met de (rechter)arm maken van een slaande beweging in de richting van die [slachtoffer] waarbij hij, verdachte

• met zijn (rechter)(onder)arm/rechterhand heeft geduwd tegen de linkerschouder/linkerarm van die [slachtoffer] en/of

• die [slachtoffer] (vervolgens) met zijn (rechter)arm om/bij diens middel heeft

vastgepakt/vastgehouden en/of tegen zich aan heeft gedrukt en/of

• (vervolgens) (terwijl die [slachtoffer] door hem, verdachte, om/bij diens middel wordt vastgehouden) (met hoge snelheid) om zijn, verdachtes, verticale as is geroteerd (tengevolge waarvan die [slachtoffer] een (aanzienlijke) achterwaartse snelheid heeft gekregen) en/of achterover is gevallen en/of

• (tijdens het achterovervallen van die [slachtoffer] ) met de (rechter)arm een slaande beweging in de richting van die [slachtoffer] heeft gemaakt

welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel, te weten een schedelbasisfractuur, althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 07 augustus 2010 te Uden, tezamen en in vereniging met (een) ander (en), althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ),

• met zijn (rechter)(onder)armrechterhand tegen de linkerschouder/linkerarm van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of

• die [slachtoffer] (vervolgens) met zijn (rechter)arm om/bij diens middel heeft vastgepakt/vast gehouden en/of

• die [slachtoffer] tegen zich aan heeft gedrukt en/of

• met de (linker)arm tegen de rechterarm/rechteroksel van die [slachtoffer] heeft

geduwd/gestoten/geslagen/aangeraakt en/of

• (vervolgens) (terwijl die [slachtoffer] om/bij diens middel wordt vastgehouden) (met hoge snelheid) om zijn eigen, verdachtes, verticale as is geroteerd tengevolge waarvan die [slachtoffer] een (aanzienlijke) achterwaartse snelheid heeft gekregen en/of

• die [slachtoffer] (tegelijkertijd) (onverhoeds) en/of (met kracht) met de (gebalde) vuist of hand, althans met zijn arm tegen diens gezicht, althans hoofd heeft geslagen/gestoten, althans met de (linker)arm een snelle slaande beweging in de richting van het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gemaakt tengevolge of mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] achterover

(op/tegen het wegdek) is gevallen en/of

• (tijdens het achterovervallen van die [slachtoffer] ) met de (rechter)arm een slaande beweging in de richting van die [slachtoffer] heeft gemaakt,

tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (een schedelbasisfractuur), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het primair ten laste gelegde omdat niet bewezen kan worden dat verdachte opzet, waaronder voorwaardelijk opzet begrepen, heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde heeft de advocaat-generaal gerequireerd tot een bewezenverklaring, waarbij het zwaar lichamelijk letsel kan worden toegerekend aan verdachtes gewelddadige handelingen. In dat kader heeft de advocaat-generaal uitdrukkelijk gewezen op de camerabeelden en de (bewegings)analyse van deskundige [naam deskundige] , biomechanicus.

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit en heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de handelingen van verdachte niet gekwalificeerd kunnen worden als geweldshandelingen en dat deze handelingen ook niet gericht zijn geweest op het toebrengen van pijn en/of letsel.

Het hof overweegt als volgt.

Op zaterdag 7 augustus 2010, omstreeks 04:30, kregen verbalisanten een melding van een vechtpartij ter hoogte van café “De Caroussel”, gelegen aan de Sint Janstraat te Uden. Ter plaatse gekomen zagen de verbalisanten [slachtoffer] bewusteloos op de grond liggen. Naar later bleek had [slachtoffer] onder meer een schedelbasisfractuur opgelopen.

Verdachte wordt er van verdacht dat [slachtoffer] (mede) door verdachtes uitgevoerde geweldshandelingen voornoemd letsel heeft opgelopen. Aan verdachte is dat ten laste gelegd in de hiervoor weergegeven juridische varianten.

[slachtoffer] kan zich van het bewuste incident niets herinneren. De ter plaatse aanwezige getuigen hebben [slachtoffer] op de grond zien liggen, maar hebben niet gezien waardoor hij is gevallen. De getuige [getuige 1] is meermalen door de politie en in een later stadium ter terechtzitting in hoger beroep gehoord. Zij heeft met betrekking tot het ten laste gelegde wisselende verklaringen afgelegd.

Verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] hebben van meet af aan ontkend gewelddadige handelingen te hebben uitgevoerd en het bij [slachtoffer] ontstane letsel te hebben veroorzaakt. [slachtoffer] is weliswaar ten val gekomen en heeft daarbij ernstig letsel opgelopen, maar volgens verdachten is dat niet aan hun handelen te wijten.

Verdachte heeft verklaard dat er ruzie was ontstaan tussen [getuige 2] en – kort gezegd – personen uit de vriendengroep van [slachtoffer] . Op het moment dat [slachtoffer] naar [getuige 2] kwam aflopen heeft verdachte volgens zijn eigen verklaringen geprobeerd [slachtoffer] tegen te houden teneinde een confrontatie tussen [slachtoffer] en [getuige 2] te voorkomen. Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft verklaard dat hij de jongen in de witte jas, het hof begrijpt [slachtoffer] , wilde wegduwen om een confrontatie met de menigte, het hof begrijpt de groep waarin [slachtoffer] zich bevond, te voorkomen.

Ter terechtzitting in hoger beroep zijn beelden getoond die zijn opgenomen door de beveiligingscamera van café “De Caroussel”. Van deze beelden is door het NFI een rapport d.d. 16 september 2016 opgemaakt waarin de betrokken personen zijn uitgewerkt in een plattegrond met schaalverdeling. In een animatie is door het NFI de plattegrond getoond samen met een projectie over het beeld en de beelden van het incident. Deze beelden, een zogenaamd drieluik, zijn weergegeven op een DVD “drieluik posities personen” die in het dossier is opgenomen.

Uit het verhandelde ter terechtzitting en het dossier in combinatie met deze – veelvuldig door het hof bekeken – beelden maakt het hof op dat getuige [getuige 1] en [getuige 2] met elkaar in conflict zijn en dat om hen heen een groepje ontstaat, waar verdachte ook deel van uitmaakt. [slachtoffer] komt vervolgens op het groepje aflopen. [getuige 2] houdt zich op dat moment op aan de andere kant van het groepje. Nog voordat [slachtoffer] het groepje inloopt probeert verdachte [slachtoffer] tegen te houden door met zijn rechterhand/arm [slachtoffer] de doorgang tot het groepje te beletten. [slachtoffer] loopt desondanks het groepje in, richting de plaats waar [getuige 2] zich bevindt. Nadat [slachtoffer] in het groepje tussen enkele personen komt te staan, is te zien dat verdachte, die schuin achter [slachtoffer] staat, met zijn rechterarm [slachtoffer] bij diens middel vastpakt. Verdachte en [slachtoffer] draaien vervolgens om hun as in de richting van medeverdachte [naam medeverdachte] , die stilstaat aan de zijkant van het groepje met zijn linkerhand in zijn broekzak. Medeverdachte [naam medeverdachte] , in wiens richting het groepje zich beweegt, maakt een snelle strekkende beweging met de linkerarm in de richting van [slachtoffer] , terwijl [slachtoffer] valt. Verdachte heeft [slachtoffer] niet meer vast en [slachtoffer] valt verder achterover. Verdachte lijkt uit balans te zijn, dan wel meegenomen te worden in de val van [slachtoffer] en maakt met zijn rechterarm nog een zwaaiende zijwaartse beweging.

Weliswaar komt uit het rapport van [naam deskundige] , de aanvulling daarop en zijn afgelegde verklaring ter terechtzitting van het hof naar voren dat [slachtoffer] door het handelen van verdachte een behoorlijke achterwaartse snelheid heeft gekregen, maar het hof heeft met onvoldoende mate van zekerheid kunnen vaststellen of [slachtoffer] daardoor ten val is gekomen en dat dit handelen als geweld kan worden aangemerkt.

Naar het oordeel van het hof vindt de verklaring van verdachte dat hij heeft gehandeld teneinde een confrontatie tussen [getuige 2] en [slachtoffer] te voorkomen steun in voornoemde beelden. De handelingen van verdachte zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm te kwalificeren als gericht op het voorkomen van een mogelijke gewelddadige confrontatie en niet op het aangaan van een gewelddadige confrontatie, en mitsdien ook niet gericht op het opzettelijk (al dan niet in voorwaardelijke vorm) toebrengen van letsel of pijn.

Gelet op het vorenstaande acht het hof niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten. Het hof zal verdachte derhalve ter zake vrijspreken.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die moeten leiden tot andere oordelen dan hiervoor gegeven.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 16.989,54. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Nu aan verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [slachtoffer] in zijn vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Aldus gewezen door

mr. H. Eijsenga, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. P.M. Frielink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier,

en op 22 juni 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. P.M. Frielink is buiten staat dit arrest te ondertekenen.