Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:2790

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
12-06-2019
Zaaknummer
200.183.264_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:1434
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:1743
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3001
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verbouwing met gebreken;

Deskundigenonderzoek;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.183.264/01

arrest van 20 juni 2017

in de zaak van

[appellant ] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

advocaat: mr. Y.J.H. van Griensven te Breda,

tegen:

[Bouw- Timmer- en Onderhoudswerken] Bouw-, Timmer- en Onderhoudswerken B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

advocaat: mr. R. Haouli te ’s-Hertogenbosch,

als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 4 april 2017 in het hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer/rolnummer 717301 CV EXPL 12-3516 tussen partijen gewezen vonnissen van 9 januari 2013, 20 maart 2013, 21 mei 2014, 9 juli 2014 en 22 juli 2015.

6 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 4 april 2017;

- de akte van [appellant ] van 2 mei 2017;

- de akte van [geïntimeerde] van 2 mei 2017.

Partijen hebben arrest gevraagd.

7 De verdere beoordeling

In het principaal appel en in het incidenteel appel

7.1

In het tussenarrest van 4 april 2017 heeft het hof het voornemen vermeld om aan de deskundige Kattevilder de vraag voor te leggen of en in hoeverre de thermografische rapportage van Bouwkundig Adviesbureau [bouwkundig adviesbureau] Groep voor hem aanleiding is om zijn conclusies met betrekking tot de kwaliteit van de isolatie te wijzigen. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over dit voornemen en over de aan de deskundige voor te leggen vraagstelling over dit onderwerp. Beide partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.

7.2

[appellant ] heeft in zijn akte laten weten in te stemmen met het voornemen van het hof. Hij stelt voor in de opdracht ook op te nemen dat de deskundige Kattevilder eventueel verdergaand onderzoek naar de isolatie zal uitvoeren indien hij dat nodig oordeelt. Het hof zal dit laatste niet als opdracht maar als vraag opnemen. Verder stelt [appellant ] vijf vragen voor, vier inhoudelijke vragen en een algemene slotvraag. Het hof zal de vier inhoudelijke vragen samenvatten.

7.3

[geïntimeerde] heeft in haar akte laten weten in te stemmen op voorwaarde dat de deskundige de instructie krijgt zich te concentreren op de isolatie en om kennis te nemen op bepaalde stellingen van [geïntimeerde] in hoger beroep en op het tussenarrest van 4 april 2017. Deze punten behoeven niet in een specifieke instructie opgenomen te worden aangezien het aanvullend deskundigenbericht dat het hof voor ogen heeft, betrekking heeft op de kwaliteit van de isolatie en deskundigen steeds de beschikking krijgen over het procesdossier. Voor het overige laat het hof het aan de deskundige over op welke wijze hij zijn onderzoek wenst in te kleden.

7.4

Het hof heeft de heer H.W. Kattevilder van Exact Expertise BV bereid gevonden het aanvullend onderzoek uit te voeren. Aan hem worden de volgende vragen voorgelegd:

  1. Geeft de thermografische rapportage van Bouwkundig Adviesbureau [bouwkundig adviesbureau] Groep van een onderzoek aan de woning van [appellant ] op 17 februari 2016 door [de deskundige aan de zijde van appellant] u aanleiding om uw conclusies met betrekking tot de kwaliteit van de aangebrachte isolatie te wijzigen en zo ja, in welk opzicht?

  2. Kunt u aan de hand van deze rapportage en/of eigen nader onderzoek vaststellen of de isolatie deugdelijk en volgens de fabrieksvoorschriften is aangebracht?

  3. Kunt u, indien blijkt dat de isolatie niet juist is aangebracht, aangeven welke herstelwerkzaamheden nodig zijn en welke kosten daarmee zijn gemoeid?

  4. Geven de eerste vier vragen die zijn vermeld in de akte van [appellant ] van 2 mei 2017 u aanleiding tot opmerkingen die niet al zijn begrepen in de antwoorden op de hiervoor vermelde vragen?

  5. Wat acht u verder nog van belang om op te merken?

Het hof zal, gelet op de omstandigheden van dit geding, de kosten van de deskundige voorshands gelijkelijk ten laste van partijen brengen.

7.4

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

8 De uitspraak

Het hof:

in het principaal appel en in het incidenteel appel

8.1

bepaalt dat een aanvullend deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 7.3 van dit arrest geformuleerde vragen;

8.2

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

De heer H.W. Kattevilder,

Exact Expertise BV,

[adres] , [postcode] [kantoorplaats] ,

Telefoon: [telefoonnummer] ,

E-mail: [e-mailadres] ;

8.3

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

8.4

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

8.5

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.315,94 inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 2.315,94 inclusief btw, derhalve € 1.157,97 inclusief btw, zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

8.6

benoemt mr. B.A. Meulenbroek tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

8.7

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 17 oktober 2017 in afwachting van het deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van partij [appellant ] ;

8.8

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en A.J. Henzen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 juni 2017.

griffier rolraadsheer