Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:252

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-01-2017
Datum publicatie
27-01-2017
Zaaknummer
20-000111-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROE:2011:BV0323, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren ter zake van achttien vermogensdelicten, waaronder een groot aantal diefstallen van werkvoertuigen, veelal van het merk Liebherr en Caterpillar, gepleegd in Nederland, België en Duitsland in 2007 en 2008.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000111-12

Uitspraak : 27 januari 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Roermond van 23 december 2011 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers
04-610140-07 en 04-850021-09, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] .

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende:

  • -

    de verdachte zal vrijspreken van het hem in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 3. primair en 4. primair ten laste gelegde;

  • -

    de verdachte voor de in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 1., 2., 3. subsidiair, 4. subsidiair, 5., 6. primair, 7., 8., 9., 10. primair, 11. primair, 12., 13. primair, 14. primair en 15. primair en in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    de teruggave aan verdachte zal gelasten van het in beslag genomen geldbedrag;

  • -

    de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 760,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr;

  • -

    de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] zal toewijzen tot een bedrag van
    € 21.950,91, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr;

  • -

    de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] zal toewijzen tot een bedrag van € 4.655,99, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr;

  • -

    de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] zal toewijzen tot een bedrag van € 10.757,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr.

De verdediging heeft, kort samengevat, bepleit:

  • -

    primair dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging;

  • -

    subsidiair dat verdachte op onderdelen zal worden vrijgesproken.

Voorts heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

parketnummer 04-610140-07

1.
hij op of omstreeks 12 april 2007 te Haelen, gemeente Leudal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander althans alleen, een bedrijfsbus (merk Mercedes-Benz, type 413 CDI) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die bedrijfsbus wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.
hij op of omstreeks 23 oktober 2007 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een garagebedrijf, gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen vier, in elk geval een of meer personenauto's (merk BMW met [kenteken] , merk BMW met [kenteken] , merk Volkswagen met [kenteken] en merk Audi met [kenteken] ) en/of (een) autosleutel(s) van een BMW ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of van een valse sleutel;

3. primair
hij op of omstreeks 30 augustus 2007 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Mercedes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door een deur/portier van die Mercedes middels een valse sleutel te openen en (vervolgens) de stuurstang welke aan het stuur was vastgemaakt stuk te zagen, in elk geval door middel van braak en/of verbreking;


subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 30 augustus 2007 tot en met 8 september 2007 te Ospel, gemeente Nederweert, in elk geval in Nederland, een personenauto (merk Mercedes-Benz) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto (Mercedes) wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.
primair
hij op of omstreeks 31 augustus 2007 te Horn, gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen (merk Henra) met daarop een personenauto (merk Jaguar), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);


subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 31 augustus 2007 tot en met 8 september 2007 te Ospel, gemeente Nederweert, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (merk Henra) en/of een personenauto (merk Jaguar) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die aanhangwagen (merk Henra) en/of die personenauto (merk Jaguar) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5. primair
hij in of omstreeks de periode van 30 april 2008 tot en met 3 mei 2008 te Niederkrüchten/Elmpt, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een shovel (merk Liebherr, type 514/467), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 30 april 2008 tot en met 5 mei 2008 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een shovel (merk Liebherr, type 514/467) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die shovel wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6. primair
hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2008 tot en met 3 mei 2008 te Schwalmtal-Waldniel, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Caterpillar, type M316C), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] althans [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2008 tot en met 5 mei 2008 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een graafmachine (merk Caterpillar, type M316C), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die graafmachine wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

7.
hij op of omstreeks 3 februari 2008 te Opglabbeek, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een oplegger/dieplader (merk Nooteboom) waarop een trekker (merk DAF) en een kipper (merk Trouillet) stond, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

8.
hij in of omstreeks de periode van 9 april 2008 tot en met 20 mei 2008 in de gemeente Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met [betrokkene 1] , althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van € 6.082,36, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tegenover de verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 10] – bij welke verzekeringsmaatschappij de eigenaar van de door [betrokkene 1] gehuurde auto (merk Ford Transit, [kenteken] ), te weten [slachtoffer 18] , een (bedrijfs)autoverzekering ( [polisnummer] ) had afgesloten – kenbaar gemaakt dat [betrokkene 1] met de door [betrokkene 1] bestuurde Ford Transit ( [kenteken] ) een aanrijding had gehad ten gevolge waarvan materiële schade was toegebracht aan de personenauto (merk Mercedes-Benz, [kenteken] ) van verdachte, zulks terwijl de genoemde aanrijding in werkelijkheid heeft plaatsgevonden met medeweten en instemming van de (betrokken) bestuurders/eigenaren van die voertuigen, in ieder geval zulks terwijl genoemde aanrijding opzettelijk is gepleegd, waardoor de verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 10] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

9.
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 24 juni 2008 in gemeente Leudal en/of Roermond en/of Roerdalen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een aanhangwagen (merk Trailor) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die aanhangwagen wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

10. primair
hij op of omstreeks 18 augustus 2007 te Maasbracht, in elk geval in de gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Liebherr, type L564), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, inklimming en/of een valse sleutel;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 18 augustus 2007 tot en met 30 september 2007, te Ospel, gemeente Nederweert, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een graafmachine (merk Liebherr, type L564) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die graafmachine wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
11. primair
hij op of omstreeks 10 januari 2008 te Heinsberg/Waldenrath, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Caterpillar, type M316C), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2008 tot en met 19 april 2008 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een graafmachine (merk Liebherr, type M316C) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die graafmachine wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;


12.
hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2008 tot en met 25 maart 2008 te Selfkant, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rupsvoertuig (graafmachine) (merk Caterpillar, type D6N), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;
13. primair
hij op of omstreeks 11 februari 2008 te Niederkrüchten/Elmpt, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee trilplaten (merk Wacker) en/of een shovel/wiellader (merk Liebherr, type L514), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 11 februari 2008 tot en met 15 maart 2008 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, twee trilplaten (merk Wacker) en/of een shovel/wiellader (merk Liebherr, type L514) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die trilplaten en/of die shovel/wiellader wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
14. primair
hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2008 tot en met 18 februari 2008 te Niederkrüchten/Elmpt, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een shovel/wiellader (merk Liebherr, type L514), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2008 tot en met 15 maart 2008 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een shovel/wiellader (merk Liebherr, type L514) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die die shovel/wiellader wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;

15. primair
hij in of omstreeks de periode van 16 november 2007 tot en met 19 november 2007 te Roggel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Komatsu), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 16 november 2007 tot en met 15 december 2007 te Haelen, gemeente Leudal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een graafmachine (merk Komatsu) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die die graafmachine wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;

parketnummer 04-850021-09
1.
hij op of omstreeks 2 mei 2007 te Heythuysen, in elk geval in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een afgesloten bouwterrein, gelegen aan de Eykerstokweg, heeft weggenomen een wiellader/bulldozer (merk Caterpillar, type 938G), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;
2.
hij op of omstreeks 30 april 2007 te Maaseik, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een wiellader/bulldozer (merk Liebherr, type L554, serienr. 4520258), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

3.
hij op of omstreeks 03 april 2007 te Niederkrüchten/Elmpt, in elk geval in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een afgesloten zandgroeve, gelegen aan de Roermonder Straße, heeft weggenomen een dumper/vrachtwagen (merk Caterpillar, type 730), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat het openbaar ministerie aantoonbaar onjuiste informatie heeft verstrekt, aangezien het tot en met de terechtzitting in hoger beroep van
25 maart 2016 het standpunt heeft ingenomen dat [verbalisant 1] en [verbalisant 2] geen informatie hebben verstrekt aan [getuige] en zij hem niet hebben gevraagd onderzoek te doen, zulks terwijl blijkens de processtukken uit het Rijksrecherche-onderzoek naar voornoemde verbalisanten zij wel degelijk hem informatie hebben verstrekt en hem hebben gevraagd onderzoek te doen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Naar het oordeel van het hof zijn geen feiten en omstandigheden gesteld of (anderszins) aannemelijk geworden die de stelling zouden kunnen rechtvaardigen dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Evenmin is gebleken van een ernstige schending van een zo fundamenteel beginsel van een behoorlijke procesorde, dat daarmee het wettelijke systeem in zijn kern wordt geraakt. Gelet hierop kunnen de stellingen van de verdediging niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging. Evenmin zijn overigens gronden daartoe aannemelijk geworden.

Bijgevolg wordt het verweer verworpen.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring zijn opgenomen in de bijlage bij dit arrest.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

A.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

B.

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem in de zaak met parketnummer
04-610140-07 onder 2. ten laste gelegde, aangezien geen sprake is van medeplegen. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat verdachte enkel [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij een loods heeft afgezet en hen vervolgens is gevolgd toen zij de auto’s weg gingen zetten.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat:

  • -

    verdachte en [medeverdachte 1] op enig moment hebben geconstateerd dat ze (abusievelijk) in het bezit waren van een sleutel van de toegangsdeur van het gedeelte van de loods waar [slachtoffer 1] gevestigd was;

  • -

    verdachte en [medeverdachte 1] vervolgens het plan hebben opgevat om in het garagebedrijf aanwezige goederen weg te nemen;

  • -

    verdachte daartoe een bestelbus heeft gehuurd;

  • -

    verdachte vervolgens met die bestelbus [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft opgehaald, waarna zij naar de loods zijn gereden;

  • -

    [medeverdachte 1] de deur van de loods heeft opengemaakt met de sleutel, waarna verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] het gedeelte van de loods waar het garagebedrijf gevestigd was, hebben doorzocht;

  • -

    het kluisje met daarin de autosleutels is opengebroken, waarna dit kluisje is geopend en uit dat kluisje autosleutels zijn weggenomen;

  • -

    [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met behulp van deze autosleutels met twee auto’s zijn weggereden uit de loods;

  • -

    verdachte hen met de bestelbus achterna is gereden en vervolgens hen na het stallen van de auto’s terug naar de loods heeft gebracht;

  • -

    [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vervolgens met nog twee auto’s zijn weggereden uit de loods;

  • -

    verdachte, na het parkeren van de auto’s, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft teruggebracht naar de auto van [medeverdachte 2] .

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Tevens volgt uit deze bewijsmiddelen dat de bijdrage van verdachte aan het bewezenverklaarde van voldoende gewicht is geweest. Daarmee acht het hof het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

Het hof verwerpt het verweer.

C.

De advocaat-generaal en de raadsvrouwe hebben zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 3. primair en 4. primair ten laste gelegde. Het hof is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen evenwel van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 5] de onderhavige Mercedes heeft weggenomen en dat verdachte vervolgens met behulp van die Mercedes de aanhangwagen met daarop de Jaguar heeft weggenomen.

D.

De verdediging heeft ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 5. primair en 6. primair ten laste gelegde ter terechtzitting in hoger beroep de vraag opgeworpen of sprake is van medeplegen, aangezien – zakelijk weergegeven – verdachte zelf geen wegnemingshandeling heeft verricht.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij deze feiten af dat:

  • -

    verdachte en [medeverdachte 3] op een avond zijn gaan kijken naar de Liebherr in Elmpt en de Caterpillar in Waldniel;

  • -

    verdachte daarbij de Liebherr met behulp van een universele sleutel die hij bij zich had, heeft gestart om te zien of hij zou lopen;

  • -

    verdachte tegen [medeverdachte 4] heeft verteld wat ze hadden gezien, omdat [medeverdachte 4] de machines toch wilde hebben;

  • -

    [medeverdachte 4] het goed vond;

  • -

    verdachte vervolgens met een Duitse persoon genaamd [naam] heeft afgesproken dat deze de Caterpillar ging halen en dat zij elkaar zouden treffen aan de grens in Herkenbosch, aangezien [naam] niet bekend was in Nederland;

  • -

    [naam] met de Caterpillar naar de grens is gereden, waarna verdachte voor [naam] uit is gaan rijden en hem zo de loods van [medeverdachte 4] aan de [adres 3] in Herten heeft gewezen;

  • -

    [naam] vervolgens op 3 mei 2008 met de Liebherr naar de grens in Swalmen is gekomen, waarna verdachte opnieuw voor [naam] uit is gaan rijden en hem zo de loods van [medeverdachte 4] aan de [adres 3] in Herten heeft gewezen.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de gedragingen van de verdachte in zodanig nauw verband stonden met de diefstal van de Caterpillar en de Liebherr en van zodanig belang waren dat ten aanzien van die diefstallen gesproken kan worden van nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met [naam] . Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan de in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 5. primair en 6. primair ten laste gelegde feiten.

E.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 9. ten laste gelegde stelt het hof vast dat verdachte in de periode van 1 december 2007 tot en met 24 juni 2008 in Nederland de aanhangwagen van het merk Trailor voorhanden heeft gehad. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt voorts dat:

  • -

    de aanhangwagen afkomstig was van [betrokkene 2] ;

  • -

    een Franse vrachtwagenchauffeur deze aanhangwagen van [betrokkene 2] op het terrein van [bedrijf 1] in Haelen heeft achtergelaten;

  • -

    verdachte tevoren meerdere gestolen voertuigen had geleverd aan [betrokkene 2] , namelijk twee Caterpillars die tussen 3 en 4 juni 2007 waren gestolen in Roermond, een shovel van het merk Liebherr die op 18 augustus 2007 in Maasbracht was gestolen en een graafmachine van het merk Komatsu die tussen 16 november 2007 en 19 november 2007 in Roggel was gestolen;

  • -

    [betrokkene 2] wist dat deze voertuigen van diefstal afkomstig waren.

Het hof is van oordeel dat verdachte onder deze omstandigheden bij het voorhanden krijgen van de aanhangwagen minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het een aanhangwagen betrof die door misdrijf verkregen was.

F.

De verdediging heeft ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 10. primair ten laste gelegde ter terechtzitting in hoger beroep de vraag opgeworpen of sprake is van medeplegen, aangezien – zakelijk weergegeven – verdachte enkel bij de diefstal aanwezig is geweest en zich daarvan niet heeft gedistantieerd.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij dit feit af dat:

  • -

    verdachte en [medeverdachte 5] er samen over hebben gesproken om de shovel weg te nemen;

  • -

    verdachte [medeverdachte 5] op 18 augustus 2007 heeft afgezet bij de shovel in Maasbracht;

  • -

    verdachte en [medeverdachte 5] wilden kijken of de shovel startte;

  • -

    de shovel is gestart met een sleutel van verdachte;

  • -

    [medeverdachte 5] vervolgens met de shovel naar de loods in Ospel is gereden;

  • -

    verdachte daarna het chassisnummer van de shovel heeft veranderd en de shovel heeft verkocht.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de gedragingen van de verdachte in zodanig nauw verband stonden met de diefstal van de shovel en van zodanig belang waren dat ten aanzien van die diefstal gesproken kan worden van nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met [medeverdachte 5] . Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 10. primair ten laste gelegde.

G.

De verdediging heeft ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 11. primair ten laste gelegde ter terechtzitting in hoger beroep de vraag opgeworpen of sprake is van medeplegen, aangezien – zakelijk weergegeven – verdachte enkel bij de diefstal aanwezig is geweest en zich daarvan niet heeft gedistantieerd.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij dit feit af dat:

  • -

    verdachte de graafmachine had zien staan;

  • -

    verdachte aan [medeverdachte 6] heeft gevraagd of hij de graafmachine wilde rijden;

  • -

    verdachte en [medeverdachte 6] op 10 januari 2008 naar Heinsberg zijn gereden met de bedoeling om de graafmachine weg te nemen;

  • -

    [medeverdachte 6] de graafmachine heeft geopend en gestart met een sleutel die hij van verdachte heeft gekregen;

  • -

    verdachte vervolgens [medeverdachte 6] de weg heeft gewezen naar het terrein van [medeverdachte 4] in Herten, waar [medeverdachte 6] de graafmachine heeft neergezet.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de gedragingen van de verdachte in zodanig nauw verband stonden met de diefstal van de graafmachine en van zodanig belang waren dat ten aanzien van die diefstal gesproken kan worden van nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met [medeverdachte 6] . Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 11. primair ten laste gelegde.

H.

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat:

  • -

    de enkele verklaring van [medeverdachte 7] met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen;

  • -

    de modus operandi in de onderhavige zaak niet zo uitzonderlijk is dat de feiten enkel aan verdachte zouden kunnen worden toegeschreven.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Volgens art. 342 lid 2 Sv – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling verbiedt daarom de rechter tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Het hof is van oordeel dat de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten, waaronder begrepen de aard van de weggenomen goederen alsmede de regio waar de goederen zijn weggenomen, op essentiële punten overeenkomsten vertoont met de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 5., 6., 10., 11. en 15 bewezen verklaarde feiten. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat:

  • -

    het in alle gevallen gaat om diefstal van werkvoertuigen, veelal van de merken Liebherr en Caterpillar;

  • -

    de diefstallen in alle gevallen in dezelfde regio hebben plaatsgevonden;

  • -

    bij de in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 5., 6., 10., 11. en 15 bewezen verklaarde feiten de werkwijze van de verdachte er telkens op neer kwam dat hij een persoon aanzocht voor het wegnemen van het voertuig, verdachte deze persoon naar de locatie van de diefstal bracht, waar deze persoon – veelal met gebruikmaking van een sleutel die door verdachte ter beschikking was gesteld – het voertuig wegnam, terwijl de werkwijze bij de in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten blijkens de verklaringen van [medeverdachte 7] dezelfde was.

Aldus vinden in het onderhavige geval de verklaringen van [medeverdachte 7] voldoende steun in het overige bewijsmateriaal. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met [medeverdachte 7] heeft begaan.

Het hof verwerpt bijgevolg het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 1., 2., 3. primair, 4. primair, 5. primair, 6. primair, 7., 8., 9., 10. primair, 11. primair, 12., 13. primair, 14. primair en 15. primair en in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

parketnummer 04-610140-07

1.
hij op 12 april 2007 te Haelen, gemeente Leudal, een bedrijfsbus (merk Mercedes-Benz, type 413 CDI) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van die bedrijfsbus wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.
hij op of omstreeks 23 oktober 2007 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een garagebedrijf, gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen vier personenauto's (merk BMW met [kenteken] , merk BMW met [kenteken] , merk Volkswagen met [kenteken] en merk Audi met [kenteken] ) en autosleutels van een BMW ( [kenteken] ), toebehorende aan [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] of [slachtoffer 4] of [slachtoffer 5] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en een valse sleutel;
3.
hij op of omstreeks 30 augustus 2007 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Mercedes), toebehorende aan [slachtoffer 6] , waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door een portier van die Mercedes middels een valse sleutel te openen en door middel van verbreking;


4.
hij op 31 augustus 2007 te Horn, gemeente Leudal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen (merk Henra) met daarop een personenauto (merk Jaguar), toebehorende aan [benadeelde 2] ;


5.
hij in de periode van 30 april 2008 tot en met 3 mei 2008 te Niederkrüchten/Elmpt tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een shovel (merk Liebherr, type 514), toebehorende aan [slachtoffer 7] ;


6.
hij in de periode van 2 mei 2008 tot en met 3 mei 2008 te Schwalmtal-Waldniel tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Caterpillar, type M316C), toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader;
7.
hij op 3 februari 2008 te Opglabbeek met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een oplegger (merk Nooteboom) waarop een trekker (merk DAF) en een kipper (merk Trouillet) stonden, toebehorende aan [slachtoffer 9] ;


8.
hij in de periode van 9 april 2008 tot en met 20 mei 2008 in de gemeente Amstelveen tezamen en in vereniging met [betrokkene 1] met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een listige kunstgreep de verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van € 6.082,36, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid tegenover de verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 10] – bij welke verzekeringsmaatschappij de eigenaar van de door [betrokkene 1] gehuurde auto (merk Ford Transit, [kenteken] ), te weten [slachtoffer 18] , een autoverzekering ( [polisnummer] ) had afgesloten – kenbaar gemaakt dat [betrokkene 1] met de door [betrokkene 1] bestuurde Ford Transit ( [kenteken] ) een aanrijding had gehad ten gevolge waarvan materiële schade was toegebracht aan de personenauto (merk Mercedes-Benz, [kenteken] ) van [verdachte] , zulks terwijl de genoemde aanrijding in werkelijkheid heeft plaatsgevonden met medeweten en instemming van de betrokken bestuurders van die voertuigen, waardoor de verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 10] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
9.
hij in de periode van 1 december 2007 tot en met 24 juni 2008 in Nederland een aanhangwagen (merk Trailor) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die aanhangwagen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

10.
hij op 18 augustus 2007 te Maasbracht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Liebherr, type L564), toebehorende aan [slachtoffer 11] , waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en een valse sleutel;

11.
hij op 10 januari 2008 te Heinsberg/Waldenrath tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Caterpillar, type M316C), toebehorende aan [slachtoffer 12] , waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

12.
hij in de periode van 20 maart 2008 tot en met 25 maart 2008 te Selfkant met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Caterpillar, type D6N), toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

13.
hij op of omstreeks 11 februari 2008 te Niederkrüchten/Elmpt tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee trilplaten (merk Wacker) en een shovel/wiellader (merk Liebherr, type L514), toebehorende aan [slachtoffer 7] ;
14.
hij op 15 februari 2008 te Niederkrüchten/Elmpt tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een shovel/wiellader (merk Liebherr, type L514), toebehorende aan [slachtoffer 14] ;

15.
hij in de periode van 16 november 2007 tot en met 19 november 2007 te Roggel, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een graafmachine (merk Komatsu), toebehorende aan [benadeelde 4] , waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;
parketnummer 04-850021-09
1.
hij op 02 mei 2007 te Heythuysen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een afgesloten bouwterrein, gelegen aan de Eykerstokweg, heeft weggenomen een wiellader/bulldozer (merk Caterpillar, type 938G), toebehorende aan [slachtoffer 15] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en een valse sleutel;

2.
hij op 30 april 2007 te Maaseik tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een wiellader/bulldozer (merk Liebherr, type L554, serienr. 4520258), toebehorende aan [slachtoffer 16] , waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;
3.
hij op 03 april 2007 te Niederkrüchten/Elmpt tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een afgesloten zandgroeve, gelegen aan de Roermonder Straße, heeft weggenomen een vrachtwagen (merk Caterpillar, type 730), toebehorende aan [slachtoffer 17] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en een valse sleutel.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 1. en 9. bewezen verklaarde levert telkens op:

Opzetheling.

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 2. en in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1. en 3. bewezen verklaarde levert telkens op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en valse sleutels.

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 3. bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en valse sleutels.

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 4. en 7. bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 5., 6., 13. en 14. bewezen verklaarde levert telkens op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 8. bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van oplichting.

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 10. bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en valse sleutels.

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 11. en 15. en in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 2. bewezen verklaarde levert telkens op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 12. bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

I.1

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de omstandigheid dat feiten als de in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 1. en 9. bewezen verklaard de diefstal(len) van waardevolle goederen als de onderhavige bevorderen, feiten waardoor aanzienlijke schade wordt veroorzaakt aan de eigenaars van de betreffende goederen dan wel aan de betrokken verzekeraars;

  • -

    de mate waarin feiten als de in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 2., 3., 4., 5., 6., 7., 11., 12., 13., 14. en 15 en in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1., 2. en 3. bewezen verklaarde in het algemeen schade teweeg brengen aan de eigenaren van weggenomen goederen dan wel aan hun verzekeraars, alsmede de mate van overlast en ergernis die door dergelijke delicten wordt veroorzaakt aan de gedupeerden;

  • -

    de mate waarin het bewezen verklaarde tot financiële schade heeft geleid voor de gedupeerden;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan het volgende strafbare feit, ter zake waarvan de verdachte niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd: het valselijk opmaken van een inventarisatieformulier en twee loonafrekeningen, gepleegd in de maand mei 2007 te Haelen, gemeente Leudal, en/of in de gemeente Nederweert.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof gelet op:

- de omstandigheid dat verdachte, blijkens het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 13 oktober 2016, voorafgaand aan het begaan van het bewezen verklaarde eerder in Nederland, België en Duitsland onherroepelijk door de strafrechter is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten;

- het hem betreffende voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d.
9 oktober 2008;

- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op het voorgaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van aanzienlijke duur met zich brengt. Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd.

Alles afwegende neemt het hof een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren tot uitgangspunt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is, behoudens hetgeen hierna zal worden overwogen met betrekking tot de redelijke termijn, niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals bepleit door de verdediging, aangezien daarin de ernst en omvang van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt.

I.2

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen tot strafvermindering zou moeten leiden.

Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

De termijn als bedoeld in art. 6 EVRM vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen verdachte een strafvervolging in te stellen. In het onderhavige geval begint de termijn te lopen op 24 juni 2008, de dag waarop verdachte op grond van een Europees arrestatiebevel in Duitsland is aangehouden.

Het vonnis in eerste aanleg is gewezen op 23 december 2011. Aldus is er sprake van een tijdsverloop van meer dan twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn tot aan de afronding van de behandeling in eerste aanleg, terwijl het hof onvoldoende omstandigheden aanwezig acht die een zo langdurig tijdsverloop rechtvaardigen.

De verdachte heeft op 6 januari 2012 hoger beroep ingesteld. Het hof doet uitspraak meer dan 5 jaren na de datum waarop hoger beroep is ingesteld, terwijl het hof onvoldoende omstandigheden aanwezig acht die een zo langdurig tijdsverloop rechtvaardigen.

Een en ander brengt met zich dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM in zeer aanzienlijke mate is overschreden, hetgeen in casu naar het oordeel van het hof moet leiden tot strafvermindering.

Bij dit oordeel heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid en omvang van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

Het hof ziet in de hiervoor geconstateerde schending van het recht van de verdachte op een openbare behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn aanleiding een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren op te leggen.

Beslag

Van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag zal de teruggave aan de verdachte worden gelast.

Vorderingen van de benadeelde partijen

1. De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van € 1.033,66. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 760,00.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg gedane vordering.

De vordering is betwist. Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van het onder 1. bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden tot het bedrag van € 760,00. De vordering zal tot dat beloop worden toegewezen. Daarbij heeft het hof het navolgende in aanmerking genomen.

Ten aanzien van de schadeposten ‘opsporen bakwagen’, ‘ophalen bakwagen + aangifte politie’ en ‘huurderving i.v.m. niet kunnen verhuren enkele dagen’ is het hof van oordeel, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, dat de bewezen verklaarde opzetheling en de kort daarvoor gepleegde verduistering van de bakwagen in zodanig nauw verband staan tot elkaar dat de door de verdachte gepleegde opzetheling rechtstreeks de door de benadeelde partij geleden schade veroorzaakt.

Voorts is het hof ten aanzien van de gevorderde schade in verband met het opnieuw beletteren van de bakwagen van oordeel dat deze schade rechtstreeks is veroorzaakt door de bewezen verklaarde opzetheling, in aanmerking genomen dat het verwijderen van de belettering dienstig was aan de bewezen verklaarde heling.

Voor het overige zal de vordering van de benadeelde partij worden afgewezen. Het hof merkt daarbij op dat het gevorderde bedrag van € 108,63 in verband met de nog openstaande factuur niet aan verdachte kan worden toegerekend, aangezien hij niet de huurder van de bakwagen was.

Aangezien de benadeelde partij, zijnde een ondernemer, het gevorderde bedrag van
€ 165,03 aan BTW in (voor)aftrek kan brengen, levert de vordering in zoverre voor de benadeelde partij geen schade op.

Het hof zal de verdachte verwijzen in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

2. De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van € 50.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van
€ 24.834,85, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens is verdachte veroordeeld in de door de benadeelde partij gemaakte kosten, zijnde een bedrag van € 43,85.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij vergoeding van hetgeen aan hem in eerste aanleg is toegewezen.

De vordering is betwist. Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 4. bewezen verklaarde handelen van verdachte materiële schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 24.834,85. De vordering zal tot dat beloop worden toegewezen.

Ten aanzien van de posten ‘Reparatiekosten aanhangwagen HENRA’ en ‘Reiskosten taxatie aanhangwagen rep’, zijnde in totaal € 1.433,85, zal het bedrag worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van de vordering tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige zal het bedrag worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof zal de verdachte tevens verwijzen in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 43,85.

3. De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 4.655,99. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep integraal toegewezen.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg gedane vordering.

De vordering is betwist op grond van het feit dat niet kan worden vastgesteld dat degene die het voegingsformulier namens de benadeelde partij heeft ingediend, bevoegd was die rechtspersoon te vertegenwoordigen.

Bij het voegingsformulier bevindt zich niet een uittreksel uit het Duitse handelsregister. Evenmin bevindt zich bij dit voegingsformulier een schriftelijke volmacht waaruit blijkt dat de persoon die het voegingsformulier heeft ingevuld, daartoe gemachtigd was. Hetzelfde heeft te gelden voor het wensenformulier waarin namens de benadeelde partij te kennen is gegeven dat zij haar vordering in hoger beroep wenst te handhaven. Aldus kan niet worden vastgesteld dat de persoon die de vordering heeft ingediend, bevoegd was de rechtspersoon te vertegenwoordigen. De benadeelde partij kan echter niet op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, dan nadat haar door het openbaar ministerie dan wel door de rechter de gelegenheid is geboden dat verzuim te herstellen en die gelegenheid niet is benut. Nu de benadeelde partij niet de gelegenheid is geboden het verzuim te herstellen, zou de behandeling van de vordering nader onderzoek vergen. Dat zou evenwel een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Gelet hierop zal het hof bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Het hof zal wel, ten behoeve van de benadeelde partij, een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen.

Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

4. De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 11.507,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg gedane vordering.

De vordering is betwist op grond van het feit dat niet kan worden vastgesteld dat degene die het voegingsformulier namens de benadeelde partij heeft ingediend, bevoegd was die rechtspersoon te vertegenwoordigen.

Het hof constateert dat het voegingsformulier is ingevuld door [naam] . Bij het voegingsformulier bevindt zich niet een uittreksel uit het handelsregister op basis waarvan kan worden vastgesteld dat deze persoon bevoegd was de rechtspersoon te vertegenwoordigen. Bij het voegingsformulier is immers niet een uittreksel uit handelsregister gevoegd met betrekking tot de benadeelde partij doch met betrekking tot [bedrijf 2] Evenmin bevindt zich bij dit voegingsformulier een schriftelijke volmacht waaruit blijkt dat de persoon die het voegingsformulier heeft ingevuld, daartoe gemachtigd was. Hetzelfde heeft te gelden voor het wensenformulier waarin namens de benadeelde partij te kennen is gegeven dat zij haar vordering in hoger beroep wenst te handhaven. Aldus kan niet worden vastgesteld dat de persoon die de vordering heeft ingediend, bevoegd was de rechtspersoon te vertegenwoordigen. De benadeelde partij kan echter niet op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, dan nadat haar door het openbaar ministerie dan wel door de rechter de gelegenheid is geboden dat verzuim te herstellen en die gelegenheid niet is benut. Nu de benadeelde partij niet de gelegenheid is geboden het verzuim te herstellen, zou de behandeling van de vordering nader onderzoek vergen. Dat zou evenwel een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Gelet hierop zal het hof bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Het hof zal wel, ten behoeve van de benadeelde partij, een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen.

Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

5. De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 89.228,80. De benadeelde partij is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg gedane vordering.

Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, in verband met artikel 415 van het Wetboek van Strafvordering, kan de benadeelde partij niet in deze vordering worden ontvangen, aangezien het feit waarop deze vordering betrekking heeft niet ten laste is gelegd en evenmin ad informandum is gevoegd.

Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Maatregelen ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht

1. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat [benadeelde 1] als gevolg van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 1. bewezen verklaarde feit schade heeft geleden tot een bedrag van € 760,00.

Verdachte is naar burgerlijk recht mede aansprakelijk voor deze schade.

Het hof zal daarom aan de verdachte ter meerdere zekerheid van de hierboven vermelde betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 760,00 te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Het hof zal bepalen dat indien en voor zover de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij, daarmede zijn verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer in zoverre komt te vervallen (zulks vice versa, dat wil zeggen: indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer komt daarmede zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij in zoverre te vervallen).

Het hof zal bepalen dat indien en voor zover een mededader van verdachte het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Voorts zal het hof bepalen dat indien en voor zover een mededader van verdachte de benadeelde partij schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

2. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat [benadeelde 2] als gevolg van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 4. bewezen verklaarde feit schade heeft geleden tot een bedrag van € 24.834,85.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Het hof zal daarom aan de verdachte ter meerdere zekerheid van de hierboven vermelde betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 24.834,85 te betalen ten behoeve van het slachtoffer. Ten aanzien van een bedrag van € 1.433,85 dat betrekking heeft op de aanhangwagen zal het bedrag worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van de vordering tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige zal het bedrag worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof zal bepalen dat indien en voor zover de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij, daarmede zijn verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer in zoverre komt te vervallen (zulks vice versa, dat wil zeggen: indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer komt daarmede zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij in zoverre te vervallen).

3. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat [benadeelde 3] als gevolg van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 6. bewezen verklaarde feit schade heeft geleden, die het hof begroot op een bedrag van € 4.655,99.

Verdachte en zijn mededader zijn naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Het hof zal daarom aan de verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van

€ 4.655,99 te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Het hof zal bepalen dat indien en voor zover de mededader van verdachte het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

4. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat [benadeelde 4] als gevolg van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 15. bewezen verklaarde feit schade heeft geleden. De verdediging heeft verweer gevoerd ten aanzien van de door [benadeelde 4] in het voegingsformulier opgevoerde schadeposten, doch het hof begroot de schade, gelet op de aangifte, het voegingsformulier en de bij het voegingsformulier gevoegde bijlagen, op een bedrag van € 11.507,00.

Verdachte en zijn mededader zijn naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Het hof zal daarom aan de verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van

€ 11.507,00 te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Het hof zal bepalen dat indien en voor zover de mededader van verdachte het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Verzoek schorsing voorlopige hechtenis

De raadsvrouwe heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte te schorsen bij gelegenheid van de uitspraak.

Het hof is van oordeel dat, bij afweging van het persoonlijk belang dat de verdachte heeft bij een schorsing, tegen het algemeen belang dat met de voortzetting van de voorlopige hechtenis is gemoeid, het laatste belang in casu dient te prevaleren, zodat het verzoek zal worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 47, 57, 310, 311, 326 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 1., 2., 3. primair, 4. primair, 5. primair, 6. primair, 7., 8., 9., 10. primair, 11. primair, 12., 13. primair, 14. primair en 15. primair en in de zaak met parketnummer 04-850021-09 onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag van € 2.650,00.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 1. bewezen verklaarde tot het bedrag van € 760,00 (zevenhonderdzestig euro) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 4. bewezen verklaarde tot het bedrag van € 24.834,85 (vierentwintigduizend achthonderdvierendertig euro en vijfentachtig cent) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente

  • -

    over een bedrag van € 23.401,00 met ingang van 31 augustus 2007;

  • -

    over een bedrag van € 1.433,85 met ingang van 27 januari 2009,

telkens tot aan de dag van de algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op
€ 43,85 (drieënveertig euro en vijfentachtig cent).

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer
04-610140-07 onder 1. bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 760,00 (zevenhonderdzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de aan de verdachte opgelegde verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij vervalt, indien en voor zover deze aan de opgelegde maatregel, inhoudende de verplichting tot betaling van voormeld bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, heeft voldaan.

Bepaalt dat de aan de verdachte opgelegde maatregel, inhoudende de verplichting tot betaling van voormeld bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer vervalt, indien en voor zover deze aan zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij, heeft voldaan.

Bepaalt dat indien en voor zover een mededader van verdachte het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat indien en voor zover een mededader van verdachte de benadeelde partij schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 4. bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 24.834,85 (vierentwintigduizend achthonderdvierendertig euro en vijfentachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 159 (honderdnegenenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting vermeerderd wordt met de wettelijke rente

  • -

    over een bedrag van € 23.401,00 met ingang van 31 augustus 2007;

  • -

    over een bedrag van € 1.433,85 met ingang van 27 januari 2009,

telkens tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat de aan de verdachte opgelegde verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij vervalt, indien en voor zover deze aan de opgelegde maatregel, inhoudende de verplichting tot betaling van voormeld bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, heeft voldaan.

Bepaalt dat de aan de verdachte opgelegde maatregel, inhoudende de verplichting tot betaling van voormeld bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer vervalt, indien en voor zover deze aan zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij, heeft voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 6. bewezen verklaarde een bedrag te betalen van
€ 4.655,99 (vierduizend zeshonderdvijfenvijftig euro en negenennegentig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 56 (zesenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van verdachte het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 04-610140-07 onder 15. bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 11.507,00 (elfduizend vijfhonderdzeven euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
92 (tweeënnegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van verdachte het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. H.A.W. Vermeulen en mr. R.D. van Heffen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 27 januari 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R.D. van Heffen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.