Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:244

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-01-2017
Datum publicatie
27-01-2017
Zaaknummer
200 196 777_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vervangende toestemming verhuizing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2017/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 26 januari 2017

Zaaknummer: 200.196.777/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/02/311272 FA RK 16-769

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante in principaal appel,

verweerster in incidenteel appel,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. Th. Kremers,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in principaal appel,

appellant in incidenteel appel,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. C.G.M. Baas.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 26 april 2016.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 juli 2016, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij beschikking voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de moeder vervangende toestemming te verlenen om met na te noemen kinderen te verhuizen naar [plaats] ;

2. de door de rechtbank bij beschikking van 18 december 2014 vastgelegde voorlopige

zorgregeling zodanig te wijzigen als de rechtbank (het hof begrijpt: het hof) in verband met deze verhuizing juist en op zijn plaats acht.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 september 2016, heeft de vader verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de moeder in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren althans dit verzoek als onbewezen dan wel ongegrond af te wijzen.

Tevens heeft de vader hierbij incidenteel appel ingesteld en verzocht voormelde beschikking te vernietigen met betrekking tot het verzoek hoofdverblijf van de kinderen bij de vader en, opnieuw rechtdoende, bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat na te noemen kinderen hun hoofdverblijf zullen hebben bij de vader.

2.2.1.

Bij verweerschrift in incidenteel appel, ingekomen ter griffie op 26 oktober 2016, heeft de moeder verzocht, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vader in zijn incidentele appel niet-ontvankelijk te verklaren, althans dit beroep ongegrond te verklaren als zijnde ongegrond en onbewezen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 december 2016. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de moeder, bijgestaan door mr. Kremers;

  • -

    de vader, bijgestaan door mr. M. Czarnota, waarnemend voor mr. Baas.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 24 maart 2016;

  • -

    het V-formulier met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 5 december 2016;

  • -

    de ter zitting door de advocaat van de moeder overgelegde pleitnota.

3 De beoordeling

In het principaal en incidenteel appel:

3.1.

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, welke relatie inmiddels is geëindigd.

Uit de relatie van partijen zijn geboren:

- [minderjarige 1] (hierna ook: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 2] (hierna ook: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ,

hierna ook gezamenlijk de kinderen genoemd.

De vader heeft de kinderen erkend.

Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uit.

De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de moeder.

3.2.

Bij beschikking van 18 december 2014 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant bepaald dat de vader in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd is tot het hebben van contact met de kinderen:

- één keer in de twee weken van vrijdag 16.00 uur tot en met maandag 8.30 uur;

- in de even weken van woensdag 12.15 uur tot donderdag 8.30 uur;

- in de oneven weken van dinsdag 15.15 uur tot woensdag 8.30 uur;

- gedurende de helft van de vakanties en de feestdagen,

totdat partijen tijdens het traject Ouderschap Blijft in onderling overleg tot een andere regeling zijn gekomen.

3.3.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank afgewezen:

- het verzoek van de moeder om aan haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar [plaats] in de zomervakantie van 2016;

- het verzoek van de moeder de door de rechtbank bij beschikking van 18 december 2014 vastgestelde voorlopige zorgregeling zodanig te wijzigen als de rechtbank in verband met de verhuizing naar [plaats] juist en op zijn plaats acht.

De rechtbank heeft het voorwaardelijk zelfstandig verzoek van de vader om te bepalen dat de kinderen vanaf de datum dat de moeder naar [plaats] verhuist hun hoofdverblijf zullen hebben bij de vader onbesproken gelaten, nu de aan dat verzoek gestelde voorwaarde niet is vervuld.

3.4.

De moeder kan zich met deze beschikking niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

De vader kan zich met deze beschikking evenmin verenigen voor zover deze betrekking heeft op zijn verzoek om het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te bepalen en hij is hiervan in zoverre in hoger beroep gekomen.

Ter zitting van het hof heeft de advocaat van de vader medegedeeld dat het incidenteel appel van de vader zo moet worden gelezen dat hij, evenals in eerste aanleg, verzoekt om, indien het hof de moeder vervangende toestemming verleent om (met de kinderen) te verhuizen, te bepalen dat de kinderen vanaf de datum dat de moeder naar [plaats] verhuist, hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben.

3.5.

De moeder voert - kort samengevat - het volgende aan.

De rechtbank heeft ten onrechte haar verzoek om vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen afgewezen.

Daarbij heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de door de moeder gewenste verhuizing naar [plaats] de daadwerkelijke uitoefening van het gezag en de zorgregeling tussen de vader en de kinderen zal beperken. De door de moeder aangeboden compensatieregeling geeft voldoende waarborgen om het contact tussen de vader en de kinderen op een goede, consistente wijze te laten plaatsvinden. Daarnaast zal de moeder, zoals zij thans ook doet, de kinderen zoveel als mogelijk stimuleren in de contacten met de vader. De vader zal zij raadplegen over belangrijke zaken in het leven van de kinderen en informeren over relevante ontwikkelingen in hun leven. Als de vader op vrijdag de kinderen van school haalt, kan hij contact onderhouden met de docenten en de ouders van de vriendjes en vriendinnetjes van de kinderen. Met de door de moeder voorgestelde regeling zullen de kinderen voorts hun sociale leven in [woonplaats van de moeder] kunnen behouden. Aldus blijft de vader actief deel uitmaken van het leven van de kinderen en zal van een weekend- en vakantievader geen sprake zijn.

Voorts heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de moeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat voor haar de noodzaak bestaat om naar [plaats] te verhuizen. Deze noodzaak ligt onder meer daarin dat in de omgeving van [plaats] meer betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij komt dat de broer van de moeder haar een baan heeft aangeboden in het familiebedrijf, waardoor de aankoop van een woning in de omgeving van [plaats] tot de mogelijkheden behoort. De ouders van de moeder zijn bereid haar hiervoor aanvullend en indien nodig, een zeker bedrag te lenen. De noodzaak om naar [plaats] te verhuizen ligt voorts daarin dat het psychisch slecht gaat met de moeder. Uit het individueel behandelplan van de GGZ blijkt dat de psychische problemen van de moeder voortkomen uit het feit dat zij niet kan terugkeren naar [plaats] . Deze problemen hebben een negatieve uitwerking op haar fysieke gesteldheid.

Anders dan de rechtbank heeft overwogen heeft de moeder zeker wel nagedacht over de gevolgen van de verhuizing naar [plaats] voor de kinderen. Omdat de kinderen al heel hun leven de gewoonte hebben om op en neer te reizen naar [plaats] en eraan gewend zijn aldaar een belangrijk deel van hun vrije tijd met de buurtkinderen door te brengen, meent zij dat de impact van een verhuizing op de kinderen beperkt zal zijn. Ook de lange reistijd in verband met de contactregeling vormt geen onaanvaardbare belemmering, nu de kinderen daaraan reeds gewend zijn en de reistijd door hen niet als belastend wordt ervaren.

Voor zover de rechtbank heeft overwogen dat de onderlinge communicatie tussen partijen niet goed is, verwacht de moeder dat een verhuizing naar [plaats] juist rust tussen partijen zal kunnen brengen.

Gezien de grote gevolgen die gemoeid zijn met de beslissing om al dan niet aan de moeder vervangende toestemming te verlenen, had de rechtbank niet voorbij mogen gaan aan het advies van de raad op de zitting van de rechtbank om een raadsonderzoek te gelasten.

3.6.

De vader voert - kort samengevat - het volgende aan.

De ‘vaderrol’ van de vader houdt veel meer in dan slechts een verdeling in tijd. Thans is de vader betrokken bij alle aspecten van het leven van de kinderen. De dagelijkse routine en zorgtaken van de vader dragen bij aan de goede band met de kinderen. Een verhuizing naar [plaats] met een weekendregeling zou zijn rol beperken tot die van weekend- en vakantievader. De kinderen worden hierdoor tekort gedaan. Het is in het belang van de kinderen als er door de ouders een balans wordt gecreëerd, waarbij zowel de moeder als de vader de kinderen iets mee kunnen geven.

Geen van de door de moeder aangevoerde argumenten om naar [plaats] te verhuizen berust op een objectieve noodzaak. De moeder heeft thans een vast dienstverband, in [woonplaats van de moeder] en [woonplaats van de vader] zijn woningen beschikbaar tegen vergelijkbare prijzen als in [plaats] en gezien de depressieve gevoelens van de moeder is een verhuizing naar [plaats] geen garantie dat zij zich daar wel gelukkig zal voelen. Het persoonlijke belang van de moeder kan niet zonder meer prevaleren boven de belangen van de kinderen en de vader om ongestoord contact met elkaar te hebben in een voor hen vertrouwde omgeving.

De kinderen zijn sterk geworteld in [woonplaats van de moeder] . De effecten van de verhuizing op de kinderen zijn voor de moeder geen overweging geweest, aldus de vader.

De vader refereert zich aan het oordeel van het hof ten aanzien van de noodzaak van een raadsonderzoek.

3.7.

Het hof overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. De gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen brengt mee dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van de kinderen toestemming van de vader behoeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden zal de rechter hierover een beslissing nemen.

Bij een dergelijke beslissing dient het hof - conform vaste rechtspraak - alle omstandigheden in acht te nemen en alle belangen af te wegen. Hoewel het belang van de kinderen een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, kunnen andere belangen ertoe leiden dat deze zwaarder dienen te wegen dan het belang van de kinderen. Het gaat onder meer om: het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten, de (on)mogelijkheid om op een andere wijze aan dat belang tegemoet te komen, de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen te verzachten en/of te compenseren, de leeftijd van de kinderen, de te overbruggen afstanden en de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg.

3.7.1.

Het hof overweegt dat voor zover de moeder heeft verzocht om een onderzoek door de raad, het hof zich op grond van de stukken en de mondelinge behandeling voldoende voorgelicht acht om een verantwoorde beslissing te nemen, zodat geen noodzaak bestaat om een raadsonderzoek te gelasten.

3.7.2.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht het verzoek van de moeder tot verlening van vervangende toestemming om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen, heeft afgewezen. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Het hof overweegt dat partijen op 27 juni 2016 in een ouderschapsplan, dat onder professionele begeleiding van Juzt tot stand is gekomen, een kwalitatief gelijkwaardig ouderschap over de kinderen zijn overeengekomen, waarbij de vader in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedurende ongeveer vijf dagen in de veertien dagen de zorg voor de kinderen voor zijn rekening neemt. Voor zover de moeder heeft gesteld dat zij min of meer gedwongen is om dit plan te ondertekenen, gaat het hof hieraan voorbij, nu de vader deze stelling heeft betwist en het hof uit niets kan opmaken dat op de moeder enige dwang of aandrang om het plan te ondertekenen door een medewerker van Juzt of door de vader is uitgeoefend.

Tussen partijen is niet in geschil dat door of bij een verhuizing van de moeder met de kinderen naar [plaats] de zorgregeling zoals partijen die in het ouderschapsplan hebben afgesproken niet langer kan worden nagekomen. Er zal in die situatie enkel nog sprake kunnen zijn van een weekendregeling. Met de rechtbank acht het hof de door de moeder aangeboden compensatie hiervoor, twee van de drie weekenden en extra weken in de vakanties, onvoldoende om het verlies aan contact voor de vader en de kinderen te compenseren. Het aanbod van de moeder biedt op de eerste plaats geen compensatie voor de contactmomenten tussen de vader en de kinderen op doordeweekse dagen, waarbij de vader, meer dan in het weekend, betrokken kan zijn bij de dagelijkse routine van de kinderen en hun doordeweekse activiteiten. Tevens zullen in het compensatievoorstel van de moeder de mogelijkheden van de vader om in de door hem gewenste mate betrokken te zijn bij het leven op school van de kinderen sterk worden beperkt. De vader haalt en brengt de kinderen thans regelmatig van en naar school. Dat zou in de nieuwe situatie praktisch komen te vervallen. De vader neemt ook een paar keer per jaar deel aan buitenschoolse activiteiten, waarbij hij de ouders van klasgenoten van de kinderen ontmoet. Ook dat zou dan niet of nauwelijks meer mogelijk zijn.

Het hof is voorts met de rechtbank van oordeel dat naarmate de kinderen ouder worden de kans steeds kleiner wordt dat zij om het weekend en iedere vakantie de totale afstand van 360 kilometer willen afleggen met de daaraan gekoppelde aanzienlijke reistijd. De kinderen zullen na een verhuizing hun leven steeds meer gaan vormgeven in de nieuwe woonplaats, waar zij nieuwe vriendjes zullen maken en nieuwe klasgenoten krijgen. Naarmate de tijd verstrijkt bestaat het reële risico dat de interesse van de kinderen in het ‘oude’ leven in [woonplaats van de moeder] vermindert. Naar het oordeel van het hof zal een verhuizing naar [plaats] , en het daaraan inherente verminderde contact van de vader met de kinderen, leiden tot een uitholling van het vaderschap en de band die de vader en de kinderen met elkaar hebben.

Alles overwegende komt het hof tot het oordeel dat een verhuizing van de moeder met de kinderen naar [plaats] niet in het belang van de kinderen is te achten. Er bestaat een aanmerkelijk risico dat de kinderen bij die verhuizing op de langere termijn het contact met de vader steeds meer zullen gaan verliezen (hetgeen de vader ook vreest), gelet ook op hetgeen de moeder over de verhouding tussen de vader en de kinderen en dan met name [minderjarige 1] beschrijft.

De belangen van de moeder bij de verhuizing, zoals die door haar naar voren zijn gebracht, acht het hof onder de gegeven omstandigheden ondergeschikt aan het belang van de kinderen bij het behoud van een (goede) relatie met hun beider ouders. Weliswaar acht het hof de wens van de moeder om te verhuizen naar de voor haar vertrouwde omgeving in [plaats] begrijpelijk en heeft zij zeker een belang bij de verhuizing, maar het hof is met de rechtbank van oordeel dat de moeder de noodzaak aan haar zijde om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Uit het door de moeder overgelegde behandelplan van de GGZ blijkt naar het oordeel van het hof onvoldoende dat een verhuizing van de moeder met de kinderen naar [plaats] de enige manier is om de psychische problematiek van de moeder op te lossen dan wel te verminderen.

Alle belangen in aanmerking nemend is het hof met de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de moeder om aan haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen dient te worden afgewezen. Dit betekent dat ook het verzoek van de moeder om de voorlopige contactregeling tussen de vader en de kinderen te wijzigen zal worden afgewezen.

3.8.

Nu de verzoeken van de moeder zullen worden afgewezen, is de voorwaarde waaronder het incidenteel appel is ingesteld niet vervuld, zodat het betreffende verzoek geen verdere behandeling en beslissing behoeft.

3.9.

Het voorgaande leidt ertoe dat het hof de beschikking waarvan beroep zal bekrachtigen.

4 De beslissing

Het hof:

op het principaal appel:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 26 april 2016;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.K. Veldhuijzen van Zanten, C.A.R.M. van Leuven en H.M.A.W. Erven en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2017.