Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:2316

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
27-12-2017
Zaaknummer
200.205.020_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:7636
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2017:3493
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:5868
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

partneralimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 1 juni 2017

Zaaknummer: 200.205.020/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/215050 / FA RK 15-4353

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: aanvankelijk mr. L.E.M. Elbertse, thans zonder advocaat,

tegen

[verweerster] ,

wonende op een geheim adres in Nederland,

verweerster,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. L.P.W. Zanders.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 september 2016.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 5 december 2016, heeft de man verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking te vernietigen voor zover het betreft de uitgesproken echtscheiding en voor zover daarbij de partneralimentatie is bepaald op € 1.370,- (hof: per maand) en, opnieuw rechtdoende:

- het verzoek om de echtscheiding uit te spreken, af te wijzen;

- het verzoek om partneralimentatie te bepalen, af te wijzen dan wel deze alimentatie te bepalen op nihil en de betalingsverplichting te beperken tot een periode gelijk aan de duur van het huwelijk.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 januari 2017, heeft de vrouw verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de grieven en verzoeken van de man af te wijzen als zijnde niet-ontvankelijk, dan wel ongegrond, niet bewezen en/of feitelijk onjuist.

2.3.

De mondelinge behandeling, die uitsluitend betrekking had op dat deel van het hoger beroep dat ziet op de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding, heeft plaatsgevonden op 15 mei 2017. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de man;

  • -

    de vrouw, bijgestaan door mr. Zanders en door de tolk de heer M. Chibiane.

Mr. Elbertse heeft het hof bij bericht van 5 mei 2017 laten weten niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zullen zijn. Bij bericht van 15 mei 2017 heeft mr. Elbertse zich als advocaat onttrokken.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de processtukken van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 15 december 2016.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen zijn op 15 juli 2011 met elkaar gehuwd.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond,

onder meer tussen partijen de echtscheiding uitgesproken.

3.3.

De man is van deze beschikking in hoger beroep gekomen en heeft verzocht zoals hiervoor onder rechtsoverweging 2.1 is weergegeven.

3.4.

De eerste grief van de man is gericht tegen de echtscheiding. In het beroepschrift voert hij met deze grief aan dat er geen sprake is van een duurzame ontwrichting van het huwelijk van partijen en dat hij niet wil scheiden.

De vrouw heeft de grief van de man bestreden.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verklaard dat hij het eens is met de echtscheiding, maar dat hij bezwaar heeft tegen de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand vanwege de daaraan verbonden financiële gevolgen. Het hof begrijpt uit deze verklaring van de man dat hij zijn stelling dat het huwelijk niet duurzaam is ontwricht, niet langer handhaaft zodat de eerste grief van de man faalt. Het hof is van oordeel dat het door de man aangevoerde bezwaar tegen de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand geen in aanmerking te nemen verweer tegen de echtscheiding vormt.

Het hof zal de bestreden beschikking op dit punt dan ook bekrachtigen.

3.5.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van

6 september 2016 voor zover daarbij de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H.J.M. Mertens - Steeghs, C.N.M. Antens en M.C. Bijleveld - van der Slikke en is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.