Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:23

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-01-2017
Datum publicatie
29-05-2018
Zaaknummer
200.151.871_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:1651
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:1792
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2270
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

(Non-)conformiteit van een ventilatie installatie in een woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.151.871/01

arrest van 10 januari 2017

in de zaak van

1 [appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. F.G.J. van der Kruis te Eindhoven,

tegen

[projektontwikkeling] Projektontwikkeling B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. C.M. van der Corput te Veldhoven,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 26 april 2016 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven onder zaaknummer 891727/CV/EXPL 13-4533 gewezen vonnis van 13 maart 2014.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 26 april 2016;

  • -

    het proces-verbaal van descente en comparitie van partijen van 27 juni 2016.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1

Bij genoemd tussenarrest zijn een descente en comparitie van partijen gelast. De descente en comparitie hebben plaatsgevonden op 27 juni 2016. Bij die gelegenheid hebben partijen verklaard dat zij het er over eens zijn dat in het kader van het meerwerk de aansluitpunten voor de mechanische ventilatie mee zouden verschuiven met de verplaatsing van de muur. Voorts zijn partijen het er over eens dat het in de bestaande situatie niet is toegestaan een afzuigkap met motor te plaatsen en dat de GIW garantie ISSO 0101 2007, met daaronder de Regeling installatie-eisen nieuwbouw eensgezinswoningen en appartementen 2007 van toepassing is. Partijen hebben ingestemd met een onderzoek door een onafhankelijk deskundige. Zij wensen de benoeming van een deskundige verbonden aan TNO te [vestigingsplaats] (één deskundige).

6.2.

Het hof zal een onderzoek door een deskundige gelasten. Het onderzoek dient ter beantwoording van de navolgende vragen:

  1. kunt u in een korte omschrijving aangeven uit welke onderdelen het mechanisch ventilatiesysteem in de woning van [appellanten] bestaat, op welke wijze het is aangelegd en hoe via dit systeem in de praktijk de aan- en afvoer van luchtstromen plaatsvindt? Het hof gaat er daarbij van uit dat het huidige systeem nog gelijk is aan het systeem zoals dat in 2009/2010 door [geïntimeerde] is geplaatst. Voor zover er aanwijzingen zijn dat deze veronderstelling onjuist is, verzoekt het hof de deskundige daarvan melding te maken.

  2. vindt de afvoer van lucht uit de woonruimte/keuken enerzijds en de badkamer en het toilet anderzijds plaats via één kanaal of via gescheiden kanalen?

  3. voldoet de voorziening van de luchtverversing in de woning aan de eis dat daardoor het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht voldoende wordt beperkt (pagina 30 van de onder d genoemde installatie-eisen)?

  4. voldoet het mechanisch ventilatiesysteem, zoals thans aanwezig in de woning van [appellanten] , aan de eisen zoals die voortvloeien uit de Regeling installatie-eisen nieuwbouw eensgezinswoningen en appartementen 2007 (GIW ISSO 01-01-2007) en het Bouwbesluit 2003 voor wat betreft:

1. de wijze waarop de aan- en afvoer van luchtstromen installatietechnisch is aangelegd

2. de capaciteit van de installatie in verhouding tot de inhoud van de te

ventileren ruimten?

Het hof verzoekt u daarbij ook aandacht te besteden aan de klacht van partij [appellanten] dat een elektriciteitsleiding in strijd met de toepasselijke regelgeving door één van de ventilatiekanalen is aangelegd.

indien vraag c of vraag d. (deels) negatief wordt beantwoord, welke maatregelen zijn dan nodig om het mechanisch ventilatiesysteem zo aan te passen dat het wel aan de genoemde eisen voldoet?

indien aanpassingen noodzakelijk zijn, hoe hoog zullen dan naar uw schatting de kosten zijn voor het realiseren van de aanpassing of aanpassingen?

geven uw bevindingen u overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen die voor een beslissing op het onderhavige geschil van belang kunnen zijn?

6.3.

Het hof heeft kennis genomen van de wens van partijen om een deskundige te benoemen die werkzaam is bij TNO in [vestigingsplaats] . Het hof heeft inmiddels geïnformeerd bij TNO en heeft ing. H.J.M. Cornelissen, verbonden aan TNO, locatie [locatie] , bereid gevonden om als deskundige op te treden. De met het onderzoek gemoeide kosten begroot hij vooralsnog op € 12.100,= inclusief btw, waarbij hij niet kan uitsluiten dat de kosten gaande het onderzoek hoger zullen blijken te zijn. Het hof is voornemens om op grond van het bepaalde in artikel 195 Rv. van [appellanten] c.s. te verlangen dat zij dit bedrag als voorschot ter griffie deponeren.

6.4.

Bij gelegenheid van de gehouden comparitie is partijen toegezegd dat de zaak zou worden verwezen naar de rol om hun de gelegenheid te bieden zich bij akte uit te laten over de vraagstelling. Het hof zal de zaak daarom verwijzen naar de rol voor een aktewisseling, waarbij partijen zich kunnen uitlaten over de persoon van de deskundige, de aan deze voor te leggen vraagstelling en over de omvang van het te betalen voorschot en het voornemen dit ten laste te brengen van [appellanten] c.s.

Ten aanzien van de omvang van de kosten voor het deskundigenbericht stelt het hof vast dat deze het in eerste aanleg gevorderde bedrag aan herstelkosten nu al overtreft. Mochten partijen in de te verwachten kosten van een deskundigenbericht aanleiding vinden hun geschil alsnog met een regeling te beëindigen, dan verzoekt het hof hun om dat ook mee te delen. Beslist wordt daarom als na te melden, waarbij elke verdere beoordeling en beslissing wordt aangehouden.

7 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 7 februari 2017 voor akte aan de zijde van beide partijen met de hiervoor in r.o. 6.4 vermelde doeleinden, waarna een nieuwe datum voor arrest zal worden bepaald.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.J.H.A. Venner-Lijten, J.F.M. Pols en R.J.M. Cremers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 januari 2017.

griffier rolraadsheer