Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:225

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-01-2017
Datum publicatie
25-01-2017
Zaaknummer
200.183.327_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2015:8587
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

hennepkweek;

stroomverbruik;

stelplicht;

onvoldoende verweer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.183.327/01

arrest van 24 januari 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Enexis B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als Enexis,

advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: A.F.G. Bergmans-Jeurissen te [woonplaats] ,

op het bij exploot van dagvaarding van 26 november 2015 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 22 juli 2015 en 14 oktober 2015, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen Enexis als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3643155 CV EXPL 14-12513)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven;

  • -

    de memorie van antwoord.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende door de kantonrechter vastgestelde feiten.

3.1.1.

[geïntimeerde] woonde aan het adres [adres] te [woonplaats]

. [geïntimeerde] woonde op een zogenoemd woonwagenkamp en had daar zijn

woonwagen staan (hierna aangeduid als: de woning). De standplaats werd door [geïntimeerde]

gehuurd. Enexis is in het verzorgingsgebied waar voormeld adres is gelegen de enige

netbeheerder.

3.1.2.

Op 8 februari 2012 is op voormeld adres een op dat moment in gebruik zijnde

hennepkwekerij aangetroffen. In het pand werd een ruimte aangetroffen die was ingericht

voor het telen van hennepplanten. Op het moment dat de kwekerij werd ontdekt, stonden

daar planten van ongeveer vier weken oud. In totaal werden 156 hennepplanten

aangetroffen. Ook zijn er 18 assimilatielampen van elk 600 Watt, 1 ventilator van 450 Watt.

1 ventilator van 250 Watt en 1 elektrische kachel van 2500 Watt aangetroffen,

3.1.3.

De elektriciteitsaansluiting op voornoemd adres stond op het moment dat de

hennepkwekerij werd aangetroffen op naam van [geïntimeerde] . Gebleken is dat in de meterkast

een illegale aftakking op de aansluitkabel vóór de kWh-meter was gemaakt, waardoor de

afgenomen elektriciteit niet op de teller van de kWh-meter werd geregistreerd. Ook was de

originele fabrieksverzegeling van de kWh-meter verbroken. Een gecertificeerde afdeling van

Enexis heeft geconstateerd dat de kWh-meter open was geweest en dat het telwerk

beschadigd was.

3.1.4.

In verband met de hennepkwekerij is [geïntimeerde] op 8 en 9 februari 2012 door de

politie gehoord. Blijkens het proces-verbaal van verhoor verdachte van 9 februari 2012 heeft

[geïntimeerde] verklaard dat de aangetroffen hennepkwekerij van hem is.

3.2.1.

In de onderhavige procedure vordert Enexis betaling van € 4.068,62 met wettelijke rente en proceskosten.

3.2.2.

Aan deze vordering heeft Enexis, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] toerekenbaar tekort is geschoten op grond van de tussen partijen geldende overeenkomst waarbij Enexis een elektriciteitsaansluiting aan [geïntimeerde] ter beschikking heeft gesteld, althans heeft [geïntimeerde] onrechtmatig jegens Enexis gehandeld, aangezien met voormelde aansluiting is gefraudeerd. Enexis heeft hierdoor schade geleden.

3.2.3.

[geïntimeerde] heeft betwist dat met Enexis een transportovereenkomst tot stand is gekomen. Voorts voert hij aan dat hij niet onrechtmatig jegens Enexis heeft gehandeld en haar geen schade heeft berokkend omdat hij pas 3,5 tot 4 weken bezig was met hennepteelt en hij de stroom legaal afnam.

3.3.1.

In het tussenvonnis van 22 juli 2015 heeft de kantonrechter Enexis opgedragen te bewijzen dat voorafgaand aan de op 8 februari 2012 aangetroffen kweekronde drie eerdere kweekronden hebben plaatsgevonden op het adres [adres] te [woonplaats] .

3.3.2.

In het eindvonnis van 14 oktober 2015 heeft de kantonrechter [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van € 1.657,07 en van de proceskosten en het meer of anders gevorderde afgewezen.

3.4.

Enexis heeft in hoger beroep één grief aangevoerd. Enexis heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beroepen vonnissen en tot het alsnog geheel toewijzen van haar vorderingen.

3.5.

[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Enexis en veroordeling van Enexis in de proceskosten met wettelijke rente.

3.6.

Het door Enexis ingestelde hoger beroep is door haar beperkt tot het afgewezen deel van haar vordering, te weten € 2.411,55 met rente. Voormeld bedrag betreft het door Enexis berekend verbruik ter zake van drie kweken voorafgaand aan de op 8 februari 2012 aangetroffen kweek.

3.7.

In haar grief voert Enexis aan dat de kantonrechter ten onrechte in het vonnis van 22 juli 2015 een bewijsopdracht aan Enexis heeft verstrekt en haar heeft toegelaten te bewijzen dat voorafgaand aan de op 8 februari 2012 aangetroffen kweekronde drie eerdere kweekronden hebben plaatsgevonden op het adres [adres] te [woonplaats] .

3.7.1.

[geïntimeerde] heeft voormelde stelling van Enexis, dat voorafgaand aan 8 februari 2012 drie kweekrondes hebben plaatsgevonden, betwist. Hij voert aan dat de aangetroffen teelt zijn eerste teelt was en dat deze ongeveer drieënhalve tot vier weken oud was.

3.8.1.

Het hof stelt vast dat uit een afschrift van een proces-verbaal, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , brigadier van politie, blijkt dat vanaf 8 januari 2011 bij de politie een aantal MMA-meldingen (Meld Misdaad Anoniem) en overige anonieme meldingen binnen zijn gekomen over de teelt van hennep op het woonwagenkamp aan de [adres] te [woonplaats] , dat naar aanleiding van deze meldingen door Enexis netmetingen werden gedaan en dat van deze metingen door Enexis een “rapport metingen” is opgesteld (memorie van grieven: productie 25).

In voormeld proces-verbaal is als mutatie [mutatienummer 1] d.d. 13 april 2011 opgenomen dat een telefoontje via het Call Centre is ontvangen van een vrouw, die onder meer meldt dat er op dat moment hennep wordt geknipt op het woonwagenkamp en dat er sprake is van een ondergrondse plantage die bereikt kan worden via de achterste slaapkamer in woonwagen [adres] en dat als men het bed aan de kant schuift een luik zichtbaar wordt via welke de ondergrondse plantage beschikbaar zou zijn.

In genoemd proces-verbaal is voorts opgenomen dat op 14 april 2011 een netmeting is gedaan door Enexis en dat daaruit van een hoge stroomafname blijkt.

Enexis heeft een fotoboek overgelegd, waarop het adres [adres] [woonplaats] en de onderzoeksdatum 8 februari 2012 is vermeld. Op één van de foto’s is naast een bed een geopend luik te zien.

Het hof constateert op grond van het voorgaande dat de melding van 13 april 2011 concreet verwijst naar een hennepkwekerij op de [adres] en dat die melding bevestiging vindt in de gemeten hoge stroomafname op 14 april 2011 en in de bij de inval op 8 februari 2012 waargenomen situering van en toegang tot de hennepkwekerij.

3.8.2.

Blijkens mutatie 2011074939 van 28 juni 2011 is gemeld dat op het moment van de melding een tiental mensen aan het knippen waren, dat de locatie van de plantage onder het bed van nr. [huisnummer van adres] is en dat het een woonwagenkampje betreft. Ook deze melding vindt bevestiging in de waarneming op 8 februari 2012 van de plaats en de toegang tot de hennepkwekerij.

3.8.3.

In het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, opgemaakt op 17 april 2012 door [aspirant van politie] , aspirant van politie (conclusie van antwoord, productie 2, blz. 4 e.v.), is vermeld dat het betreft het onderzoek naar een hennepplantage aan de [adres] , dat verdroogde resten van hennepplanten waren aangetroffen op de scharen die zijn aangetroffen in de ruimte waar de hennep werd geteeld, dat het filterdoek van de koolstoffilters was vervuild en dat die vervuiling pas na langere tijd optreedt, dat er stof op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen lag en dat die vervuiling pas na langere tijd optreedt, dat knipschaartjes waren aangetroffen waarop zich hennepresten bevonden en dat zestien reeds gebruikte assimilatielampen zijn aangetroffen.

[geïntimeerde] heeft ter verklaring van de stof en de vervuiling naar voren gebracht, dat hij de apparatuur voor de inrichting van de hennepkwekerij tweedehands had gekocht. [geïntimeerde] heeft echter nagelaten om deze verklaring te concretiseren. [geïntimeerde] heeft namelijk niet aangegeven wanneer hij deze apparatuur tweedehands heeft gekocht. Evenmin heeft [geïntimeerde] aangegeven van wie hij deze apparatuur heeft gekocht. Tenslotte heeft [geïntimeerde] geen bewijsstukken overgelegd waaruit de juistheid van zijn stelling, dat hij tweedehands apparatuur heeft gekocht en wanneer dat is geweest, zou kunnen blijken.

Voorts laat [geïntimeerde] onverklaard dat er op de knipschaartjes hennepresten zijn aangetroffen, terwijl die scharen in zijn lezing nog niet nodig waren geweest en dus niet gebruikt, aangezien [geïntimeerde] in zijn lezing niet eerder hennep had geoogst.

Verder moet worden opgemerkt dat uit de fotomap blijkt dat het filter vervuild is geraakt in de periode dat het in deze kwekerij gemonteerd is geweest. Ten behoeve van de foto’s is de ophangketting verschoven, zodat goed te zien is waar de ketting had gezeten voordat die foto werd gemaakt. Als een tweedehands filter zou zijn gebruikt, zo begrijpt het hof, zou de vervuiling juist ook onder die ketting hebben gezeten. Zie ook pag. 209 van het hiervoor genoemde rapport van 17 april 2012. Op diezelfde bladzijde wordt ook opgemerkt dat de hoogte van de kalkafzetting aan de onderzijde van de potten en op het zeil tegen de opstaande rand overeen kwamen, hetgeen erop wijst dat de kalkafzetting op déze locatie moet zijn ontstaan, tweedehandse spullen of niet.

Gezien al het bovenstaande is het hof van oordeel dat [geïntimeerde] geen voldoende verklaring heeft gegeven voor de vervuiling van en het stof op de apparatuur. Het hof stelt dan ook als onvoldoende betwist vast dat de vervuiling en het stof hun oorzaak vinden in het gebruik van de apparatuur door [geïntimeerde] , welke vervuiling en stofvorming pas na langere tijd optreedt.

3.9.

In zijn conclusie van antwoord sub 12 betwist [geïntimeerde] dat van eerdere kweken sprake is geweest, betwist hij in het bijzonder dat de mate van vervuiling van het koolstoffilter en/of de dikte van de laag stof op de kappen aantoont dat er sprake is geweest van drie eerdere kweekrondes, en betoogt hij - beargumenteerd - dat die mate van vervuiling en dikte van de stoflaag eigenlijk in het geheel geen indicatie geeft omtrent het aantal eerdere kweken.

Het hof overweegt dienaangaande, dat de waarnemingen met betrekking tot de mate van vervuiling en dikte van de laag stof in dit specifieke geval echter worden ondersteund door externe aanwijzingen, zoals de hierboven bedoelde meldingen in april en juni 2011 en meting in april 2011. De juistheid van voornoemde meldingen werd bevestigd doordat een aantal concrete details welke in die meldingen werden genoemd later bleken overeen te stemmen met de bevindingen op 8 februari 2012.

Gevoegd bij de geconstateerde vervuiling van filter en kappen is dan de conclusie gerechtvaardigd dat er voldoende aanwijzingen zijn dat er sprake is geweest van (tenminste) drie eerdere kweekrondes van elk 9 weken.

Tegen die achtergrond kon [geïntimeerde] niet volstaan met het opwerpen van algemene bedenkingen, zoals die welke zijn geformuleerd in de conclusie van antwoord sub 12, maar had hij concrete informatie moeten verstrekken omtrent het aantal kweken. Hij heeft ervoor gekozen om dat niet te doen. Bij die stand van zaken is zijn betwisting van het aantal eerdere kweekrondes onvoldoende gemotiveerd.

Het voorgaande brengt mee dat de grief slaagt, de vonnissen waarvan beroep moeten worden vernietigd voor zover € 2.411,55 werd afgewezen.

3.10.

De devolutieve werking van het appel brengt met zich dat vervolgens de andere verweren van [geïntimeerde] , zoals hij deze eerder in eerste aanleg heeft gevoerd, alsnog dienen te worden bezien. Het meest verstrekkende verweer van [geïntimeerde] luidde dat hij niet met Enexis, maar met de leverancier Essent een overeenkomst had gesloten. De rechtbank had dat verweer in r.o. 4.1.1-2 verworpen met een verwijzing naar het arrest van dit hof van 5 augustus 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:2645. Het hof sluit zich hierbij aan. Het verweer van [geïntimeerde] is terecht door de rechtbank verworpen.
Het hof sluit zich eveneens aan bij de beoordeling van de rechtbank als verwoord in r.o. 4.2, inhoudende dat [geïntimeerde] toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van zijn zorgplichten.

Voormeld bedrag van € 2.411,55 zal alsnog worden toegewezen.

3.11.

[geïntimeerde] zal als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van Enexis moeten betalen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Enexis zullen worden vastgesteld op € 79,47 dagvaardingskosten, € 718,- griffierecht en voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief € 632,-(memorie van grieven=1 punt x tarief I: € 632,-).

4 De uitspraak

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gewezen vonnissen van 22 juli 2015 en van 14 oktober 2015 met zaaknummer 3643155 CV EXPL 14-12513 van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, voor daarbij een bedrag van € 2.411,55 is afgewezen en opnieuw rechtdoende

veroordeelt [geïntimeerde] aan Enexis € 2.411,55 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 februari 2012 tot de betaling;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van Enexis op € 79,47 aan dagvaardingskosten, op € 718,- aan griffierecht en op € 632,- aan salaris advocaat;

verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. Brandenburg, O.G.H. Milar en A.J. Henzen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 januari 2017.

griffier rolraadsheer