Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:1668

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-04-2017
Datum publicatie
19-04-2017
Zaaknummer
200.130.528_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ4984
Herstelarrest: ECLI:NL:GHSHE:2014:45
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:3085
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:702
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

schorsing procedure op grond van de artikelen 27 Fw

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2029
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.130.528/01

arrest van 18 april 2017

in de zaak van

Productie [Productie] N.V. (voorheen genaamd: [Productie] N.V.),

gevestigd te [vestigingsplaats] , België,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
verweerster in het incident tot zekerheidstelling ex artikel 224 Rv,

hierna te noemen: [Productie] ,

advocaat: mr. D.J.A. van den Berg te 's-Gravenhage,

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

eiseres in het incident ex artikel 224 Rv,

hierna afzonderlijk te noemen: [geïntimeerde 1],

advocaat: mr. B. Vermue te Tilburg,

2. [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

hierna afzonderlijk te noemen: [geïntimeerde 2],

in hoger beroep niet verschenen,

3. Stichting Administratiekantoor [Stichting Administratiekantoor 1] Concern,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,

hierna afzonderlijk te noemen: STAK Concern,

in hoger beroep niet verschenen,

4. Stichting Administratiekantoor [Stichting Administratiekantoor 2] Concern II,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,
hierna afzonderlijk te noemen: STAK Concern II,
in hoger beroep niet verschenen,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden c.s.],

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 14 januari 2014 en 19 juli 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/230663/HA ZA 11-238 gewezen vonnis van 20 maart 2013.

8 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 19 juli 2016;

  • -

    de akte uitlating tussenarrest van [Productie] ;

  • -

    de antwoordakte tevens houdende verzoek tot schorsing ex art. 27-28 Fw van [geïntimeerde 1] .

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

9 De verdere beoordeling

in de hoofdzaak (in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep), in het incident tot zekerheidstelling

9.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof overwogen dat op 17 december 2013 door de Rechtbank van Koophandel te Turnhout ten aanzien van [Productie] de procedure van gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord (hierna: gerechtelijke reorganisatie) is geopend en dat de in dat kader verleende opschorting tot 17 juni 2014 nadien is verlengd tot 17 oktober 2014.

Het hof heeft daarop beslist dat hij door [Productie] nader wil worden geïnformeerd over:

(1) de datum tot wanneer de gerechtelijke reorganisatie en de daarbij verleende opschorting loopt of heeft gelopen;

(2) indien deze procedure inmiddels is beëindigd: of daarna ten aanzien van [Productie] een andere insolventieprocedure in België is geopend en, indien dat het geval is, om welke procedure het gaat, wanneer die is geopend en of deze nog loopt.

In aansluiting hierop heeft het hof beslist dat hij het standpunt van [Productie] en [geïntimeerde 1] wenst te vernemen over de (mogelijke) gevolgen van de (eventuele) ten aanzien van [Productie] van toepassing zijnde of geweest zijnde insolventieprocedure voor de onderhavige, in Nederland gevoerde, procedure.

In afwachting van de naar aanleiding van het voorgaande bevolen aktewisseling heeft het hof iedere verdere beslissing in de hoofdzaak en in het incident tot zekerheidstelling aangehouden.

9.2.

[Productie] heeft daarop een akte genomen en als volgt gesteld:
- de in het kader van de gerechtelijke reorganisatie verleende opschorting heeft, na een tweede verlenging, voortgeduurd tot 17 november 2014;
- ten tijde van de gerechtelijke reorganisatie was [Productie] gerechtigd om de onderhavige (vóór de gerechtelijke reorganisatie aangevangen) procedure voort te zetten; toestemming van een gerechtsmandataris, rechter of rechter-commissaris was daarvoor niet nodig;
- op 25 november 2014 is het faillissement van [Productie] uitgesproken;
- als gevolg daarvan kan [geïntimeerde 1] op grond van artikel 27 Fw schorsing van de procedure jegens haar verzoeken, om vervolgens de curator tot overneming van het geding op te roepen;
- de door [geïntimeerde 1] ingestelde vordering tot zekerheidstelling is zonder grond;
- de overige geïntimeerden zijn in hoger beroep niet verschenen en kunnen dus geen verzoek op grond van artikel 27 Fw doen; jegens hen zal de procedure doorlopen.

Uit het door [Productie] overgelegde uittreksel uit het Belgische Staatsblad blijkt dat mr. P. de Ferm te [kantoorplaats] ( [kantoorplaats] , België) is benoemd tot curator in het faillissement van [Productie] .

9.3.

[geïntimeerde 1] heeft in haar antwoordakte, voor zover thans van belang, verzocht om op grond van de artikelen 27 en 28 Fw de procedure in de hoofdzaak (in het principaal en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep) en in het incident te schorsen, teneinde mr. P. de Ferm als curator op te kunnen roepen tot overneming van het geding.

9.4.

Het hof is van oordeel dat het schorsingsverzoek kan worden toegewezen en wel op grond van artikel 27, eerste lid, Fw. Voor de duidelijkheid wijst het hof erop dat deze schorsing betrekking heeft op de procedure in de hoofdzaak (in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep) en daarmee ook op het daarin opgeworpen incident tot zekerheidstelling.

9.5.

Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak en in het incident tot zekerheidsstelling wordt aangehouden.

10 De uitspraak

in de hoofdzaak (in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep) en in het incident tot zekerheidstelling

Het hof:

schorst het geding op de voet van het bepaalde in artikel 27, eerste lid, Fw;

stelt [geïntimeerde 1] in staat om mr. P. de Ferm te Merksem ( [kantoorplaats] , België) op te roepen tot overneming van het geding en verwijst de zaak daartoe naar de rol van 13 juni 2017;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. D.A.E.M. Hulskes, W.J.J. Beurskens en J.J. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 april 2017.

griffier rolraadsheer