Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:1464

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-04-2017
Datum publicatie
05-04-2017
Zaaknummer
200.162.580_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2014:5055
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2014:5472
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:4550
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:3051
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van ECLI:NL:GHSHE:2016:4550.

Aktewisseling in verband met de omvang van de schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.162.580/01

arrest van 4 april 2017

in de zaak van

[Mode Accessoires] Mode Accessoires B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. J.J.F. van de Voort te Utrecht,

tegen

1 Retro Inkasso B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 11 oktober 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda onder zaaknummer C/02/273113/HA ZA 13-897 gewezen vonnis van 16 juli 2014.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 11 oktober 2016;

  • -

    de akte uitlating na tussenarrest van [Mode Accessoires] met producties;

  • -

    de antwoordakte uitlating na tussenarrest van Retro c.s. met producties.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof het om proceseconomische redenen geraden geacht om, in plaats van de zaak naar de schadestaatprocedure te verwijzen, [Mode Accessoires] in deze procedure in de gelegenheid te stellen zijn vordering voor wat betreft Varesano en Promod te concretiseren. Dit opdat de schade van [Mode Accessoires] in deze procedure kan worden begroot. De zaak is naar de rol worden verwezen zodat [Mode Accessoires] hierover een akte zal kunnen nemen, waarna Retro c.s. bij antwoordakte konden reageren. Partijen hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

6.2.

Bij genoemde akte heeft [Mode Accessoires] haar vordering voor wat betreft Varesano en Promod als volgt geconcretiseerd. [Mode Accessoires] stelt dat opgeteld de schade als gevolg van het handelen van Retro c.s. bestaat uit het niet meer kunnen vorderen van een bedrag van € 516.000,- aan boetes en dwangsommen, vermeerderd met een bedrag van € 146,62. Inclusief de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, 4 november 2013, bedraagt de vordering per 25 oktober 2016 € 553.711,42, aldus [Mode Accessoires] .

Het bedrag van € 516.000,- is als volgt samengesteld:

  • -

    i) het maximum van € 100.000,- aan dwangsommen verbeurd uit hoofde van het kortgedingvonnis van 11 januari 2012 in verband met de indiensttreding van [werknemer] bij Varesano van 17 oktober 2011 tot en met 12 november 2012,

  • -

    ii) € 391.000,- aan boetes op grond van schending van het relatiebeding inzake Varesano door [werknemer] bestaande uit de eenmalige boete € 25.000,- plus € 1.000,- per dag wegens de voortdurende schending daarvan gedurende 366 dagen, en

  • -

    iii) € 25.000,-, zijnde de eenmalige boete voor [werknemer] op grond van schending van het relatiebeding inzake Promod.

Het bedrag van € 146,62 heeft betrekking op de deurwaarderskosten (€ 225,93 minus € 76,31; zie het tussenarrest, onder rov. 3.10).

In haar akte heeft [Mode Accessoires] voorts (alleen) aangegeven dat het bedrag aan verbeurde dwangsommen niet kan worden gematigd en dat er haar inziens geen reden bestaat voor matiging van het bedrag aan verbeurde boetes.

6.3.

Bij genoemde akte hebben Retro c.s. diverse verweren gevoerd tegen de door [Mode Accessoires] gestelde schade. Daarbij hebben zij onder meer aangevoerd dat de verhaalsmogelijkheden van [werknemer] in de periode rond april 2013 zeer beperkt tot nihil waren en dat de financiële situatie van [werknemer] onveranderd is. Retro c.s. hebben geconcludeerd dat het niet aannemelijk is dat [Mode Accessoires] niettemin zou hebben geïnvesteerd in een appelprocedure en dat zij bovendien haar schade geheel of gedeeltelijk zou hebben kunnen verhalen. Ter onderbouwing van dit standpunt hebben Retro c.s. bij hun akte producties 9 tot en met 24 overgelegd. Ook hebben Retro c.s. verweer gevoerd tegen de door [Mode Accessoires] gevorderde uitvoerbaarheidverklaring bij voorraad, onder overlegging van productie 25.

6.4.

[Mode Accessoires] heeft niet op de verweren in de akte van Retro c.s. en op de bij deze akte overgelegde producties kunnen reageren. Het hof zal de zaak daarom opnieuw naar de rol verwijzen opdat [Mode Accessoires] een akte uitlating kan nemen.

6.5.

Het hof merkt nog het volgende op. In het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat aannemelijk is dat [Mode Accessoires] mogelijk schade heeft geleden en dat het vereiste causaal verband voor verwijzing naar de schadestaatprocedure aanwezig is. Slechts in het kader van de beoordeling van de vordering van [Mode Accessoires] tot verwijzing naar de schadestaatprocedure zijn verweren van Retro c.s. verworpen en is geoordeeld dat grieven van [Mode Accessoires] slagen. Voor zover Retro c.s. veronderstellen dat het hof hiermee bindende eindbeslissingen heeft gegeven over (het causaal verband en daarmee) de toewijsbaarheid van enig concreet schadebedrag van [Mode Accessoires] , is dit dus niet juist. Dat staat immers eerst na aktewisseling na het tussenarrest ter beoordeling.

6.6.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

7 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 18 april 2017 voor akte uitlating aan de zijde van [Mode Accessoires] als bedoeld in rov. 6.4;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, J.W. van Rijkom en J.P. de Haan en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 april 2017.

griffier rolraadsheer