Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:1387

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
09-05-2017
Zaaknummer
200.195.186_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

opheffing schorsing bewindvoerder

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 30 maart 2017

Zaaknummer: 200.195.186/01

Zaaknummer eerste aanleg: 4930999 BM VERZ 16-1664

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] , h.o.d.n. CF Bewindvoering,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: [appellant] ,

advocaat: mr. R.C. van der Weele,

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, team Toezicht, van 23 maart 2016.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 22 juni 2016, heeft [appellant] verzocht voormelde beschikking te vernietigen, het hoger beroep gegrond te verklaren en opnieuw rechtdoende te bepalen dat:

- de schorsing van [appellant] als bewindvoerder per onmiddellijke ingang is opgeheven;

- de dossiers van de rechthebbenden die op grond van de beschikking zijn afgegeven binnen twee dagen na het ten deze te wijzen arrest aan [appellant] worden geretourneerd;

- de benoeming van de aangestelde tijdelijke bewindvoerders op te heffen;

- de Staat der Nederlanden te veroordelen in de geleden schade nader op te maken bij staat,

alles voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en met veroordeling van de Staat der Nederlanden in de kosten van de procedures in eerste aanleg en in hoger beroep.

2.2.

Bij brief d.d. 10 augustus 2016, overgelegd bij V8-formulier d.d. 10 augustus 2016, heeft [appellant] nadere gronden van beroep aangevoerd.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 februari 2016. Bij die gelegenheid is [appellant] gehoord, bijgestaan door mr. Van der Weele.

Tevens zijn verschenen mevrouw [toehoorder 1] en de heer [toehoorder 2] , die als toehoorders aanwezig waren.

2.3.1.

Verder zijn verschenen:

  • -

    mevrouw [opvolgend bewindvoerder 1] (opvolgend bewindvoerder, werkzaam bij ERM Bewindvoering);

  • -

    mevrouw [opvolgend bewindvoerder 2] (opvolgend bewindvoerder, werkzaam bij BIGG Bewindvoering B.V.);

  • -

    mevrouw [opvolgend bewindvoerder 3] (opvolgend bewindvoerder, werkzaam bij EB Bewindvoering & Financieel Beheer);

  • -

    mevrouw [opvolgend bewindvoerder 4] (opvolgend bewindvoerder, werkzaam bij [bewindvoering en inkomensbeheer] Bewindvoering en Inkomensbeheer).

3 De beoordeling

3.1.

Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking, heeft de rechtbank, kort en zakelijk en voor zover van thans van belang weergegeven:

  • -

    vastgesteld dat [appellant] niet voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in het besluit Kwaliteitseisen curatoren, bewindvoerder en mentoren;

  • -

    [appellant] met onmiddellijke ingang geschorst in alle zaken waarin hij is benoemd tot bewindvoerder als bedoeld in boek 1 Burgerlijk Wetboek en waarin de kantonrechter Oost-Brabant toezicht houdt;

  • -

    [appellant] bevolen de dossiers van alle onderbewindgestelden die hij onder zich heeft alsmede andere gegevensdragers waarop hij dossiers van de onderbewindgestelden bijhoudt dan wel doet bijhouden, onmiddellijk af te geven;

  • -

    bepaald dat zo spoedig mogelijk in alle dossiers waarin de bewindvoerder is geschorst een tijdelijk bewindvoerder wordt benoemd.

3.2.

[appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.3.

Ter zitting van het hof op 27 februari 2017 heeft [appellant] het hoger beroep tegen voormelde beschikking ingetrokken.

Het hof maakt uit die mededeling op dat [appellant] afziet van de beoordeling door het hof van zijn grieven en gezien de huidige omstandigheden zijn verzoeken in hoger beroep in deze procedure niet handhaaft.

[appellant] zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek in hoger beroep.

4 De beslissing

Het hof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H.J.M. Mertens-Steeghs, C.A.R.M. van Leuven en M.C. Bijleveld-van der Slikke en is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.