Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:1325

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-03-2017
Datum publicatie
28-03-2017
Zaaknummer
20-001874-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen (politieambtenaren), na afloop van een voetbalwedstrijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001874-14

Uitspraak : 28 maart 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 17 juni 2014 in de strafzaak met parketnummer 01-845286-13 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1968,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

De verdediging heeft:

  • -

    primair integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit;

  • -

    subsidiair, in het geval van een veroordeling, verzocht de in eerste aanleg opgelegde straf te matigen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 april 2013 te Eindhoven met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [locatie] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of ten aanschouwe van, althans zichtbaar voor publiek, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

  • -

    personen, te weten politieambtenaren (waaronder leden van de Mobiele Eenheid), welk geweld bestond uit het opdringen en/of opduwen en/of slaan en/of schoppen in de richting van en/of tegen die politieambtenaren en/of het gooien met (stukken van) stoeptegels en/of stenen en/of glazen en/of flessen en/of (terras)tafels, in elk geval met een of meer harde en/of zware en/of scherpe voorwerpen, in de richting van en/of tegen die politieambtenaren; en/of

  • -

    goederen, te weten een of meer politievoertuigen (waaronder een of meer bussen van de Mobiele Eenheid) en/of (terras)tafels en/of (een deel van) het trottoir, welk geweld bestond uit het slaan en/of schoppen tegen dat/die politievoertuigen en/of het gooien van (stukken van) stoeptegels en/of stenen en/of glazen en/of flessen en/of (terras)tafels, in elk geval met een of meer harde en/of zware en/of scherpe voorwerpen, in de richting van en/of tegen dat/die politievoertuigen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 14 april 2013 te Eindhoven met anderen, op of aan de openbare weg, [locatie] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten politieambtenaren (waaronder leden van de Mobiele Eenheid), welk geweld bestond uit het opdringen en slaan en schoppen in de richting van en/of tegen die politieambtenaren en het gooien met (stukken van) stoeptegels en stenen en glazen en flessen en (terras)tafels in de richting van en/of tegen die politieambtenaren.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof spreekt verdachte vrij van hetgeen onder het tweede gedachtestreepje is ten laste gelegd, te weten het plegen van geweld jegens goederen (te weten de politievoertuigen), omdat uit de bewijsmiddelen en met name de camerabeelden niet is gebleken dat verdachte deel heeft uitgemaakt van de groep personen die bij dat openlijke geweld betrokken is geweest. Van een nauwe en bewuste samenwerking op dat onderdeel is niet gebleken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte geen geweld heeft gebruikt jegens de politie en daaraan ook geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd, maar juist heeft geprobeerd om ‘de boel te sussen’. Dit was ook zijn taak als uitbater van [café] en als contactpersoon van de politie. Zo heeft verdachte een statafel teruggebracht naar het terras van het café, heeft hij stenen opgeruimd en heeft hij een medesupporter een schop gegeven teneinde hem te weerhouden van het plegen van geweld jegens de politie. Verdachte heeft daarmee de-escalerend opgetreden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het dossier volgt dat op 14 april 2013 in Eindhoven een voetbalwedstrijd tussen PSV en Ajax heeft plaatsgevonden. Voorafgaand aan die wedstrijd was de stand op de ranglijst zodanig dat Ajax op de eerste plaats stond en PSV, met een achterstand van drie punten, op de tweede plaats.

Gelet op het belang van deze wedstrijd als ook op de slechte relatie tussen de supporters van beide voetbalclubs, waren er extra maatregelen getroffen in het kader van de veiligheid. Die dag waren diverse politieambtenaren in dienst die goed bekend zijn met de risicosupporters en hun belevingswereld en weten hoe zij het beste kunnen optreden.

PSV verloor de wedstrijd met 2-3, waardoor de sfeer onder de (risico)supporters gespannen werd. Na afloop van de wedstrijd is in de directe nabijheid van [café] , gevestigd [locatie] , op de [locatie] door een grote groep personen openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen aldaar aanwezige politieambtenaren (en goederen). Het jegens de politie gepleegde geweld bestond onder meer uit het opdringen en slaan en schoppen in de richting van en tegen de politieambtenaren en het naar hen gooien met (stukken van) stoeptegels, stenen, glazen, flessen en statafels.

Het hof is van oordeel dat de stelling van verdachte dat hij geen betrokkenheid heeft gehad bij het jegens de politieambtenaren gepleegde geweld, maar enkel heeft getracht om anderen daarvan te weerhouden, niet wordt ondersteund door de camerabeelden en wordt weersproken door diverse politieambtenaren in de door hen opgemaakte processen-verbaal van bevindingen. Op de ter terechtzitting in hoger beroep getoonde camerabeelden van de ongeregeldheden op de [locatie] heeft het hof weliswaar op beeld met kenmerk IMG2288 waargenomen dat verdachte met zijn gestrekte rechterarm richting de persoon naast hem een enkel kort gebaar gemaakt (van halfhoog naar beneden), maar voor het overige is niet waargenomen dat verdachte enige handeling heeft verricht waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat hij de situatie heeft willen sussen. Het hof overweegt daarbij dat het achteraf opruimen van stenen en het tussentijds een keer weglopen met een statafel niet als de-escalerend kunnen worden aangemerkt. Voorts is op één van de videofragmenten (kenmerk IMG22871) te zien dat verdachte niet ingrijpt terwijl drie jongens die direct naast hem staan met stenen gooien in de richting van de politie. Dat verdachte de intentie had om de boel te sussen en anderen van het plegen van geweld te weerhouden blijkt derhalve niet uit de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen. Daarentegen heeft het hof op de beelden waargenomen dat verdachte vrijwel steeds met zijn gezicht gericht is geweest naar de politieambtenaren toe die zich op een zeer korte afstand van hem bevonden, in plaats van naar de andere supporters, en dat hij zelf ook geweld heeft gepleegd richting de politie. Het hof heeft op de beelden immers waargenomen dat verdachte vanaf het terras van [café] in de richting van de politieambtenaren is gelopen, dat hij vooraan in de groep is gaan staan, waarmee hij de groep getalsmatig heeft versterkt, en dat hij op enig moment (zoals blijkt uit de beelden met kenmerk IMG4356) in de richting van de politieambtenaren heeft geslagen en heeft geschopt. Het hof is van oordeel dat verdachte hiermee een voldoende significante en wezenlijke bijdrage aan het door de groep gepleegde geweld heeft geleverd, hetgeen wordt ondersteund door het gedetailleerde relaas van diverse verbalisanten, die verdachte ambtshalve kennen, dichtbij verdachte hebben gestaan tijdens de openlijke geweldpleging en hem hebben herkend. Het hof heeft derhalve geen reden om aan hun verklaringen te twijfelen.

Het hof verwerpt het verweer van de verdediging in al zijn onderdelen en acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen tegen politieambtenaren. Na afloop van een beladen voetbalwedstrijd heeft verdachte zich met een groot aantal andere personen op gewelddadige wijze tegen de politie gekeerd. Daarbij zijn vanuit deze groep onder meer stenen, glazen en terrastafels naar de politie gegooid. Ook is er geslagen en geschopt in de richting van/tegen politieambtenaren. Het hof rekent verdachte zijn handelen zwaar aan. De politie oefent haar taken in het algemeen belang uit. Dergelijk voetbalgerelateerd geweld dat door een groep wordt gepleegd, maakt de massale inzet van politie tijdens voetbalwedstrijden noodzakelijk, terwijl de samenleving als geheel met de kosten hiervan wordt geconfronteerd. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat feiten als de onderhavige, die zich in het openbaar afspelen, leiden tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Bij de straftoemeting heeft het hof in het bijzonder rekening gehouden met:

  • -

    de omstandigheid dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep niet is afgerond met een eindarrest binnen twee jaar nadat de rechtsmiddelen zijn ingesteld, waardoor de redelijke termijn voor de berechting in hoger beroep is overschreden (met bijna 9 maanden);

  • -

    de omstandigheid dat uit het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 december 2016 volgt dat verdachte eerder ter zake van openlijke geweldpleging onherroepelijk is veroordeeld, doch niet meer – ook niet voor andere feiten – sinds 2004, waardoor het hof het bewezen verklaarde beoordeelt als een eenmalige misstap na 2004;

  • -

    de persoonlijke omstandigheden van verdachte, hij heeft werk en onder meer twee jonge kinderen, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gelet daarop, is het hof – anders dan de advocaat-generaal – van oordeel dat kan worden volstaan met oplegging van een taakstraf voor de duur van 60 uren, met aftrek van het voorarrest. In de oplegging daarnaast van een voorwaardelijke (gevangenis)straf, ziet het hof geen meerwaarde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. P.J. Hödl, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. J.J.M. Gielen-Winkster, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,

en op 28 maart 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.