Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:1032

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-03-2017
Datum publicatie
24-07-2017
Zaaknummer
200.177.562_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:2438
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2015:6281
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

benoeming van een bijzondere curator

contactregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2017/64.15
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 16 maart 2017

Zaaknummer: 200.177.562/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/203382/FA RK 15-782

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. I. Ligtelijn-Huisman,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. F.A. Dronkers.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

Als informant wordt aangemerkt:

Rubicon Jeugdzorg, hierna te noemen: Rubicon.

5 De beschikking van 16 juni 2016

Bij beschikking van 16 juni 2016 heeft het hof bepaald dat partijen voor begeleiding zullen worden verwezen naar Rubicon om te komen tot een spiegelbeeldregeling en om te komen tot een verbetering van de onderlinge verstandhouding. Aan Rubicon is gevraagd om het hof te informeren en een antwoord te geven op de in rov. 3.12 geformuleerde vragen.

Iedere verdere beslissing is aangehouden.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 februari 2017. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Ligtelijn-Huisman;

- de vader, bijgestaan door mr. Dronkers;

- Rubicon, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger van Rubicon] .

De raad is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet verschenen.

6.2.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- de rapportage van Rubicon, toegezonden bij brief van 16 september 2016;

- de reactie van de moeder, toegezonden bij brief d.d. 3 oktober 2016;

- de reactie van de vader, toegezonden bij brief d.d. 27 oktober 2016;

- het indieningsformulier met bijlage van de advocaat van de moeder d.d. 15 november 2016 (vraag over voortgang);

- het indieningsformulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 19 januari 2017.

7 De verdere beoordeling

7.1.

De moeder heeft bij brief van 3 oktober 2016 aan het hof bericht dat zij zich kan vinden in de verslaglegging van Rubicon. Zij acht deze duidelijk en correct. In de correspondentie van 19 januari 2017 heeft de moeder onder meer aan het hof bericht dat het traject bij Rubicon niet tot het gewenste resultaat heeft geleid en dat de oudercommunicatie nog erg moeizaam verloopt.

Ter zitting in hoger beroep heeft de moeder hieraan - zakelijk weergegeven - het volgende toegevoegd.

Het lukt de vader niet om verder te kijken dan zijn eigen wensen en de vader toont geen enkele bereidheid om de communicatie tussen de ouders te verbeteren, terwijl dit voor een (uitgebreidere) omgangsregeling en voor [minderjarige] wel noodzakelijk is.

Een verhuizing is het minst belastend voor [minderjarige] , omdat er op die manier een duidelijker scheiding is tussen haar twee werelden. [minderjarige] maakt bewust een duidelijk onderscheid tussen het leven bij haar vader en het leven bij haar moeder. Wanneer de moeder verhuist, neemt de kans op onverwachte ontmoetingen tussen beide families, hetgeen voor [minderjarige] veel spanningen oplevert, in ieder geval af.

De moeder heeft de boosheid uit het verleden met behulp van een therapeut een plek kunnen geven en zij zou het liefst het geluksgevoel met betrekking tot het ouderschap met de vader willen delen.

De nieuwe partner van de moeder heeft in beide regio’s ( [plaats 1] en [plaats 2] ) gesolliciteerd, maar hij heeft uiteindelijk een baan gevonden in [plaats 3] , met uitzicht op een vast contract. Vanuit [plaats 1] is het ondoenlijk om op en neer te rijden. Bovendien ligt het hart van de moeder en haar nieuwe partner in [plaats 2] , waar zij hun leven inmiddels ook hebben opgebouwd.

De moeder begrijpt de zorgen van de vader, maar ze zal er alles aan doen om de band tussen dochter en vader te behouden en ze zal ervoor zorgen dat de vrijdagen, die vader bij een verhuizing verliest, op andere dagen zullen worden gecompenseerd.

7.2.

De vader heeft bij brief van 27 oktober 2016 aan het hof bericht dat hij de wens van de moeder om een nieuw leven op te bouwen respecteert, maar dat dit niet noodzakelijkerwijs met zich meebrengt dat dit leven zich op grote reisafstand afspeelt van de regio [plaats 1] .

Alhoewel Rubicon lijkt te suggereren dat in beide situaties het nodige voor [minderjarige] zal veranderen, zal [minderjarige] , indien zij niet naar [plaats 2] verhuist, vooralsnog op haar huidige school blijven en zullen haar sociale contacten en vrije tijdsbesteding gehandhaafd blijven. De vader heeft niet het gevoel dat [minderjarige] er altijd moeite mee heeft ommet twee werelden om te gaan. Hij haalt [minderjarige] iedere vrijdag op bij opa en oma en de sfeer bij de overdracht is prettig. Andersom lijken ontmoetingen tussen de moeder en de familie van de vader wel moeilijk voor [minderjarige] te verlopen.

De vader vindt het, gezien het verleden, lastig om vanaf een nulpunt te beginnen. De vader heeft in het verleden een mediationtraject willen starten, maar inmiddels zijn partijen drie rechtszaken verder.

De vader wordt ongelukkig van een verhuizing en stelt zich op het standpunt dat [minderjarige] daar ook ongelukkig van wordt.

Ter zitting in hoger beroep heeft de vader hieraan het volgende - zakelijk weergegeven - toegevoegd.

Het is begrijpelijk dat [minderjarige] moet schakelen wanneer ze bij haar moeder is en familie van haar vader tegenkomt en vice versa. Het is echter aan de ouders om te laten zien dat dit normaal is.

De communicatie is slechter geworden nadat de moeder de onderhavige procedure is gestart. Tijdens de gesprekken bij Rubicon heeft de vader enige zaken willen rechtzetten, maar hij kreeg geen ruimte om zijn verhaal te vertellen, waardoor hij direct het gevoel had op achterstand te staan.

De vader voelt zich weggezet als een slechte vader, hetgeen hem enorm raakt. Hij is een lieve en goede vader, maar voelt zich in deze rol niet toegelaten. Hij wil graag een grotere rol in het leven van [minderjarige] spelen en haar bijvoorbeeld ook naar school kunnen brengen en halen.

De vader heeft als wens dat hij samen met de moeder door één deur kan gaan.

Er is voor de moeder geen noodzaak tot een verhuizing aanwezig en bovendien is dit niet de oplossing voor het huidige communicatieprobleem.

[minderjarige] heeft haar leven in [plaats 1] . Zij heeft daar haar beide ouders, beide families, haar vriendjes en vriendinnetjes en haar school. Wanneer [minderjarige] ouder is, kan ze haar eigen keuzes maken, maar de impact van een verhuizing is nu te groot.

7.3.

Uit de rapportage van Rubicon - zoals aangevuld ter zitting in hoger beroep - komt naar voren dat een verhuizing van [minderjarige] naar [plaats 2] plaats kan vinden op basis van een zakelijke opgestelde omgangsregeling met heldere en concrete afspraken. De contacten die [minderjarige] nu in [plaats 1] heeft, zullen zich gaan beperken tot de weekenden en vakanties. Aan vaders verlangen om actief deel te nemen aan de opvoeding van [minderjarige] zal weinig ruimte geboden kunnen worden. Aan moeders verlangen om een nieuw leven op te bouwen zal wel tegemoet gekomen kunnen worden.

Wanneer [minderjarige] niet verhuist naar [plaats 2] zullen toevallige ontmoetingen met familieleden en vrienden van de andere ouder blijven plaatsvinden. Dit kan voor [minderjarige] lastig zijn, nu zij de wereld van beide ouders zo strikt mogelijk probeert te scheiden. Aan vaders verlangen om actief deel te nemen aan de opvoeding kan tegemoet worden gekomen. Voorwaarde hiervoor is echter een optimale constructieve en flexibele samenwerking en communicatie tussen beide ouders. Aan het verlangen van de moeder om een nieuw leven op te bouwen zal beperkt tegemoet worden gekomen.

Het traject heeft er niet toe geleid dat de betrekkingen tussen de ouders zijn verbeterd. De vader is er duidelijk in dat enige toenadering tussen beide ouders volstrekt overbodig is. De moeder geeft aan dat ze de intenties van vader om voor zijn dochter te zorgen waardeert en respecteert.

[minderjarige] is blij in beide leefwerelden, maar de onverenigbaarheid tussen beiden maakt het moeilijk, hetgeen voor [minderjarige] belastend is. [minderjarige] tracht dit probleem op te lossen door beide werelden gescheiden te houden, maar uit onderzoek en ervaring is bekend dat opgroeien in een situatie waarin een kind niet openlijk loyaal kan zijn naar beide ouders, een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling. Het is aan de ouders om hierin verandering te brengen.

Een verhuizing of geen verhuizing brengt hierin geen verandering.

Rubicon zou nog graag met [minderjarige] hebben gesproken, maar daarvoor was de toestemming van beide ouders nodig. De vader heeft hiertoe echter geen toestemming verleend.

7.4.

Het hof overweegt als volgt.

7.4.1.

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijke gezag aan de rechter worden voorgelegd. De gezamenlijke uitoefening brengt mee dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van de minderjarige toestemming van de vader behoeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden zal de rechter hierover een beslissing nemen.

Bij een dergelijke beslissing is het vaste rechtspraak dat alle omstandigheden en belangen in overweging dienen te worden genomen, waarbij het belang van de minderjarige in beginsel op de eerste plaats staat. Er kunnen evenwel zwaarwegende belangen zijn die tot een ander oordeel kunnen leiden, zoals het belang van de verhuizende ouder om een nieuw leven te beginnen of de (on)mogelijkheid om op een andere wijze aan het belang van de verhuizende ouder tegemoet te komen. Daarbij speelt onder meer een rol de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de leeftijd van de minderjarige, de te overbruggen afstand en de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie.

7.4.2.

In de onderhavige procedure is er het belang van de moeder, die zich op het standpunt stelt dat haar persoonlijke omstandigheden met zich meebrengen dat een verhuizing naar [plaats 2] voor haar in zoverre noodzakelijk is, dat dit tegemoet komt aan haar verlangen om met haar partner een nieuw leven op te bouwen, hetgeen vanwege de baan van de partner niet mogelijk is in [plaats 1] . Bovendien stelt de moeder dat een verhuizing in het belang is van haar psychische gesteldheid, nu zij zich, door in [plaats 1] te blijven, geconfronteerd blijft zien met de nare periode, die zij ten gevolge van de relatie met de vader heeft doorgemaakt.

Voor de vader ligt het belang bij handhaving van de bestaande situatie in de invulling van de relatie met zijn dochter: die invulling komt veel meer uit de verf bij handhaving van de situatie, dan bij verhuizing. Indien [minderjarige] meeverhuist naar [plaats 2] ziet de vader zijn rol teruggebracht tot een vader op (grote) afstand met alle risico’s die dat voor hem en voor [minderjarige] met zich mee brengt.

Ten slotte dient het hof – en dat op de eerste plaats - de belangen van [minderjarige] en de gevolgen van de verhuizing voor [minderjarige] in overweging te nemen om vervolgens een belangenafweging te kunnen maken.

7.4.3.

Naar aanleiding van het onderzoek door en de bevindingen van Rubicon en naar aanleiding van hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, is het hof vooralsnog niet in staat om een weloverwogen beslissing te nemen waarin de belangen van [minderjarige] in alle opzichten worden meegewogen.

Beide ouders lijken hun eigen belangen aan te merken als zijnde de belangen van [minderjarige] en het lijkt hen niet te lukken om hun eigen belangen ondergeschikt te maken aan de belangen van [minderjarige] . Het traject bij Rubicon heeft hierin geen verandering gebracht.

Vanwege de verstoorde verhouding tussen de ouders, waarbij de ouders niet in staat zijn om met elkaar te communiceren, is er onbedoeld een situatie gecreëerd waardoor [minderjarige] zich genoodzaakt ziet om haar twee werelden - die van pappa en die van mamma - zorgvuldig van elkaar te scheiden. [minderjarige] ervaart het als zeer ongemakkelijk en ongewenst wanneer deze werelden bij elkaar komen, met name wanneer dit onverwacht gebeurt. [minderjarige] heeft hierdoor te kampen met een ernstig loyaliteitsconflict en haar situatie wordt als zorgelijk en bedreigend omschreven.

Welke beslissing het hof ook neemt, wel of geen toestemming voor een verhuizing, de problematiek van [minderjarige] zal, zo stelt ook Rubicon, onverminderd voortduren.

Tijdens het Rubicon-traject is [minderjarige] zelf niet bij het onderzoek betrokken geweest, waardoor de vraag, hoe de positie van [minderjarige] in de toekomst het beste kan worden gewaarborgd - zowel in het geval wanneer zij verhuist als in het geval wanneer zij niet verhuist - niet ten volle aan de orde is gekomen.

De raad is ter zitting in hoger beroep niet verschenen en heeft derhalve niet nader kunnen adviseren.

Het hof acht zich op dit moment dan ook onvoldoende voorgelicht om een juiste afweging te maken, omdat de belangen van [minderjarige] voor het hof onvoldoende uit de verf zijn gekomen. Zo dient er ook zicht te komen op de aard en vorm van hulpverlening die voor [minderjarige] en voor de ouders noodzakelijk zal zijn om de voormelde problemen het hoofd te bieden, alvorens het hof een verantwoorde beslissing kan nemen.

7.4.4.

Ingevolge artikel 1:250 BW kan de rechter, indien hij dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen.

Gezien het vorenstaande acht het hof een dergelijke benoeming van een bijzondere curator/gedragsdeskundige geïndiceerd.

Het hof merkt hierbij op dat de eventuele benoeming van een bijzondere curator reeds ter zitting in hoger beroep met partijen is besproken en partijen in dit kader hebben aangegeven hier in beginsel geen bezwaar tegen te hebben, mits de nodige voortvarendheid wordt betracht.

7.4.5.

Het hof heeft mevrouw drs. [de bijzondere curator] , orthopedagoog (Mediation House, [adres] [postcode] [kantoorplaats] , telefoonnummer [mobielnummer] bereid gevonden om voor [minderjarige] als bijzonder curator op te treden en haar een stem te geven, zowel richting de ouders als richting het hof.

Enerzijds kan de uitkomst van het onderzoek richtinggevend zijn voor het hof in het kader van de nog te nemen beslissing ten aanzien van de vervangende toestemming voor verhuizing. Anderzijds is het met name van belang dat er passende hulp komt voor [minderjarige] , die haar twee werelden noodgedwongen gescheiden houdt en dient te worden onderzocht welk hulpverleningstraject voor haar en haar ouders onder de gegeven omstandigheden het beste kan worden ingezet.

Het hof verzoekt de bijzondere curator hiertoe gesprekken te voeren met zowel de ouders als met [minderjarige] en haar bevindingen vast te leggen in een rapportage.

7.4.6.

Het hof zal bepalen dat advocaten van de ouders de bijzondere curator van adres-, email- en telefoongegevens zal voorzien zodat zo spoedig mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt.

De ouders worden geacht hun volledige ondersteuning en medewerking te geven aan de taakuitvoering van de bijzondere curator, die immers krachtens de wet de minderjarige in de onderhavige kwestie zowel in als buiten rechte vertegenwoordigt. Het onthouden van toestemming door een ouder aan contacten tussen de bijzondere curator en de minderjarige kan dus niet aan de orde zijn.

7.4.7.

Het hof zal de behandeling van de zaak aanhouden tot 15 juni 2017 pro forma, teneinde de bijzondere curator in staat te stellen haar werkzaamheden te kunnen uitvoeren en haar rapportage te kunnen uitbrengen.

7.5.

Het hof zal dienovereenkomstig beslissen en iedere verdere beslissing aanhouden.

8 De beslissing

Het hof:

benoemt tot bijzondere curator ten behoeve van de belangenbehartiging van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , met als taakomschrijving als hiervoor beschreven onder rechtsoverweging 7.4.5:

mevrouw drs. [de bijzondere curator] (Mediation House)

[adres]

[postcode] [kantoorplaats] ;

beveelt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking en een afschrift van alle

stukken aan de bijzondere curator zal toezenden;

bepaalt dat (de advocaten van) de partijen per ommegaande adressen, email- en telefoongegevens van de ouders aan de bijzondere curator ter kennis brengen, zodat zo spoedig als mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt;

verzoekt de bijzondere curator het hof uiterlijk 15 juni 2017 schriftelijk te rapporteren in dit geding;

houdt in afwachting van het verloop en de resultaten van de begeleiding en onderzoek van de bijzondere curator iedere verdere beslissing pro forma aan tot 15 juni 2017.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, mr. E.A.M. Scheij en A. Herczog en is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2017 in tegenwoordigheid van mr. C.E.M. Geertsma-van Ooijen, griffier.