Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:956

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
26-07-2017
Zaaknummer
200.170.821/01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:4203
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:3355
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

deskundigenonderzoek financiële mogelijkheden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 10 maart 2016

Zaaknummer: 200.170.821/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/285243/FA RK 14-5647

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal appel,

verweerder in incidenteel appel,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. R.R.F. van der Mark,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. M.J.L. Schram.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 mei 2015.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 2 juni 2015, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende zijn verzoek tot nihilstelling van de partneralimentatie alsnog toe te wijzen met veroordeling van de vrouw in de kosten van beide instanties.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 30 juli 2015, heeft de vrouw verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.

Tevens heeft de vrouw incidenteel appel ingesteld en verzocht de voormelde beschikking te vernietigen voor zover het betreft de compensatie van de proceskosten en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de man te veroordelen in de werkelijke proceskosten van beide procedures aan de zijde van de vrouw, tot op heden begroot op € 4.275,65 + p.m., althans in de proceskosten conform het liquidatietarief.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 januari 2016. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de man, bijgestaan door mr. Van der Mark;

  • -

    de vrouw, bijgestaan door mr. Schram.

Van de mondelinge behandeling is een verkort proces-verbaal opgemaakt.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 1 april 2015;

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 15 januari 2016;

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 16 januari 2016;

  • -

    het faxbericht van de advocaat van de man d.d. 21 januari 2016;

  • -

    de ter zitting door de man overgelegde pleitnota.

2.4.1.

Volgens afspraak is na de mondelinge behandeling (op 17 februari 2016) ingekomen het gezamenlijk verzoek ex artikel 1:253a BW, waarbij partijen het hof bij prorogatie verzoeken een zorgregeling, onder meer inhoudende een verdeling van verzorgende en opvoedkundige taken, vast te stellen gebaseerd op de door mevrouw E. Klaver te [kantoorplaats] aan het hof te verstrekken rapportage.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen zijn op 27 september 2003 gehuwd.

Uit de voorhuwelijkse relatie van partijen zijn geboren:

- [minderjarige 1] , op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 2] , op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 3] , op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] .

De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de vrouw.

3.2.

Bij beschikking van 10 april 2007 heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch tussen partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 24 juli 2007 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Bij deze beschikking, waarvan wijziging wordt gevraagd, heeft de rechtbank – uitvoerbaar bij voorraad – voorts, voor zover thans van belang, bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van bovengenoemde kinderen moet voldoen een bedrag van € 500,- per kind per maand met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw een bedrag van € 3.700,- per maand met ingang van dezelfde datum.

De bijdragen voor de kinderen en de vrouw belopen ingevolge de wettelijke indexering per 1 januari 2016 € 581,69 per kind per maand respectievelijk € 4.304,52 per maand.

3.3.

Bij beschikking van 7 juli 2010 heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch het verzoek van de man om de partner- en kinderalimentatie op nihil te stellen, afgewezen. Bij beschikking van 13 april 2011 heeft dit hof voornoemde beschikking van 7 juli 2010 bekrachtigd.

3.4.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de man de bijdrage van de vrouw met ingang van 1 november 2014 nader te bepalen op nihil afgewezen.

3.5.

De man kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

De vrouw kan zich met deze beslissing niet verenigen, voor zover het betreft de beslissing van de rechtbank om de proceskosten te compenseren, en zij is in zoverre in hoger beroep gekomen.

3.6.

Tevens hebben partijen het hof bij prorogatie verzocht zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.4.1.

3.7.

Het hof acht, gelet op de financiële problematiek, een deskundigenonderzoek aangewezen, waarbij de deskundige tevens de bevoegdheid toekomt om bij aanvang van het onderzoek te onderzoeken of partijen in onderling overleg tot overeenstemming kunnen komen met betrekking tot hetgeen hen in deze zaak verdeeld houdt. Ter zitting hebben partijen ingestemd met de benoeming van drs. S. Schilder tot deskundige, tot wiens benoeming het hof derhalve zal overgaan.

Partijen zijn het erover eens dat, indien geen overeenstemming tussen partijen wordt bereikt, de vraag van het hof aan de heer Schilder zal zijn: rapporteert en adviseert u het hof met betrekking tot hetgeen aan het hof is voorgelegd in het kader van de partneralimentatie, met name, aan de hand van door (een van de) partijen nader aan de deskundige te verstrekken gegevens; kunt u het hof laten zien wat u nader of anders gezien hebt dan het hof uit de stukken heeft kunnen afleiden?

3.7.1.

De man heeft ter zitting aangegeven dat zijn familie zich bereid heeft verklaard voorshands de kosten van voornoemd onderzoek op zich te nemen, zulks in relatie tot de toezegging van het hof dat de kosten van, hierna nader te noemen, mevrouw drs. E. Klaver ten laste van het Rijk zullen blijven. Gelet hierop heeft de man toegezegd het voorschot op de kosten van de deskundige ad € 4.000,- (exclusief BTW) te voldoen. Het hof zal derhalve bepalen dat de man het voorschot op de kosten van de deskundige dient te betalen.


Prorogatieverzoek

3.8.

Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting heeft het hof met partijen de mogelijkheid besproken dat het hof een zogenoemd ouderschapsonderzoek gelast. Het betreft hier een deskundigenbericht in de zin van artikel 194 e.v. Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv). Partijen hebben er vervolgens mee ingestemd dat mevrouw drs. E. Klaver, orthopedagoge, te [kantoorplaats] , tot deskundige zal worden benoemd. Partijen hebben verklaard met dat doel een aanvullend prorogatieverzoek te zullen dienen, hetgeen heeft geleid tot voornoemd gezamenlijk verzoekschrift ex artikel 1:253a BW, ingekomen ter griffie op 17 februari 2016.

3.8.1.

Het hof zal mevrouw Klaver benoemen tot deskundige belast met het ouderschapsonderzoek.

Partijen hebben er mee ingestemd dat de onderzoeksvraag aan mevrouw Klaver zal zijn: welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is in het belang van de kinderen het meest wenselijk. Het hof verzoekt mevrouw Klaver het hof omtrent voornoemde vraag te rapporteren en te adviseren, nadat zij met de ouders zal hebben verkend of en in hoeverre de ouders op basis van de interventies van mevrouw Klaver reeds onderling tot een (vergaande) overeenstemming kunnen geraken.

3.8.2.

Bij toepassing van de artikelen 195, 199 en 200 Rv komen de kosten van een dergelijk onderzoek in dagvaardingsprocedures ten laste van partijen. In verzoekschriftprocedures bepaalt artikel 284 lid 1 Rv die bepalingen van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. Indien het in het belang van de kinderen nodig is dat een ouderschapsonderzoek plaatsvindt, biedt deze bepaling het hof de ruimte de kosten van zo een onderzoek geheel of gedeeltelijk ten laste van het Rijk te brengen indien sprake is van geen of verminderde draagkracht aan de zijde van (een van) de ouders.

3.8.3.

Het hof is van oordeel dat de onderhavige zaak ten aanzien van beide ouders aan dit criterium voldoet en zal derhalve bepalen dat de kosten van de deskundige, tot een maximum bedrag van in totaal € 4.500,- inclusief voorschotten en BTW, ten laste van het rijk zullen komen. Het hof gaat er daarbij vanuit dat de totale kosten laatstgenoemd bedrag niet te boven zullen gaan. De deskundige dient te declareren aan de hand van een tijdsverantwoording en op basis van een uurtarief (of een gedeelte daarvan) van € 107,50 per uur, exclusief BTW.

3.9.

Het hof zal een raadsheer-commissaris benoemen onder wiens leiding voornoemde onderzoeken zullen plaatsvinden. De deskundigen kunnen zich, indien daartoe aanleiding is, met de raadsheer-commissaris verstaan over het verloop en de voortgang van het onderzoek.

3.10.

De deskundigen dienen het hof schriftelijk te rapporteren over het verloop en de resultaten van hun onderzoek en - bij gebreke van overeenstemming - het hof informeren en adviseren omtrent de door het hof voorgelegde vragen. Na binnenkomst van de rapporten van de deskundigen zal het hof een afschrift van die rapporten toezenden aan de advocaten van partijen en ieder van hen de gelegenheid bieden daarop te reageren.

3.11.

Het hof zal de behandeling van de zaak aanhouden tot 30 juni 2016 pro forma, teneinde de onderzoeken door de deskundigen te laten plaatsvinden.

4 De beslissing

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel:

met betrekking tot de partneralimentatie:

gelast een deskundigenonderzoek zoals in rechtsoverweging 3.7. van deze beschikking bedoeld;

benoemt tot deskundige de heer drs. Sander Schilder FM RV, Zuideinde 8, 1131 AH Volendam, T: +31 (0) 299-363510, M: +31 (0) 615831119, E: sander.schilder@santax.nl;

bepaalt dat het voorschot op de kosten van de deskundige ad € 4.000,-, te vermeerderen met BTW over dit bedrag, derhalve in totaal € 4.840,- , voorlopig voor rekening komt van de man en bepaalt dat de man dit bedrag zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de rechtspraak zal worden verzonden;

bepaalt voorts dat de deskundige niet met zijn onderzoek zal starten dan nadat de voorschotnota zal zijn betaald;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

met betrekking tot de zorgregeling:

gelast een deskundigenonderzoek zoals in rechtsoverweging 3.8. en 3.8.1. van deze beschikking bedoeld;

benoemt tot deskundige mevrouw drs. E. Klaver, Mediation House [adres]

[postcode] [kantoorplaats] , tel: [netnummer + telefoonnummer] ;

bepaalt dat de kosten van deze deskundige ten laste zullen komen van ’s Rijks kas, een en ander met inachtneming van het hiervoor in rechtsoverweging 3.8.2. bepaalde;

met betrekking tot de partneralimentatie en de zorgregeling:

benoemt tot raadsheer-commissaris, onder wiens leiding de onderzoeken zullen plaatsvinden: mr. C.A.R.M. van Leuven;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de deskundigen zal zenden;

bepaalt dat het de deskundigen vrij staat in het uit te brengen verslag al datgene op te merken wat naar hun inzicht dienstig kan zijn, óók indien dit niet rechtstreeks uit de opdracht voortvloeit;

bepaalt dat uit de deskundigenberichten moet blijken dat partijen door de deskundigen in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, met vermelding van de inhoud van de eventuele opmerkingen en verzoeken;

bepaalt dat de deskundigen tijdig vóór, dan wel uiterlijk op 30 juni 2016 het hof schriftelijk zullen rapporteren over het verloop en de resultaten van het onderzoek;

verzoekt de deskundigen bij eventuele vertraging van het onderzoek de raadsheer-commissaris hierover tijdig schriftelijk, met afschrift aan partijen, te informeren onder vermelding van de oorzaak;

houdt in afwachting van het verloop en de resultaten van voornoemde deskundigenonderzoeken iedere verdere beslissing pro forma aan tot 30 juni 2016.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, E.L. Schaafsma-Beversluis en E.A.M. Scheij en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2016.