Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:921

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-03-2016
Datum publicatie
09-08-2016
Zaaknummer
HD 200.135.179_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2013:3220
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:3591
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2337
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bewijsopdracht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.135.179/01

arrest van 15 maart 2016

in de zaak van

[Kachels en Openhaarden ] Kachels en Openhaarden B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven,

tegen

[geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

en

[Schadeverzekering] Schadeverzekering N.V.,

gevestigd te ’ [vestigingsplaats] ,

geïntimeerden,

advocaat: mr. H.J. Arnold te ‘s-Gravenhage,

op het bij exploot van dagvaarding van 20 september 2013 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, handelsrecht gewezen vonnis van 26 juni 2013 tussen appellante - [Kachels en Openhaarden ] - als gedaagde en geïntimeerden - [geïntimeerde 1] resp. [Schadeverzekering] , tezamen [geïntimeerden c.s.] - als eisers.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

  • -

    de memorie van grieven waarbij drie grieven zijn voorgedragen;

  • -

    de memorie van antwoord;

  • -

    de door [Kachels en Openhaarden ] genomen akte;

  • -

    de door [geïntimeerden c.s.] genomen antwoordakte.

Vervolgens is bepaald dat arrest zal worden gewezen. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

2 Het geding in eerste aanleg (zaak-rolnr. C/01/239107 / HA ZA 11-1643)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis van 26 juni 2013, naar het daaraan voorafgegane vonnis van de toenmalige rechtbank ’s-Hertogenbosch van 29 februari 2012, waarbij een comparitie is gelast en naar het mondeling vonnis zoals is opgenomen in het “proces-verbaal van comparitie, gehouden op 26 juni 2012, houdende mondeling vonnis”.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4 De beoordeling

4.1

[Kachels en Openhaarden ] bestrijdt met haar grieven geen van de door de rechtbank vastgestelde feiten, zodat het hof daarvan uitgaat. Als erkend dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist staan nog enkele feiten vast. Het hof geeft hierna een opsomming van de vaststaande feiten, voor zover relvant.

a. Op 19 november 2006 heeft [geïntimeerde 1] aan [Kachels en Openhaarden ] de opdracht gegeven een binnenhaard met toebehoren te installeren in de woning waar hij samen met zijn echtgenote woont. [geïntimeerde 1] en [Kachels en Openhaarden ] zijn een totaalprijs voor de werkzaamheden overeengekomen van € 5.575,- inclusief btw. De opdrachtbevestiging (productie 1 akte overlegging producties d.d. 23 november 2011) die door [geïntimeerde 1] is ondertekend, bepaalt, voor zover van belang:

“Hierbij, bevestigen wij uw aankoop, volgens onderstaande specificatie.

Materiaal;

(…)

- Aansluitbuis Ø 180 vanaf haard naar bestaande rookkanaal

- Isolatiemateriaal.

(…)

Op alle aanbiedingen tot, en overeenkomsten inzake, door ons te verrichten leveringen en diensten zijn van toepassing de algemene leveringsvoorwaarden van het Sfeerverwarmingsgilde (SVG), door het SVG op 1 oktober 2002 vastgesteld. Zie ommezijde.”

b. Genoemde algemene leveringsvoorwaarden van het SVG (hierna: de AV, productie 1 akte rectificatie d.d. 29 februari 2012) bepalen, voor zover van belang:

“Artikel 10 Aansprakelijkheid

1. De aansprakelijkheid van de leverancier als gevolg van een toerekenbare tekortkoming is ter keuze van de leverancier beperkt tot kosteloos herstel van het betreffende gebrek, tot kosteloze vervanging (…) of tot het terugbetalen van de in verband met de betreffende prestatie ontvangen bedragen. De leverancier zal niet tot meer gehouden kunnen worden.

(…)

3. De leverancier aanvaardt – ongeacht de rechtsgrond van de vordering van wederpartij – geen aansprakelijkheid voor gevolgschade zoals – maar niet beperkt tot – vertragingsschade, schade als gevolg van schoorsteenbranden, schade aan zaken van de wederpartij en schade als gevolg van aansprakelijkheid jegens derden.

(…)

5. Op de hierboven genoemde uitsluitingen of beperkingen zal door de leverancier geen beroep kunnen worden gedaan: (…) c) indien en voor zover deze uitsluiting of beperking op grond van de regels van dwingend consumenten(koop)recht niet is toegestaan en de overeenkomst met een consument is gesloten.”

c. In april 2007 heeft [Kachels en Openhaarden ] de binnenhaard met toebehoren aangelegd in de woning waarin [geïntimeerde 1] samen met zijn echtgenote woont.

d. In september/oktober 2007 bleek de haard niet goed te trekken. [Kachels en Openhaarden ] heeft dit probleem in november 2007 verholpen.

e. [geïntimeerde 1] en zijn vrouw hebben op zondagavond 25 mei 2008 de buitenhaard en de binnenhaard aangestoken. Op maandagochtend 26 mei 2008 omstreeks 02.00 uur is brand in de woning van [geïntimeerde 1] ontdekt en is de woning van [geïntimeerde 1] vrijwel geheel afgebrand.

f. [geïntimeerde 1] is verzekerd voor brandschade bij [Schadeverzekering] .

g. [Schadeverzekering] heeft CED Forensic B.V. (hierna: CED) de opdracht gegeven technisch onderzoek te verrichten naar de oorzaak van de brand. Als technisch onderzoeker zijn van de zijde van CED bij het onderzoek betrokken geweest: de heer [technisch onderzoeker 1] en de heer [technisch onderzoeker 2] (hierna: [technisch onderzoeker 2] ). Als tactisch onderzoeker is aan de zijde van CED betrokken geweest de heer [tactisch onderzoeker CED] .

h. Het “Rapport technisch brandonderzoek” van CED van 8 mei 2009 (productie 2 akte overlegging producties d.d. 23 november 2011), opgesteld door [technisch onderzoeker 2] , vermeldt, voor zover van belang:

“(…)

2. GEHANTEERDE WERKWIJZE

De kwaliteit van het technisch brandonderzoek is in belangrijke mate afhankelijk van de mate waarin zaken worden herkend, geïdentificeerd en brandpatronen worden geanalyseerd.

Op basis van het technisch brandonderzoek is geprobeerd de plaats van het ontstaan van de brand te bepalen, teneinde de oorzaak van de brand te achterhalen. Zonder de bevindingen uit het tactisch onderzoek zou dit niet meer mogelijk zijn geweest.

(…)

3. OMSCHRIJVING

(…)

Aan de voorzijde van de woning bevond zich een buitenterras. Aan deze zijde van de woning bestond een deel van de gevel uit:

 Een openhaard (terraszijde);

 Een allesbrander (woonkamerzijde);

 Twee metalen afvoerkanalen;

 Een stenen omkokering.

(…)

5. ANALYSE/OORZAAK

 Het gecontroleerd door de brandweer laten uitbranden van de woning in combinatie met het verplaatsen van de diverse brandresten tijdens de bluswerkzaamheden maakte het onmogelijk alleen op basis van technisch brandonderzoek de plaats van het ontstaan van de brand te bepalen;

 Aan de hand van tactische informatie kon er gericht brandtechnisch onderzoek worden gedaan;

 Tactisch werd er namelijk vermoed, dat één van de beide afvoerkanalen in de woning de brand zou hebben ingeleid.

 Uit de brandresten zijn delen van beide afvoerkanalen teruggevonden. Opvallend was, dat één van de afvoerkanalen gedeeltelijk enkelwandig en flexibel is uitgevoerd;

 Aan de hand van de foto’s, die voor de brand zijn gemaakt (zie foto’s 3 t/m 6) bleek, dat de enkelwandige flexibele uitvoering deel heeft uitgemaakt van het afvoerkanaal van de allesbrander.

 Achter de flexibele voering is isolatiemateriaal met een papieren cachering aangebracht. Dit is in strijd met de voorschriften (o.a NEN 6062). De ruimte rondom de flexibele voering mag alleen van brandvrij (plaat)materiaal zijn gemaakt, wat bij verzekerde niet het geval is geweest.

6. CONCLUSIE

Gelet op het vorenstaande, daarbij gebruikmakend van de tactische informatie verwerkt in de rapportage van expert [tactisch onderzoeker CED] (…), maakt het zéér wel mogelijk, dat de brand is ontstaan:

 door warmteoverdracht van de flexibele metalen voering naar de papieren cachering van het isolatiemateriaal;

 of door pyrolyse (noot hof: afbraak door verhitting) van de papieren cachering van het isolatiemateriaal. (…).”

i. Het (tactisch) rapport toedrachtonderzoek naar de toedracht van de brand van de heer [tactisch onderzoeker CED] (productie 3 akte overlegging producties d.d. 23 november 2011), vermeldt, voor zover van belang:

“(…)

Verklaringen:

Verzekerde

(…)

Nadat omstreeks 22.30 uur alle gasten waren verdwenen zijn mijn echtgenote en ik omstreeks 23.30 uur naar bed gegaan. (…)

U vraagt mij wat wij met het al dan niet brandende vuur van beide haarden hebben gedaan? Ik verklaar u hierop dat ik de buitenhaard met een tuinslang heb geblust. De binnenhaard liet ik (uit)branden. Deze was dus nog aan toen wij naar bed gingen. Ik kan mij niet herinneren of de luchttoevoerschuifjes van de haard dicht of open waren.

U vraagt mij hoe en wanneer ik of mijn vrouw als eerste bemerkten dat er brand was? Ik vertel u hierop dat mijn echtgenote omstreeks 02.00 uur wakker werd. Zij keek via het raam naar buiten en zag een vreemde mistwolk afkomstig (vanaf haar positie gezien) van links. Aan de linkerzijde bevonden zich de haarden van onze woning. (…)

(…)

Aanvullend verklaar ik u dat wij in de maand september of oktober 2007 rook uit het plafond nabij de binnenhaard zagen komen. Dit op het moment dat ik probeerde de haard aan te maken. Dit lukte niet goed omdat de haard nauwelijks zuurstof kreeg en niet trok. Hierop ben ik bij [Kachels en Openhaarden ] gaan klagen. Uiteindelijk werd door hen in de maand november 2007 (…) het euvel verholpen. Volgens mij was de rookafvoerpijp van de roestvrijstalen rookgasafvoer op het dak los gaan zitten.

(…)

Getuige 3 De heer [getuige 1]

(…)

Ik ben werkzaam als schade-expert bij het expertisebureau [expertisebureau] te [vestigingsplaats] . Gelet op mijn functie ben ik tevens werkzaam als salvagecoördinator. (…)

Op maandag 26 mei 2008 om 06.00 uur kreeg ik opdracht om naar de onderhavige brand te gaan alwaar ik om 06.30 uur arriveerde.

U vraagt mij te beschrijven wat ik toen aantrof? Ik verklaar u hierop dat toen ik daar aankwam de brandweer nog met bluswerkzaamheden bezig was. Het vuur aan de westzijde (daar waar de haarden waren gesitueerd) was geblust. Aan de hand van brandbeeld maakte ik op dat daar de brand moest zijn begonnen. De inbrandingen op de aanwezige bouwmaterialen, het metselwerk aan de binnenzijde, waren daar ook het felst.

(…)

Naar aanleiding van mijn inzet heb ik een rapport opgemaakt. Een kopie van het rapport heeft u in uw dossier zitten. Op de vraag wat de vermoedelijke oorzaak van de brand was heb ik het volgende geschreven: pyrolysche (noot hof: pyrolyse) van rookkanaal open haard woonkamer. U vraagt mij waarop ik deze oorzaak baseerde?

Ik verklaar u hierop dat ik vaker soortgelijke branden heb gezien. (…) Samen met de bevelvoerder van de brandweer heb ik de situatie waargenomen op het moment dat de muren niet waren omgegooid. Ik zag dat de rookgasafvoer, het betrof een flexibele pijp, van de binnenhaard enkel wandig was, aan de bovenzijde van pijp zag ik dat er nog een hoed op zat, deze was van RVS materiaal. De pijp hing gebogen voorover en zat niet vast aan het dakschot, daar dit was weggebrand. Ik zag ook dat de pijp aan de bovenzijde niet in een gemetseld kanaal was gevat. Verder nam ik ook geen voorzieningen waar die duiden op een zogenoemde buitenpijp. Ik kan dan ook niet anders concluderen dan dat de flexibele pijp direct door het dakbeschot moet zijn doorgevoerd. Op grond hiervan ben ik van mening dat door de hitte van de haard de dakdoorvoer pyrofoor (noot hof: het verdwijnen van vocht uit een materiaal, waardoor dit materiaal steeds brandbaarder wordt, aldus de in het proces-verbaal van comparitie na antwoord opgenomen verklaring van mr. Arnold) is geworden en dat daardoor de brand werd ingeleid.

(…)

Getuige 4 De heer [getuige 2]

(…)

U stelt mij een aantal vragen naar aanleiding van de brand in de nacht van 25 op 26 mei 2008 in en aan de woning van onze overburen de familie [geïntimeerde 1] .

(…)

Ik zag (…) uitslaande vlammen links naast de voordeur. Ik meen dat daar de woonkamer was gevestigd.

(…)

Getuige 5 De heer [getuige 3]

(…)

Ik zag dat het voornamelijk brandde links naast de voordeur aan de lage zijde van het dak.

(…)

Getuige 6 De heer [getuige 4]

(…)

Ik ben werkzaam als vrijwilliger bij de brandweer in [vestigingsplaats] . Mijn functie is bevelvoerder en officier van dienst. Ik ben sinds 1986 vrijwilliger bij de brandweer. Ik heb ongeveer 9 jaar opleidingen gevolgd – waaronder bij de brandweeracademie – om tot mijn huidige functie, adjunct brandmeester te komen. (…).

U vraagt mij te beschrijven wat ik (…) aantrof? Ik verklaar u hierop dat ik een uitslaande woningbrand zag. De vlammen zaten in het begin aan de lage zijde van de woning, dit over de volle breedte van de woonkamer.

(…)

U vraagt mij om het brandbeeld te beschrijven? Ik vertel u hierop dat volgens mij de brand aan de lage zijde van de woonkamer moet zijn ontstaan. Immers daar waren de vlammen het felst.

(…)

Ik beperk mij tot de volgende feiten;

 Toen wij aankwamen waren de vlammen het felst aan de lage zijde van de woonkamer, dit over de volle breedte.

 De vlammen kwamen al door het dak heen.

 Omdat wij de hond van de familie [geïntimeerde 1] levend aantroffen (toevoeging hof: in de keuken) en hij zoals ik van u hoorde vrijelijk toegang tot de hele woning had moet de brand hoog en boven het plafond zijn ontstaan. Ik kom tot deze uitspraak omdat indien de brand laag zou zijn begonnen de woonkamer en keuken gevuld moest zijn met rookgassen. De hond zou dit niet hebben overleefd. Zeker mede ook de door de brand gebruikte zuurstof.

U vraagt mij of ik de constructie van de binnenhaard heb gezien? Verder wilt u van mij weten of deze aan de brandveiligheidsnormen voldeed? Ik vertel u hierop dat ik de constructie heb gezien. In mijn beleving was die onvoldoende. Ik zag dat houten constructiedelen van de woning - onder andere gordingen - rechtstreeks werden aangestraald door de enkelwandige afvoerpijp.(…)”

j. Een expertiserapport van 16 september 2008 (productie 4A akte overlegging producties d.d. 23 november 2011) vermeldt dat de schade aan de inboedel van [geïntimeerde 1] € 222.316,72 bedraagt. Een expertiserapport van 14 mei 2009 (productie 4B akte overlegging producties d.d. 23 november 2011), vermeldt dat de schade aan de opstal van [geïntimeerde 1] naar herbouwwaarde € 604.263,- bedraagt.

k. [Schadeverzekering] heeft op diverse data een bedrag van in totaal € 741.155,92 aan [geïntimeerde 1] uitgekeerd. [Schadeverzekering] heeft ter zake de schade aan de inboedel jegens [geïntimeerde 1] een beroep op onderverzekering gedaan en heeft om die reden een bedrag van € 85.423,80 van het schadebedrag van € 222.316,72 niet aan [geïntimeerde 1] uitgekeerd.

4.2

[geïntimeerden c.s.] hebben in eerste aanleg gevorderd dat de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad [Kachels en Openhaarden ] veroordeelt:

A. tot betaling van € 85.423,80 aan [geïntimeerde 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2008, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

B. tot betaling van € 414.576,20 aan [Schadeverzekering] , te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf:

- 5-6-2008 over € 25.000,-;

- 6-10-2008 over € 4.698,72;

- 20-10-2008 over € 107.194,20;

- 26-05-2009 over € 239.344,-

- 26-04-2010 over € 38.369,28,

althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

C. in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van het vonnis, en in de nakosten.

De rechtbank heeft tijdens de comparitie na antwoord blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal [geïntimeerden c.s.] opgedragen te bewijzen dat [Kachels en Openhaarden ] bij de installatie van de binnenhaard in de woning van [geïntimeerde 1] in april 2007 de aangebrachte flexibele rookafvoerbuis niet heeft omwikkeld met brandwerend isolatiemateriaal, zoals een minerale deken. Blijkens r.o. 4.3 van het bestreden vonnis diende deze bewijsopdracht tevens te worden opgevat dat [geïntimeerde 1] ook is toegelaten tot het bewijs dat deze rookafvoerbuis (niet alleen ten tijde van de installatie, maar ook) na uitvoering van de werkzaamheden in november 2007 niet omwikkeld was met brandwerend isolatiemateriaal.

Nadat getuigen zijn gehoord, heeft de rechtbank [geïntimeerden c.s.] geslaagd geacht in het bewijs dat de flexibele rookafvoerbuis ten tijde van de brand niet omwikkeld was met brandwerend isolatiemateriaal, zoals een minerale deken en dat vaststaat dat de brand is te wijten aan onzorgvuldig handelen van [Kachels en Openhaarden ] , die daarmee voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk is. Nadat de rechtbank heeft geoordeeld dat [Kachels en Openhaarden ] geen beroep toekwam op de exoneratieclausule, heeft de rechtbank het onder A. en B. gevorderde volledig toegewezen. [Kachels en Openhaarden ] is verder veroordeeld tot betaling van de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na vonnisdatum, alsmede in de nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.3

[Kachels en Openhaarden ] vordert onder het voordragen van drie grieven vernietiging van het eindvonnis en afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerden c.s.] , dan wel deze te beperken tot de omvang van de overeengekomen exoneratie, uitvoerbaar bij voorraad, met hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 1] en [Schadeverzekering] :

- tot restitutie van hetgeen krachtens het vonnis is voldaan, vermeerder met de wettelijke rente vanaf de datum der betaling;

en tot betaling van:

- de proceskosten in eerste aanleg;

- de proceskosten in hoger beroep;

- de wettelijke rente over de proceskosten wanneer deze niet binnen 14 dagen na het wijzen van het arrest zijn betaald;

- de nakosten ad € 131,- zonder betekening van de uitspraak en € 285,- als er wel betekend wordt.

[geïntimeerden c.s.] hebben de grieven bestreden.

4.4

Het hof leidt uit het proces-verbaal van comparitie na antwoord af dat [geïntimeerden c.s.] is opgedragen te bewijzen, kort gezegd, dat [Kachels en Openhaarden ] de aangebrachte flexibele rookafvoerbuis niet heeft omwikkeld met brandwerend isolatiemateriaal omdat, indien deze buis niet met brandwerend isolatiemateriaal zou zijn omkleed, de oorzaak van de brand is gelegen in het feit dat deze buis in de nacht van 25 op 26 mei 2008 zoveel hitte heeft uitgestraald dat daarmee ander materiaal in brand is gevlogen, en de woning is afgebrand. Gelet hierop zou tijdens een eventuele contra-enquête, waarvan [Kachels en Openhaarden ] geen gebruik heeft gemaakt, niet alleen aan de orde kunnen zijn geweest de vraag of isolatiemateriaal was aangebracht, maar had [Kachels en Openhaarden ] ook bewijsmiddelen kunnen aandragen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de brandoorzaak een andere is geweest, bijvoorbeeld dat de buitenhaard de brandoorzaak is geweest. Voor zover [Kachels en Openhaarden ] met haar grieven heeft willen aanvoeren dat de rechtbank in haar eindvonnis tot aansprakelijkheid van [Kachels en Openhaarden ] is gekomen op grond van enige omkeringsregel of omdat [Kachels en Openhaarden ] een NEN-norm zou hebben geschonden berust dat op een onjuiste lezing van de bewijsopdracht en het bestreden vonnis.

4.5.1

In de eerste grief voert [Kachels en Openhaarden ] aan dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat [geïntimeerden c.s.] zijn geslaagd in het bewijs van het feit dat, kort gezegd, [Kachels en Openhaarden ] de aangebrachte flexibele rookafvoerbuis (hierna ook “de buis”) niet heeft omwikkeld met brandwerend isolatiemateriaal.

De rechtbank heeft in het kader van deze bewijsopdracht als getuigen gehoord [getuige 6] , [getuige 7] , [getuige 8] , [getuige 9] , de echtgenote van partij [geïntimeerde 1] , [getuige 1] en [technisch onderzoeker 2] .

4.5.2

De getuige [getuige 6] heeft verklaard, voor zover relevant:

“Ik heb samen met collega [getuige 7] een kachel ingebouwd in opdracht van de heer [Kachels en Openhaarden ] in de woning van de heer [geïntimeerde 1] . (…) We moesten een gesloten houtkachel monteren, (…). Er was een nis waar een houtkachel moest worden geplaatst, aansluitkanalen moesten worden geïsoleerd en die vervolgens moest worden dichtgemetseld. (…) Het aansluitkanaal heb ik geïsoleerd met thermische wol. Die wol zit op en rol van 60 cm breed en hier is wol gebruikt met een dikte van 25 mm, (…). Ik denk dat het rookkanaal anderhalf á twee meter lang was, dus een halve rol isolatiemateriaal was voldoende. Normaal gaan wij als volgt te werk: als de kachel staat en het rookkanaal is geplaatst wordt de bovenzijde van de haard dichtgemetseld. Dan wordt isolatiemateriaal om het rookkanaal gedaan en daar om heen worden drie stuks ijzerdraad gedaan en vervolgens wordt dat stuk isolatiemateriaal omhooggeschoven. Vervolgens doen wij opnieuw isolatiemateriaal er omheen en doen wij weer hetzelfde net zolang totdat de volledige pijp is geïsoleerd.

U laat mij zien foto 1 (…), dat is inderdaad de haard van de heer [geïntimeerde 1] en daarop is de flexibele afvoerbuis te zien die ik heb aangebracht. Achter de afvoerbuis zit één of andere isolatiesoort. Als het wol is met zilverfolie dan is het brandwerend materiaal. Ik neem aan dat het hier brandwerend materiaal was, anders was het wel verwijderd. (…) De thermische wol wordt pas om de buis heen gedraaid als de haard bijna is dichtgemetseld, anders worden er te veel stofdeeltjes verspreid (…)

U vraagt mij te bladeren door de foto’s die horen bij het B-formulier van 7 november 2012 en u vraagt mij op welke foto’s restanten van thermische wol rondom de afvoer van de haard die wij hebben gemonteerd zichtbaar zijn. Op foto 7 en 8 onderaan de pijp, op foto 10 in het midden, op foto 11 rondom de pijp en ook boven op de foto achter de pijp, foto 12 rechts onder, foto 13 in het midden, boven de restanten van de haard, foto 14 en 15 rechtsmidden, boven de restanten van de haard, foto 16 en 17: boven de haard, en op foto 18 tussen de bovenzijde van de haard en het middenstuk van de pijp, waarvan foto 19 een detail is. Op foto 13 is tussen de haard rechts, en de dubbelwandige schoorsteenpijp links, over de gehele lengte de flexibele afvoerpijp aanwezig zoals ik die heb aangebracht. Zo te zien is het linkerdeel daarvan niet geïsoleerd (of niet meer) en het rechter deel wel. Of de overgang tussen beide delen de restanten van een dakdoorvoer zijn weet ik niet er zit in ieder geval geen loden slab aan wat normaal zou zijn, (…). (noot hof: de genoemde foto’s 7 tot en met 19 zijn allen foto’s van na de brand.) De flexibele rookkanaalafvoerbuis die bij de haard van de familie [geïntimeerde 1] is aangebracht heb ik in zijn geheel omwikkeld met brandwerende thermische wol. (…)”

4.5.3

De getuige [getuige 7] heeft verklaard, voor zover relevant:

“Ik heb samen met [getuige 6] (…) een kachel geplaatst bij de familie [geïntimeerde 1] . (…) U laat mij een foto 1 bij B-formulier van 5 juni 2012 zien waarop een kachelpijp te zien is. Het kan goed zijn dat dit de kachelpijp in de openhaard van de familie [geïntimeerde 1] is. Hier is de pijp nog niet klaar. Wij hebben er isolatie omheen gedaan nadat het metselen klaar was. (…) De isolatie was beschikbaar in een doos en was een rol thermische wol (…) Om de isolatie te kunnen aanbrengen moeten er stukken van de rol worden afgesneden. (…) Wij brengen de isolatie niet om de kale afvoerbuis aan zoals die zichtbaar is (…) want dan komen er stofdeeltjes vrij. Het aanbrengen van de isolatie gebeurt doordat wij stukken om de afvoerbuis aanbrengen en met klembanden of ijzerdraad vastzettten en vervolgens omhoogschuiven over de buis. Dat doen wij net zo vaak als nodig is om de hele buis te isoleren, (…).

U vraagt mij te bladeren door de foto’s behorend bij het B-formulier van 7 november 2012 en u vraagt mij aan te geven waar ik restanten van isolatiemateriaal zie. Dat is zichtbaar op foto’s 7 en 8, rechtsonder de buis, op foto 10 boven de kachel, op foto 11 aan de pijp en op de foto boven achter de pijp, op foto 12 rechtsonder, op foto 13 boven de stalen mantel van de haard. De rand/ring midden op de foto om de flexibele rookafvoer is misschien een dakdoorvoer die omlaag gezakt is. Het lijkt op een loodslab. Op foto 18 is heel duidelijk de keramische wol te zien boven de kachel. (…) Op foto 15 is ook de loodsslab zichtbaar die waarschijnlijk omlaag is gezakt van de onderkant van de dakdoorvoer (de schoorsteen) waar de flexibele buis aan is bevestigd. (noot hof: de genoemde foto’s 7 tot en met 19 zijn allen foto’s van na de brand.) De flexibele rookafvoerbuis die ik samen met [getuige 6] heb aangebracht in het huis van de familie [geïntimeerde 1] is door ons helemaal omwikkeld met brandwerend isolatiemateraal. (…) In dit geval hebben wij de isolatie aangebracht na het metselwerk, maar dat kon door de opening die er nog was. (…)”

4.5.4

De getuige [getuige 8] heeft verklaard, voor zover relevant:

“(…) De haard is (…) geplaatst door de heren [getuige 6] en [getuige 7] . Met die plaatsing heb ik geen bemoeienis gehad. Enige tijd daarna werden wij gebeld door mevrouw [geïntimeerde 1] die een klacht had over rookvorming in huis. (…) Ik ben er samen met mijn collega [collega van getuige 8] naar toe gegaan. We hebben de sierlijst en het front verwijderd en zagen toen de binnenzijde van de haard zoals dat zichtbaar is op foto 2 behorend bij B-formulier van 5 juni 2012. Met dien verstande dat wij zagen dat de rookafvoer die wij zagen wel omwikkeld was met isolatiemateriaal. Ik heb met een zaklamp naar binnen geschenen en zag dat het rookafvoerkanaal los zat. Samen met mijn collega heb ik toen de haard eruit gehaald inclusief de flexibele rookafvoerbuis. Die rookafvoerbuis was omwikkeld met een brandwerend isolatiedeken, een keramische deken in onze vaktermen. De afvoerbuis was van boven tot beneden geïsoleerd. We hebben een nieuwe afvoerbuis van de rol afgeslepen, zo een 2 á 2,5 meter, iets langer dan de vorige. Ik stond in de haard en mijn collega gaf mij eerst de nieuwe flexibele buis aan. Die heb ik met klemband op de dakdoorvoer bevestigd. Die klemband heb ik vervolgens aangedraaid en ik heb de aansluiting geborgd met drie zelftappende schroeven. Daarna heb ik om de aansluiting aluminiumtape aangebracht om het geheel rookdicht te maken. Vervoglens gaf mijn collega stukken isolatiedeken aan (de rol is 60 cm breed) die heb ik om de afvoerbuis heen gedaan en daar omheen heb ik ijzerdraad gedraaid. Ik heb net zoveel stukken isolatiemateriaal aangebracht als nodig was om de hele buis te bedekken. Daarna ben ik uit het gat gekropen (…).

U (noot hof: mr. Arnold) houdt mij voor een deel van de verklaring van de bevelvoerder brandweer, de heer [getuige 4] , (…) waarin deze zich uitlaat over de constructie van de binnenhaard in relatie tot brandveiligheidsnormen. De brandweer commandant zegt:”ik zag dat houten constructiedelen van de woning – onder andere de gordingen – rechtstreeks werden aangestraald door de enkelwandige afvoerpijp.”U vraagt mij tevens te kijken naar foto 6.

Dat mag zo zijn maar ik verzoek u te kijken naar foto’s 12 en 18. Daarop is te zien dat de isolatie is omlaag gezakt samen met een deel van de dakdoorvoer. Op foto 15 is de afvoerbuis te zien. Net boven de haard is nog een deel van de isolatie zichtbaar waaraan zich een stuk van de dakdoorvoer bevindt. Dat stuk dakdoorvoer heeft bevestigd gezeten aan de loodslab die op het dak lag en waarop de afvoerpijp was bevestigd. (…) Over foto 8 kan ik zeggen dat daar naar mijn mening om de flexibele rookafvoerbuis niet alleen een stukje isolatie zichbaar is maar waarschijnlijk een deel van de dakdoorvoer.”

4.5.5

De getuige [getuige 9] heeft verklaard, voor zover relevant:

“(…) Een man van [Kachels en Openhaarden ] had de materialen gebracht en er zijn twee metselaars komen metselen. De man van [Kachels en Openhaarden ] kwam binnen met een buis. Ik dacht dat dit een vaste pijp zou zijn. Toen ik die buis zag vroeg ik mij af of die wel voldoende zou zijn, hij zag er nogal labiel uit. (…) Die man van [Kachels en Openhaarden ] heeft om een stukje van die buis doek gedaan en daar losjes ijzerdraad om geslagen. Hij deed dat nogal nonchalant in mijn ogen, hij deed het staande. (…) De man heeft de buis naar de haard gebracht en aan de bovenzijde op de haard bevestigd. Aan dat stuk van de buis zat ongeveer 40 cm isolatie maar daarboven zat geen isolatie. Ik heb niet gezien hoe de afvoerbuis is vastgezet. Noch voor noch na het metselen is er rondom de afvoerbuis isolatie aangebracht. (…)

Rond oktober 2007 hadden wij last van rook die uit de haard naar binnen kwam. Wij hebben toen [Kachels en Openhaarden ] gebeld en (…) kwam er één man van [Kachels en Openhaarden ] . Die heeft de haard naar voren geschoven (het kan ook zijn dat hij alleen de plaat aan de voorkant er af heeft gehaald, dat weet ik niet meer zeker) hij zag dat de buis was losgeschoten. Ik heb ook naar binnen gekeken en gezien dat de buis was losgeschoten en er krom in hing. Ik heb toen niet opgelet of er doek omheen zat. Dat wil zeggen ik heb gezien dat er geen isolatie omheen zat. Ik ben er bij gebleven terwijl de man aan het werk was maar ik heb niet gezien wat hij heeft gedaan. Hij was zo klaar, het was binnen een half uur gepiept. (…) De man is ook nog buiten bezig geweest maar ik weet niet wat hij daar gedaan heeft.

U houdt mij de verklaring voor (…) die (…) is afgelegd door de getuige [getuige 8] . Die verklaart dat hij (…) bij ons is gekomen samen met een collega en u leest mij voor wat hij samen met die collega zegt allemaal te hebben gedaan. Die verklaring klopt totaal niet want ik weet zeker dat hij alleen was, dat hij de afvoerbuis niet heeft vervangen en dat hij niet in de haard is gekropen. Ik ben er steeds met mijn neus bovenop gebleven (…)”.

4.5.6

De getuige [getuige 1] heeft verklaard, voor zover relevant:

“(…) U leest mij voor een passage op pagina 11 de 7de alinea van het rapport toedrachtsonderzoek d.d. 12 augustus 2009, productie 3 bij akte overleggende producties. In die passage geef ik een verklaring over de vermoedelijke oorzaak van de brand. Ik sta daar nog steeds achter. (…) Ik heb overleg gevoerd met de brandweer-commandant. (…) Ik vroeg hem naar zijn inschatting over de oorzaak van de brand en hij zei mij dat er de avond er voor tot diep in de nacht gestookt was in de haard. Als je bovendien naar foto 3 bij B-formulier van 7 november 2012 kijkt kun je zien dat de schoorsteen die op de binnenhaard stond, horizontaal op het dak ligt. Dat leverde bij mij de eerste gedacht op dat de oorzaak van de brand in de binnenhaard moet worden gezocht.

Ik bekijk samen met u de foto’s behorend bij B-formulier van 7 november 2012 en merk ten aanzien van de foto’s het volgende op: op foto 6 is een flexibel rookkanaal te zien met daarop een hoed die oorspronkelijk ruste op het dakbeschot. Wat opvalt is de inbranding aan de onderzijde van de balken, de onderzijde van de gordingen en aan de bovenzijde van de dragende balk van de overstek.

Op foto 7 is te zien dat een deel van de flexibele buis is beroet en een deel niet. Het deel dat niet is beroet vertoont residuen van isolatiemateriaal en onderaan dat niet beroete deel zijn nog restanten van isolatiemateriaal te zien. Foto 8 is een detail van foto 7. Op deze foto is onder het restant van de isolatie een deel van de dakdoorvoer te zien.

Op foto 12 is rechts onder restant isolatiemateriaal te zien en aan de bovenzijde van de isolatiemateriaal is het restant van de dakdoorvoer zichtbaar. Uit deze foto is niet af te leiden dat het isolatiemateriaal vast heeft gezeten aan de dakdoorvoer. Op foto 8 is op de stenen achter de flexibele buis een v-vormige roetaanslag te zien. Dit duidt vaak op het begin van de brandhaard. (…) Gedurende mijn aanwezigheid tijdens de brand heb ik de flexibele afvoer wel gezien maar over de aanwezigheid van isolatiemateriaal niets kunnen constateren. Aan de hand van de foto’s moet ik constateren dat de afvoerbuis deels wel en deels niet met isolatiemateriaal bedekt moet zijn geweest. Om dat (zoals het hof “omdat” leest) te specificeren aan de hand van foto 8: onder het deel dat niet is beroet en waarop nog isolatie residuen zijn te zien is het zeker aanwezig geweest maar of er daarboven isolatiemateriaal is geweest, kan ik niet met zekerheid zeggen. Ik denk niet dat iemand dat kan zeggen. Althans er zouden dan andere sporen zichtbaar moeten zijn. (…)

Waar op foto 8 residuen van isolatiemateriaal heeft gezeten kan isolatie hebben gezeten die is verbrand maar ook isolatie die naar beneden is gezakt. (…)”.

4.5.7

De getuige [technisch onderzoeker 2] heeft verklaard, voor zover relevant:

“In opdracht van [Schadeverzekering] heb ik op de dag van de brand onderzoek gedaan rondom de woning van het echtpaar [geïntimeerde 1] . (…) Toen ik aan kwam was de brand al geblust en waren de restanten van de woning al omgehaald. Wij hebben de kachel en de pijpen er uit gehaald. Er was wat betreft de haarden een binnen en een buiten situatie. We hebben de binnenhaard met de bijbehorende pijp gezocht. De flexibele afvoerbuis zat er nog aan. Wat opviel was dat op het onderste deel wel isolatie aanwezig was en het bovenste deel niet. U vraagt mij te bladeren door de foto’s behorende bij B-formulier 7 november 2012. Na aanleiding daarvan merk ik het volgende op:

foto 10 daar is zichtbaar dat de flexibele buis met isolatiemateriaal nog op de kachel zit.

Foto 12: rechtsonder isolatie, op het eind daarvan een deel van de dakdoorvoer, links daarvan een niet beroet gedeelte van de afvoerpijp en links daarvan het wel beroete gedeelte van de afvoerpijp. Op foto 18 is in het midden van de pijp boven op de isolatie de kraag te zien die in de dakdoorvoer zat en die naar beneden is gezakt. Het kan zijn dat de isolatie enigszins is ingezakt, opgestroopt.

De isolatie heeft gezeten tot daar waar de roetaanslag begint. Door de kieren in de isolatie op foto 18 is te zien dat het materiaal daaronder niet beroet is.

Het is uitgesloten dat de beroeting van de flexibele buis is ontstaan nadat de kraag omlaag is gezakt, want dan is er een opening, krijgt het vuur de vrije ruimte en ontstaat er geen roet meer. Waar roet zit kan geen isolatie hebben gezeten. (…)

Op foto 8 is de flexibele buis met een beroet en niet beroet deel te zien. Op het eind van het niet beroete deel is isolatie zichtbaar en wat aan die isolatie vast zit kan ik niet met zekerheid zeggen. Foto 11: wat boven op de foto achter de flexibele buis ligt zou isolatiemateriaal kunnen zijn. (…)

De foto’s behorende bij B-formulier van 7 november 2012 waren niet bij mijn rapport gevoegd. (…) dat vond ik toen niet relevant. Er zijn nog meer foto’s van deze zaak gemaakt. (…) U (noot hof: mr. Stroetinga) vraagt mij naar het grijs dat zichbaar is op de flexibele pijp op foto 11, het grijs op het beroete deel zou isolatiemateriaal kunnen zijn. Of het grijs op het niet beroete deel isolatiemateriaal is weet ik niet maar ik blijf bij mijn oordeel dat er op het beroete deel geen isolatie heeft gezeten. Op foto 12 is dat grijs niet te zien.”

4.5.8.1 Voor zover thans van belang verklaren [getuige 6] , [getuige 7] en [getuige 8] dat zij de pijp volledig hebben bekleed met isolatie. Het hof kan thans nog in het midden laten of [getuige 8] al dan niet de door [getuige 6] en [getuige 7] aangebrachte pijp volledig heeft vervangen. Mevrouw [getuige 9] heeft daarentegen verklaard dat slechts 40 cm van de pijp was bekleed met isolatie. Het hof merkt hierbij op dat [getuige 8] over de lengte van de pijp heeft verklaard dat hij een pijp van 2 á 2,5 meter heeft aangebracht, die iets langer was dan de vorige. Hiermee zijn die verklaringen wat de isolatie van de pijp betreft dermate aan elkaar tegengesteld, dat van belang is wat de deskundige(n) daaromtrent verklaren. De getuige [getuige 1] is schade-expert en salvage-coördinator, die naar eigen zeggen vaker soortgelijke branden heeft gezien (zie zijn als bijlage bij het toedrachtonderzoek (hiervoor r.o. 4.1 sub i). Dat maakt hem niet zonder meer deskundig in onderzoek naar de toedracht van branden als de onderhavige. Resteert de getuige [technisch onderzoeker 2] , die van beroep brandonderzoeker is. Hij komt in zijn rapport (r.o. 4.1 sub h) tot de conclusie dat het “(…) zéér wel mogelijk (is, toevoeging hof), dat de brand is ontstaan door warmteoverdracht van de flexibele metalen voering naar de papieren cachering van het isolatiemateriaal of door pyrolyse (noot hof: afbraak door verhitting) van de papieren cachering van het isolatiemateriaal.” In zijn rapport wordt niets vermeld over het al dan niet geïsoleerd zijn van de pijp. Juist dat blijkt echter van belang te zijn, en daarover zijn de getuigen ook gehoord. Hierbij zijn alle getuigen, behalve [getuige 9] , mede aan de hand van overgelegde foto’s gehoord. Van die foto’s heeft [technisch onderzoeker 2] verklaard dat hij ze niet bij zijn rapport heeft gevoegd omdat hij die foto’s niet relevant vond. Hij heeft tevens verklaard dat nog meer foto’s van de brand zijn gemaakt. Het hof kan niet uitsluiten dat er meer foto’s zijn die [technisch onderzoeker 2] niet relevant heeft geacht die echter wel relevant kunnen zijn. Het hof zal [geïntimeerden c.s.] op de voet van art. 22 Rv dan ook bevelen om alle foto’s die betrekking hebben op de onderhavige brand over te leggen, waarbij zij uiteraard die foto’s nader schriftelijk mogen toelichten.

4.5.8.2 In het proces-verbaal van comparitie na antwoord heeft de advcaat van [Kachels en Openhaarden ] verklaard dat [expertise] ( [expertise] Expertise B.V. volgens nr. 2 memorie van antwoord) heeft geconcludeerd dat de aanwezigheid van de papieren cacheerlaag niet tot de brand kan hebben geleid. Het hof leidt uit deze opmerking af dat [Kachels en Openhaarden ] de beschikking heeft over een onderzoeksrapport betreffende de (oorzaak van de) brand. Het hof zal [Kachels en Openhaarden ] op de voet van art. 22 Rv bevelen om dit rapport over te leggen, desgewenst vergezeld van een nadere toelichting.

4.6

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

5 De uitspraak

Het hof:

beveelt [Kachels en Openhaarden ] om bij akte, te nemen ter rolle van 29 maart 2016 over te leggen het van de brand door [expertise] ( [expertise] Expertise B.V.) opgemaakte rapport over te leggen, desgewenst vergezeld van een toelichting;

beveelt [geïntimeerden c.s.] om bij akte, te nemen ter rolle van 29 maart 2016 over te leggen alle van de brand door [technisch onderzoeker 2] en/of CED gemaakte foto’s, desgewenst vergezeld van een toelichting;

bepaalt dat beide partijen vier weken nadat de andere partij de hiervoor genoemde akte heeft genomen, een antwoordakte mag nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, J.R. Sijmonsma en S.O.H. Bakkerus

en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 maart 2016.

griffier rolraadsheer