Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:884

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-02-2016
Datum publicatie
09-03-2016
Zaaknummer
20-003747-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2014:7127, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte te kennen gegeven de bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank - een veroordeling wegens het vervaardigen van kinderporno en het een gewoonte maken van het bezit van kinderporno, grooming en meerdere andere ernstige zedendelicten - niet langer te handhaven. Het hof stelt vast dat het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang is gediend met een behandeling in hoger beroep en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003747-14

Uitspraak : 10 februari 2016

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 24 november 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-879356-13 en 01-860254-14, tegen de verdachte:

[naam van de verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [een datum in het jaar] 1979,

thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Vught,

locatie Penitentiair Psychiatrisch Centrum te Vught.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die ertoe strekt de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het van de zijde van de verdachte ingestelde hoger beroep is ingetrokken nadat de terechtzitting in hoger beroep is aangevangen, maar voordat het hof aan een onderzoek naar de feiten is toegekomen. De advocaat-generaal heeft met deze intrekking, hoewel deze formeel te laat is, ingestemd. Nu de inhoudelijke behandeling van de zaak nog niet ten gronde is aangevangen en de verdachte door het 'intrekken' van het hoger beroep te kennen heeft gegeven dat de bezwaren tegen het vonnis niet worden gehandhaafd, zal het hof - nu het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een behandeling van het hoger beroep de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,

mr. P.M. Frielink en mr. R.C.C. van Leest, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.P. Verhaegh, griffier,

en op 10 februari 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.