Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:617

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
23-02-2016
Zaaknummer
200 149 803_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2012:BY4266
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2013:6627
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:4428
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:2350
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Complexe ICT-opdracht van een ziekenhuis mislukt. Na tussenuitspraak met afbakening van de geschillen en een voornemen tot deskundigenonderzoek, wordt op verzoek van partijen een regiezitting bepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.149.803/01

arrest van 23 februari 2016

in de zaak van

Stichting Tweesteden Ziekenhuis,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna wederom aan te duiden als TsZ,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

1 Alert Life Sciences Computing B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. Alert Life Sciences Computing S.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , Portugal,

geïntimeerden in principaal hoger beroep,

appellanten in incidenteel hoger beroep,

hierna wederom aan te duiden als Alert c.s.,

advocaat: mr. J.J. Linnemann te Amsterdam,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 3 november 2015 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, onder zaaknummer C/01/244606/HA ZA 12-256 gewezen vonnis van 27 november 2013.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 3 november 2015;

  • -

    de akte na tussenarrest van TsZ van 29 december 2015;

  • -

    de akte na tussenarrest van Alert c.s. van 26 januari 2016.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep

6.1.

In genoemd tussenarrest heeft het hof de geschillen tussen partijen afgebakend – zie met name rov. 3.3 tot en met 3.10 – en te kennen gegeven voornemens te zijn om deskundigen te benoemen, als uiteengezet in rov. 3.11. De zaak is naar de rol verwezen opdat partijen hun visie geven zoals overwogen in rov. 3.11.4 van het tussenarrest. Beide partijen hebben van de geboden gelegenheid gebruik gemaakt.

6.2.

Blijkens hun aktes hebben partijen (nog) geen overeenstemming bereikt over het aantal van de te benoemen deskundigen, over de namen van de deskundigen (behoudens prof. dr. J. van der Lei, zie hierna rov. 6.4.3) en over de te stellen vragen aan de deskundigen. Partijen verzoeken het hof gezamenlijk om een regiezitting te houden om onder de leiding van en in overleg met het hof te trachten tot nadere overeenstemming te komen over de aan de deskundige(n) te verstrekken opdracht(en) en andere nog te beantwoorden vragen.

6.3.

In het vorenstaande ziet het hof aanleiding om met dat doel een meervoudige comparitie van partijen te gelasten. Partijen hebben aangegeven dat de door hen verzochte regiezitting wat hen betreft ook kan plaatsvinden met alleen de advocaten, dus buiten aanwezigheid van partijen. Het hof heeft daartegen op zichzelf geen bezwaar (zie echter hierna rov. 6.5).

6.4.

Ter instructie van de comparitie merkt het hof het volgende op.

6.4.1.

Het hof blijft erbij dat het zonder deskundigenvoorlichting de geconstateerde feiten niet goed op hun waarde kan wegen (zie rov. 3.11.1 van het tussenarrest en de daarvoor aldaar gegeven motivering). Het gaat dan ook voorbij aan het verzoek van TsZ in haar akte na tussenarrest om af te zien van het voorgenomen deskundigenbericht, en in plaats daarvan een eindbeslissing te nemen in deze procedure of een bewijsopdracht aan Alert c.s. te geven. Overigens kan in een later stadium worden bezien of na het deskundigenonderzoek nadere bewijslevering (onder meer door het horen van getuigen) aangewezen is.

6.4.2.

Het hof meent nog steeds dat drie deskundigen hun oordeel moeten geven, iemand uit de medische hoek, iemand uit de softwarebranche en een projectmanager (rov. 3.11.2, tussenarrest). Alert c.s. zijn het blijkens hun akte na tussenarrest eens met deze aanpak (met dien verstande dat volgens hen de deskundige uit de medische hoek niet een directeur van een ziekenhuis zou moeten zijn). TsZ heeft bezwaar tegen het aantal en voorgenomen samenstel van deskundigen. Volgens TsZ zijn er deskundigen met een voldoende breed profiel om antwoord te kunnen geven op de vragen van het hof. Het hof zou hier graag concreet met (de advocaten van) partijen over van gedachten wisselen tijdens de te houden comparitie.

6.4.3.

Uit de aktes blijkt dat partijen het eens zijn over een persoon die als deskundige uit de medische hoek kan optreden, namelijk prof. dr. J. van der Lei (hoofd van de afdeling Medische Informatica (Departement of Medical Informatics) van het Erasmus MC te [plaats] . Het hof heeft – in afwachting van de uitkomst van de comparitie – prof. Van der Lei nog niet benaderd om te vragen of hij bereid en in staat is een deskundigenbericht uit te brengen in deze zaak.

6.5.

Indien het verloop van de comparitie daartoe aanleiding geeft, zal de comparitie mede kunnen worden benut voor het bevorderen van een minnelijke regeling tussen partijen. Het komt het hof voor dat partijen hun geschillen sneller, goedkoper en meer op maat gesneden kunnen beëindigen door zakelijke mediation. In dat traject kunnen zij hun voordeel doen met de afbakening van hun geschillen door het hof in het tussenarrest. Partijen wordt in overweging gegeven ruim voor de te bepalen datum van de comparitie hierover met elkaar in overleg te treden. Het hof wijst partijen nog op de mogelijkheid dat een deskundige in dezen (eventueel in samenwerking met een ervaren mediator) partijen tot een regeling brengt (vgl. ECLI:NL:GHSHE:2012:BX0380, rov. 3.8.3).

6.6.

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.

7 De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel hoger beroep

bepaalt dat partijen – natuurlijke personen in persoon en rechtspersonen deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is – vergezeld van hun advocaten, zullen verschijnen voor mrs. W.H.B. den Hartog Jager, J.P. de Haan en J.H.M. van Erp, die daartoe zitting zullen houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum, met de hiervoor onder rov. 6.3 en 6.5 vermelde doeleinden;

verwijst de zaak naar de rol van 8 maart 2016 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat het hof na genoemde roldatum dag en uur van de comparitie zal vaststellen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, J.P. de Haan en J.H.M. van Erp en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 februari 2016.

griffier rolraadsheer