Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:5728

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-12-2016
Datum publicatie
25-01-2017
Zaaknummer
200.199. 877/01
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bevoegdheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/429
INS-Updates.nl 2017-0047
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak : 22 december 2016

Zaaknummer : 200.199. 877/01

Zaaknummer 1e aanleg : C/03/16/308 F

in de zaak in hoger beroep van:

de buitenlandse vennootschap naar Frans recht

Société par Actions Simplifiée (Frankrijk)

Imagical Group SAS,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] (Frankrijk),

kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: Imagical Group,

advocaat: (aanvankelijk) mr. S.A. Kruijt te Alphen aan de Rijn (onttrokken),

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

3. [geïntimeerde 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

hierna te noemen: [geïntimeerden c.s.] ,

advocaat: mr. S. Karakaya-Pilavci te Leusden.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 20 september 2016, waarbij Imagical Group in staat van faillissement is verklaard, met aanstelling van mr. J.A. Bloo tot curator.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 28 september 2016, heeft Imagical Group verzocht voormeld vonnis te vernietigen.

2.2.

Bij verweerschrift, ter zitting van dit hof overgelegd, hebben [geïntimeerden c.s.] verzocht Imagical Group niet-ontvankelijk te verklaren in appel dan wel de gronden tegen het bestreden vonnis te verwerpen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 december 2016. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [geïntimeerden c.s.] , bijgestaan door mr. Karakaya-Pilavci;

- mr. Bloo, curator;

- mevrouw mr. L. Drenth en de heer mr. B. Vastenburg namens Holla Advocaten, crediteur van Imagical Group.

Namens Imagical Group is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niemand verschenen.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 20 september 2016;

- het formulier van mr. Kruijt d.d. 5 december 2016 waarin hij zich onttrekt als advocaat van Imagical Group;

- het indieningsformulier/de brief van mr. Karakaya-Pilavci d.d. 5 december 2016, met als bijlage het inleidend faillissementsrekest (inclusief producties);

- de brief met bijlagen van de curator d.d. 5 december 2016.

3 De beoordeling

3.1.

Het faillissement van Imagical Group is aangevraagd door [geïntimeerden c.s.]

Zij stellen in het faillissementsrekest op 1 juni 2016 in dienst te zijn getreden van Imagical Group als Show Electronic Engineer respectievelijk Show Engineer 2 (niveau Senior 2 respectievelijk Junior 2) en over de maanden juni, juli en augustus 2016 geen salaris (noch loonstroken) te hebben ontvangen. [geïntimeerden c.s.] hebben Imagical Group gesommeerd om het achterstallig salaris te voldoen. Imagical Group heeft daarop de dienstverbanden beëindigd per respectievelijk 3 augustus 2016, 1 oktober 2016 en 30 september 2016.

De vorderingen van [geïntimeerden c.s.] zijn, ondanks de sommaties, onbetaald gebleven. Imagical Group zou ook andere schuldeisers (zoals de verhuurder van de bedrijfsruimte en andere personeelsleden) onbetaald laten.

Het faillissement van Imagical Group is vervolgens bij het bestreden vonnis uitgesproken.

3.2.

Imagical Group heeft in haar beroepschrift aangevoerd dat de rechtbank zich ten onrechte bevoegd heeft verklaard. Volgens Imagical Group is het centrum van haar voornaamste belangen niet in Nederland gelegen. Zij verwijst naar de EG-Verordening Nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures (hierna: de Insolventieverordening).

3.3.

Namens [geïntimeerden c.s.] is ter zitting in hoger beroep verweer gevoerd. [geïntimeerden c.s.] stellen zich - kort samengevat - primair op het standpunt dat Imagical Group in hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat zij de gronden voor haar hoger beroep niet duidelijk en onderbouwd heeft gesteld.

Subsidiair stellen zij zich op het standpunt dat de rechtbank wel bevoegd was kennis te nemen van het faillissementsverzoek en dat de rechtbank terecht het faillissement heeft uitgesproken.

Het centrum van de voornaamste belangen van Imagical Group is in Nederland gelegen. Alle 17 werknemers van Imagical Group zijn in Nederland te werk gesteld, hetgeen Imagical Group ter zitting in eerste aanleg niet heeft betwist. Nadat een aantal werknemers van Imagical Group naar de Franse vestiging van Imagical Group is gereden troffen zij daar een leeg pand aan en bleek/blijkt het pand te huur te staan. Er was ter plaatse niemand die Imagical Group kende. Imagical Group heeft ter zitting in eerste aanleg erkend dat het pand leeg staat en te huur is aangeboden. Imagical Group heeft ter zitting in eerste aanleg verder verklaard dat er plannen zijn om het pand in Frankrijk te kopen maar dat dit nog niet is gelukt, en dat er (nog) geen activiteiten worden ontplooid aan het adres in Frankrijk.

Wat betreft de betalingsonmacht van Imagical Group stellen [geïntimeerden c.s.] dat de salarissen van de werknemers niet zijn betaald en dat er door Imagical Group ook geen toezeggingen zijn gedaan dat deze salarissen op korte termijn betaald zouden worden. Daarnaast was er ook sprake van een aanzienlijke huurachterstand bij Imagical Group.

[geïntimeerden c.s.] hadden geen andere optie dan het aanvragen van het faillissement van Imagical Group. Het UWV is niet overgegaan tot toekenning van een uitkering wegens betalingsonmacht en Imagical Group heeft onvoldoende meegewerkt aan beëindiging van de arbeidsovereenkomsten met wederzijds goedvinden. Het UWV wacht thans de uitkomst van dit hoger beroep af, alvorens zij overgaat tot faillissementsuitkeringen aan [geïntimeerden c.s.]

3.4.

De curator heeft in zijn verslag d.d. 18 oktober 2016 (ingekomen bij brief van 5 december 2016) het volgende geschreven.

Imagical Group is op 10 februari 2016 opgericht. De activiteiten zijn design, research en development voor de entertainmentindustrie. Voor zover de curator bekend is er geen omzet gerealiseerd. Er zijn 17 personeelsleden. Er is geen administratie voorhanden. Statutair bestuurder is de heer [statutair bestuurder] (hierna: [statutair bestuurder] ). Volgens [statutair bestuurder] is aandeelhouder US Communications Network LLC te [vestigingsplaats] . Imagical Group is voorts aandeelhouder in Rood Wit Ruitje B.V.

Imagical Group is diverse financiële verplichtingen aangegaan door, onder meer, het in dienst nemen van personeel en het sluiten van koopovereenkomsten en een huurovereenkomst. Omdat er geen omzet is gerealiseerd, waren er geen inkomsten en konden de financiële verplichtingen niet worden nagekomen, waardoor een faillissement onafwendbaar was. Met toestemming van de rechter-commissaris is aan alle personeelsleden ontslag aangezegd en heeft het UWV in het kader van de loongarantieregeling de vereiste werkzaamheden verricht. De curator heeft diverse bedrijfsmiddelen aangetroffen. US Communications Network LLC stelt zich op het standpunt dat zij eigenaar is, maar heeft haar eigendom tot op heden niet kunnen aantonen zodat de curator er vanuit gaat dat de boedel eigenaar is. Als het faillissement in hoger beroep in stand blijft zullen de bedrijfsmiddelen worden verkocht en zal de curator eveneens een koper zoeken voor de aandelen in Rood Wit Ruitje B.V.

Blijkens het crediteurenoverzicht d.d. 5 december 2016 zijn er voor een totaalbedrag van € 464.275,-- preferente vorderingen ingediend door de Belastingdienst en voor een totaalbedrag van € 172.151,50 concurrente vorderingen.

3.5.

Ter zitting in hoger beroep hebben mrs. Drenth en Vastenburg namens Holla Advocaten verklaard dat Holla Advocaten haar vordering op Imagical Group nog zal indienen bij de curator.

3.6.

Het hof overweegt het volgende.

3.6.1.

Met de in hoger beroep aangevoerde grief komt Imagical Group op tegen het oordeel van de rechtbank dat zij bevoegd was om over het faillissementsverzoek te oordelen. Met name kan Imagical Group zich niet vinden in het oordeel dat haar centrum van voornaamste belangen in Nederland zou liggen.

Het hof is van oordeel dat Imagical Group met deze grief, mede in het licht van haar in eerste aanleg ingenomen stellingen, voldoende kenbaar heeft gemaakt wat haar bezwaren tegen het bestreden vonnis zijn. Het hof oordeelt Imagical Group dan ook ontvankelijk in haar hoger beroep.

3.6.2.

Ingevolge art. 3 lid 1 Insolventieverordening zijn de rechters van de lidstaat waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is bevoegd de insolventieprocedure te openen. Het gaat daarbij in beginsel om het centrum van de voornaamste belangen, de COMI, ten tijde van de indiening van het verzoek. Bij vennootschappen en rechtspersonen wordt volgens dit artikellid, zolang het tegendeel niet is bewezen, de plaats van de statutaire zetel vermoed het centrum van de voornaamste belangen te zijn. Daarbij heeft het begrip “centrum van de voornaamste belangen” een geheel eigen, verordeningsautonome betekenis. Dit betekent dat dit begrip eenvormig en los van de nationale wetgevingen dient te worden uitgelegd, dus aan de hand van het Unierecht. Het vermoeden van artikel 3 lid 1 kan slechts worden weerlegd wanneer het hoofdbestuur zich

- gezien vanuit het oogpunt van derden - niet op de plaats van de statutaire zetel bevindt. Bij die vaststelling behoort met name rekening te worden gehouden met alle plaatsen waar de schuldenaar een economische activiteit verricht en alle plaatsen waar zij goederen bezit, althans voor zover die plaatsen voor derden herkenbaar zijn.

3.6.3.

De rechtbank heeft in haar overwegingen 2.3 tot en met 2.10 uitvoerig gemotiveerd de standpunten van partijen over de bevoegdheid over en weer gewogen, geconcludeerd dat de COMI van Imagical Group zich in Nederland bevind en geoordeeld dat zij bevoegd is om kennis te nemen van het faillissementsverzoek. Imagical Group heeft thans in hoger beroep

- zo begrijpt het hof - dezelfde standpunten als in eerste aanleg naar voren gebracht en deze zijn door [geïntimeerden c.s.] - als hiervoor verkort weergeven in r.o. 3.3 - herhaald en (wederom) uitvoerig weersproken. Het hof onderschrijft voornoemde rechtsoverwegingen van de rechtbank en sluit zich daarbij geheel aan. Het beroep op de onbevoegdheid van de rechtbank door Imagical Group wordt daarom ook in hoger beroep verworpen.

Ten overvloede overweegt het hof nog dat ter zitting in hoger beroep de curator heeft meegedeeld in de failliete boedel geen enkel aanknopingspunt met Frankrijk te hebben aangetroffen.

3.6.4.

Imagical Group heeft geen (inhoudelijke) grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Imagical Group verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen. Op basis van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen concludeert het hof overigens dat de vorderingen van de aanvrager(s) summierlijk aannemelijk zijn, dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers en dat Imagical Group verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen.

3.7.

Het voorgaande betekent dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, L.Th.L.G. Pellis en J.J. Minnaar en is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2016.