Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:5707

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-12-2016
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
200.168.800/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2015:741
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:4539
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

zorgregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 22 december 2016

Zaaknummer: 200.168.800/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/12/83910 / FA RK 12-700

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante in principaal appel,

verweerster in voorwaardelijk incidenteel appel,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. S. Kuit,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in principaal appel,

appellant in voorwaardelijk incidenteel appel,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. J.J. van Vliet.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, locatie Zuidwest Nederland,

vestiging: [vestigingsplaats]

hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

  • -

    Stichting Jeugdbescherming Brabant (voorheen Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant), hierna te noemen: de GI;

  • -

    mevrouw [bijzondere curator ] in haar hoedanigheid van bijzondere curator.

5 De beschikking d.d. 12 november 2015

Bij die beschikking heeft het hof de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de verwijzing naar Juzt voor de module “ Ouderschap Blijft” van de bestreden beschikking, geschorst, totdat door het hof nader wordt beslist.

Tevens heeft het hof [bijzondere curator ] , werkzaam bij YourMediations te [vestigingsplaats] aan de [adres] ( [postcode] ), benoemd tot bijzondere curator ten behoeve van de belangenbehartiging van:

  • -

    [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ;

  • -

    [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] .

  • -

    [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ;

  • -

    [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,

met als taakomschrijving als in de voornoemde beschikking beschreven onder rechtsoverweging 3.8.2.

Het hof heeft de advocaat van de moeder verzocht een kopie van het procesdossier aan de bijzondere curator toe te zenden en bepaald dat (de advocaten van) de partijen per ommegaande adressen en telefoon- of e-mail gegevens van partijen aan de bijzondere curator ter kennis brengen, zodat zo spoedig als mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt.

Het hof heeft de bijzondere curator verzocht om binnen vier maanden na datum beschikking aan het hof schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen.

Tot slot heeft het hof iedere verdere beslissing aangehouden tot 7 maart 2016 PRO FORMA, zulks in afwachting van voornoemd verslag.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- het verslag van de bijzondere curator ingekomen op 17 mei 2016;

- de brief van de advocaat van de vader d.d. 24 juni 2016;

- de brief van Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant van 24 juni 2016;

- het faxbericht van de advocaat van de moeder d.d. 27 juni 2016;

- de brief van de advocaat van de vader d.d. 1 juli 2016;

- de brief van de advocaat van de moeder d.d. 7 juli 2016;

- de brief van de advocaat van de moeder d.d. 3 november 2016;

- de brief van de advocaat van de vader d.d. 14 november 2016;

- het faxbericht van de advocaat van de moeder d.d. 16 november 2016;

- het faxbericht van de advocaat van de vader d.d. 16 november 2016;

- het V8-formulier van de advocaat van de vader d.d. 15 december 2016;

- het emailbericht van de advocaat van de moeder d.d. 15 december 2016.

6.2.

Partijen hebben het hof bij voormelde brieven van 14 respectievelijk 16 november 2016 te kennen gegeven geen nadere mondelinge behandeling te wensen en het hof verzocht de zaak op de stukken af te doen.

7 De verdere beoordeling

7.1.

Uit het faxbericht van de advocaat van de vader van 16 november 2016 volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt en zij verzoeken het hof om deze overeenstemming vast te leggen in een beschikking.

7.2.

Partijen zijn ten aanzien van de vader en de vier kinderen van partijen de volgende zorgregeling overeengekomen:

1. De kinderen die dat wensen zijn vanaf 2017 bij de vader:

o eens per vier weken, te weten op 20 januari, 17 februari,17 maart, 14 april, 12 mei, 9 juni, 7 juli en zo vervolgens, een weekend per vier weken van vrijdag 19:00 uur tot zondag 19:00 uur;

o de helft van de vakanties: met uitzondering van de zomervakanties geldt dat de kinderen die dat wensen in de even jaren in de eerste helft van de vakantie bij de vader zijn en de tweede helft bij de moeder en in de oneven jaren de eerste helft bij de moeder en de tweede helft bij de vader;

o Voor de zomervakanties: in de even jaren de eerste helft bij de moeder en de tweede helft bij de vader in de oneven jaren: de eerste helft bij de vader en de tweede helft bij de moeder;

o tot de zomervakantie van 2017 gelden de afspraken zo als partijen die maakten / maken.

2. De kinderen worden gehaald en gebracht in [plaats] .

3. Wanneer de kinderen aangeven tussendoor een extra weekend naar de vader te willen gaan, zullen partijen dit faciliteren.

7.3.

Gelet op de tussen partijen bereikte overeenstemming, begrijpt het hof dat de moeder haar verzoek in appel en de vader zijn voorwaardelijk verzoek in incidenteel appel hebben gewijzigd.

7.4.

Het hof tekent bij deze overeenstemming en hetgeen daaromtrent hierna volgt aan dat met deze beschikking tevens de schorsende werking die ten aanzien van de verwijzing naar Juzt terzake de module “Ouderschap blijft”, zo als opgenomen in de bestreden beschikking, eindigt. Het is aan partijen om in onderling overleg te bezien of en zo ja, op welke wijze aan die verwijzing verdere invulling wordt gegeven.

7.5.

De beschikking waarvan beroep zal gezien het voorgaande gedeeltelijk worden vernietigd.

8 De beslissing

op het principaal en het voorwaardelijk incidenteel appel:

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg van 11 februari 2015, doch uitsluitend voor wat betreft de daarin vastgestelde zorgregeling tussen de vader en de minderjarige kinderen van partijen;

en (in zoverre) opnieuw rechtdoende:

wijzigt het echtscheidingsconvenant, dat deel uitmaakt van de beschikking van de rechtbank Amsterdam d.d. 12 augustus 2009, voor wat betreft de zorgregeling, en stelt tussen de vader en de minderjarige kinderen van partijen:

  • -

    [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ;

  • -

    [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] .

  • -

    [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ;

  • -

    [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,

de zorgregeling vast zoals hierna volgt:

4. De kinderen die dat wensen zijn vanaf 2017 bij de vader:

o eens per vier weken, te weten op 20 januari, 17 februari,17 maart, 14 april, 12 mei, 9 juni, 7 juli en zo vervolgens, een weekend per vier weken van vrijdag 19:00 uur en zondag 19:00 uur;

o de helft van de vakanties: met uitzondering van de zomervakanties geldt dat de kinderen die dat wensen in de even jaren in de eerste helft van de vakantie bij de vader zijn en de tweede helft bij de moeder en in de oneven jaren de eerste helft bij de moeder en de tweede helft bij de vader;

o Voor de zomervakanties: in de even jaren de eerste helft bij de moeder en de tweede helft bij de vader in de oneven jaren: de eerste helft bij de vader en de tweede helft bij de moeder;

o tot de zomervakantie van 2017 gelden de afspraken zo als partijen die maakten / maken.;

5. De kinderen worden gehaald en gebracht in [plaats] .

6. Wanneer de kinderen aangeven tussendoor een extra weekend naar de vader te willen gaan, zullen partijen dit faciliteren.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, voor het overige;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, J.H.J.M Mertens-Steeghs, H.M.A.W. Erven en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2016.