Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:5312

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-11-2016
Datum publicatie
30-11-2016
Zaaknummer
200.164.585_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:646
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijswaardering. Bewijs dat garage fout heeft gemaakt die de gestelde schade heeft veroorzaakt, niet geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3587
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.164.585/01

arrest van 29 november 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. H. Weinans te Roosendaal,

tegen

[geïntimeerde] , h.o.d.n. Doe-het-zelf-garage MEPA,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna (in vrouwelijk enkelvoud) aan te duiden als MEPA,

niet verschenen,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 23 februari 2016 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda onder zaaknummer 2996722 CV 14-2553 gewezen vonnis van 3 september 2014.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 23 februari 2016;

  • -

    het proces-verbaal van de enquête van 17 mei 2016;

  • -

    het proces-verbaal van voortzetting van de enquête van 12 september 2016;

  • -

    de memorie na enquête van [appellant] van 11 oktober 2016.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof [appellant] toegelaten te bewijzen:

1. dat MEPA de distributieriem onjuist heeft gemonteerd en dat daardoor de gestelde schade is ontstaan;

2. de gestelde schade, althans feiten en omstandigheden die de gestelde schade onderbouwen.

6.1.2.

[appellant] heeft ter uitvoering van deze bewijsopdracht op 17 mei 2016 zijn buurman, [buurman van appellant] (hierna: [buurman van appellant] ) en [collega van broer appellant] (hierna: [collega van broer appellant] ) doen horen. Op 12 september 2016 heeft [appellant] zijn broer, [broer van appellant] (hierna: [broer van appellant] ) en [schade-expert] (hierna: [schade-expert] ), schade-expert bij Euroexpertise (tussenarrest d.d. 23 februari 2016 rov. 3.1.11) doen horen.

6.1.3.

De getuigen verklaarden onder meer als volgt:

[buurman van appellant] :

“(…) Ik herinner mij dat ik op 28 juli 2013 ’s-middags op de stoep hoorde dat de auto van mijn buurman niet wilde starten. Er kwam veel rook uit en de auto maakte een ratelend geluid. De motor sloeg niet aan.

Ik heb vervolgens met een neef van de heer [appellant] gekeken naar de motor. Ik heb toen niet speciaal naar de distributieriem gekeken. Volgens mij was een reparatie niet kundig uitgevoerd. U vraagt mij of ik wist welke reparatie was uitgevoerd. Ik wist dat de waterpomp was vervangen. Dat heb ik van de buurman zelf gehoord. Ik weet niet of ik dat diezelfde middag of al eerder van mijn buurman had gehoord. U vraagt mij hoe ik weet dat die reparatie niet kundig was uitgevoerd. Dat weet ik omdat de motor niet wilde draaien en de verschijnselen vertoonde die ik zojuist al heb gezegd.

De volgende dag is de ANWB bij de auto geweest. Ik zag dat de ANWB er was en ben toen naar buiten gelopen. Ik heb van de medewerker van de ANWB, zijn naam weet ik niet, gehoord dat de wagen niet goed was gerepareerd en dat de distributieriem niet op tijd stond. (…)

U houdt mij voor dat het ANWB rapport melding maakt van de storingscode: Accu. Ik vind dat raar want de motor is ook nadat de ANWB er was helemaal niet aangeslagen. (…)

Op vragen van mr. Weinans antwoord ik het volgende:

U vraagt of ik de aard van de schade zelf heb geïnspecteerd. Ik heb de schade aan de motor zelf niet kunnen inspecteren, omdat dat meer van binnen dan van buiten zit. Je kunt ook alleen in de garage maar zien of de distributieriem en de poelie een tandje verkeerd staan, want dan moet je aan de gang gaan en alles openmaken. Je kunt het wel duidelijk horen.

U vraagt mij of de mededeling van de ANWB-monteur stellig was in de trant van dat hij heeft gezegd “dat kan alleen de distributieriem zijn”. Ik antwoord daarop dat de ANWB monteur inderdaad heeft gezegd “dat kan alleen de distributieriem zijn”.

[collega van broer appellant]

De broer van appellant is een collega van mij. Hij heeft mij gevraagd om te komen kijken wat er mis was met de Volkswagen Transporter. De Transporter stond toen bij de broer (appellant). Het geluid was dusdanig dat ik de conclusie kon trekken dat er iets mis was met de timing van de distributieriem. De startmotor ging wel aan, maar de motor zelf sloeg niet aan. Zoals gezegd op basis van het geluid kon ik horen dat er iets mis was met de timing van de distributieriem. Ik heb werktuigbouwkunde, mechanica op MBO-niveau gedaan. Ik heb onder andere gewerkt als monteur bij een garage en ik heb vervolgopleidingen gedaan op het gebied van fijne mechanica/metaalbewerking/elektrotechnieken.

De broer van [appellant] had mij uitgelegd dat de waterpomp was gerepareerd. Aangezien de waterpomp aangedreven wordt door de distributieriem concludeerde ik dat bij de reparatie iets was misgegaan. Toen ik erbij werd geroepen was de auto pas één keer voor de waterpomp bij MEPA geweest. (…)

U houdt mij voor de eerste alinea van de schriftelijke verklaring van MEPA (productie 6 bij dagvaarding in eerste aanleg). Ik reageer daarop als volgt. De motor heeft voor de reparatie aan de waterpomp altijd goed gedraaid. Dat weet ik omdat de auto goed rijdend naar de garage is gegaan. Bij de werkzaamheden is daarom iets fout gegaan. De distributieriem is ofwel niet goed op tijd gezet ofwel niet goed op spanning gezet. U vraagt mij of het mogelijk is dat de distributieriem is versprongen omdat de tanden van de krukaspoelie mogelijk versleten waren. Het is bijna niet mogelijk dat versleten tanden van de krukaspoelie de reden zijn geweest voor de schade. Ook omdat de distributieriem er nog niet lang op heeft gezeten. Volgens de broer van [appellant] had de distributieriem er pas zo’n 40.000 kilometer opgezeten.

Op vragen van mr. Weinans antwoord ik het volgende:

Ik sleutel al 40 jaar aan motoren. Ik werk ook al jaren met motoren waarin een distributieriem zit. Gelet op de aard en de ernst van de schade, kan het niet anders dan dat de distributieriem niet op tijd of niet goed op spanning is gezet.

[broer van appellant]

“(…) De eerste reparatie heeft mijn neef de auto gebracht en gehaald. (…) Ik heb de tweede keer samen met mijn broer de auto gebracht en ook weer meegenomen.

Bij de eerste reparatie is de waterpomp vervangen en toen hebben ze volgens mij de distributieriem verkeerd aangebracht. Ik weet dat de distributieriem verkeerd was aangebracht omdat de motor begon te trillen en omdat er meer rook was dan normaal. Ik zei tegen de garage: “jullie hebben de distributieriem verkeerd aangebracht”. Zij zeiden: “nee, de fout ligt bij de turbo”. Ik zei: “nee, de trilling heeft niets te maken met de turbo, maar komt door de verkeerd aangebracht distributieriem”. Zij adviseerde: “rijd er maar mee door, want daarna zal je merken dat hij harder kan rijden”. Zij hebben toen alleen dat advies gegeven.

Ongeveer twee dagen later wilde de auto niet meer starten. Toen hebben we de auto teruggesleept naar de garage. Het klopt dat de ANWB-monteur erbij is geweest voordat wij de auto terugsleepten naar de garage. (…)

U houdt mij mijn verklaring voor en vraagt mij wanneer de distributieriem en de krukaspoellie zijn vervangen. Dat is de tweede keer gebeurd. Waar ik hiervoor verklaarde over de tweede keer bedoel ik de derde keer. Ze zeiden nadat ik met mijn broer terug was gegaan dat we de distributieriem en de krukaspoellie moesten vervangen. Die reparatie hebben ze niet goed gedaan. Ik weet dat dat niet goed gedaan is omdat ik de auto meerdere malen moest starten en omdat hij trilde en er rook uit kwam. (…)

[collega van broer appellant] is eerder door u gehoord. Hij heeft op mijn verzoek naar de auto gekeken en dat was volgens mij nadat de distributieriem en de krukaspoellie zijn vervangen. U houdt mij voor dat [collega van broer appellant] heeft verklaard dat hij erbij werd geroepen toen de auto pas een keer voor de waterpomp bij MEPA was geweest. Dat kan kloppen.

U houdt mij voor de eerste alinea van de verklaring van MEPA, inhoudend dat zij bij de reparatie van de waterpomp al gewezen hebben op de slijtage en de risico’s van de krukaspoellie. Ik was toen met mijn broer in Sri Lanka. Mijn neef was toen bij MEPA. Later hebben ze inderdaad de distributieriem en krukaspoellie vervangen, maar zoals ik al zei is dat niet goed gegaan. (…)

U vraagt mij hoe ik weet dat de schade een gevolg is van de reparatie door MEPA en niet door eerdere schade als gevolg van een versleten krukaspoellie en niet goed draaiende distributieriem. Dat weet ik omdat ik de vervangen onderdelen en dat is de krukaspoellie nog steeds heb en daaraan is te zien dat die in orde was. (…)

[schade-expert]

Ik ben zelfstandig schade-expert en heb een expertisebureau genaamd Euroexpertise. (…)

Ik heb een rapport uitgebracht (productie 11 bij dagvaarding). U houdt mij voor dat deze expertise behandeld zou zijn door J. Delisse, dat klopt niet. Dat is een fout op pagina 1. Ik heb de expertise verricht.

Ik ben door [appellant] gevraagd om de auto te bekijken. De motor was gedeeltelijk gedemonteerd. Het bleek dat de zuigers de kleppen hebben geraakt. Dat kan alleen maar omdat de timing van de distributieriem niet goed was. Mijns inziens moet deze schade het gevolg zijn van een montagefout, waardoor de distributieriem niet goed op tijd is gezet of van tijd is geraakt. U houdt mij de schriftelijke verklaring van MEPA voor (productie 6 bij dagvaarding). Onder meer de mededeling van MEPA dat zij zouden hebben laten zien dat de distributieriem nog op tijd stond aan de hand van merktekens die zij eerder hadden aangebracht met de werkzaamheden van het vervangen van de distributieriem en de krukaspoellie. De raadsheer-commissaris vraagt mij of de schade niet ontstaan kan zijn vóór de werkzaamheden door MEPA aan de waterpomp of de distributieriem.

Ik verklaar dat dat niet mogelijk is. Gelet op de schade loopt de motor niet of maakt een geweldige herrie. Volgens mij is de schade ontstaan door de niet goed uitgevoerde werkzaamheden van MEPA. Ik leid dat af uit het volgende: de auto is goed rijdend bij MEPA aangeboden voor de vervanging van een waterpomp. U vraagt mij hoe ik weet of de auto goed rijdend is aangeboden. Met de schade die ik heb geconstateerd had de auto niet fatsoenlijk rijdend kunnen worden aangeboden voor een reparatie met de waterpomp.

Vanuit mijn expertise weet ik dat een distributieriem niet van tijd kan springen bij een beschadiging van de krukaspoellie. Wat wel kan gebeuren is dat de distributieriem kan gaan rafelen en beschadigen. Dat is afhankelijk van de beschadiging. De verklaring van MEPA dat de distributieriem van tijd is versprongen door de beschadigde krukaspoellie lijkt mij onwaarschijnlijk. Het is vrijwel onmogelijk dat de distributieriem van tijd springt door een beschadigde krukaspoellie.

U houdt mij de hele verklaring van MEPA voor. Het kan best dat de auto vermogen heeft verloren door de turbo-vacuümslangen of een defect aan de turbo. Als echter zuigers kleppen hebben geraakt, zoals in dit geval, kan dat enkel als gevolg van het niet op tijd staan van de distributieriem. Dat geldt zeker nu de distributieriem kort daarvoor was vervangen. Ik zie geen andere oorzaak dan dat de distributieriem niet op tijd is gezet, of door een montagefout van tijd is geraakt. In beide gevallen is sprake van een montagefout. Bovendien hoor je na een dergelijke reparatie een proefrit te maken met de auto om te controleren of de auto goed loopt. Het komt er ook op neer dat als deze schade al vóór de reparatie aan de distributieriem was ontstaan, dat dat toen al geconstateerd had moeten zijn.

6.1.4.

Anders dan [appellant] bij memorie na enquête heeft geconcludeerd, acht het hof niet bewezen dat MEPA de distributieriem onjuist heeft gemonteerd en dat daardoor de gestelde schade is ontstaan. Daartoe overweegt het hof het volgende.

De eerste drie getuigen verklaren niet eensluidend over wanneer de auto welke verschijnselen vertoonde. [buurman van appellant] heeft het over rook en een ratelend geluid vóórdat de ANWB bij de auto kwam, [collega van broer appellant] heeft het enkel over het niet aanslaan van de motor en [broer van appellant] heeft het over rook en trilling nadat MEPA de distributieriem en de krukaspoeli had vervangen, waarbij deze getuige evenmin duidelijk is omtrent het aantal malen dat MEPA werkzaamheden aan de auto heeft uitgevoerd. Van deze getuigen kan bovendien niet worden gezegd dat zij een objectief en deskundig onderzoek aan de motor hebben uitgevoerd.

Dat laatste kan evenmin worden gezegd van de getuige [schade-expert] . Het hof gaat ervan uit dat [schade-expert] deskundig is, maar feit blijft dat [schade-expert] slechts een gedeeltelijk gedemonteerde motor kon bekijken, dat de distributieriem was afgekoppeld, dat hij enkel door [appellant] werd geïnformeerd en dat hij ruim zes maanden na de laatste bemoeienissen door MEPA zijn onderzoek uitvoerde.

Een aanwijzing voor de onjuistheid van de stelling van MEPA inhoudende dat de krukaspoeli was beschadigd en dat de distributieriem daardoor van tijd zou kunnen verspringen, is de verklaring van [schade-expert] dat het in zijn visie vrijwel onmogelijk is dat de distributieriem van tijd kan verspringen door een beschadigde krukaspoeli. Dat is evenwel naar het oordeel van het hof onvoldoende om het bewijs dat MEPA de distributieriem onjuist heeft gemonteerd geleverd te achten. Zoals overwogen bestaan er te veel onduidelijkheden. Verder wegen de bezwaren dat onduidelijk is wat er met de auto is gebeurd in de maanden nadat MEPA bij de auto was betrokken tot het onderzoek door [schade-expert] en dat de distributieriem al was afgekoppeld, zwaarder dan voornoemde visie van [schade-expert] op het verband met een beschadigde krukaspoeli. Ten slotte staat met het enkele feit dat de getuigen aannemen dat een van tijd versprongen distributieriem wel de oorzaak van de schade moet zijn, niet vast dat dat komt door een verkeerde montage door MEPA.

6.1.5.

Het moge zo zijn dat [appellant] zich geconfronteerd ziet met bewijsproblemen, maar hij had er ook voor kunnen kiezen om direct na het laatste contact met MEPA een onderzoek aan de auto te laten uitvoeren en daarbij MEPA te betrekken. Dat [appellant] dat niet heeft gedaan komt voor zijn rekening en risico.

6.2.

De slotsom is dat hoewel de vierde grief slaagt (tussenarrest d.d. 23 februari 2016, rov. 3.7.2.), dat niet tot vernietiging van het vonnis kan leiden. Dat de overige grieven niet slagen heeft het hof al in genoemd tussenarrest beslist.

Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld.

7 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van MEPA op nihil.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Wabeke, P.P.M. Rousseau en J.I.M.W. Bartelds en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 november 2016.

griffier rolraadsheer