Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:5213

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
24-11-2016
Zaaknummer
200.171.272_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2015:4304
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2015:5618
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:2495
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

huurzaak; tekortkoming van te geringe betekenis voor ontbinding en ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.171.272/01

arrest van 22 november 2016

in de zaak van

[appellant] , h.o.d.n. Ster Bewindvoering en Budgetbeheer,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. M. Strijks te Roermond,

tegen

Stichting Wonen Limburg,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als Wonen Limburg,

advocaat: mr. H.J. Heynen te Venlo,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 21 juni 2016 21 juni 2016 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder zaaknummer 3665671/CV EXPL 14-12764 gewezen vonnis van 13 mei 2015.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    akte van [appellant] van 5 juli 2016;

  • -

    antwoordakte tevens akte overlegging producties van Wonen Limburg van 20 september 2016.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Bij genoemd tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld een akte te nemen waarin zij aangeeft op welke data zij de huurpenningen sinds november 2015 heeft betaald en of er sprake is (geweest) van achterstand.

Bovendien is zij in de gelegenheid gesteld in het geding te brengen de dagvaarding met tenlastelegging met vermelding van het parketnummer [parketnummer] en mogelijk andere processtukken die erop kunnen wijzen dat de aantekening mondeling vonnis de onderhavige zaak betreft, welke bij de politie is geregistreerd met nr. [registratienummer] .

Huurachterstand.

6.2.

Uit productie 8, overgelegd bij akte van [appellant] , blijkt dat de huur vanaf november 2015 tot en met juni 2016 en derhalve tot het moment van het nemen van haar akte op 5 juli 2016, telkens tijdig is voldaan. Wonen Limburg heeft dit niet betwist, zodat dit vaststaat. Wonen Limburg heeft voorts niet gesteld dat de huur tot het moment van het nemen van haar antwoordakte op 20 september 2016 niet tijdig zou zijn voldaan, zodat het hof aanneemt dat de huur tot en met september 2016 op tijd is betaald. Tenslotte heeft Wonen Limburg gesteld dat zij abusievelijk heeft vermeld dat een nieuwe huurachterstand zou zijn ontstaan van

€ 382,12, zodat het hof ervan uitgaat dat Wonen Limburg haar stelling dienaangaande niet langer handhaaft.

6.2.1.

Het hof concludeert uit het voorafgaande dat de huur vanaf november 2015 tot en met september 2016 telkens tijdig is voldaan en dat er geen nieuwe achterstand is (geweest).

Hennep.

6.3.

Gezien de stukken, als productie 9 overgelegd bij akte van [appellant] , is [huurder] gedagvaard tegen de zitting van de Politierechter te Roermond op 20 februari 2015 en is hem ten laste gelegd het op 25 november 2014 aanwezig hebben gehad van 997,6 gram hennep. Het op deze tenlastelegging vermelde parketnummer [parketnummer] komt overeen met de aantekening mondeling vonnis van 20 februari 2015, waarbij het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk is verklaard in haar vervolging (productie 7, overgelegd bij conclusie van dupliek). Wonen Limburg heeft thans opgemerkt dat uit de overgelegde dagvaarding volgt dat de aantekening mondeling betrekking heeft op de onderhavige zaak. Het hof neemt daarom aan dat Wonen Limburg haar stelling, dat niet kan worden vastgesteld of de aantekening mondeling vonnis betrekking heeft op deze zaak (memorie van antwoord nr. 14.) niet langer handhaaft.

6.3.1.

De conclusie van het hof is dan ook dat [huurder] niet strafrechtelijk is veroordeeld wegens het aanwezig hebben gehad van 997,6 gram hennep.

6.4.

Wonen Limburg heeft naar voren gebracht dat de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie niet wegneemt dat drugsbezit en het kweken van hennep in de tuin bij het gehuurde in strijd is met goed huurderschap en met artikel 6.8 van de algemene bepalingen.

Uit een proces-verbaal van 14 november 2014 (productie 10 bij akte [appellant] ) blijkt dat verbalisanten in de tuin van [huurder] een nagenoeg kaalgeknipte hennepstruik hebben waargenomen en in de badkamer een droognet met reeds gedroogde henneptoppen en hennepgruis hebben aangetroffen. [huurder] heeft verklaard dat de in woning aangetroffen hennep van zijn plant in de achtertuin kwam.

Uit een proces-baal van 13 november 2014 blijkt dat henneptoppen en –gruis 997,6 gram wogen.

Anders dan Wonen Limburg aanvoert heeft het hof geen erkenning van [huurder] aangetroffen dat hij in de woning van het gehuurde hennep heeft gekweekt.

6.4.1.

Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat er sprake was van de aanwezigheid van één hennepplant in de achtertuin, welke nagenoeg geheel was kaalgeknipt en dat de toppen en gruis daarvan met een gewicht van 997,6 gram in de woning zijn aangetroffen.

Overlast.

6.5.

In haar antwoordakte heeft Wonen Limburg voor het eerst in deze procedure gesteld dat [huurder] overlast veroorzaakt voor omwonenden en dat [huurder] ook daarom tekortschiet in de nakoming van zijn verbintenis jegens Wonen Limburg.

De in artikel 347 lid 1 Rv besloten twee-conclusie-regel beperkt de aan Wonen Limburg als oorspronkelijk eiseres toekomende bevoegdheid tot verandering of vermeerdering van haar eis in hoger beroep in die zin dat zij in beginsel haar eis niet later dan in haar memorie van antwoord mag veranderen of vermeerderen. Dit geldt ook als de verandering of vermeerdering van eis slechts betrekking heeft op nieuwe feiten die Wonen Limburg ten grondslag legt aan haar vordering tot ontruiming, zoals zij die als oorspronkelijke eiseres heeft ingesteld.

De enkele stelling van Wonen Limburg, dat de nieuwe feiten zich na het indienen van de memorie van antwoord hebben voorgedaan, rechtvaardigt in dit geval geen uitzondering op voormelde regel. Immers Wonen Limburg heeft de mogelijkheid in eerste aanleg een vordering tot ontbinding en ontruiming in te stellen waar zij de nieuwe feiten aan ten grondslag kan leggen. Het betrekken van de nieuwe feiten in hoger beroep acht het hof in dit stadium in hoger beroep in strijd met een goede procesorde (ook in de zin van artikel 130 Rv) omdat [appellant] in dat geval dient te worden toegelaten te reageren op de gestelde overlast, waarna in geval van betwisting van de gestelde overlast, het leveren van getuigenbewijs voorzienbaar is. Zodoende wordt de uitspraak in deze zaak onredelijk vertraagd.

Bewijsaanbod.

6.6.

Wonen Limburg heeft aangeboden haar stellingen te bewijzen. Aangezien Wonen Limburg niet heeft aangegeven welke stellingen die voor de beslissing van belang zijn nog bewijs behoeven, wordt dit aanbod als onvoldoende gespecificeerd en niet ter zake doende gepasseerd.

Slotsom.

6.7.

Het hof is van oordeel dat de tekortkomingen van [huurder] gezien hun geringe betekenis de ontbinding met als gevolg ontruiming niet rechtvaardigt.

6.7.1.

Hierbij heeft het hof enerzijds als omstandigheden die tegen het honoreren van een beroep op voormelde uitzonderingsgrond pleiten meegenomen de omstandigheden zoals vermeld in het arrest van 21 juni 2016 in 3.12.1. en 3.12.2. en het feit dat [huurder] een hennepplant in de achtertuin had en 997,6 gram aan henneptoppen en -gruis in de woning aanwezig had.

6.7.2.

Als omstandigheden die anderzijds een beroep op de uitzonderingsregel ondersteunen verwijst het hof naar de overwegingen in het arrest van 21 juni 2016 in 3.11.1. tot en met 3.11.7. Hier voegt het hof nog aan toe dat de huur vanaf november 2015 tot en met september 2016 telkens tijdig is voldaan, dat er -afgezien van de door Wonen Limburg gevorderde achterstand- geen achterstand is (geweest) en dat [huurder] niet strafrechtelijk is veroordeeld ter zake van de aanwezigheid van 997,6 gram hennep maar dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk is verklaard in haar vervolging en dat niet is vastgesteld dat meer henneptoppen en/of hennepgruis is aangetroffen dan afkomstig van één plant in de tuin.

6.7.3.

De onder 6.7.2. vermelde omstandigheden vindt het hof zodanig zwaarder wegen dan die onder 6.7.1., dat het beroep op de uitzonderingsregel slaagt. Gelet op het voorgaande en aangezien de huurachterstand is voldaan slagen de grieven, dient het bestreden vonnis te worden vernietigd en worden de vorderingen van Wonen Limburg alsnog afgewezen.

Proceskosten.

6.8.

Wonen Limburg zal in de proceskosten van beide instanties worden verwezen omdat zij in het ongelijk is gesteld.

6.8.1.

De kosten aan de zijde van [appellant] in eerste aanleg worden, conform het tarief voor salarissen in rolzaken kanton, begroot op € 350,- aan salaris gemachtigde (€ 175 x 2 punten <conclusie van antwoord en van dupliek>).

6.8.2.

De kosten van [appellant] in hoger beroep bestaan uit de dagvaardingskosten van € 94,19, het griffierecht van € 311,- en het salaris van de advocaat ten bedrage van € 948,- (<memorie van grieven=1 en akte=0,5 punt> x tarief I: € 632,-)

7 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het tussen partijen door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder zaak-rolnummer 3665671/CV EXPL 14-12764 gewezen vonnis van 13 mei 2015, zoals verbeterd bij vonnis van 1 juli 2015 en opnieuw rechtdoende

wijst de vorderingen van Wonen Limburg af;

veroordeelt Wonen Limburg in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [appellant] op € 350,- aan salaris advocaat in eerste aanleg en op € 94,19 aan dagvaardingskosten, op € 311,- aan griffierecht en op € 948,- aan salaris advocaat voor het hoger beroep en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, O.G.H. Milar en P.P.M. Rousseau en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 november 2016.

griffier rolraadsheer