Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:5199

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
01-02-2017
Zaaknummer
200.153.682_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:3558
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:312
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Samenlevingsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.153.682/01

arrest van 22 november 2016

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. A. van den Eshoff te Echt-Susteren,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. M.M. van den Boomen te Roermond,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 15 september 2015 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder zaaknummer C/04/121774/ HA ZA 13-98 gewezen vonnis van 16 april 2014.

5 Het verdere verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 15 september 2015 waarbij het hof een comparitie heeft gelast;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van 10 december 2015;

  • -

    het H3-formulier van de advocaat van de vrouw, waarbij een akte wijziging van eis is overgelegd;

  • -

    het H14-formulier van de advocaat van de man, waarbij bezwaar wordt gemaakt tegen de wijziging van eis.

Het hof heeft bij de meervoudige comparitie een datum voor arrest bepaald.

6 De beoordeling

6.1.

Voordat het hof toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak, dient eerst het volgende te worden opgemerkt.

De comparitie in deze zaak heeft plaatsgevonden op 10 december 2015 ten overstaan van de raadsheren mr. G.J. Vossestein, mr. W.Th.M. Raab en mr. M.J. van Laarhoven.

Mr. Raab is thans niet meer werkzaam bij het hof. Het arrest zal nu worden gewezen door mr. Vossestein en mr. M.J. van Laarhoven (beiden reeds genoemd) en mr. P.P.M. van Reijsen (in de plaats van mr. Raab).

Ingevolge de arresten van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3076) en 15 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:662) zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraag of zij in deze situatie (opnieuw) een mondelinge behandeling wensen ten overstaan van de raadsheren die het arrest zullen wijzen.

Indien partijen niet opnieuw een mondelinge behandeling wensen, zal het hof uitspraak doen op 27 december 2016.

6.2.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

7 De beslissing

Het hof:

stelt partijen in de gelegenheid om binnen één week na de datum van dit arrest schriftelijk aan het hof te laten weten of zij een nieuwe mondelinge behandeling wensen, met afschrift van deze reactie aan de wederpartij;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en P.P.M. van Reijsen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 november 2016.

griffier rolraadsheer