Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:5004

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-10-2016
Datum publicatie
23-10-2017
Zaaknummer
200.149.941_01 H
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:4544
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:9688
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2013:9388
Oorspronkelijk arrest: ECLI:NL:GHSHE:2017:4331
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

herstelarrest zie ECLI:NL:GHSHE:2016:4544

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.149.941/01

arrest van 8 november 2016 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 11 oktober 2016

in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is tussen

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. P.J.L. Tacx te Someren,

tegen:

1. [geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in incidenteel appel,

hierna aan te duiden als [geïntimeerden c.s.] ,

advocaat: mr. M.W.C. Schreurs te Venlo.

Bij brief van 17 oktober 2016 heeft mr. P.J.L. Tacx aan de griffier van het hof bericht dat het hem voorkomt dat het dictum van het arrest een kennelijke fout bevat, te weten dat daarin niet is opgenomen dat het in genoemd arrest bepaalde deskundigenvoorschot ten laste van ‘s Rijks kas wordt gebracht zoals in artikel 195 Rv is bepaald.

Bij brief van 20 oktober 2016 is mr. M.W.C. Schreurs in de gelegenheid gesteld namens haar cliënten haar mening hierover aan het hof kenbaar te maken. Mr. Schreurs heeft binnen de haar gestelde termijn van veertien dagen bericht dat zij zich refereert aan het oordeel van het hof.

Het hof is van oordeel dat mr. Tacx terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een kennelijke fout. In het arrest van 11 oktober 2016 (r.o. 6.13) heeft het hof overwogen dat het voorschot van de beide deskundigen ten laste van [appellant] wordt gebracht. Vaststaat dat aan partij [appellant] een toevoeging is verleend en dat in het dictum van het arrest van 11 oktober 2016 niet is opgenomen dat het in genoemd arrest bepaalde deskundigenvoorschot ten laste van ‘s Rijks kas wordt gebracht zoals in artikel 195 Rv is bepaald.

Vermeld arrest zal mitsdien op de volgende wijze worden verbeterd.

Het hof:

Bepaalt dat in het dictum van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 11 oktober 2016 de vermelding in 7.5 “bepaalt dat partij [appellant] genoemde bedragen zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden” moet worden verbeterd en gewijzigd in: “bepaalt dat partij [appellant] wordt belast met genoemd voorschot van in totaal

€ 8.829,00 incl. btw (€ 5.929,00 incl. btw en € 2.900,00 incl. btw) en bepaalt dat dit voorschot, nu aan partij [appellant] een toevoeging is verleend, voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komt;“

Bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 8 november 2016 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 11 oktober 2016.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.W. Vermeulen, M.J.H.A. Venner-Lijten en J.H.M. van Erp en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 november 2016.

griffier rolraadsheer