Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:4946

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-11-2016
Datum publicatie
08-02-2018
Zaaknummer
200.196.454/01 en 200.196.455/01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:289
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

verdeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 3 november 2016

Zaaknummers: 200.196.454/01 en 200.196.455/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/294055 / FA RK 15-2738

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal appel,

verweerder in incidenteel appel,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. E.J.M. Stals,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. M.M.H. Lenaers.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 19 mei 2016.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 juli 2016, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende,

- de verdeling vast te stellen zoals verzocht in het lichaam van het beroepschrift, eventueel onder verbetering van de gronden, zulks met uitdrukkelijke veroordeling van de vrouw om aan de man te betalen een bedrag van € 52.431,79 op basis van hetgeen in het beroepschrift is verzocht en samenvattend onder punt 51 is verwoord,

- verhoogd met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2015, althans met ingang van de datum van het indienen van het onderhavige beroepschrift, zijnde 12 juli 2016 (het hof leest: 13 juli 2016),

- welk bedrag verhoogd dient te worden met de kosten van de beslaglegging, zijnde € 566,51 en de kosten welke in het kader van de betekening van het beroepschrift aan de notaris nog door de man gemaakt dienen te worden alsook met de door de man verschuldigde griffierechten ter zake van het verzoekschrift tot het leggen van conservatoir derdenbeslag,

dan wel een ander bedrag aan wettelijke rente en kosten te bepalen dat het hof redelijk acht met een ingangsdatum die het hof redelijk acht,

zulks met veroordeling van de vrouw in de kosten van de onderhavige procedure.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 september 2016, heeft de vrouw verzocht de man in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren dan wel het hoger beroep onder aanvulling en/of verbetering van de gronden af te wijzen als zijnde ongegrond en/of onbewezen.

Tevens heeft de vrouw hierbij incidenteel appel ingesteld en verzocht de beschikking waarvan beroep, te vernietigen voor zover het de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap betreft en de verdeling dan wel verrekening vast te stellen zoals verzocht in het lichaam van het verweerschrift, zo nodig onder verbetering van de gronden, zulks met veroordeling van de man om aan de vrouw te betalen een bedrag van

€ 8.641,84 op basis van hetgeen in het verweerschrift is verzocht en zoals samenvattend onder punt 65 tot en met punt 70 is verwoord, verhoogd met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2015 althans enig ander bedrag dan wel enige andere ingangsdatum die het hof redelijk acht,

zulks met veroordeling van de man in de kosten van de onderhavige procedure.

2.3.

De echtscheidingszaak is bij het hof geregistreerd onder nummer 200.196.454/01, de verdelingszaak onder nummer 200.196.455/01.

2.4.

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden van dat deel van het hoger beroep dat ziet op de uitgesproken echtscheiding.

2.5.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de brief van de advocaat van de man van 14 september 2016.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen zijn op 25 november 1993 gehuwd.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Tevens heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgemeenschap gelast, alsmede de verevening van de opgebouwde pensioenaanspraken als overwogen in paragraaf 2.5.

3.3.

De man is van deze beschikking in hoger beroep gekomen en heeft verzocht zoals hiervoor onder 2.1 is weergegeven. De vrouw is van deze beschikking eveneens in hoger beroep gekomen, doch uitsluitend voor zover daarbij de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen partijen is gelast.

3.4.

Uit voormelde brief van de advocaat van de man van 14 september 2016 blijkt dat de man zijn verzoek in hoger beroep voor zover dit is gericht tegen de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding intrekt. Dit brengt mee dat het verzoek van de man in hoger beroep in zoverre dient te worden afgewezen.

4 De beslissing

Het hof:

in de zaak met nummer 200.196.454/01:

wijst af het verzoek van de man in hoger beroep, doch uitsluitend voor zover dit verzoek ziet op de door de rechtbank Oost-Brabant bij beschikking van 19 mei 2016 uitgesproken echtscheiding;

in de zaak met nummer 200.196.455/01:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.D.M. Lamers, M.C. Bijleveld - van der Slikke en M.A. Ossentjuk en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2016.