Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:4818

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-10-2016
Datum publicatie
31-10-2016
Zaaknummer
200.185.900_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie; hoofdregeling; zorgregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 27 oktober 2016

Zaaknummer: 200.185.900/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/292454 / FA RK 15-1957

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te

[woonplaats] ,

appellant in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel

,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. M.A.M.L. van Osch,

tegen

[verweerster] ,

wonende te

[woonplaats] ,

verweerster in principaal appel,

appellante in incidenteel appel

,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. M.A. Stoffijn.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 20 november 2015.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 18 februari 2016, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover het de zorgregeling en de kinderalimentatie betreft en, opnieuw rechtdoende,

  • -

    te bepalen dat de man gehouden is om met ingang van 1 februari 2015 met een bedrag van € 101,25 per kind per maand respectievelijk € 84,- per kind per maand dan wel een zodanig bedrag als het hof juist acht, bij te dragen in de kosten van opvoeding en verzorging van de hierna nader te noemen [kind 1] en [kind 2] ;

  • -

    de vrouw te veroordelen om de door de man te veel betaalde alimentatie over de periode 1 februari 2015 tot de datum van deze beschikking aan hem terug te betalen;

  • -

    te bepalen dat de kinderen in de even jaren de voorjaarsvakantie (carnaval) bij de vrouw zullen zijn en in de oneven jaren bij de man.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 april 2016, heeft de vrouw verzocht de grieven van de man ongegrond te verklaren.

Tevens heeft de vrouw hierbij incidenteel appel ingesteld en verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende:

I. De hoofdverblijfplaats van [kind 1] bij de vrouw te bepalen;

II. De verdeling van de zorg- en opvoedingstaken conform de volgende regeling vast te stellen:

- de kinderen verblijven bij de man in de oneven weken van donderdagochtend 8.00 uur tot zondag 16.00 uur en in de even weken vanaf donderdagochtend 8.00 uur tot vrijdag 18.00 uur;

- zomervakantie: de kinderen zijn tijdens de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij ieder van de ouders, waarbij de man in de even jaren het recht van de eerste keuze heeft en de vrouw in de oneven jaren;

- Pasen en Pinksteren worden bij helfte verdeeld, met dien verstande dat de kinderen in de oneven jaren de eerste paas- en pinksterdag bij de man zijn en de tweede paas- en pinksterdag bij de vrouw, in de even jaren is dat omgekeerd;

- vaderdag en moederdag: de kinderen zijn op vaderdag bij de man en op moederdag bij de vrouw, met dien verstande dat de kinderen vanaf de daaraan voorafgaande zaterdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de betreffende ouder zijn;

- kinderverjaardagen: de verjaardagen van de kinderen worden gevierd bij de ouder bij wie de kinderen op dat moment zijn. De andere ouder heeft het recht het kind op de verjaardag zelf telefonisch te feliciteren en de avond ervoor met het betreffende kind uit eten te gaan. In de even jaren verzorgt de man het kinderfeestje van [kind 1] en de vrouw het kinderfeestje van [kind 2] , in de oneven jaren is dat omgekeerd;

- familieverjaardagen: de kinderen zijn aanwezig op de verjaardagen van de ouders, grootouders en ooms en tantes. De ouder wiens familie jarig is, zorgt voor het halen en brengen van de kinderen;

- Kerstmis: in de oneven jaren zullen de kinderen vanaf kerstavond 16.00 uur tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de man zijn en vervolgens tweede kerstdag vanaf 10.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de vrouw zijn. In de even jaren zullen de kinderen vanaf kerstavond 16.00 uur tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de vrouw zijn en vervolgens tweede kerstdag vanaf 10.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de man zijn;

- oud en nieuw: de kinderen zullen in de oneven jaren oud en nieuw doorbrengen bij de vrouw, in de even jaren zullen zij oud en nieuw doorbrengen bij de man.

III. De door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen opnieuw vast te stellen conform een nader te overleggen berekening, met ingang van 20 november 2015, althans op een bedrag en met ingang een datum die het hof juist acht.

2.2.1.

Bij verweerschrift in incidenteel appel met producties, ingekomen ter griffie op 14 juni 2016, heeft de man verzocht de grieven van de vrouw af te wijzen en vanaf 1 januari 2016 een kinderalimentatie te bepalen die het hof juist acht.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 september 2016. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de man, bijgestaan door mr. M. van Vliet namens mr. Van Osch;

  • -

    de vrouw, bijgestaan door mr. Stoffijn.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 7 september 2016;

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 9 september 2016.

3 De beoordeling

In het principaal en incidenteel appel

3.1.

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

Uit de relatie van partijen zijn geboren:

- [kind 1] (hierna: [kind 1] ), op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;

- [kind 2] (hierna: [kind 2] ), op [geboortedatum 2] 2013 te ’ [geboorteplaats] ;

De man heeft de kinderen erkend.

Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de beide kinderen.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, de hoofdverblijfplaats van [kind 1] bij de man bepaald en de hoofdverblijfplaats van [kind 2] bij de vrouw en inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de navolgende regeling vastgesteld:

- de kinderen verblijven bij de man in de oneven weken vanaf woensdag 16.30 uur tot zondag 16.00 uur en in de even weken vanaf woensdag 16.30 uur tot vrijdag 18.00 uur;

- zomervakantie: de kinderen zijn tijdens de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij ieder van de ouders, waarbij de man in de even jaren het recht van de eerste keuze heeft en de vrouw in de oneven jaren;

- Pasen en Pinksteren worden bij helfte verdeeld, met dien verstande dat de kinderen in de oneven jaren de eerste paas- en pinksterdag bij de man zijn en de tweede paas- en pinksterdag bij de vrouw, in de even jaren is dat omgekeerd;

- vaderdag en moederdag: de kinderen zijn op vaderdag bij de man en op moederdag bij de vrouw, met dien verstande dat de kinderen vanaf de daaraan voorafgaande zaterdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de betreffende ouder zijn;

- - kinderverjaardagen: de verjaardagen van de kinderen worden gevierd bij de ouder bij wie de kinderen op dat moment zijn. De andere ouder heeft het recht het kind op de verjaardag zelf telefonisch te feliciteren en de avond ervoor met het betreffende kind uit eten te gaan. In de even jaren verzorgt de man het kinderfeestje van [kind 1] en de vrouw het kinderfeestje van [kind 2] , in de oneven jaren is dat omgekeerd;

- familieverjaardagen: de kinderen zijn aanwezig op de verjaardagen van de ouders, grootouders en ooms en tantes. De ouder wiens familie jarig is, zorgt voor het halen en brengen van de kinderen;

- Kerstmis: in de oneven jaren, te beginnen in 2015, zullen de kinderen vanaf kerstavond 16.00 uur tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de man zijn en vervolgens tweede kerstdag vanaf 10.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de vrouw zijn. In de even jaren zullen de kinderen vanaf kerstavond 16.00 uur tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de vrouw zijn en vervolgens tweede kerstdag vanaf 10.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de man zijn;

- oud en nieuw: de kinderen zullen in de oneven jaren, te beginnen in 2015, oud en nieuw doorbrengen bij de vrouw, in de even jaren zullen zij oud en nieuw doorbrengen bij de man.

Voorts heeft de rechtbank bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen moet voldoen een bedrag van € 203,- per kind per maand met ingang van 1 februari 2015.

3.3.

Partijen kunnen zich (op onderdelen) met deze beslissing niet verenigen en zij zijn hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

De grieven van partijen betreffen de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatie. De vrouw heeft daarnaast een grief gericht tegen de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het hoofdverblijf van [kind 1] .

De grieven van partijen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

Hoofdverblijfplaats [kind 1]

3.5.

De vrouw stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de feitelijke situatie rechtvaardigt dat [kind 2] bij de vrouw en [kind 1] bij de man zal zijn ingeschreven. Zij wenst dat ook [kind 1] bij haar wordt ingeschreven en voert hiertoe - samengevat - het volgende aan.

Sinds het uiteengaan van partijen in februari 2014 hadden beide kinderen het hoofdverblijf bij haar en ook in het mediationtraject is overeengekomen dat het hoofdverblijf van de kinderen bij haar zou zijn. Daarbij komt dat de vrouw zowel tijdens als na het uiteengaan van partijen het grootste gedeelte van de verzorging en opvoeding van de kinderen voor haar rekening heeft genomen en dat er ook thans geen sprake is van een zorg- en contactregeling waarbij de kinderen bijna evenveel dagen bij de man verblijven als bij de vrouw, aangezien de grootouders vaderszijde de kinderen op donderdag en mogelijk ook op vrijdag opvangen. Ook zijn er praktische bezwaren tegen de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [kind 1] bij de man. Doktersbezoeken lopen dubbel en de vrouw wordt onvoldoende door de man op de hoogte gehouden van belangrijke ontwikkelingen en wijzigingen. Ten slotte verzet het (financiële) belang van de kinderen zich tegen de vaststelling van het hoofdverblijf van [kind 1] bij de man. Vanwege de wijziging van het hoofdverblijf van [kind 1] ontvangt de man thans voor haar de kinderbijslag en het kindgebonden budget, terwijl de vrouw nog steeds de zorg draagt voor onder meer de aanschaf van kleding.

Ter zitting van het hof heeft de vrouw emotionele redenen genoemd voor haar wens dat [kind 1] bij haar is ingeschreven.

3.6.

De man heeft de stellingen van de vrouw gemotiveerd betwist.

3.7.

Het hof overweegt als volgt.

3.7.1.

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. Daartoe behoort ook, gelet op artikel 1:253a lid 2, aanhef en sub b BW, het geschil bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

3.7.2.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht en op goede gronden die het hof overneemt en na eigen onderzoek en waardering tot de zijne maakt, het hoofdverblijf van [kind 1] bij de man heeft bepaald.

In hoger beroep zijn zijdens de vrouw geen feiten en/of omstandigheden gesteld op grond waarvan het hof tot een ander oordeel komt.

Voor zover de vrouw heeft gesteld dat de kinderen substantieel meer bij haar dan bij de man verblijven omdat zij tijdens hun verblijf bij de man ten dele door de grootouders vaderszijde worden opgevangen, overweegt het hof dat ook in de situatie dat de kinderen door de ouders van de man worden opgevangen er niettemin sprake is van verblijf bij de man.

De door de vrouw genoemde (praktische) problemen hangen, anders dan de vrouw lijkt te veronderstellen, naar het oordeel van het hof niet samen met de hoofdverblijfplaats van [kind 1] . Als partijen niet goed coördineren of communiceren kunnen genoemde problemen zich ook voordoen als [kind 1] het hoofdverblijf bij de vrouw heeft.

Ten slotte volgt het hof de vrouw niet in haar stelling dat het financiële belang van de kinderen zich verzet tegen de vaststelling van het hoofdverblijf van [kind 1] bij de man. Immers, vaststaat dat de vrouw gezien de samenleving met haar partner geen recht heeft op het kindgebonden budget, terwijl de man ten aanzien van [kind 1] hier wel aanspraak op kan maken, hetgeen zijn draagkracht voor kinderalimentatie verhoogt.

Het hof stelt verder vast dat niet is gesteld of gebleken dat het hoofdverblijf van [kind 1] bij de man ongewenste gevolgen zou hebben voor de ontwikkeling van [kind 1] . [kind 1] ontwikkelt zich goed en er zijn geen aanwijzingen dat haar belangen zich zouden verzetten tegen een hoofdverblijf bij de man.

3.7.3.

Op grond van het voorgaande acht het hof het in het belang van partijen en van [kind 1] wenselijk dat zij haar hoofdverblijf bij de man heeft.

Zorgregeling

Voorjaarsvakantie (carnaval)

3.8.1.

De man stelt dat de rechtbank bij de verdeling van de vakanties en feestdagen ten onrechte geen regeling heeft getroffen voor de voorjaarsvakantie (carnaval). In aanvulling op de regeling als door de rechtbank bepaald, wenst de man vastgelegd te zien dat de kinderen in de even jaren de voorjaarsvakantie (carnaval) bij de vrouw zullen zijn en in de oneven jaren bij de man. Ter zitting heeft de man verklaard dat het bedrijf waar hij werkzaam is op carnavalsmaandag is gesloten en dat hij dan graag met de kinderen naar de carnavalsoptocht wil gaan kijken.

3.8.2.

De vrouw stelt dat partijen bewust de gewone regeling omtrent de zorg- en opvoedingstaken in de voorjaarsvakantie hebben gehandhaafd omdat zij dan beiden werken. Zij ziet geen aanleiding deze regeling te wijzigen.

3.8.3.

In het geval van een geschil omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan de rechter, gelet op artikel 1:253a lid 2, aanhef en sub a, BW, een regeling vaststellen.

De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

3.8.4.

Het hof acht de wens van de man om op carnavalsmaandag met de kinderen carnaval te gaan vieren niet onredelijk. Het hof zal daarom in aanvulling op de door de rechtbank vastgestelde vakantieregeling bepalen dat de kinderen in de oneven jaren op carnavalsmaandag, mits zij dan vakantie hebben, bij de man verblijven.

Wisseltijden

3.9.1.

De vrouw stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat de kinderen bij de man verblijven in de oneven weken vanaf woensdag 16:30 uur tot zondag 16:00 uur en in de even weken vanaf woensdag 16:30 uur tot vrijdag 18:00 uur. Zij voert daartoe aan dat een wisseling op de woensdag de kinderen belemmert in het spelen met vriendjes en vriendinnetjes en het bijwonen van kinderfeestjes. De vrouw wenst de wisseling van de kinderen te wijzigen naar donderdagochtend 8:00 uur.

3.9.2.

De man brengt daar het volgende tegenin.

De door de rechtbank vastgestelde regeling verloopt reeds 2,5 jaar zonder problemen. De kinderen spelen met andere kinderen en gaan gewoon naar kinderfeestjes. Omdat partijen op nauwelijks vier kilometer van elkaar wonen, is de afstand geen enkel probleem.

De door de vrouw voorgestane regeling is niet in het belang van de kinderen, nu dit zou betekenen dat de man de kinderen op donderdagochtend meteen naar school moet brengen en zij niet eerst hun verhaal aan hem kunnen doen.

3.9.3.

Het hof overweegt dat met een verschuiving van het wisseluur naar woensdag 17:30 uur in belangrijke mate wordt tegemoet gekomen aan het bezwaar van de vrouw dat de kinderen door de wissel om 16:30 uur in hun spel met vriendjes worden gestoord. Gezien de korte afstand waarop partijen van elkaar wonen, kunnen de kinderen dan na hun vrije woensdagmiddag bij de man eten en er de avond doorbrengen.

Het hof zal dan ook aldus bepalen.

Kinderalimentatie

3.10.

De grieven van de man met betrekking tot de kinderalimentatie betreffen:

- de draagkracht van de vrouw;

- de zorgoverstijgende kosten van de kinderen;

- de draagkracht van de man per 1 januari 2016;

- de toegepaste zorgkorting.

De grief van de vrouw betreft het kindgebonden budget van de man in 2016.

3.11.

De ingangsdatum van de eerder vastgestelde onderhoudsbijdrage, zijnde 1 februari 2015, is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof die datum als uitgangspunt zal nemen.

Behoefte kinderen

3.12.

De behoefte van de kinderen (hierna: (eigen aandeel van de ouders in) de kosten van de kinderen) ad € 762,- per maand, geïndexeerd naar 2016: € 771,91 per maand, is in hoger beroep evenmin in geschil.

Draagkracht man met ingang van 1 januari 2016

3.13.

Het hof stelt vast dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de standpunten van partijen ten aanzien van de draagkracht van de man niet ver uiteenlopen.

De vrouw stelt de draagkracht van de man per 1 januari 2016 op een bedrag van € 750,- per maand en per 1 april 2016 op een bedrag van € 730,- per maand, terwijl de man zijn draagkracht op deze data stelt op een bedrag van € 735,- per maand respectievelijk € 700,- per maand. De omstandigheden van het geval in aanmerking nemende, waaronder het gewijzigde inkomen van de man in 2016 en het in dat jaar door hem te ontvangen kindgebonden budget ad € 310,- per maand, stelt het hof de draagkracht van de man in 2016 in redelijkheid vast op een bedrag van € 700,- per maand.

Draagkracht vrouw

3.14.

De man stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, gezien de afstemming tussen partijen over de zorgregeling, het redelijk is rekening te houden met een inkomen van de vrouw op basis van 20 uur per week. Omdat de kinderen de helft van de tijd bij de man verblijven, is het voor de vrouw zonder meer mogelijk om 24 uur per week te werken. De vrouw heeft vrijwillig inkomen prijsgegeven door na het verbreken van de samenleving het aantal gewerkte uren terug te brengen van 24 naar 20 uur, aldus de man.

3.15.

De vrouw verweert zich door te stellen dat zij voorheen in werkelijkheid geen 24 uur maar 20 uur per week werkte, maar dat zij een salaris naar een 24-urige werkweek ontving in verband met een op zondag geldende weekendtoeslag, hetgeen met zich bracht dat de op die dag gewerkte uren dubbel telden. In 2014 heeft de werkgever Sodexo deze regeling gewijzigd en is de weekendtoeslag komen te vervallen, zodat zij nu naar de werkelijk gewerkte uren wordt beloond. Om haar salaris vóór 17 mei 2014 te handhaven, zou zij een halve dag per week meer moeten gaan werken hetgeen gezien de zorgregeling niet mogelijk is. Daarbij komt dat haar werkgever haar niet in de gelegenheid stelt meer te werken.

3.16.

Het hof acht het, mede gezien de leeftijd van de kinderen, niet onredelijk om thans uit te gaan van een 20-urige werkweek van de vrouw. Het hof tekent hierbij aan dat van de vrouw mag worden verwacht dat zij binnen een termijn van drie jaar - na verloop van welke termijn de kinderen beiden naar de basisschool gaan - haar werkweek uitbreidt.

Het voorgaande brengt met zich dat het hof ten aanzien van de vrouw, evenals de rechtbank, uitgaat van een draagkracht van € 50,- per maand.

Verdeling kosten kinderen

3.17.

De man stelt dat de rechtbank bij de verdeling van de kosten van de kinderen ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat de man, evenals de vrouw, extra uitgaven doet voor kleding, schoeisel, speelgoed en andere benodigdheden. De man stelt dat hij hiertoe genoodzaakt wordt omdat de vrouw het in haar woning aanwezige speelgoed niet met hem wil delen en de kinderen maar één set verschoning meegeeft.

3.18.

De vrouw ontkent dat de man deze uitgaven moet doen. Zij stelt dat zij de kinderen voldoende van kleding en schoenen voorziet en dat de betreffende aankopen van de man zonder noodzaak worden gedaan.

3.19.

Het hof is van oordeel dat de man de noodzaak van de door hem gestelde aankopen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, zodat hieraan voorbij wordt gegaan.

Zorgkorting

3.20.

De man stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de zorgkorting van de man van 35% niet kan worden verzilverd en derhalve geen verdere bespreking behoeft.

3.21.

Het hof overweegt hierover als volgt.

Periode 1 februari 2015 tot 1 januari 2016

3.22.

Tussen partijen is niet in geschil dat de totale draagkracht van partijen in 2015 € 505,- per maand bedraagt. Evenmin is tussen partijen in geschil dat de man aanspraak maakt op een zorgkorting van 35%. Nu het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen € 762,- per maand bedraagt, beloopt de zorgkorting een bedrag van € 266,70 per maand.

Omdat de draagkracht van beide ouders tezamen onvoldoende is om volledig in het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen te voorzien, wordt het tekort, zijnde een bedrag van € 257,-, aan beide ouders voor de helft toegerekend. Voor de man betekent dit dat de helft van het tekort in mindering komt op zijn zorgkorting, zodat de door hem te betalen bijdrage als volgt wordt berekend: € 455,- minus (€ 266,70 minus € 128,50) = € 316,80 per maand.

Het hof stelt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding derhalve vast op € 158,40 per kind per maand.

Periode met ingang van 1 januari 2016

3.23.

Zoals hiervoor overwogen gaat het hof met ingang van 1 januari 2016 ten aanzien van de man uit van een draagkracht van € 700,- per maand en ten aanzien van de vrouw van een - ongewijzigde - draagkracht van € 50,- per maand, derhalve van een totale draagkracht van partijen van € 750,- per maand.

De (geïndexeerde) behoefte van de kinderen bedraagt € 771,91 per maand. Het tekort van partijen om in volledig in de kosten van de kinderen te voorzien bedraagt € 21,91. De helft hiervan in mindering gebracht op zijn zorgkorting, komt de door de man te betalen bijdrage op (€ 700,- minus ( € 266,70 minus € 10,96) =) € 444,26, ofwel € 222,13 per kind per maand.

3.24.

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

4 De beslissing

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 20 november 2015, voor zover het de daarbij vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de bijdrage in de kosten en verzorging van de kinderen betreft,

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

stelt omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder met betrekking tot [kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te

’[geboorteplaats] en [kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te

[geboorteplaats], de volgende regeling vast:

- de kinderen verblijven bij de man in de oneven weken vanaf woensdag 17.30 uur tot zondag 16.00 uur en in de even weken vanaf woensdag 17.30 uur tot vrijdag 18.00 uur;

- zomervakantie: de kinderen zijn tijdens de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij ieder van de ouders, waarbij de man in de even jaren het recht van de eerste keuze heeft en de vrouw in de oneven jaren;

- Pasen en Pinksteren worden bij helfte verdeeld, met dien verstande dat de kinderen in de oneven jaren de eerste paas- en pinksterdag bij de man zijn en de tweede paas- en pinksterdag bij de vrouw, in de even jaren is dat omgekeerd;

- vaderdag en moederdag: de kinderen zijn op vaderdag bij de man en op moederdag bij de vrouw, met dien verstande dat de kinderen vanaf de daaraan voorafgaande zaterdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de betreffende ouder zijn;

- - kinderverjaardagen: de verjaardagen van de kinderen worden gevierd bij de ouder bij wie de kinderen op dat moment zijn. De andere ouder heeft het recht het kind op de verjaardag zelf telefonisch te feliciteren en de avond ervoor met het betreffende kind uit eten te gaan. In de even jaren verzorgt de man het kinderfeestje van [kind 1] en de vrouw het kinderfeestje van [kind 2] , in de oneven jaren is dat omgekeerd;

- familieverjaardagen: de kinderen zijn aanwezig op de verjaardagen van de ouders, grootouders en ooms en tantes. De ouder wiens familie jarig is, zorgt voor het halen en brengen van de kinderen;

- Kerstmis: in de oneven jaren, te beginnen in 2015, zullen de kinderen vanaf kerstavond 16.00 uur tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de man zijn en vervolgens tweede kerstdag vanaf 10.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de vrouw zijn. In de even jaren zullen de kinderen vanaf kerstavond 16.00 uur tot tweede kerstdag 10.00 uur bij de vrouw zijn en vervolgens tweede kerstdag vanaf 10.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de man zijn;

- oud en nieuw: de kinderen zullen in de oneven jaren oud en nieuw doorbrengen bij de vrouw, in de even jaren zullen zij oud en nieuw doorbrengen bij de man;

- carnaval: mits zij vakantie hebben, zijn de kinderen in de oneven jaren op carnavalsmaandag bij de man;

bepaalt dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van voornoemde kinderen zal voldoen:

- in de periode van 1 februari 2015 tot 1 januari 2016 een bedrag van € 158,40 per kind per maand en

- met ingang van 1 januari 2016 een bedrag van € 222,13 per kind per maand,

voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft te voldoen bij vooruitbetaling;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C. Bijleveld-van der Slikke, H. van Winkel en H.J. Witkamp en is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2016.