Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:406

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
200.181.800_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2015:9333
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:3147
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

wie is eigenaar van de auto? Stiefvader of stiefzoon die de auto onder zich heeft?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.181.800/01

arrest van 9 februari 2016

gewezen in het incident ex artikel 351 Rv

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat: mr. E.G.W. Hendriks te Kerkrade,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat: mr. M.E.V. Boersma te Maastricht Airport,

op het bij exploot van dagvaarding van 30 november 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis in kort geding van 4 november 2015, van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen appellant – [appellant] – als gedaagde en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiser.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4464079 \ CV EXPL 15-9330)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties tevens houdende incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv;

  • -

    de akte indienen nadere productie van [appellant] ;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident van [geïntimeerde] .

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter [appellant] veroordeeld tot afgifte aan [geïntimeerde] van de personenauto van het merk BMW met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) alsmede tot afgifte van de twee bij het voertuig behorende sleutels, binnen zeven dagen na dagtekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom. De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld in de kosten van de procedure en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het bestreden vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.2.

Het vonnis is op 10 november 2015 aan [appellant] betekend.

3.3.

[appellant] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen en heeft een incident ex artikel 351 Rv ingesteld.

3.4.

[geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering en tot veroordeling van [appellant] in de kosten van het incident.

3.5.

Het hof overweegt het volgende.

3.5.1.

Indien het vonnis reeds ten uitvoer is gelegd, kan van schorsing van de tenuitvoerlegging geen sprake zijn en heeft [appellant] geen belang meer bij zijn vordering in dit incident.

3.5.2.

Aan het slot van zijn beroepschrift heeft [appellant] gesteld dat ‘naar verluid’ de auto op 27 november 2015 door de deurwaarder bij zijn moeder althans bij hem is opgehaald, teneinde deze aan [geïntimeerde] af te geven.

3.5.3.

Bij antwoord in het incident wordt door [geïntimeerde] bevestigd dat de door [geïntimeerde] ingeschakelde deurwaarder de auto heeft opgeëist en dat de auto en één van de twee sleutels weer terug zijn bij [geïntimeerde] . Daarmee is het vonnis ten uitvoer gelegd, waardoor [appellant] geen belang meer heeft bij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. [appellant] heeft nog aangevoerd dat hij nog belang heeft bij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging omdat aansprakelijkheid van [geïntimeerde] volgt indien hij, [geïntimeerde] , zou volharden in de tenuitvoerlegging. Het hof acht dit geen zelfstandig belang bij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Ook zonder toewijzing van die vordering is [geïntimeerde] aansprakelijk voor schade als gevolg van een (later) onrechtmatig gebleken tenuitvoerlegging.

3.5.4.

Dit alles leidt ertoe dat de vordering wordt afgewezen. Het hof zal de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

In de hoofdzaak

3.6.

De zaak is inmiddels naar de rol verwezen voor arrest. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

wijst de vordering van [appellant] af;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol van 22 maart 2016 voor arrest;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. Rousseau, M.G.W.M. Stienissen en C.N.M. Antens en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 februari 2016.

griffier rolraadsheer