Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:3679

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-08-2016
Datum publicatie
17-08-2016
Zaaknummer
200.155.107_02
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:5472
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

stel- en onderbouwingsplicht bij vordering terugbetaling teveel betaalde huurpenningen. Huurtoeslag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

afdeling civiel recht

zaaknummer 200.155.107/02

arrest van 16 augustus 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. R.C.C.M. Nadaud te Vaals,

tegen

Stichting Woonpunt,

gevestigd en kantoorhoudend te [vestigings- en kantoorplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. G.J. Scholten te Maastricht,

op het bij exploot van dagvaarding van 25 augustus 2014 ingeleide hoger beroep van het door de kantonrechter bij de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, burgerlijk recht gewezen vonnis van 11 juni 2014 tussen appellant - [appellant] - als eisende partij (toevoeging hof: in conventie, verwerende partij in reconventie), en geïntimeerde -Woonpunt- als gedaagde partij (toevoeging hof: in conventie, eisende partij in reconventie).

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

  • -

    de memorie van grieven met wijziging eis, waarbij een productie is overgelegd;

  • -

    de memorie van antwoord, waarbij producties zijn overgelegd;

  • -

    de akte houdende uitlating producties zijdens [appellant] ;

  • -

    de antwoordakte zijdens Woonpunt.

Tenslotte is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

2 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 2208123 CV EXPL 13-2895)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis van 11 juni 2014.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4 De beoordeling

4.1

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis feiten vastgesteld, waartegen niet is gegriefd. Die feiten zijn ook niet anderszins bestreden, zodat het hof daarvan zal uitgaan. Hierna volgt een opsomming van die feiten.

a. [appellant] huurde tot 1 december 2012 de standplaats gelegen aan de [adres 1] te [plaats] .

b. Bij vonnis van 3 april 2008 met registratienummer 127165 / KG ZA 08-76 heeft de voorzieningenrechter van de toenmalige rechtbank Maastricht [appellant] veroordeeld om de door hem op dat moment nog gehuurde standplaats aan de [adres 2] te [plaats] binnen één week na betekening te ontruimen en te verlaten, waarbij hij tevens tot betaling van de proceskosten werd veroordeeld.

c. Het hiervoor onder b. genoemde vonnis is op 7 april 2008 betekend en de ontruiming is op die dag aangezegd tegen 15 april 2008.

d. [appellant] heeft tussen 7 april 2008 en 15 april 2008 de standplaats vrijwillig ontruimd.

4.2.1

[appellant] heeft na vermindering van eis in eerste aanleg gevorderd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Woonpunt om aan hem te betalen:

1. zijnde met inachtneming van de door Woonpunt voor hem ontvangen huurtoeslag de uiteindelijk door Woonpunt teveel ontvangen huurpenningen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2013 (de dag van de dagvaarding) tot aan de dag der algehele voldoening;

2. € 726,90, zijnde het teveel en onterecht door middel van inhouding op de uitkering van [appellant] geïncasseerde kosten, samenhangende met de executie van het onder rov. 4.1 sub b genoemde vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

3. de kosten van de procedure, waaronder begrepen het salaris van zijn advocaat.

4.2.2

Woonpunt heeft in reconventie gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [appellant] om aan Woonpunt te betalen aan achterstallige huurpenningen € 1.454,98 en aan incassokosten € 264,11 (noot hof: waarna in het petitum is gevorderd € 1.719,27 in plaats van € 1.719,09) te vermeerderen met de wettelijke rente over de huurachterstand vanaf de dag dat de conclusie van eis in reconventie is genomen (28 augustus 2013) tot aan de dag der algehele voldoening met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

4.2.3

De kantonrechter heeft in conventie Woonpunt veroordeeld om aan [appellant] te betalen € 285,29, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2012 tot aan de dag van voldoening, de proceskosten gecompenseerd en het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.

In reconventie is [appellant] veroordeeld om aan Woonpunt te betalen € 1.719,09, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2013 tot aan de dag van voldoening, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.3

[appellant] vordert in dit hoger beroep onder het voordragen van 1 grief en onder vermeerdering van eis bij memorie van grieven vernietiging van het in conventie en reconventie gewezen vonnis van 11 juni 2014 en, voor zoveel mogelijk opnieuw rechtdoende, veroordeling van Woonpunt om aan hem te betalen € 4.259,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2011 althans vanaf de dag dat de memorie van grieven is genomen, met veroordeling van Woonpunt in de kosten van eerste en tweede instantie.

Woonpunt heeft verweer gevoerd.

4.4.1

De enige grief van [appellant] luidt als volgt:

Ten onrechte heeft de kantonrechter overwogen dat appellant geen verrekening zoals door hem voorgesteld toekomt en dat het door appellant gevorderde bedrag niet voor toewijzing in aanmerking kan komen. Ten onrechte heeft de kantonrechter de vorderingen van appellant te dezer zake afgewezen.”

Uit de vervolgens door hem gegeven toelichting in zijn memorie van grieven blijkt niet voldoende duidelijk tegen welke oordelen en/of berekeningen van de kantonrechter hij bezwaren heeft noch waarom hij die bezwaren heeft. Het hof begrijpt uit die toelichting niet meer dan dat [appellant] aanvoert dat bij de berekeningen in eerste aanleg niet is meegenomen dat Woonpunt in 2008 in totaal € 3.250,- aan huurtoeslag voor hem heeft ontvangen, in 2009 in totaal € 3.196,- en in 2010 in totaal € 1.071,-. Indien, zo begrijpt het hof verder, wordt uitgegaan van de door de kantonrechter in het dictum van het bestreden vonnis genoemde bedragen en vervolgens wel met die drie genoemde huurtoeslagen van € 3.250,-, € 3.196,- en € 1.071,- rekening wordt gehouden, blijkt dat hij uiteindelijk € 4.259,63 aan huurpenningen, ontruimingskosten en andere kosten teveel heeft betaald. Daarmee is zijn vordering dus gegrond op onverschuldigde betaling van huurpenningen, ontruimingskosten en andere kosten (hierna gezamenlijk te noemen “huurkosten”).

4.4.2

Woonpunt heeft aan de hand van verschillende producties en overzichten gemotiveerd betwist dat zij bij haar berekeningen geen rekening heeft gehouden met de bedragen aan huurtoeslag zoals die door [appellant] in zijn memorie van grieven zijn genoemd.

4.4.3

Het hof stelt voorop dat de grondslag van de vordering van [appellant] is dat hij, met inachtneming van de door hem in zijn memorie genoemde huurtoeslagen, teveel aan huurkosten heeft betaald. Het is hierbij niet aan Woonpunt om rekening en verantwoording af te leggen van de door haar ontvangen huurtoeslagen, want dat is niet de grondslag van de vordering in hoger beroep. Het is dus niet zozeer de vraag wat er met deze bedragen aan huurtoeslag is gebeurd (zie nr. 14 memorie van grieven) die moet worden beantwoord; de vraag is, gelet op het door [appellant] gevorderde en hetgeen hij daaraan ten grondslag heeft gelegd, of [appellant] aan huurkosten het thans door hem gevorderde bedrag teveel aan Woonpunt heeft betaald. Woonpunt dient, gelet op de door [appellant] in dit hoger beroep gevoerde grondslag dat hij teveel aan huurkosten heeft betaald, voldoende gemotiveerd die stelling van [appellant] te betwisten. Gelet op de door Woonpunt bij memorie van antwoord overgelegde producties heeft zij voldoende inzichtelijk onderbouwd betwist dat [appellant] teveel huurkosten heeft betaald.

Het is vervolgens aan [appellant] om aan de hand van een inzichtelijk overzicht te vermelden hoeveel huurkosten hij over de betreffende periode was verschuldigd, en hoeveel hij daarvan heeft betaald, waarbij het aan hem is om in die berekening ook rekening te houden met de betaalde huurtoeslagen. Een dergelijke duidelijke berekening heeft [appellant] niet gemaakt. In feite stelt hij enkel dat hij ten tijde van de procedure in eerste aanleg nog geen weet had van genoemde drie huurtoeslagen van € 3.250,-, € 3.196,- en € 1.071,- en dat dus ook Woonpunt die toeslagen niet in haar berekening heeft verwerkt. Die stelling heeft hij, gelet op de gemotiveerde betwisting door Woonpunt, onvoldoende onderbouwd, zodat de grief faalt.

4.5

Het vorenstaande brengt met zich dat het hof het vonnis zal bekrachtigen. [appellant] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van het geding in dit hoger beroep.

5 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Woonpunt worden begroot op € 704,- aan griffierecht en op € 632,- aan salaris advocaat;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, J.R. Sijmonsma en J.H.C. Schouten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 augustus 2016.

griffier rolraadsheer