Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:3658

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-08-2016
Datum publicatie
29-06-2017
Zaaknummer
200.157.350/01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:2710
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

kinderalimentatie;

contactregeling;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 11 augustus 2016

Zaaknummer: F 200.157.350/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/275234 / FA RK 14-952

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] (België),

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. I.E. van Galen,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. L.H.J.M. Cilissen.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de raad.

5 De beschikking d.d. 16 juli 2015

Bij die beschikking heeft het hof, voor zover thans nog van belang, de advocaten van partijen verzocht tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum het hof schriftelijk in kennis te stellen van het verloop en het resultaat van de ouderschapsreorganisatie. Het hof heeft de verdere behandeling van deze zaak, in verband met het feit dat partijen zullen gaan deelnemen aan een ouderschapsreorganisatietraject, aangehouden tot pro forma 12 november 2015.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- het V-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2015;

- het V-formulier met bijlage van de advocaat van de vader, ingekomen ter griffie op 10 november 2015;

- het V-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder, ingekomen ter griffie op 13 april 2016;

- het V-formulier met bijlage van de advocaat van de vader, ingekomen ter griffie op 13 april 2016;

- het V-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder, ingekomen ter griffie op 11 juli 2016;

- het V-formulier met bijlage van de advocaat van de vader, ingekomen ter griffie op 11 juli 2016.

6.2.

Partijen hebben het hof bij voormelde V-formulieren, ingekomen ter griffie op 11 juli 2016, te kennen gegeven geen nadere mondelinge behandeling te wensen en het hof verzocht de zaak op de stukken af te doen.

7 De verdere beoordeling

7.1.

De vader voert in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting, kort samengevat, het volgende aan.

De vader wil graag ieder weekend contact zodat hij [minderjarige] echt mee kan opvoeden. In de weekenden dat [minderjarige] bij de moeder verblijft, is zij niet altijd thuis. Dan verblijft [minderjarige] elders, terwijl de vader voor hem kan zorgen. Het feit dat [minderjarige] naar de basisschool gaat, rechtvaardigt de drastische inperking van de contactregeling niet. [minderjarige] kan dan immers bij de vader verblijven van vrijdag 17.00 uur tot zondag 19.00 uur. De vader is iedere zondag en maandag vrij zodat hij [minderjarige] op maandag ook naar school kan brengen. Doordat het werk van de vader tijdens de Belgische schoolvakanties dicht is, is hij dan verplicht vrij. De Belgische schoolvakanties zijn alleen niet gelijk aan de Nederlandse.

7.2.

De moeder voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting, kort samengevat, het volgende aan.

Vanwege de reisafstand hebben partijen afgesproken dat [minderjarige] nog maar eenmaal per twee weken naar de vader gaat vanaf het moment waarop hij naar school gaat. Daarvoor vond er ieder weekend contact plaats. Doordat de vader alleen op zondag vrij is, heeft hij feitelijk alleen contact op zondag. De andere dagen zorgt de partner van de vader voor [minderjarige] .

Gelet op de reisafstand en de werkzaamheden van partijen is het niet goed mogelijk om het contact uit te breiden. Indien de vader [minderjarige] op maandag naar school zou brengen, zou [minderjarige] eerst drie kwartier in de auto zitten. Tijdens de weekenden dat [minderjarige] bij de moeder verblijft, is zij voornamelijk thuis. Op vrijdagavond werkt zij meestal en dan komt er een oppas thuis. Indien er ieder weekend contact zou plaatsvinden, zou [minderjarige] geen enkel weekend in zijn eigen woonomgeving verblijven en heeft de moeder geen gelegenheid om vrije tijd met hem door te brengen.

Partijen zijn in onderling overleg overeengekomen dat de moeder [minderjarige] op vrijdag naar de vader brengt en dat de vader [minderjarige] op zondag weer terugbrengt naar de moeder. De moeder verzoekt dit zo op te nemen in de te geven beschikking. Inmiddels verblijft [minderjarige] in de even weken van zaterdagochtend tot zondagavond bij de vader, omdat de vader [minderjarige] op vrijdag niet meer kon opvangen. De moeder verzoekt deze regeling vast te stellen.

7.3.

De raad heeft ter zitting aangegeven dat partijen wat creatiever zouden moeten denken, waarbij meer gekeken wordt naar de beschikbaarheid van partijen. De reisafstand is niet te ver. Alleen het verschil in schoolvakanties maakt het lastiger. Partijen hebben verschillende visies over opvoeding en daarover moeten zij met elkaar gaan praten, bijvoorbeeld via ouderschapsreorganisatie.

7.4.

Het hof overweegt het volgende.

7.4.1.

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd.

In het geval van een geschil omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan de rechter, gelet op artikel 1:377e BW in samenhang met artikel 1:253a lid 4 BW, een eerdere beslissing dienaangaande wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.

De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

7.4.2.

Uit de overgelegde rapportage van de Combinatie Jeugdzorg (CJ) d.d. 5 juli 2016 blijkt dat de hulpverlening niet op gang is gekomen. Volgens CJ ontbreekt het bij beide ouders aan voldoende motivatie tot het ouderschapstraject. De moeder heeft de afgelopen maanden wel laten zien dat zij zich ondanks haar geringe motivatie, wilde inspannen om afspraken te maken tot gesprekken en dat zij zich wilde inzetten. Bij de vader is dit niet waargenomen. Hij is slecht bereikbaar, reageert laat of niet en afspraken zijn moeilijk met hem te maken.

7.4.3.

Naar het oordeel van het hof is de door de vader verzochte contactregeling, waarbij [minderjarige] ieder weekend bij de vader verblijft, niet in het belang van [minderjarige] . Dit zou namelijk betekenen dat [minderjarige] geen enkel weekend meer bij de moeder doorbrengt. Verder kan hij dan gedurende de weekenden niet deelnemen aan vrijetijdsbestedingen in zijn woonomgeving en daar geen sociale contacten onderhouden. Dat de moeder in de weekenden dat [minderjarige] bij haar verblijft vrijwel niet thuis is, zoals de vader stelt, heeft de moeder voldoende onderbouwd weerlegd. Daarbij is het hof gebleken dat beide ouders in het weekend werkzaam en daardoor niet het gehele weekend voor [minderjarige] beschikbaar zijn.

Het hof overweegt voorts dat de weekendregeling niet op vrijdag kan aanvangen. Immers, de vader heeft nadat de bestreden beschikking is gewezen, bij de moeder kenbaar gemaakt dat het voor hem door zijn werk niet langer mogelijk is om het contact met [minderjarige] al op vrijdag te laten aanvangen. Partijen hebben de contactregeling vervolgens aangepast in die zin dat het contact tijdens de weekenden op zaterdagochtend aanvangt.

Het voorgaande in aanmerking nemende acht het hof de contactregeling waaraan door partijen reeds geruime tijd uitvoering wordt gegeven, het meest in het belang van [minderjarige] .

7.5.

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

8 De beslissing

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 11 juli 2014, voor zover het de daarbij vastgestelde contactregeling betreft,

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

wijzigt de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 28 november 2011, voor wat betreft de daarin vastgestelde omgangsregeling;

stelt omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder met betrekking tot [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] (België), een contactregeling tussen de vader en [minderjarige] vast, inhoudende dat [minderjarige] bij de vader verblijft gedurende:

  • -

    de oneven weekenden van zaterdagochtend tot zondagavond om 19.00 uur;

  • -

    de helft van de schoolvakanties in onderling overleg te bepalen,

waarbij de moeder [minderjarige] bij aanvang van een contactmoment naar de vader brengt en de vader [minderjarige] naar de moeder terugbrengt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, O.G.H. Milar en M. Breur en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2016.