Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:3545

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-08-2016
Datum publicatie
21-03-2017
Zaaknummer
20-004284-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling hoger beroep wegens onder meer medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en (medeplegen van) witwassen, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-004284-12

Uitspraak : 4 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 december 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-889059-09 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging heeft bepleit dat:

  • -

    de tenlastelegging ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde partieel nietig zal worden verklaard;

  • -

    verdachte zal worden vrijgesproken van de hem onder 1., 2., 3., 4., 8. en 9. ten laste gelegde feiten;

  • -

    aan verdachte een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf zullen worden opgelegd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en aldus mede gericht tegen de vrijspraak door de rechtbank van hetgeen aan de verdachte onder 6. ten laste werd gelegd. Dat is in strijd met het bepaalde in artikel 404 van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – voor zover thans nog aan de orde – ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 15 september 2010 te 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) één of meer geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om te dienen tot het bewijs van enig feit, namelijk één of meer arbeidsovereenkomst(en) en/of werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of factu(u)r(en) vals heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s):

  • -

    valselijk een arbeidsovereenkomst opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die arbeidsovereenkomst vermeld en/of laten vermelden dat hij per 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en/of werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij een maandelijks functieloon van 5.860,92 euro genoot en/of een jaarlijkse vakantietoeslag van 8% van het bruto-jaarsalaris genoot en/of valselijk en/of in strijd met de waarheid in die arbeidsovereenkomst vermeld en/of laten vermelden dat deze werd aangegaan door " [naam directeur] , directeur van [B.V. 1] " en/of valselijk en/of in strijd met de waarheid in die arbeidsovereenkomst onder "handtekening werkgever" vermeld en/of laten vermelden " [naam directeur] " en/of die arbeidsovereenkomst (aldaar) voorzien en/of laten voorzien van een (valse) handtekening (die door moest gaan voor de handtekening van [naam directeur] ) en/of

  • -

    valselijk een werkgeversverklaring opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die werkgeversverklaring vermeld en/of laten vermelden dat hij per 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en/of werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij een bruto-jaarsalaris van 70.331 euro genoot en/of dat hij een vakantietoeslag genoot en/of

  • -

    valselijk een werkgeversverklaring opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die werkgeversverklaring vermeld en/of laten vermelden dat hij per 1 januari 2008 en/of per 1 februari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en/of werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij een bruto-jaarsalaris van 70.320 euro genoot en/of dat hij een vakantietoeslag van 5.625 euro genoot en/of

  • -

    valselijk een salarisspecificatie opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die salarisspecificatie vermeld en/of laten vermelden dat hij in de periode 03/2008 157,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij tot en met de periode 03/2008 487,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij over de periode 03/2008 een bruto-salaris van 5.860,92 euro genoot en/of dat hij over de periode 03/2008 een netto-salaris van 3.411 euro genoot en/of

  • -

    valselijk een salarisspecificatie opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die salarisspecificatie vermeld en/of laten vermelden dat hij in de periode 04/2008 165,00 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij tot en met de periode 04/2008 652,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij over de periode 04/2008 een bruto-salaris van 5.860,92 euro genoot en/of dat hij over de periode 04/2008 een netto-salaris van 3.410,70 euro genoot en/of

  • -

    valselijk een factuur opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die factuur vermeld en/of laten vermelden " [bedrijfsnaam 1] " en/of "factuur" en/of "factuurnr.: 15" en/of "hiermede doen wij u een rekening toekomen betreffende de uitgevoerde werkzaamheden" en/of "betreft: spuit werkzaamheden en schilderwerk" en/of "aangenomen werk" en/of "bedrag volgens afspraak" en/of "totaal: 11034",

(telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 15 september 2010 te 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van één of meer vervalste en/of valselijk opgemaakte geschrift(en) die bestemd was/waren om tot het bewijs van enig feit te dienen, namelijk van één of meer vervalste en/of valselijk opgemaakte arbeidsovereenkomst(en) en/of werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of factu(u)r(en), als was/waren dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) dat/die geschrift(en) ter verkrijging van één of meer geldlening(en) en/of gelden daaruit overgelegd aan Obvion BV, en bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens) hieruit dat:

  • -

    in een arbeidsovereenkomst valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij per 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en/of werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij een maandelijks functieloon van 5.860,92 euro genoot en/of dat hij een jaarlijkse vakantietoeslag van 8% van het bruto-jaarsalaris genoot en/of dat deze arbeidsovereenkomst werd aangegaan door " [naam directeur] , directeur van [B.V. 1] " en/of

  • -

    in een werkgeversverklaring valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij per 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en/of werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij een bruto-jaarsalaris van 70.331 euro genoot en/of dat hij een vakantietoeslag van 5.626 euro genoot en/of

  • -

    in een werkgeversverklaring valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij per 1 januari 2008 en/of per 1 februari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en/of werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij een bruto-jaarsalaris van 70.320 euro genoot en/of dat hij een vakantietoeslag van 5.625 euro genoot en/of

  • -

    in een salarisspecificatie valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij in de periode 03/2008 157,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij tot en met de periode 03/2008 487,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij over de periode 03/2008 een bruto-salaris van 5.860,92 euro genoot en/of dat hij over de periode 03/2008 een netto-salaris van 3.411 euro genoot en/of

  • -

    in een salarisspecificatie valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij in de periode 04/2008 165,00 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij tot en met de periode 04/2008 652,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat hij over de periode 04/2008 een bruto-salaris van 5.860,92 euro genoot en/of dat hij over de periode 04/2008 een netto-salaris van 3.410,70 euro genoot en/of

  • -

    in een factuur valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld " [bedrijfsnaam 1] " en/of "factuur" en/of "factuurnr.: 15" en/of "hiermede doen wij u een rekening toekomen betreffende de uitgevoerde werkzaamheden" en/of "betreft: spuit werkzaamheden en schilderwerk" en/of "aangenomen werk" en/of "bedrag volgens afspraak" en/of "totaal: 11034";

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 15 september 2010 te 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) één of meer geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om te dienen tot het bewijs van enig feit, namelijk één of meer werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s), vals heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s)

  • -

    valselijk een werkgeversverklaring opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die werkgeversverklaring vermeld en/of laten vermelden dat [medewerker 1] per 1 juni 2008 voor onbepaalde tijd als "buitendienst medewerker" in dienst trad en/of werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en/of dat die [medewerker 1] een bruto-jaarsalaris van 41.400 euro genoot en/of dat die [medewerker 1] een vakantietoeslag van 3.312 euro genoot en/of een 13e maand-uitkering van 1.242 euro genoot en/of

  • -

    valselijk een salarisspecificatie opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die salarisspecificatie vermeld en/of laten vermelden dat [medewerker 1] in de periode 06/2008 157,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat die [medewerker 1] tot en met de periode 06/2008 157,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat die [medewerker 1] over de periode 06/2008 een bruto-salaris van 3.450 euro genoot en/of dat die [medewerker 1] over de periode 07/2008 een netto-salaris van 2.212,41 euro genoot,

(telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 15 september 2010 te 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) één of meer geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om te dienen tot het bewijs van enig feit, namelijk één of meer werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s), vals heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s)

  • -

    valselijk een werkgeversverklaring opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die werkgeversverklaring vermeld en/of laten vermelden dat [medewerker 2] per 1 april 2008 voor onbepaalde tijd als "dir.secretaresse" in dienst trad en/of werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en/of dat die [medewerker 2] een bruto-jaarsalaris van 26.548,90 euro genoot en/of dat die [medewerker 2] een vakantietoeslag van 2.123,90 euro genoot en/of

  • -

    valselijk een salarisspecificatie opgesteld en/of laten opstellen en/of in strijd met de waarheid in die salarisspecificatie vermeld en/of laten vermelden dat [medewerker 2] in de periode 07/2008 172,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat die [medewerker 2] tot en met de periode 07/2008 660,00 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en/of dat die [medewerker 2] over de periode 07/2008 een bruto-salaris van 2.212,41 euro genoot en/of dat die [medewerker 2] over de periode 07/2008 een netto-salaris van 1.618 euro genoot,

(telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 15 september 2010 te

's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) telkens en/of meermalen

  • -

    van één of meer voorwerp(en), te weten één of meer geldbedrag(en) en/of een woning (aan de [adres 1] ) en/of een personenauto (van het merk Mercedes Benz) en/of een waterscooter (van het merk Sea-Doo Bombardier) en/of een trailer, de werkelijke aard en/of de herkomst verborgen en/of verhuld en/of

  • -

    één of meer van deze voorwerp(en) verworven en/of voorhanden gehad,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

5.

hij op of omstreeks 15 september 2010 te 's-Hertogenbosch een wapen van categorie I onder 7º, te weten een nabootsing van een vuurwapen (een gasdrukpistool dat voor wat betreft vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen van het merk Walther, model P99), voorhanden heeft gehad;

7.

hij op of omstreeks 15 september 2010 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een hoeveelheid (circa 38 pillen) (van een materiaal bevattende) amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, opzettelijk aanwezig heeft gehad;

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 15 september 2010 te

's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van één of meer natuurlijke perso(o)n(en), te weten hij, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of één of meer andere perso(o)n(en), en/of één of meer rechtsperso(o)n(en), te weten [B.V. 1] en/of [B.V.2] en/of één of meer andere rechtsperso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrift en/of oplichting en/of witwassen;

9.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 7 juni 2010 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (zijnde hennep een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet), heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Geldigheid van de dagvaarding

A.1

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de inleidende dagvaarding nietig behoort te worden verklaard ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde wat betreft de zinsnede “één of meer geldbedrag(en) ”. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat niet voldoende duidelijk is op welk(e) geldbedrag(en) deze passage doelt en verdachte zich daartegen onvoldoende kan verweren.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

A.2

Het hof is van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde voldoet aan de in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen. Mede gezien tegen de achtergrond van het dossier en de verwijzing in de dagvaarding naar het onderliggende zaaksdossier is het voor de verdachte voldoende duidelijk waarvan hij wordt beschuldigd en waartegen hij zich kan verdedigen.

Dit oordeel vindt mede zijn bevestiging in de omstandigheid dat de verdediging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep er blijk van heeft gegeven goed te hebben begrepen wat verdachte is ten laste gelegd en waartegen verdachte zich moest verweren. Zo omvat het pleidooi inhoudelijke verweren met betrekking tot de verschillende onderdelen van de tenlastelegging.

Het hof verwerpt bijgevolg het verweer.

Vrijspraak

Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde schiet het voorhanden bewijs ervoor tekort dat verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een of meer van de ten laste gelegde geschriften heeft vervalst dan wel valselijk heeft opgemaakt.

Het hof is voorts van oordeel dat op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet is komen vast te staan dat verdachte een samenwerkingsverband heeft gevormd met een van de in de tenlastelegging onder 8. genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, welk samenwerkingsverband tot oogmerk had het plegen van valsheid in geschrift, oplichting en/of witwassen. Het hof acht dan ook niet bewezen dat de verdachte het onder 8. ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van het onder 9. ten laste gelegde schiet het voorhanden bewijs ervoor te kort dat verdachte in de periode van 1 maart 2010 tot en met 7 juni 2010 hennep(planten) heeft geteeld, bereid, bewerkt en/of verwerkt. Aan het dossier zijn aanwijzingen te ontlenen dat in de woning van verdachte op enig moment hennepplanten zijn geteeld, doch het voorhanden bewijs schiet ervoor tekort dat zulks in de ten laste gelegde periode heeft plaatsgevonden. Voorts schiet naar het oordeel van het hof het voorhanden bewijs ervoor tekort dat verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in de ten laste gelegde periode een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep aanwezig heeft gehad. Het hof acht dan ook niet bewezen dat de verdachte het onder 9. ten laste gelegde heeft begaan.

Het hof zal de verdachte bijgevolg vrijspreken van het hem onder 2., 8. en 9. ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1., 3., 4., 5. en 7. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in de periode van 1 december 2007 tot en met 30 september 2008 in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en) een geschrift dat bestemd was om te dienen tot het bewijs van enig feit, namelijk een factuur, vals heeft opgemaakt, immers hebben hij en zijn mededader(s) valselijk een factuur opgesteld en in strijd met de waarheid in die factuur vermeld " [bedrijfsnaam 1] " en "factuur" en "factuurnr.: 15" en "hiermede doen wij u een rekening toekomen betreffende de uitgevoerde werkzaamheden" en "betreft: spuit werkzaamheden en schilderwerk" en "aangenomen werk" en "bedrag volgens afspraak" en "totaal: 11034", met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken;

en

hij in de periode van 1 december 2007 tot en met 30 september 2008 in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valselijk opgemaakte geschriften die bestemd waren om tot het bewijs van enig feit te dienen, namelijk van een valselijk opgemaakte arbeidsovereenkomst en valselijk opgemaakte werkgeversverklaringen en valselijk opgemaakte salarisspecificaties en een valselijk opgemaakte factuur, als waren die geschriften echt en onvervalst, immers heeft hij die geschriften ter verkrijging van geldleningen en/of gelden daaruit overgelegd aan Obvion BV, en bestaande die valsheid hieruit dat:

  • -

    in een arbeidsovereenkomst valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij per 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en dat hij een maandelijks functieloon van 5.860,92 euro genoot en dat hij een jaarlijkse vakantietoeslag van 8% van het bruto-jaarsalaris genoot en dat deze arbeidsovereenkomst werd aangegaan door " [naam directeur] , directeur van [B.V. 1] " en

  • -

    in een werkgeversverklaring valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij per 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en dat hij een bruto-jaarsalaris van 70.331 euro genoot en dat hij een vakantietoeslag van 5.626 euro genoot en

  • -

    in een werkgeversverklaring valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij per 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd als projectleider in dienst trad en werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en dat hij een bruto-jaarsalaris van 70.320 euro genoot en dat hij een vakantietoeslag van 5.625 euro genoot en

  • -

    in een salarisspecificatie valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij in de periode 03/2008 157,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en dat hij tot en met de periode 03/2008 487,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en dat hij over de periode 03/2008 een bruto-salaris van 5.860,92 euro genoot en dat hij over de periode 03/2008 een netto-salaris van 3.411 euro genoot en

  • -

    in een salarisspecificatie valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat hij in de periode 04/2008 165,00 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en dat hij tot en met de periode 04/2008 652,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en dat hij over de periode 04/2008 een bruto-salaris van 5.860,92 euro genoot en dat hij over de periode 04/2008 een netto-salaris van 3.410,70 euro genoot en

  • -

    in een factuur valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld " [bedrijfsnaam 1] " en "factuur" en "factuurnr.: 15" en/of "hiermede doen wij u een rekening toekomen betreffende de uitgevoerde werkzaamheden" en "betreft: spuit werkzaamheden en schilderwerk" en "aangenomen werk" en "bedrag volgens afspraak" en "totaal: 11034";

3.

hij in de periode van 1 juni 2008 tot en met 30 september 2008 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen geschriften die bestemd waren om te dienen tot het bewijs van enig feit, namelijk een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie, vals heeft opgemaakt, immers hebben hij en zijn mededaders

  • -

    valselijk een werkgeversverklaring opgesteld of laten opstellen en in strijd met de waarheid in die werkgeversverklaring vermeld of laten vermelden dat [medewerker 2] per 1 april 2008 voor onbepaalde tijd als "dir.secretaresse" in dienst trad en werkzaam was bij het bedrijf [B.V. 1] en dat die [medewerker 2] een bruto-jaarsalaris van 26.548,90 euro genoot en dat die [medewerker 2] een vakantietoeslag van 2.123,90 euro genoot en

  • -

    valselijk een salarisspecificatie opgesteld of laten opstellen en in strijd met de waarheid in die salarisspecificatie vermeld of laten vermelden dat [medewerker 2] in de periode 07/2008 172,50 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en dat die [medewerker 2] tot en met de periode 07/2008 660,00 uren had gewerkt voor het bedrijf [B.V. 1] en dat die [medewerker 2] over de periode 07/2008 een bruto-salaris van 2.212,41 euro genoot en dat die [medewerker 2] over de periode 07/2008 een netto-salaris van 1.618 euro genoot,

met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

4.

hij in de periode van 1 december 2007 tot en met 15 september 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) van voorwerpen, te weten geldbedragen, de herkomst heeft verborgen en/of verhuld, terwijl hij en zijn mededader(s) wisten dat die voorwerpen -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf

en

hij in de periode van 1 maart 2008 tot en met 15 september 2010 te 's-Hertogenbosch een voorwerp, te weten een woning aan de [adres 1]
, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp middellijk afkomstig was uit enig misdrijf;

5.

hij op 15 september 2010 te 's-Hertogenbosch een wapen van categorie I onder 7º, te weten een nabootsing van een vuurwapen (een gasdrukpistool dat voor wat betreft vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen van het merk Walther, model P99), voorhanden heeft gehad;

7.

hij op 15 september 2010 te ’s-Hertogenbosch een hoeveelheid (38 pillen) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

B.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het onder 4. ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat de ten laste gelegde voorwerpen niet van enig misdrijf afkomstig waren.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

B.2.1

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof af dat verdachte de aankoop van de woning aan de [adres 1] heeft gefinancierd met een hypothecaire lening van Obvion N.V., welke lening verdachte – zoals onder 1. bewezen verklaard – heeft verkregen door het gebruik van valse geschriften. Aldus acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de woning middellijk afkomstig was uit enig misdrijf, hetgeen verdachte ook wist.

B.3.1

Ten aanzien van de onderwerpelijke geldbedragen stelt het hof voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van art. 420bis lid 1 onder a Sr opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf” niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp “uit enig misdrijf” afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als uit het dossier feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp.

Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaringen van de verdachte blijkende alternatieve herkomst van het voorwerp.

Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

B.3.2

Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen zijn de navolgende geldbedragen door [B.V. 1] giraal overgeboekt naar de rekening van verdachte:

  • -

    op 5 mei 2008 € 3.560,00 met als omschrijving “sal. april”;

  • -

    op 25 juni 2008 € 3.240,00 met als omschrijving “sal. juni”;

  • -

    op 1 september 2008 € 3.440,00 met als omschrijving “sal aug”.

Kort voorafgaand aan de overboekingen van 25 juni 2008 en 1 september 2008 werden telkens een of meer grote contante geldbedragen gestort op de rekening van [B.V. 1] waarmee kennelijk de overboekingen werden gefinancierd.

Het hof trekt uit de gebezigde bewijsmiddelen de conclusie dat tegenover de overgeboekte geldbedragen geen reële werkzaamheden van verdachte stonden, zodat men kennelijk heeft willen doen voorkomen dat de overgemaakte bedragen salaris vormden. Gelet daarop heeft verdachte naar het oordeel van het hof tezamen en in vereniging met een ander of anderen de herkomst van voormelde geldbedragen verhuld en/of verborgen.

B.3.3

De navolgende geldbedragen zijn door [B.V.2] giraal overgeboekt naar de rekening van verdachte:

  • -

    op 6 maart 2009 € 1.980,00 met als omschrijving “loon febr. rest 1460,- kontant”;

  • -

    op 1 april 2009 € 3.440,00 met als omschrijving “sal maart”;

  • -

    op 8 mei 2009 € 3.440,00 met als omschrijving “sal april”.

Kort voorafgaand aan elk van deze overboekingen werd een contant geldbedrag gestort op de rekening ten name van [naam 1] , de moeder van medeverdachte [medeverdachte 1] , welk bedrag vervolgens werd overgeboekt naar de rekening van [B.V.2] Medeverdachte [medeverdachte 1] maakte gebruik van de rekening ten name van [naam 1] en had het enige pasje van die rekening in zijn bezit. Kennelijk werden de overboekingen gefinancierd met de stortingen waarvan het hof uit de bewijsmiddelen afleidt dat deze werden verricht door medeverdachte [medeverdachte 1] .

Het hof trekt uit de gebezigde bewijsmiddelen de conclusie dat tegenover de overgeboekte geldbedragen geen reële werkzaamheden van verdachte stonden, zodat men kennelijk heeft willen doen voorkomen dat de overgemaakte bedragen loon of salaris vormden. Gelet daarop heeft verdachte naar het oordeel van het hof tezamen en in vereniging met in ieder geval medeverdachte [medeverdachte 1] de herkomst van voormelde geldbedragen verhuld en/of verborgen.

B.3.4

Voorts werd op 3 december 2009 een bedrag van € 3.550,00 overgemaakt van de rekening van [B.V.3] naar de rekening van verdachte met als omschrijving “salaris november”. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij dit geldbedrag contant van verdachte had gekregen met het verzoek van verdachte om dit als salaris naar zijn, verdachtes, rekening over te maken. Nu verdachte blijkens de gebezigde bewijsmiddelen geen dienstverband had met voormelde B.V. en evenmin werkzaamheden heeft verricht voor die B.V. dan wel voor [medeverdachte 2] , stelt het hof vast dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] de herkomst van voormeld geldbedrag heeft verhuld en/of verborgen.

B.3.5

Ten slotte werd op 25 februari 2010 een bedrag van € 3.550,00 overgemaakt van de rekening van [B.V. 4] naar de rekening van verdachte met als omschrijving “salaris februari”. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij dit geldbedrag contant van verdachte had gekregen met het verzoek van verdachte om dit naar zijn, verdachtes, rekening over te maken onder vermelding van “salaris februari”. Nu verdachte blijkens de gebezigde bewijsmiddelen geen dienstverband had met voormelde B.V. en evenmin werkzaamheden heeft verricht voor die B.V. dan wel voor [medeverdachte 3] , stelt het hof vast dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] de herkomst van voormeld geldbedrag heeft verhuld en/of verborgen.

B.3.6

Gelet op het vorenstaande heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen de herkomst van de hiervoor onder B.3.2 tot en met B.3.5 genoemde bedragen verhuld en/of verborgen. Gelet daarop is het vermoeden gerechtvaardigd dat deze geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Van verdachte mag derhalve worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van deze geldbedragen.

B.3.7

Het hof is van oordeel dat – nu verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare verklaring heeft gegeven voor de herkomst van voormelde geldbedragen – er geen andere conclusie mogelijk is dan dat het niet anders kan zijn dan dat deze geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte en zijn mededaders dat ook wisten.

B.4

Het hof verwerpt het verweer.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1. bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van valsheid in geschrift

en

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Het onder 3. bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

Witwassen

en

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Het onder 5. bewezen verklaarde levert op:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het onder 7. bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen

C.1

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat door het onder 1. en 3. bewezen verklaarde het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer mag worden gesteld in de echtheid van stukken als de onderhavige is verstoord;

- de omstandigheid dat door het onder 4. bewezen verklaarde witwassen inbreuk is gemaakt op de integriteit van het financiële en economische verkeer;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte ten aanzien van het onder 1. en 4. bewezen verklaarde kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin;

  • -

    de omstandigheid dat het onder 5. bewezenverklaarde gaat om het bezit van een imitatiewapen;

  • -

    de omstandigheid dat het bezit van een dergelijke wapen een groot risico voor de algemene veiligheid van personen veroorzaakt en dat dit – illegale – bezit vanwege de daaraan verbonden gevaarzetting een maatschappelijk kwaad is dat ernstig dient te worden bestraft.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof gelet op:

  • -

    de omstandigheid dat verdachte, blijkens het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 1 juni 2016, voorafgaand aan het bewezen verklaarde ter zake van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet en artikel 26 van de Wet wapens munitie onherroepelijk door de strafrechter is veroordeeld;

  • -

    de inhoud van het hem betreffend reclasseringsadvies d.d. 10 maart 2014 van Reclassering Nederland;

  • -

    de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Het hof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd. Dit leidt, in combinatie met het strafblad van de verdachte, in beginsel tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof ziet evenwel aanleiding thans geen straf op te leggen die nieuwe vrijheidsbeneming van de verdachte meebrengt.

Het hof neemt daarom in plaats van de overwogen onvoorwaardelijke gevangenisstraf een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen in combinatie met een taakstraf voor de duur van 240 uren tot uitgangspunt. Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de in voorarrest doorgebrachte tijd.

C.2

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen tot strafvermindering zou moeten leiden.

Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

De termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen verdachte een strafvervolging in te stellen. In het onderhavige geval ligt het begin van die termijn op 15 september 2010, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld.

Het vonnis in eerste aanleg is gewezen op 10 december 2012. Aldus is er sprake van een tijdsverloop van meer dan twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn tot aan de afronding van de behandeling in eerste aanleg, terwijl het hof onvoldoende omstandigheden aanwezig acht die dat tijdsverloop rechtvaardigen. Bij dat oordeel heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat, hoewel een deel van het tijdsverloop zijn oorzaak vindt in de onderzoekswensen van de verdediging, niet het gehele tijdsverloop daardoor kan worden verklaard.

De verdachte heeft op 17 december 2012 hoger beroep ingesteld. Het hof doet uitspraak meer dan 43 maanden na de datum waarop hoger beroep is ingesteld, terwijl het hof onvoldoende omstandigheden aanwezig acht die een zo langdurig tijdsverloop rechtvaardigen. Bij dat oordeel heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat, hoewel een deel van het tijdsverloop zijn oorzaak vindt in de onderzoekswensen van de verdediging, niet het gehele tijdsverloop daardoor kan worden verklaard.

Een en ander brengt met zich mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden, hetgeen in dit geval moet leiden tot strafvermindering.

Bij dit oordeel heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

Het hof ziet in de hiervoor geconstateerde schending van het recht van de verdachte op een openbare behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn aanleiding de taakstraf te verminderen en aan verdachte een taakstraf voor de duur van 200 uren op te leggen.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Beslag

Het blanco briefpapier en de enveloppen van [B.V. 1] zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn die tot het begaan van onder 1. bewezen verklaarde misdrijven zijn bestemd, terwijl niet is kunnen worden vastgesteld aan wie deze voorwerpen toebehoren.

Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven luchtdrukwapen, met betrekking tot welke het onder 5. ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Het busje en het gripzakje met pillen bevatten middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet en deze voorwerpen zullen op grond van het bepaalde in artikel 13a van de Opiumwet aan het verkeer worden onttrokken.

Van hetgeen verder in beslag genomen en nog niet teruggegeven is, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 56, 57, 225 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 6. ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2., 8. en 9. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1., 3., 4., 5. en 7. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 197 (éénhonderdzevenennegentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (éénhonderd) dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: blanco briefpapier en enveloppen van [B.V. 1] ( [naam 2] .H01.K.4.2).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    een luchtdrukwapen, Walther P99 ram, met houder ( [naam 2] .H01.W.L1.4);

  • -

    een gripzak met ampullen ( [naam 2] .H01.W.K3.1.1);

  • -

    een bus met hennep en gripzakje met pillen ( [naam 2] .H01.K.4.1).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    een agenda 2007 ( [naam 2] .H01.K.L1.2);

  • -

    diverse facturen/bonnen ( [naam 2] .H01.K.L1.3);

  • -

    diverse bankbescheiden ( [naam 2] .H01.K.L1.4);

  • -

    een blauw mapje met reisbescheiden ( [naam 2] .H01.K.L1.5);

  • -

    diverse bescheiden met betrekking tot voertuigen ( [naam 2] .H01.K.L2.1);

  • -

    diverse facturen/bonnen ( [naam 2] .H01.K.L2.2);

  • -

    bescheiden ABN-AMRO ( [naam 2] .H01.K.L2.3);

  • -

    diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.K.3.1);

  • -

    diverse bescheiden met betrekking tot voertuigen ( [naam 2] .H01.K.3.2);

  • -

    een stuk papier belastinggegevens ( [naam 2] .H01.K.3.3);

  • -

    bescheiden American Express ( [naam 2] .H01.K.4.3);

  • -

    een map met diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.K.4.4);

  • -

    een emmer met een zwarte substantie/poeder ( [naam 2] .H01.K.5)

  • -

    een factuur ( [naam 2] .H01.E.S2.1);

  • -

    een GSM, merk Nokia ( [naam 2] .H01.E.S2.2);

  • -

    diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.E.S2.1.2);

  • -

    een factuur ( [naam 2] .H01.E.S2.3);

  • -

    een handgeschreven notitie ( [naam 2] .VTG.1.1);

  • -

    een mapje met kentekenbewijs [kenteken] ( [naam 2] .VTG.1.3);

  • -

    diverse pasjes en bescheid consulaat ( [naam 2] .VTG.1.4);

  • -

    diverse bescheiden/facturen ( [naam 2] .VTG.1.5);

  • -

    diverse visitekaartjes ( [naam 2] .H01.W.L1.1);

  • -

    diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.W.L1.2);

  • -

    diverse gegevensdragers en simkaartjes ( [naam 2] .H01.W.L1.3);

  • -

    een notitieboek en diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.W.L2.1);

  • -

    diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.W.L3.1);

  • -

    meerdere autosleutels ( [naam 2] .H01.W.L2.2);

  • -

    diverse bescheiden en pasjes ( [naam 2] .H01.W.K1.1.1);

  • -

    een usb-stick ( [naam 2] .H01.W.K1.1.2);

  • -

    diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.W.K2.1.1);

  • -

    administratie [bedrijfsnaam 2] ( [naam 2] .H01.W.K2.2.1)

  • -

    diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.W.K3.1.2);

  • -

    diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.W.K3.2.1);

  • -

    diverse bescheiden in mapje ( [naam 2] .H01.G.1);

  • -

    een ordner met betrekking tot de woning aan de [adres 2] ( [naam 2] .H01.G.2);

  • -

    een usb-stick ( [naam 2] .H01.G.3);

  • -

    diverse bescheiden ( [naam 2] .H01.G.4).

Aldus gewezen door

mr. F. van Es, voorzitter,

mr. P.T. Gründemann en mr. P.M. Frielink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 4 augustus 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.