Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:3021

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-07-2016
Datum publicatie
18-07-2016
Zaaknummer
20-003767-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2013:6373, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden voor drie woninginbraken en drie pogingen daartoe. Een deel van die misdrijven heeft verdachte samen met een ander gepleegd.

Van de overige ten laste gelegde (pogingen tot) woninginbraken spreekt het hof verdachte vrij, omdat het dossier onvoldoende bewijs bevat om buiten redelijke twijfel te kunnen vaststellen dat de verdachte deze feiten heeft begaan.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 33
Wetboek van Strafrecht 33a
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003767-13

Uitspraak : 18 juli 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 15 november 2013 in de strafzaak met parketnummer 01-845151-13 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

wonende te [adres]

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraken door de rechtbank van de onder 2, 5 en 7 ten laste gelegde feiten. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open van een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom

niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen deze vrijspraken.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist, heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van het onder 13 ten laste gelegde en zal veroordelen ter zake van het onder 1, 3, 4, 6, 8, 9, 10, 11 en 12 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest, met een beslissing omtrent het beslag overeenkomstig het vonnis van de rechtbank.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 1, 3, 4, 9, 10, 11, 12 en 13 ten laste gelegde. Het onder 6 en 8 ten laste gelegde kan volgens de verdediging worden bewezen.

De verdediging heeft voorts een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover in hoger beroep nog aan de orde - ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 13 december 2012 te Erp, gemeente Veghel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit:

- een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een camera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of

- een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een sleutelbos, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;


3:
hij op of omstreeks 23 november 2012 te Geldermalsen ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan en/of vervolgens een raam heeft/hebben opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4:
hij op of omstreeks 25 november 2012 te Oss tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit:

- een woning gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen een of meer sieraden en/of horloges en/of een zonnebril en/of een vest, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of

- een woning gelegen aan de [adres 5] heeft weggenomen een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;


6:
hij op of omstreeks 6 december 2011 te Berghem, gemeente Oss, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer woningen gelegen aan de [adres 6] en/of de [adres 7] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woningen te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woningen is gegaan en/of vervolgens ramen heeft/hebben opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


8:
hij op of omstreeks 10 januari 2012 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 8] heeft weggenomen een of meer horloges en/of dvd's en/of blouses en/of twee paar schoenen en/of een weegschaal en/of een geldbedrag (125 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;


9:
hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2012 en 3 maart 2012 te Oss ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 9] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan en/of vervolgens een raam heeft/hebben opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10:
hij op of omstreeks 20 oktober 2012 te Tiel ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 10] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan en/of vervolgens een raam heeft/hebben opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


11:
hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2012 tot en met 10 maart 2012 te Heesch, gemeente Bernheze, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 11] heeft weggenomen een iPad en/of een of meer sieraden en/of beelden en/of flessen parfum en/of een geldbedrag (300 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;


12:
hij op of omstreeks 2 december 2011 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 12] heeft weggenomen een geldbedrag (750 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;


13:
hij op of omstreeks 3 december 2011 te Zeeland, gemeente Landerd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 13] heeft weggenomen een geldbedrag (460 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 3, 4, 9, 11, 12 en 13

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3, 4, 9, 11, 12 en 13 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken. Naar het oordeel van het hof bevat het dossier onvoldoende bewijs om buiten redelijke twijfel te kunnen vaststellen dat de verdachte deze feiten heeft begaan.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4 berust het bewijs op schoensporen die zijn aangetroffen op de plaats delict. Op grond van het vergelijkend schoenspooronderzoek van het in de woningen bedoeld in het onder 3 en 4 ten laste gelegde aangetroffen en veiliggestelde schoenspoor wordt geconcludeerd dat het schoenspoor waarschijnlijk (wat betreft het schoenspoor in de woning uit feit 3) respectievelijk mogelijk (betreffende het schoenspoor in de woning uit feit 4) is veroorzaakt door de linkerschoen die verdachte droeg tijdens zijn aanhouding op 27 februari 2013. Hiermee is een onvoldoende mate van zekerheid verkregen dat deze sporen inderdaad zijn veroorzaakt door die schoenen.

Met betrekking tot de feiten 9, 11, 12 en 13 berust het bewijs op werktuigsporen die zijn aangetroffen op de plaats delict. Ook hier komt de onderzoeker op grond van een vergelijkend werktuigsporenonderzoek tot de conclusie dat deze werktuigsporen waarschijnlijk zijn veroorzaakt door de schroevendraaier die is aangetroffen in de auto waarin verdachte ten tijde van zijn aanhouding op 27 februari 2013 reed. Hiermee is een onvoldoende mate van zekerheid verkregen dat deze sporen inderdaad zijn veroorzaakt door die schroevendraaier.

Zowel de Vakbijlage vergelijkend schoensporenonderzoek als de Vakbijlage vergelijkend werktuigsporenonderzoek geeft aan dat bij het formuleren van conclusies in het onderzoeksrapport gebruik wordt gemaakt van de volgende reeks:

Bevestigend: Is veroorzaakt

Zeer waarschijnlijk

Waarschijnlijk

Mogelijk

De vraag blijft open: Niet vastgesteld

Ontkennend: Niet aannemelijk

Waarschijnlijk niet

Niet

De conclusie dat het spoor waarschijnlijk door de onderzochte schoen/het onderzochte werktuig is veroorzaakt, acht het hof, bij afwezigheid van ander bewijs, ontoereikend om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat het spoor is veroorzaakt door de schoen/het werktuig van de verdachte.

Bijkomend bewijs kan in de onderhavige gevallen niet worden gevonden in een voor deze verdachte specifieke modus operandi.

Deze modus operandi (met name overdag en 's avonds inbreken in vrijstaande of twee-onder-een-kapwoningen, waarbij de toegang veelal werd verkregen door een raam of kozijn op de eerste verdieping (veelal slaapkamers) te verbreken met een schroevendraaier) is een veel gebruikte werkwijze en is daarmee onvoldoende onderscheidend.

Bijkomend bewijs kan evenmin worden gevonden in de veelheid van zaken. Immers, bewijs dat in de afzonderlijke zaken (bijvoorbeeld de feiten 9, 11, 12 en 13) als te zwak wordt beoordeeld, telt niet op tot sterk bewijs als deze zaken in onderling verband worden bezien, indien er geen ander verband tussen de zaken onderling en de verdachte kan worden vastgesteld.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 6, 8 en 10 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op 13 december 2012 te Erp, gemeente Veghel, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit:

- een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een camera, toebehorende aan [benadeelde partij 1] , en

- een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een sleutelbos, toebehorende aan [benadeelde partij 2] ,

waarbij hij, verdachte, en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;


6:
hij op 6 december 2011 te Berghem, gemeente Oss, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit woningen gelegen aan de [adres 6] en de [adres 7] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [benadeelde partij 6] respectievelijk aan [benadeelde partij 7] , en zich daarbij de toegang tot die woningen te verschaffen door middel van braak en inklimming, naar die woningen is gegaan en vervolgens ramen heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


8:
hij op 10 januari 2012 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 8] heeft weggenomen horloges en dvd's en blouses en twee paar schoenen en een weegschaal en een geldbedrag (125 euro), toebehorende aan [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] , waarbij hij, verdachte, en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

10:
hij op 20 oktober 2012 te Tiel ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 10] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [benadeelde partij 11] , en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak en inklimming, met zijn mededader naar die woning is gegaan en vervolgens een raam heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

De verdediging heeft - voor zover thans nog relevant - vrijspraak bepleit van het onder 1 en 10 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe - kort samengevat - het volgende aangevoerd.

Ter zake van het onder 1 ten laste gelegde

In de buurt van het perceel aan de [adres 1] te Erp is een zaklamp gevonden waarop DNA van verdachte is aangetroffen. Het betrof een speekselspoor. Deze zaklamp was niet afkomstig uit een van de twee woningen bedoeld in het onder 1 ten laste gelegde. Uit de camerabeelden afkomstig van de woning aan de [adres 2] te Erp blijkt weliswaar dat de dader van de inbraak een op een zaklamp gelijkend voorwerp in zijn mond houdt, maar bedacht moet worden dat de leeftijd van het spoor niet is vastgesteld. Daarbij komt dat verdachte weliswaar niet op grond van het signalement is uit te sluiten als dader, maar hij is ook niet herkend door een ooggetuige of door een getrainde agent op basis van de camerabeelden.

Voorts heeft de ter plaatse aangehouden verdachte [medeverdachte 1] verklaard dat hij samen was met [medeverdachte 2] . Tijdens een fotoconfrontatie ontkende hij dat hij verdachte kent.

Ter zake van het onder 10 ten laste gelegde

Op een perceel in de nabijheid van de woning waar geprobeerd is in te breken is een schroevendraaier gevonden, met daarop een speekselspoor. Dit heeft een DNA-match met verdachte opgeleverd. Hier geldt echter hetzelfde voor als voor de zaklamp bij het onder 1 ten laste gelegde: de schroevendraaier is niet afkomstig uit de betreffende woning en de leeftijd van het spoor is niet bepaald. Ook hier is op basis van de beschikbare beelden een signalement bekend dat verdachte niet uitsluit, maar van herkenning van verdachte als dader op de beelden is geen sprake.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Ter zake van het onder 1 ten laste gelegde

Onder 1 zijn aan verdachte twee woninginbraken in Erp, gemeente Veghel, ten laste gelegd, één in een woning aan de [adres 1] en één in een woning aan de [adres 2] . In beide gevallen is de woning betreden door het openbreken van een raam op de bovenverdieping (proces-verbaal van aangifte d.d. 13 december 2012, dossier map 1, pag. 120-121 en proces-verbaal van aangifte d.d. 14 december 2012, dossier map 1, pag. 158-159).

Uit de door de politie bekeken camerabeelden van de beveiligingscamera's van de woning aan de [adres 2] blijkt dat de inbraak in deze woning heeft plaatsgevonden op

13 december 2012 tussen 18.15 uur en 18.30 uur (proces-verbaal van bevindingen d.d.

9 april 2013, dossier map 1, pag. 160-161). De inbraak in de woning aan de [adres 1] is kort daarna gepleegd tussen 18.30 uur en 19.15 uur (proces-verbaal van bevindingen d.d.

9 april 2013, dossier map 1, pag. 160-161 in combinatie met het proces-verbaal van aangifte d.d. 13 december 2012, dossier map 1, pag. 120-121 (pand werd op 13 december 2012 om 18.20 uur verlaten) en het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 december 2012, die de daders op 13 december 2012 omstreeks 19.15 uur in die woning ziet: dossier map 1, pag. 123-124).

Op de genoemde camerabeelden is waargenomen dat een van de daders van de inbraak in de woning aan de [adres 2] gedurende de hele opname een voorwerp dat lijkt op een zaklampje in zijn mond heeft gehouden (proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 april 2013, dossier map 1, pag. 160-161).

Een getuige die in de tegenoverliggende woning aan het werk was, heeft door het raam van de woning aan de [adres 1] gezien dat een getinte man met donkere haren meermalen in die woning de trap afliep en weer opliep. De getuige is met zijn vader naar die woning gelopen en heeft aldaar aangebeld, waarna twee mannen via de tuin van die woning op de vlucht sloegen door over de schutting van die tuin aan de [adres 1] te klimmen (proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 december 2012, dossier map 1, pag. 123-124).

Op 14 december 2012 heeft de politie in de tuin van het perceel aan de [adres 1] onder de haag voor de linker houten schutting, derhalve op de vluchtroute van de twee daders, een zaklampje gevonden. De achterzijde van het lampje is door de politie bemonsterd op de aanwezigheid van speeksel (proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 18 december 2012, dossier map 1, pag. 138-139). Het DNA-profiel van dat speeksel matcht met dat van verdachte (Rapport Resultaten DNA-onderzoek d.d. 21 januari 2013, dossier map 1, pag. 144, bijlage DNA-profielcluster 19127, dossier map 1, pag. 147 en een briefrapport van het NFI d.d. 15 december 2011, met bijlage, dossier map 1, pag. 146 en 152).

Gelet op het feit dat :

  • -

    in een korte tijdspanne twee woninginbraken zijn gepleegd, in woningen die volgens de ANWB-routeplanner op 600 meter van elkaar gelegen zijn,

  • -

    de waarnemingen van de politie op de camerabeelden van de woning aan het [adres 2] en van de getuige van de woninginbraak aan de [adres 1] dat het bij die inbraken steeds 2 daders betrof

  • -

    een van de daders van de eerste inbraak aan het [adres 2] een op een zaklamp gelijkend voorwerp in zijn mond hield, terwijl op de vluchtroute van de daders van de tweede woninginbraak aan de [adres 1] een zaklamp is gevonden met daarop het DNA-materiaal van verdachte,

acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze twee inbraken tezamen met een ander heeft gepleegd. Dat de leeftijd van het DNA-spoor op de zaklamp niet is vastgesteld doet daaraan niet af, nu verdachte geen enkele, laat staan een geloofwaardige, verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA-materiaal op een zaklamp die één dag na de inbraken op de vluchtroute van de twee daders is aangetroffen.

Ter zake van het onder 10 ten laste gelegde

De poging tot inbraak in de woning aan de [adres 10] te Tiel is blijkens de aangifte gepleegd op 20 oktober 2012 na 16.00 uur (proces-verbaal van aangifte d.d. 10 november 2012, aanvullend dossier, pag. 38-39). De avond van de inbraak hebben de bewoners van [adres 14] een klap gehoord afkomstig uit de tuin van [adres 10] , waarbij een van die bewoners van [adres 14] twee personen in die tuin heeft gezien (proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 oktober 2012, aanvullend dossier, pag. 40). Op 20 oktober 2012 kwam bij de politie om 22.12 uur een melding binnen dat werd ingebroken in [adres 10] door twee personen aan de achterkant via het dakraam (ambtsproces-verbaal d.d. 17 juli 2013, aanvullend dossier, pag. 11). Toen de politie ter plaatse ging, werd de politie door een buurtbewoner erop gewezen dat twee personen over de schuttingpoort van perceel [adres 15] waren gesprongen (proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2013, aanvullend dossier, pag. 41).

Uit de camerabeelden van de tuin van het perceel aan de [adres 15] te Tiel is gebleken dat een van beide daders (dader 1) zijn haar had gebonden in een lange paardenstaart (proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2013, aanvullend dossier, pag. 42). Het hof stelt vast dat verdachte tijdens zijn aanhouding op 27 februari 2013 lang haar had (dossier map 1, pag. 55-57).

Op de camerabeelden is tevens te zien dat dader 1 tijdens het rennen naar en klimmen op het hek naar het platte dak van de woning aan de [adres 10] een op een pijpje gelijkend voorwerp in zijn mond doet (proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2013, aanvullend dossier, pag. 42).

Op 21 oktober 2012 is door de politieambtenaar [verbalisant 1] in de achtertuin van een perceel aan de [adres 16] te Tiel een schroevendraaier aangetroffen. Van de basispolitiezorg had [verbalisant 1] vernomen dat de dader van de inbraak aan de [adres 10] te Tiel bij de vlucht onder andere in deze achtertuin was terechtgekomen (proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 31 oktober 2012, aanvullend dossier, pag. 47-48).

Het hof heeft op basis van raadpleging van twee openbare bronnen op internet, Google Maps en Google Earth, vastgesteld dat de percelen [adres 15] te Tiel en [adres 16] te Tiel naast elkaar zijn gelegen.

Op de steel van de aangetroffen schroevendraaier is een speekselspoor aangetroffen waarvan het DNA-profiel matcht met dat van verdachte (proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 31 oktober 2012, aanvullend dossier, pag. 48, het proces-verbaal aanwezig opsporingsambtenaar bij afname celmateriaal ter bepaling DNA-profiel d.d. 28 februari 2013, dossier map 1, pag. 95 en het DNA-rapport van het NFI d.d. 25 juli 2013 (afzonderlijk opgenomen in het dossier).

Ook hier geldt dat verdachte geen enkele, laat staan geloofwaardige verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA-materiaal op deze op de vluchtroute van de daders van de woninginbraak aan de [adres 10] te Tiel aangetroffen schroevendraaier.

Gelet op het vorenstaande, acht het hof dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze poging tot woningbraak heeft gepleegd.

De verweren worden verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming,

meermalen gepleegd.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, meermalen gepleegd.

Het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het onder 10 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich, al dan niet tezamen met zijn mededader, schuldig gemaakt aan een drietal woninginbraken en aan een drietal pogingen daartoe.

Zoals de rechtbank heeft overwogen, is de woning bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Een inbraak in een woning brengt gevoelens van angst en onveiligheid bij de samenleving in het algemeen en bij de bewoners in het bijzonder. Daarnaast brengt een woninginbraak voor de benadeelden schade en overlast met zich mee.

Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven.

Het hof rekent het verdachte voorts aan dat, voor zover bekend, hij zijn verblijf in Nederland vooral heeft gebruikt om woninginbraken te plegen.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op het vorenstaande en op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

De rechtbank heeft de verdachte een gevangenisstraf opgelegd van vier jaren ter zake van dertien gevallen van (poging tot) diefstal door middel van braak/inklimming in vereniging.

Het hof komt tot in totaal zes bewezenverklaringen, dus ongeveer de helft van het aantal door de rechtbank bewezenverklaarde misdrijven, en zal de helft opleggen van de door de rechtbank opgelegde straf.

Beslag

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Van hetgeen overigens in beslag is genomen en nog niet is teruggegeven zal de teruggave aan verdachte worden gelast, zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Voorlopige hechtenis

Ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep op 4 juli 2016 verbleef de verdachte in voorlopige hechtenis. Bij afzonderlijke beslissing d.d. 7 juli 2016 heeft het hof de voorlopige hechtenis opgeheven met onmiddellijke ingang, zulks met het oog op art. 67a lid 3 Sv. Dientengevolge verblijft de verdachte op de dag van de onderhavige uitspraak niet meer in voorlopige hechtenis ter zake van deze zaak en hoeft het hof in dit arrest geen beslissing meer te geven over de voorlopige hechtenis.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing van de rechtbank tot vrijspraak van het onder 2, 5 en 7 ten laste gelegde;

Vernietigt het vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3, 4, 9, 11, 12 en 13 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 6, 8 en 10 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 6, 8 en 10 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een schroevendraaier;

- een zaklampje;

- een paar handschoenen..

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een mobiele telefoon, merk Samsung, kleur wit;

- een mobiele telefoon, merk Samsung, kleur grijs;

- een paar schoenen, merk Nike, type Free Run 2, maatvoering 42,5;

- een zwart etui met daarin een creditcard op naam van verdachte, twee bankbiljetten van 5 euro en een bankbiljet van 10 Poolse Zloty;

- een paspoort op naam van de verdachte en zijn Poolse verblijfskaart;

- een TomTom, type Live.

Aldus gewezen door

mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,

mr. C.M. Hilverda en mr. O.A.J.M. Lavrijssen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,

en op 18 juli 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.