Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:2651

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-06-2016
Datum publicatie
22-08-2016
Zaaknummer
200.179.216/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

VvE-zaak; bekrachtiging in hoger beroep van verzoek ex artikel 5:121 BW (vervangende machtiging).

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 5 121
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2454
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak : 23 juni 2016

Zaaknummer : 200.179.216/01

Zaaknummer eerste aanleg : 3890493 15-114

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

verweerder in het provisioneel verzoek,

hierna te noemen: [appellant] ,

advocaat: mr. H.P. Verheyen,

tegen

(het bestuur van) de Vereniging van Eigenaars Residentie [Residentie] - [woonplaats] (appartementsgebouw [X] ),

gevestigd te [woonplaats] ,

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

verzoekster in het provisioneel verzoek,

hierna te noemen: de VvE,

advocaat: mr. K. Zeylmaker.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, Kanton Eindhoven, van 24 juli 2015.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 oktober 2015, heeft [appellant] onder aanvoering van vijf grieven verzocht voormelde beschikking te vernietigen en alsnog de door de VvE verzochte machtiging te weigeren.

2.2.

Bij verweerschrift in principaal appel met producties, ingekomen ter griffie op 7 december 2015, heeft de VvE verzocht de grieven van [appellant] ongegrond te verklaren en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.

In het beroepschrift in incidenteel appel c.q. wijziging van eis verzoekt de VvE onder meer om de vervangende machtiging voor de duur van twee jaar te laten ingaan per datum van de beschikking van het hof, en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Bij provisioneel verzoek ex artikel 223 Rv juncto artikel 234 Rv heeft de VvE verzocht om de beschikking van de kantonrechter alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit verzoek is ter zitting in hoger beroep evenwel weer ingetrokken.

2.3.

Bij verweerschrift in incidenteel appel tevens verweerschrift tegen de provisionele vordering, ingekomen ter griffie op 15 januari 2016, heeft [appellant] zich, kort gezegd, verzet tegen de gevraagde uitvoerbaar bij voorraadverklaring. [appellant] heeft het hof verzocht om de beschikking van de kantonrechter ten aanzien van het niet uitspreken van een uitvoerbaar bij voorraadverklaring, te bekrachtigen.

2.4.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 april 2016. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [appellant] ;

- mr. Verheyen, advocaat van [appellant] ,

- mevrouw [voorzitter] , voorzitter van de VvE,

- mr. Zeylmaker, advocaat van de VvE.

Tevens zijn verschenen als belanghebbenden:

- mevrouw [bestuurslid 1] , lid van het bestuur van de VvE;

- de heer [bestuurslid 2] , lid van het bestuur van de VvE;

- de heer [bestuurslid 3] , lid van het bestuur van de VvE;

- de heer [lid 1] , lid van de VvE;

- de heer [lid 2] , lid van de VvE;

- de heer [lid 3] , lid van de VvE;

- mevrouw [lid 4] , lid van de VvE;

- de heer [lid 5] , lid van de VvE;

- mevrouw [lid 6] , lid van de VvE.

2.5.

Het hof heeft voorts kennis genomen van:

- de stukken van de eerste aanleg, ingekomen op 20 oktober 2015;

- de door (hierboven bedoelde) mevrouw [voorzitter] ter zitting in hoger beroep overgelegde foto’s.

3 De beoordeling

3.1.

[appellant] is eigenaar van een appartementsrecht dat hem van rechtswege lid doet zijn van de VvE. Als eigenaar van het appartement met nr. [E] heeft hij een appartementsrecht op de bovenste etage, derhalve een ‘dakappartement met dakterras’.

3.2.

Het dakterras van [appellant] vormt tevens het plafond van het balkon het appartement van de heer en mevrouw [lid 3] met nummer [D] , dat gelegen is onder het appartement van [appellant] . De heer en mevrouw [lid 3] klagen over een lekkage ter hoogte van het plafond boven hun balkon. De VvE wenst dat [appellant] een dakdekker de toegang tot zijn dakterras verschaft teneinde deze gestelde lekkage op te sporen en te repareren. [appellant] weigert echter deze toestemming te geven.

Voorts stelt de VvE dat er een probleem is met de mechanische ventilatie in het appartementencomplex: te weten de ventilatieschacht die wordt gedeeld door het appartement van [appellant] , nr. [E] , met dat van de vier verticaal onder elkaar gelegen appartementen, de appartementen met nrs. [A] , [B] , [C] en [D] . De lucht in deze ventilatieschacht wordt van onderaf aangezogen en op het dak weer uitgestoten. In de ondergelegen appartementen is volgens de VvE sprake van roetuitslag en/of van stankoverlast en/of wordt geen lucht afgezogen maar daarentegen ingeblazen. Dit zou niet moeten mogen; kennelijk is er volgens de VvE sprake van een defect. Andere (gedeelde) ventilatieschachten in andere appartementen leveren geen problemen op, volgens de VvE. [appellant] is de enige eigenaar van genoemde verticaal onder elkaar gelegen appartementen die geen toestemming heeft gegeven om zijn mechanische afzuiging te laten controleren.

3.3.

In de beschikking waarvan beroep heeft de kantonrechter op voet van artikel 5:121 BW de VvE een vervangende machtiging verleend voor de duur van twee jaren vanaf de datum van de beschikking ter betreding, al dan niet met behulp van de sterke arm, van het privégedeelte van [appellant] gelegen in het appartementencomplex aan [straatnaam A-Z] te [woonplaats] , teneinde werkzaamheden te (doen) verrichten in de ruimste zin van het woord aan het daar aanwezige (gedeelte van het) mechanische ventilatiesysteem en het dak(terras) in verband met lekkageproblemen bij de onderburen. Daarbij heeft de kantonrechter onder meer bepaald dat alle kosten die redelijkerwijs met de betreding van het privégedeelte gepaard gaan voor rekening van [appellant] komen.

Hiertegen keren zich de grieven (in het principaal appel).

3.4.

Grief I.

3.4.1.

In deze grief stelt [appellant] dat de vervangende machtiging als bedoeld in artikel 5:121 BW ten onrechte is verleend omdat niet is voldaan aan de in dat artikel genoemde eis dat hij zonder redelijke grond geen medewerking heeft verleend. [appellant] bestrijdt dat er problemen zijn met het mechanische ventilatiesysteem en dat er lekkage is aan de buitenkant van het balkon van zijn onderburen, althans dat men daarvoor de oplossing in zijn privé-gedeelten moet zoeken. Er is sprake van een dieperliggend conflict tussen het bestuur van de VvE en [appellant] ; op allerlei mogelijke manieren probeert het bestuur van de VvE [appellant] te dwarsbomen, door hem te storen in zijn woongenot en privacy. [appellant] verklaart zich bereid om aan een oplossing bij te dragen. Gelet op alle feiten en omstandigheden heeft [appellant] dan ook niet zonder redelijke grond zijn medewerking en/of toestemming geweigerd.

3.4.2.

De grief van [appellant] is drieledig; allereerst voert [appellant] aan dat er geen sprake is van technische mankementen. Hiertoe verwijst [appellant] in het beroepschrift naar zijn standpunt in eerste aanleg, waaronder – zo begrijpt het hof – een brief van 25 april 2015 (bijlage 4 bij processtukken eerste aanleg). [appellant] suggereert dat de oorzaak van de gestelde lekkage zou kunnen zijn inwaaiende regen of condensvorming.

3.4.3.

Allereerst merkt het hof op dat – anders dan [appellant] ter zitting in hoger beroep heeft aangegeven ‘wie stelt moet bewijzen’ – dit in de onderhavige zaak niet betekent dat de VvE ook onomstotelijk moet bewijzen dat er daadwerkelijk sprake is van een lekkage en niet van inwaaiende regen of condensvorming. Evenmin dient de VvE onomstotelijk te bewijzen dat de oorzaak voor het inblazen van roetdeeltjes te vinden is in het appartement van [appellant] . De VvE dient slechts aannemelijk te maken dat er redelijke grond is om onderzoek te verrichten ter hoogte van/in/aan het privégedeelte van [appellant] .

3.4.4.

Ten aanzien van de mogelijke lekkage verwijst het hof naar een schrijven van de bewoner van het onder [appellant] gelegen appartement nr. [D] , de heer [lid 3] . De heer [lid 3] schrijft in een verklaring van 26 november 2015 (productie 14 bij het verweerschrift van de VvE) dat hij al ruim anderhalf jaar (hof: dus minst genomen vanaf voorjaar 2014) een lekkage in het plafond van zijn balkon heeft. De dakbedekker, de firma [dakdekkersbedrijf] , constateerde de lekkage. De heer [lid 3] is bang voor de uitbreiding van betonrot en durft het balkon niet meer goed te betreden.

Voorts schrijft de heer [dakdekker] van dakdekkersbedrijf [dakdekkersbedrijf] op 3 september 2014 aan [appellant] (bijlage bij productie 2 bij het inleidend verzoekschrift, productie 1 van de stukken van eerste aanleg) dat zij (hof: het bedrijf [dakdekkersbedrijf] ) op 14 juli 2014 nr. [D] hebben bezocht en daar extra onderzoek hebben gedaan naar de mogelijkheden dat het water van een andere plek afkomstig is, maar dat zij dit niet hebben kunnen constateren en ‘derhalve toch bij u op het terras moeten kijken’. Deze verklaringen geven naar het oordeel van het hof voldoende aanleiding om te vermoeden dat er sprake zou kunnen zijn van een lekkage ter hoogte van het dakterras van [appellant] /plafond van het balkon van [lid 3] . Uit de verklaring van de dakdekker leidt het hof af dat er voldoende reden is om verder onderzoek te doen en eventueel een reparatie te verrichten op/ter hoogte van het dakterras van [appellant] ter hoogte van het plafond boven het balkon van appartement nr. [D] . Daarmee is de onderzoeks- en eventuele reparatiewens van de VvE dus alleszins gerechtvaardigd althans berust die wens op redelijke grond.

3.4.5.

Voor wat betreft de klachten ten aanzien van het mechanische ventilatiesysteem (roetdeeltjes en/of stank en/of blazen in plaats van afzuigen) overweegt het hof dat de heer [lid 3] , bewoner van appartement nr. [D] , in zijn verklaring van 26 november 2015 (productie 14 bij het verweerschrift van de VvE) heeft geschreven dat ongeveer drie jaar geleden de monteurs van Comfort Service geconstateerd hebben dat er van tijd tot tijd roetdeeltjes naar binnen werden geblazen in de badkamer.

In een gezamenlijke verklaring van 25 november 2015 (productie 14 bij het verweerschrift van de VvE schrijven de heer [lid 1] (eigenaar appartement met nr. [B] ) en mevrouw [eigenaar] (appartement nr. [C] ) dat zij al jaren last hebben van roetafzetting in hun slaapkamers, in de badkamer en op het toilet. In het appartement met nr. [C] is bovendien sprake van ernstige roetafzetting in de woonkamer.

Comfort Services heeft op verzoek van het bestuur van de VvE op locatie een onderzoek verricht op 21 maart 2013. Comfort Services heeft in een e-mailbericht van 26 maart 2013 bericht dat na controle het vermoeden is ontstaan dat de bewoner op de bovenste verdieping het ventilatiesysteem niet gebruikt zoals het hoort, waardoor er problemen in de onderliggende appartementen ontstaan (bijlage 12 bij verweerschrift in hoger beroep).

Het hof leidt hieruit af dat tenminste drie verticaal onder [appellant] wonende bewoners van drie verschillende appartementen klachten ervaren van de gezamenlijke ventilatieschacht en de luchtvoorziening en dat dit is geverifieerd door monteurs van Comfort Services. Dat er bij [appellant] onderzoek wordt gedaan naar de werking van de ventilatieschacht en de klachten is derhalve alleszins gerechtvaardigd althans berust die wens op redelijke grond. Onweersproken is dat monteurs geen oorzaak hebben kunnen vinden in de verticaal onder [appellant] gelegen appartementen. Reeds hieruit volgt naar het oordeel van het hof dat er logischerwijs en in elk geval redelijkerwijs geen andere mogelijkheid is dan thans over te gaan tot onderzoek aan de ventilatieschacht in het appartement van [appellant] ; andere mogelijkheden tot onderzoek zijn immers uitgeput.

3.4.6.

De stelling van [appellant] dat de huidige verzoeken slechts zijn ingegeven uit rancune en/of motieven van ‘wegpesten’ zijn niet aannemelijk gemaakt.. Hoewel het hof kennis heeft genomen van de tekst van de heer [lid 3] dat men al jaren bezig is om [appellant] weg te pesten en ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de verhouding tussen [appellant] enerzijds en enkele andere bewoners anderzijds slecht is, neemt niet weg dat uit onafhankelijk onderzoek door het dakdekkersbedrijf blijkt dat er mogelijk daadwerkelijk sprake is van een technisch probleem. Ook hebben monteurs gekeken naar de ventilatieschacht. Bovendien ziet, ook al gelet op de wenselijkheid en noodzakelijkheid het technische probleem op adequate wijze op te lossen, het hof in alle redelijkheid niet in dat het – op afspraak – sturen van een monteur naar de privé-gedeelten van het appartementsrecht van [appellant] valt te kwalificeren als ‘pesten’.

3.4.7.

Tot slot stelt [appellant] in grief I dat het vragen van vervangende toestemming niet nodig is omdat door hem niet zonder redelijke grond wordt geweigerd. Gelet op het bovenstaande is het hof echter van oordeel dat verder onderzoek naar de mogelijke lekkage en naar de ventilatieschacht geïndiceerd is en dat [appellant] ten onrechte voor dergelijk onderzoek geen toestemming heeft verleend. Door dergelijk onderzoek, dat in het privé-gedeelte van [appellant] appartementsrecht plaats moet vinden, te weigeren, weigert, [appellant] naar het oordeel van het hof, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen, zonder redelijke grond (het bestuur van) de VvE, althans door hen ingeschakelde opdrachtnemers, de toegang tot zijn privé-gedeelte. Het verweer van [appellant] dient derhalve te worden verworpen. In dit verband wijst het hof er nog op dat de verhouding tussen appartementseigenaars wordt beheerst door de redelijkheid en de billijkheid.

De stelling van [appellant] dat hij bereid is actief mee te werken, is weliswaar ter zitting in hoger beroep door [appellant] herhaald, maar deze stelling is verder niet geconcretiseerd en door [appellant] is in ieder geval ook geen ‘harde’ toezegging gedaan dat hij monteurs zal binnenlaten. Het hof gaat er derhalve aan voorbij.

3.4.8.

Het hof is aldus van oordeel dat de door de VvE verzochte vervangende toestemming nodig is om onderzoek te (laten) doen en zo nodig reparaties te verrichten aan de ventilatieschacht/het afzuigsysteem, alsmede aan het dak(terras) en dat, nu [appellant] zonder redelijke grond zijn medewerking heeft geweigerd, de door de VvE verzochte vervangende machtiging toewijsbaar is. Wel zal het hof daarbij bepalen dat de toegang slechts wordt verleend aan monteurs en dakdekkers e.d., en niet aan bestuursleden of andere leden van de VvE.

3.5.

Grief II

3.5.1.

In grief II voert [appellant] aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat toegang tot het privé-gedeelte van [appellant] noodzakelijk is. De VvE zou deze noodzaak onvoldoende hebben aangetoond. [appellant] stelt dat het in casu niet gaat om objectief vastgestelde problemen maar om beweringen van de VvE. Het had voor de hand gelegen als de VvE door middel van onafhankelijke deskundigenverklaringen (niet van de firma [dakdekkersbedrijf] of Comfort Services) haar standpunt had onderbouwd, aldus [appellant] .

3.5.2.

Het hof volgt de stelling van [appellant] niet. Het hof is van oordeel – zoals hierboven reeds beschreven – dat op basis van de klachten van zowel bewoners als op basis van onderzoek door de firma [dakdekkersbedrijf] respectievelijk Comfort Services voldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van technische problemen en dat hiertoe, gelet op het voorgaande (i.h.b. ten aanzien van grief I), onderzoek noodzakelijk is in de privé-gedeelten van [appellant] . Dat de precieze aard van die technische problemen nog niet kan worden vastgesteld, heeft te maken met de omstandigheid dat het technisch onderzoek nog niet afgerond is doordat [appellant] de dakdekker c.q. monteur geen toegang heeft verleend.

Waarom onderzoek nodig zou zijn door andere bedrijven dan [dakdekkersbedrijf] respectievelijk Comfort Services, is door [appellant] niet nader onderbouwd, noch anderszins aannemelijk geworden. Het enkele gegeven dat [dakdekkersbedrijf] respectievelijk Comfort Services door het bestuur van de VvE zijn ingeschakeld om onderzoek te doen, maakt niet dat hun bevindingen niet onafhankelijk zouden zijn. Het hof verwerpt de grief.

3.6.

Grief III.

3.6.1.

In de toelichting op deze grief stelt [appellant] dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het verlenen van een machtiging voor de duur van twee jaren. Uit artikel 5:121 BW zou blijken dat alleen machtiging kan worden verleend voor een bepaalde handeling, niet voor een reeks van handelingen of handelingen die zich over een periode van twee jaren uitstrekken.

3.6.2.

Zoals het hof reeds heeft overwogen in een eerdere zaak van [appellant] van 14 maart 2012 (ECLI:NL:GHSHE:2012:BV8885), is naar het oordeel van het hof de rechtsopvatting van [appellant] onjuist. In die eerdere zaak heeft het hof (in r.o. 3.4.2.) overwogen: uit de woorden ‘voor het verrichten van een bepaalde handeling’ in artikel 5:121 BW kan zijn opvatting niet worden afgeleid. De woorden houden mede de mogelijkheid in zich om, zoals hier het geval, machtiging te verlenen voor het noodzakelijk onderhoud, de noodzakelijke reparaties en de vereiste controles op het functioneren van het systeem gedurende een bepaalde periode. Van de VvE kan niet worden verlangd dat zij ten aanzien van een onwillige appartementseigenaar zich telkenmale tot de kantonrechter moet wenden om vervangende machtiging te verkrijgen. Ook thans is dit het oordeel van het hof. De grief faalt mitsdien.

3.7.

Grief IV

3.7.1.

In grief IV klaagt [appellant] dat de kantonrechter een te ruime machtiging heeft verleend, namelijk ‘teneinde werkzaamheden te (doen) verrichten in de ruimste zin des woords aan het daar aanwezige (gedeelte van het ) mechanisch ventilatiesysteem en het dak(terras) in verband met lekkageproblemen bij de onderburen.

Vastgesteld wordt dat de klachten wel duidelijk zijn, maar de oorzaak niet. Er is immers nog geen onderzoek verricht in/aan/op de privé-gedeelten van [appellant] en eventuele oorzaken van zowel het ventilatiesysteem als de lekkage zijn nog niet gevonden. Een nauwkeuriger beschrijving van de handelingen (door [appellant] ‘een concreet plan’ genoemd) waartoe de machtiging strekt is derhalve thans niet te maken.

Het is bovendien niet aan [appellant] om te bepalen welk onderzoek en welke eventuele reparaties moeten worden verricht. Het hof verwerpt de grief.

3.8.

Grief V.

3.8.1.

In grief V klaagt [appellant] dat de kantonrechter heeft overwogen dat ‘alle kosten die redelijkerwijs met de betreding van het privégedeelte gepaard gaan voor rekening van [appellant] komen’, terwijl de VvE heeft aangegeven de kosten van het leegruimen van het dakterras voor rekening van de VvE zou komen. De beschikking is op dit punt niet duidelijk, aldus [appellant] .

3.8.2.

Ter zitting in hoger beroep is door de voorzitter van de VvE op dit punt verklaard dat de kosten van het dakonderzoek, van de dakreparatie en het verwijderen van de terrastegels voor de VvE zijn. Alle overige kosten voor het verwijderen van plantenbakken en/of het toegang verschaffen tot het dak, derhalve alle kosten ‘tot aan de terrastegels’, worden door de VvE niet vergoed en dienen door [appellant] zelf gedragen te worden. Het hof schaart zich achter dit standpunt en constateert dat de beschikking waarvan beroep, meer in het bijzonder het dictum van deze beschikking op dit punt nadere verduidelijking behoeft. In zoverre slaagt de grief.

3.9.

Het hof is van oordeel dat de VvE voldoende belang heeft bij haar verzoek (in incidenteel appel) om de vervangende machtiging voor de duur van twee jaar te laten ingaan per datum van de beschikking van het hof, en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

[appellant] heeft tegen het eerste gedeelte van dit verzoek geen verweer gevoerd. Het hof zal het verzoek toewijzen als hierna in het dictum vermeld.

Voor wat betreft het tweede gedeelte van het verzoek, de verzochte uitvoerbaar bij voorraad verklaring gaat het hof voorbij aan de bezwaren hiertegen van [appellant] . Reeds in de omstandigheid dat in deze zaak sprake is van langdurige problematiek ziet het hof aanleiding tot de uitvoerbaar bij voorraadverklaring. De stelling van [appellant] dat er geen sprake zou zijn van een dermate acute situatie dat een uitvoerbaar bij voorraad verklaring moet worden verleend doet daaraan niet af.

In zoverre slaagt het incidenteel appel.

3.10.

Het hof zal de beschikking waarvan beroep vernietigen, en onder aanvulling c.q. verduidelijking van enkele specifieke onderdelen ten aanzien van de termijn, de toegang en de kosten -met uitvoerbaar bij voorraad verklaring- opnieuw rechtdoen .

De vervangende machtiging zal worden verleend

  • -

    met dien verstande dat de tweejaarstermijn zal aanvangen op de datum van de beschikking van het hof;

  • -

    met dien verstande dat de toegang tot het privé-gedeelte van [appellant] slechts wordt verleend aan de monteur(s) en de dakdekker(s);

  • -

    met dien verstande dat alle kosten vanaf het verwijderen van de tegels van het dakterras voor rekening van de VvE komen en alle overige kosten die gepaard gaan met het verschaffen van toegang tot de privé-gedeelten van [appellant] voor rekening van [appellant] zijn;

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep, zoals ook door de VvE is verzocht.

Voor toewijzing van nakosten ziet het hof geen aanleiding.

4 De uitspraak

Het hof:

verstaat dat het provisionele verzoek is ingetrokken;

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

opnieuw rechtdoende:

verleent het bestuur van de VvE een vervangende machtiging voor de duur van twee jaren vanaf de datum van deze beschikking van het hof ter betreding door (slechts) de monteur(s) en de dakdekker, al dan niet met behulp van de sterke arm, van het privégedeelte van [appellant] gelegen in het appartementencomplex aan [straatnaam A-Z] -, teneinde werkzaamheden te (doen) verrichten in de ruimste zin van het woord aan het daar aanwezige (gedeelte van het) mechanische ventilatiesysteem en het dak(terras) in verband met lekkageproblemen bij de onderburen;

bepaalt dat alle kosten vanaf het verwijderen van de tegels van het dakterras voor rekening van de VvE komen en alle overige kosten die gepaard gaan met het verschaffen van toegang tot c.q. betreding van de privé-gedeelten van [appellant] voor rekening van [appellant] komen (een en ander als nader toegelicht in deze beschikking onder 3.8.2.);

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van de VvE op € 711,- aan griffierecht en op € 2.235,- aan salaris advocaat, en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. L.Th.L.G. Pellis, A .P. Zweers-van Vollenhoven en C.N.M. Antens en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2016.