Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:2614

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-06-2016
Datum publicatie
31-10-2017
Zaaknummer
200.121.791_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:846
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

woord- en beeldmerk

zie voorts:

ECLI:NL:GHSHE:2014:2154

ECLI:NL:GHSHE:2016:846

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.121.791/01

arrest van 28 juni 2016

in de zaak van

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. H. Dijks te Enschede,

tegen

[de Duitse vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] , Duitsland,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.A.J. Kemps te Eindhoven,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 15 juli 2014 en 8 maart 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 113004/HA ZA 11-640 gewezen vonnis van 26 september 2012.

9 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 8 maart 2016;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van partijen van 31 mei 2016.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

10 De verdere beoordeling

10.1.

Het hof verwijst naar en volhardt bij de tussenarresten van 15 juli 2014 en 8 maart 2016.

10.2.

Bij laatstgenoemd arrest heeft het hof geoordeeld dat:

  • -

    van de vier gestelde tekortkomingen er twee waren komen vast te staan, een niet, en dat de vierde niet meer van belang was, en

  • -

    dat het bij de twee vastgestelde tekortkomingen ging om cruciale tekortkomingen welke ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigden.

10.3.

De ontbinding leidt ertoe dat de vordering in reconventie – welke inhield: betaling van nog niet betaalde, doch wel uitgevoerde – werkzaamheden dient te worden afgewezen, ofwel omdat deze voortvloeiden uit de ontbonden overeenkomst, ofwel omdat deze betrekking hadden op vergeefse herstelpogingen.

10.4.

Voorts leidt deze ontbinding tot de verplichting van [de Duitse vennootschap] om hetgeen [de vennootschap] op de overeenkomst reeds betaald had, terug te betalen.

10.5.

Deels vond die bedoelde betaling eerst plaats na en als gevolg van het vonnis in eerste aanleg. Al hetgeen krachtens dat vonnis is betaald dient eveneens te worden terug betaald.

10.6.

De vastgestelde tekortkoming leidt tot de verplichting om daardoor ontstane schade te vergoeden.

10.7.

[de vennootschap] heeft vergoeding van schade, op te maken bij staat gevorderd. Het hof heeft, voorlopig oordelende dat gelet op het tijdsverloop er enig zicht moest bestaan op de omvang van de schade, een comparitie gelast. De comparitie is gehouden doch een schikking is niet tot stand gekomen, terwijl de gegevens niet van dien aard waren dat reeds aanstonds omtrent de schade zou kunnen worden beslist. Bovendien heeft ter zitting [de Duitse vennootschap] een aantal verweren gevoerd, welke nadere toetsing zouden behoeven: in het bijzonder het thans door haar gedane beroep op een exoneratieclausule, en het beroep op de omstandigheid dat de gestelde schade voor het overgrote deel niet [de vennootschap] , maar haar dochter Sunliner BV betreft.
Partijen gaven bij deze stand van zaken de voorkeur aan verwijzing naar de schadestaatprocedure.

10.8.

Uit de inleidende dagvaarding, appeldagvaarding en memorie van grieven, in onderlinge samenhang gelezen, volgt dat [de vennootschap] de volgende vorderingen instelt:

  1. vernietiging van het vonnis waarvan beroep (appeldagvaarding en mvg sub a);

  2. afwijzing van de vorderingen in reconventie (idem sub c)

  3. ontbinding van de overeenkomst (inleidende dagvaarding sub a);

  4. veroordeling van [de Duitse vennootschap] tot vergoeding van schade, op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 augustus 2011 tot de dag der voldoening (inleidende dagvaarding sub b) onder I en II);

  5. veroordeling van [de Duitse vennootschap] tot betaling van een bedrag groot € 908,-- ter zake van buitengerechtelijke kosten (idem onder III);

  6. veroordeling van [de Duitse vennootschap] tot terugbetaling van het reeds door [de vennootschap] ter zake van geleverde software betaalde bedrag, groot € 6.505,--, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 13 oktober 2011 (mvg sub e);

  7. veroordeling tot terugbetaling van hetgeen [de vennootschap] ter uitvoering van het te vernietigen vonnis heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der betaling (door [de vennootschap] aan [de Duitse vennootschap] , zo begrijpt het hof) tot de dag der terugbetaling (mvg sub d);

  8. veroordeling in de proceskosten (inleidende dagvaarding sub b) onder IV; appeldagvaarding sub e); mvg sub f).

10.9.

Omtrent de buitengerechtelijke kosten zal in de schadestaatprocedure kunnen worden beslist. De overige vorderingen zijn toewijsbaar.

11 De beslissing

Het hof:

in hoger beroep:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

wijst de vorderingen in reconventie af;

ontbindt de tussen partijen gesloten overeenkomst;

veroordeelt [de Duitse vennootschap] tot vergoeding van de door [de vennootschap] geleden schade, op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 augustus 2011 tot de dag der voldoening;

veroordeelt [de Duitse vennootschap] tot terugbetaling van het reeds door [de vennootschap] ter zake van geleverde software betaalde bedrag, groot € 6.505,--, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 13 oktober 2011;

veroordeelt [de Duitse vennootschap] om terug te betalen aan [de vennootschap] al hetgeen deze ter uitvoering van het te vernietigen vonnis heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der betaling (door [de vennootschap] aan [de Duitse vennootschap] ) tot de dag der terugbetaling (door [de Duitse vennootschap] aan [de vennootschap] );

verstaat dat de beslissing omtrent de buitengerechtelijke kosten in de schadestaatprocedure genomen dient te worden;

veroordeling in de proceskosten, aan de zijde van [de vennootschap] begroot:

- in eerste aanleg op:

 € aan verschotten € 560,-- plus € 83,20

 € voor salaris advocaat € 1.130,--

- in hoger beroep op:

 € aan verschotten € 683,-- plus € 76,17

 € aan getuigentaxen € 700,--;

 € voor salaris advocaat € 4.470,--;

verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. Brandenburg, J.H.C. Schouten en A.J. Henzen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 28 juni 2016.

griffier rolraadsheer