Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:1642

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-04-2016
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
200 165 846_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:10279
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hennepteelt. Bewijs voorafgaande teelten. Misdaad Melding Anoniem. Verzwaarde motiveringsplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.165.846/01

arrest van 26 april 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. J.J.H.S. Thomassen te Maastricht,

tegen

Enexis B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als Enexis,

advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven,

op het bij exploot van dagvaarding van 25 februari 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 26 november 2014, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [appellant] als gedaagde en Enexis als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2912123 CV EXPL 14-3498)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven van 21 april 2015 met drie producties;

  • -

    de memorie van antwoord van 30 juni 2015 met één productie.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

3.1.2.

Op 14 december 2010 werd op het adres [adres] in [plaats] (hierna: de woning) een op dat moment in gebruik zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Het betrof drie kweekruimten, in de vorm van drie voor het telen van hennepplanten ingerichte kweekkasten, op het balkon van de woning op genoemd adres. Het balkon was met rolluiken afgesloten. In twee kweekkasten werden hennepplanten aangetroffen van ongeveer vijf weken oud. In de derde kweekruimte werden geen planten aangetroffen.

3.1.3.

De elektriciteitsaansluiting van de woning, waarin [appellant] toen woonachtig was, stond (onmiddellijk voorafgaand aan en) op 14 december 2010 op naam van [appellant] .

3.1.4.

De originele fabrieksverzegeling van de kWh-meter was verbroken. Na onderzoek door een fraude-inspecteur van Enexis rapporteerde deze op 30 december 2014 onder meer:

De meter werd aangeboden met een vreemde loden verzegeling (…).

Men heeft dan de mogelijkheid de meter in zijn registratie te belemmeren .

Op locatie werd de meter aangetroffen met een zware magneet op de meter.

Uit eerdere testen blijkt dat de stappenmotor die het telwerk aandrijft gestopt kan worden.

Onderzoek wijst tevens uit dat de boutjes waarmee de “shunt,s” mee gemonteerd is beschadigd zijn en erg los zitten, dit komt waarschijnlijk omdat de “shunt,s” meerdere malen ondeskundig geopend en gesloten is. Indien de shunt,s” open staat is er geen registratie meer mogelijk.

(…)

Het is duidelijk dat deze meter open is geweest en dat er aantoonbaar gefraudeerd is met deze meter.

(…)

3.1.5.

Op 27 november 2008 was de volgende MMA-melding (hof: Melding Misdaad Anoniem) gedaan:

Hennepkwekerij in [plaats] [adres] [postcode] . Op 28 november wordt daar geknipt. Het gaat om de 5e verdieping van een flat. Er woont hier een oudere man alleen. Er wordt al meer dan een jaar gekweekt.

In de kop van de melding staat tevens: “Melder heeft: het zelf waargenomen

3.1.6.

Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 12 november 2013 is bewezen verklaard dat [appellant] op 14 december 2010 in de woning opzettelijk 75 hennepplanten heeft geteeld en opzettelijk 17,4 kg hennep(toppen) aanwezig heeft gehad en voorts, dat [appellant] in de periode van 1 november 2010 tot en met 14 december 2010 te [plaats] , kort gezegd, een hoeveelheid aan Enexis toebehorende elektriciteit heeft gestolen door middel van een valse sleutel, te weten een magneet.

3.1.7.

Enexis heeft zich in genoemde strafzaak als benadeelde partij gevoegd. Zij vorderde (naast proceskosten) een bedrag van € 1.537,20 met rente als vergoeding van de schade geleden ten gevolge van de diefstal van elektriciteit gedurende een periode van vijf weken. Van het gevorderde schadebedrag maakten de vooronderzoekskosten ad € 614,-- deel uit. De rechtbank wees die post af (rov. 7.3). Zij wees het resterende deel van de schadevordering,

€ 923,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2010, toe.

3.2.1.

In de onderhavige procedure vordert Enexis, na eisvermindering, veroordeling van [appellant] tot betaling aan Enexis van een bedrag van € 15.201,52, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2010 en met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

3.2.2.

Aan deze vordering heeft Enexis, kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Met de kWh-meter is gefraudeerd, waardoor geen registratie van de afgenomen hoeveelheid elektriciteit heeft plaatsgevonden. [appellant] is primair op basis van de met hem gesloten overeenkomst, subsidiair op grond van onrechtmatige daad, gehouden de door Enexis als gevolg van de fraude geleden schade te vergoeden.

Op basis van de aangetroffen plantenresten, de hoeveelheid lege jerrycans, de vervuiling van de koolstoffilters, de gebruikte droogrekjes en de MMA-melding moet uitgegaan worden van veertien voorafgaande teelten in ieder van de drie kweekruimten.

Enexis heeft het ongeregistreerde verbruik berekend op 194.634 kWh. Zij specificeert haar vordering als volgt:

berekend verbruik € 14.753,26

administratiekosten € 260,00

kosten afsluiting (binnen) € 45,60

vervangen 3 fase kWh-meter € 80,86

onderzoekskosten kWh-meter € 99,00

vooronderzoekskosten € 614,--

kosten werkzaamheden fraude-inspecteur € 272,00

totaal € 16.124,72

Dit totaalbedrag heeft Enexis bij conclusie van repliek verminderd met een aan haar in de strafprocedure tegen [appellant] toegewezen schadebedrag van € 923,20, zodat in hoofdsom resteert het gevorderde bedrag van € 15.201,52.

3.2.3.

[appellant] heeft verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

3.3.1.

Bij het bestreden vonnis van 26 november 2014 heeft de kantonrechter de vorderingen van Enexis toegewezen. De kantonrechter oordeelde daartoe, samengevat, dat [appellant] tegenover de gemotiveerde stellingen van Enexis zijn verweer onvoldoende heeft geconcretiseerd of toegelicht.

3.4.1.

[appellant] heeft in hoger beroep negen grieven aangevoerd. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van Enexis, met veroordeling van Enexis in de kosten van beide instanties.

3.4.2.

In de kern genomen bestrijdt [appellant] met zijn grieven het oordeel van de kantonrechter dat Enexis voldoende heeft onderbouwd dat er sprake is geweest van eerdere teelten. De eerste grief stelt dit aan de orde en de grieven 2 tot en met 7 vormen daarvan in wezen een nadere uitwerking. Het hof zal deze grieven gezamenlijk behandelen.

Grief 8 is gericht tegen de toewijzing van “de kosten gemaakt in opdracht van de politie”. Kennelijk doelt [appellant] daarmee op de “vooronderzoekskosten” van € 614,00. Uit de reactie van Enexis (mva 64 en 65) blijkt dat zij dit ook zo heeft opgevat.

Met grief 9 wordt bezwaar gemaakt tegen de veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

Vooronderzoekskosten. Grief 8.

3.5.1.

Het hof ziet aanleiding eerst grief 8 te behandelen.

Onder verwijzing naar rov. 7.3 van genoemd strafvonnis van 12 november 2013 en naar een uitspraak van de strafkamer van dit hof van 16 mei 2013 heeft [appellant] betoogd dat deze kosten als kosten van opsporing niet op individuele burgers plegen te worden afgewenteld.

Enexis heeft aangevoerd dat zij die kosten in haar eigen belang heeft gemaakt en ter onderbouwing en vaststelling van fraude, dat de politie die kosten niet vergoedt en dat de kosten naar verkeersopvattingen door [appellant] dienen te worden vergoed.

3.5.2.

Het hof oordeelt als volgt.

De hier bedoelde vooronderzoekskosten zijn in het eerdergenoemde strafvonnis afgewezen. Uit de gedingstukken blijkt niet of dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Hoe het ook zij, een mogelijk gezag van gewijsde is niet aan de orde nu [appellant] zich daar niet op heeft beroepen en artikel 236 lid 3 Rv. aan ambtshalve toepassing daarvan in de weg staat.

3.5.3.

Vooronderzoekskosten als hier aan de orde kunnen over het algemeen als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96 lid 1 onder b BW) in aanmerking komen voor vergoeding (door degene die aansprakelijk is voor de door het energiebedrijf geleden schade ten gevolge van de afname van ongeregistreerde elektriciteit). De in deze zaak door Enexis gemaakte kosten, die op zichzelf genomen niet door [appellant] zijn betwist, verbonden aan het ter plaatse verrichten van een netmeting, zijn naar het oordeel van het hof kosten gemaakt in het belang van Enexis bij vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Voorts zijn deze kosten geen uitvloeisel van een publiekrechtelijke taak, strekkende tot het opsporen van met strafrechtelijke of administratieve sancties bedreigde feiten. Dat de resultaten van dat vooronderzoek mede door de politie in het kader van een opsporingsonderzoek kunnen worden gebruikt, maakt het vorenstaande niet anders. Voor zover de strafkamer van dit hof een andersluidend oordeel heeft in genomen in de zaak die leidde tot het door [appellant] aangehaalde arrest van mei 2013, is het hof daaraan niet gebonden. Het hof maakt als civiele rechter een eigen afweging op basis van het in deze civiele procedure vastgestelde feitencomplex.

De grief slaagt niet.

Eerdere teelten. Grieven 1 tot en met 7.

3.6.1.

Ter onderbouwing van haar stelling dat aan de aangetroffen teelt veertien teelten vooraf zijn gegaan, heeft Enexis het volgende aangevoerd. Er werden plantenresten aangetroffen, alsmede lege jerrycans meststoffen en gebruikte droogrekjes. De koolstoffilters waren vervuild. De MMA-melding van 27 november 2008 was zeer concreet en hield onder meer in dat er toen al meer dan een jaar werd gekweekt. Dat betekent dat met de hennepteelt is begonnen in december 2007. Tot de ontdekking op 14 december 2010 beslaat dat een periode van drie jaar. In een jaar kunnen vijf kweken van telkens negen weken plaatsvinden. Rekening houdend met de aangetroffen teelt van vijf weken oud in twee van de drie kweekkasten en met vakanties van [appellant] , zijn dan zeker veertien voorafgaande teelten mogelijk geweest, aldus Enexis. Daarnaast heeft Enexis gewezen op de volgens haar dure inrichting van de woning en het feit dat [appellant] gelet op zijn inkomen en vaste lasten nauwelijks nog bestedingsruimte heeft, zodat de eveneens aangetroffen contanten (200 biljetten van € 50,-- en Thaise valuta), vijf horloges, Swarowski kristallen en overige sieraden en waardebescheiden en de diverse reizen van [appellant] naar Thailand wel uit andere bron moeten zijn gefinancierd.
Enexis heeft foto’s overgelegd van de op 14 december 2010 in de woning aangetroffen situatie (bijlage 25).

3.6.2.

[appellant] heeft aangevoerd dat de MMA-melding geen juiste feiten betreft en dat de politie die melding kennelijk onvoldoende vond, omdat er toen geen onderzoek op is gevolgd. Verder heeft hij een verklaring van een andere fraude-inspecteur in een andere zaak overgelegd, onder meer inhoudende dat bij de beoordeling van de mate van vervuiling van de filters geen rekening wordt gehouden met omgevingsfactoren en dat aan de hand van kalkafzetting niet kan worden aangegeven hoeveel eerdere kweken er zijn geweest. Volgens [appellant] waren de voorzieningen in kweekkast 3 onvoldoende om een hennepkwekerij in werking te zetten, zodat Enexis bij haar berekening ten onrechte is uitgegaan van kweken in die kast. De aangetroffen henneptoppen had [appellant] van een derde gekocht. De aangetroffen twee of drie lege jerrycans zijn gebruikt voor de aangetroffen kweek. De vervuiling van de filters is gering. De droogrekjes zijn gebruikt gekocht. [appellant] heeft de kWh-meter niet geopend. Enkel ten behoeve van de aangetroffen kweek heeft hij de eveneens aangetroffen magneet gebruikt. In dat verband erkent [appellant] een niet geregistreerd verbruik van 2244 en 801 kWh ter waarde van € 230,81. De kantonrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat [appellant] 194634 kWh gestolen energie heeft verbruikt. De aangetroffen zaken zijn bekostigd uit zijn verleden in hard drugs en aangeschaft vóór 2007, aldus [appellant] . De aangetroffen zaken waren ten tijde van de ontdekking van de kwekerij minstens tien jaar oud. In de strafprocedure heeft de officier van justitie niet voor niets de tenlastegelegde begindatum van de pleegperiode gewijzigd van 5 november 2007 in 1 november 2010; er was immers geen bewijs voor diefstal van elektriciteit vóór 1 november 2010. De ontnemingsvordering werd ingetrokken omdat op basis van het dossier niet aannemelijk kon worden gemaakt dat [appellant] voordeel had verkregen door middel van het bewezenverklaarde feit, aldus [appellant] .

3.6.3.

Het hof stelt voorop dat, anders dan Enexis primair heeft betoogd, de bewijslast van de eerdere teelten en van de omvang van de niet door de meter geregistreerde afgenomen elektriciteit volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv. in beginsel rust op Enexis. Daarnaast geldt in zaken als de onderhavige het volgende.

Het is een feit van algemene bekendheid dat in Nederland energie door middel van verrekening achteraf wordt betaald. Energieleveranciers en netwerkbedrijven maken hiertoe gebruik van (geijkte) meters waarmee de omvang van de energieafname in beginsel wordt bepaald. Deze meters scheppen daarmee een bewijsvermoeden ten gunste van de netwerkbedrijven en elektriciteitsleveranciers. In het geval dat, zoals hier, het enige controlemiddel van Enexis (de meetinrichting) niet meer betrouwbaar is ten gevolge van een illegale aftakking op de aansluitkabel vóór de kWh-meter of een andere maatregel waardoor een correcte registratie dan onmogelijk is gemaakt (zoals plaatsing van een magneet op de meterkap), mag aan het bewijs van de omvang van de energieafname geen al te zware eisen worden gesteld en kan Enexis volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die de afgenomen hoeveelheid energie voldoende aannemelijk maken.
Indien een gebruiker of degene op wiens naam de elektriciteitsmeter staat geregistreerd de aldus aannemelijk gemaakte energieafname betwist, zal deze daar concrete feiten en gegevens tegenover moeten stellen waaruit blijkt dat van een andere berekening moet worden uitgegaan. Stelt een afnemer of contractant onvoldoende concrete feiten en gegevens, dan blijft in situaties waarin de meter is gemanipuleerd de omstandigheid dat niet precies kan worden vastgesteld over welke periode is geteeld voor rekening en risico van de afnemer/contractant en wordt aan het leveren van tegenbewijs niet toegekomen, omdat niet aan de stelplicht is voldaan.

3.6.4.

Dat buiten de meter om stroom is afgenomen voor de teelt van hennep staat vast. Dat sprake is geweest van eerdere teelten is naar het oordeel van het hof eveneens komen vast te staan. Daartoe neemt het hof de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking. [appellant] betwist niet dat de shunt’s meerdere malen geopend is geweest en dat bij het openstaan van de shunt’s geen registratie mogelijk is. [appellant] betwist wel dat hij zelf de shunt’s heeft geopend en dat daartoe geen noodzaak bestond omdat hij een magneet gebruikte, maar dat neemt het feit niet weg dat de shunt’s van de onder de zorgplicht van [appellant] vallende kWh-meter meerdere keren open heeft gestaan en voorts, dat [appellant] daar geen plausibele verklaring voor geeft. Nu het niet voor de hand ligt om tegelijkertijd zowel de shunt’s open te zetten als een magneet op de meter te zetten, zoals Enexis terecht heeft betoogd, is de door Enexis getrokken conclusie, dat in het verleden de fraude werd gepleegd door het openzetten van de shunt’s en later door de magneet, gerechtvaardigd. Dit duidt op meerdere teelten gedurende een langere periode. Wat ook in dit verband meeweegt is dat de meterkap op de plaats waar de magneet was bevestigd zeer veel beschadigingen vertoont, hetgeen is waar te nemen op de in de memorie van antwoord opgenomen detailfoto (mva 18), welke foto ook in eerste aanleg was overgelegd (bijlage 25, p. 4 van 31). Dat is een sterke aanwijzing voor het vele malen monteren en demonteren van de magneet op de kap. Het hof neemt op de eveneens in de memorie van antwoord opgenomen detailfoto’s (mva 19 en 20; ook in eerste aanleg overgelegd, bijlage 25, p. 3 en 4 van 31) waar dat de magneet met een speciale beugel op de meterkap was geschroefd, wat inderdaad (zoals Enexis betoogt) een aanwijzing is dat (de)montage van de magneet niet dagelijks zal zijn voorgekomen.

Voorts neemt het hof in aanmerking dat ruim 17 kg henneptoppen in de woning is aangetroffen. Ook dat duidt op eerdere teelten De toppen kunnen immers niet afkomstig zijn van de aangetroffen, ongeveer vijf weken oude planten. Voorts duidt de aangetroffen hoeveelheid henneptoppen op eerdere teelten, gelet op het aanzienlijke gewicht aangetroffen henneptoppen enerzijds en de hoeveelheid in de andere twee kweekruimtes aangetroffen planten (75) anderzijds. Dat [appellant] de henneptoppen zou hebben gekocht ligt, gelet op zijn eigen teeltactiviteiten niet voor de hand en bovendien is die verklaring op geen enkele manier te verifiëren, nu [appellant] geen mededelingen omtrent de door hem gestelde koop wenst te doen. Hier komt bij dat vaststaat dat verschillende droogrekjes zijn aangetroffen en dat deze duidelijk meer dan eens gebruikt zijn. [appellant] stelt wel dat hij de droogrekjes tweedehands heeft gekocht, maar ook omtrent die gestelde koop verschaft hij geen enkel detail, zodat deze verklaring evenmin verifieerbaar is.

Het hof gaat ook voorbij aan de betwisting door [appellant] dat de derde kweekkast, waarin geen planten waren aangetroffen, als kwekerij was ingericht. Op de op p. 10 van de memorie afgedrukte foto’s, (het hof neemt waar dat het dezelfde foto van de kweekkast betreft die ook in eerste aanleg was overgelegd; bijlage 25, p. 5 van 31) neemt het hof een op hennepteelt ingerichte ruimte waar met op de bodem zwart grondzeil waarop de afdrukken van plantenpotten waarneembaar zijn.


Het hof neemt ook de MMA-melding in aanmerking. Hierna (rov. 3.6.7) komt aan de orde welk gewicht het hof aan die melding toekent.

3.6.5.

Voornoemde feiten en omstandigheden tonen naar het oordeel van het hof voldoende aan dat van eerdere teelten sprake is geweest, te meer nu [appellant] zich heeft beperkt tot algemene betwistingen die op geen enkele manier concreet aannemelijk zijn gemaakt en die evenmin verifieerbaar zijn. Dat [appellant] zich in meer dan één opzicht hult in stilzwijgen komt voor zijn rekening en risico. Het hof verwijst nog eens in dit verband naar rov. 3.6.3 waarin is uiteengezet dat en waarom aan het bewijs van de omvang van de energieafname geen al te zware eisen mogen worden gesteld in gevallen waarin met de meter is gefraudeerd. Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] geen verweren gevoerd die voldoende concrete feiten en gegevens bevatten die het voor Enexis mogelijk zouden maken om daar op haar beurt weer concreet op in te gaan. Aan zijn verzwaarde stelplicht heeft [appellant] dus niet voldaan, zodat op dit punt tegenbewijslevering niet aan de orde is.
Ten slotte neemt het hof ook in aanmerking dat [appellant] aantoonbaar een onjuistheid stelt, nu hij aanvoert dat de aangetroffen persoonlijke eigendommen ten tijde van de ontdekking van de hennepkwekerij op 14 december 2010 al minstens tien jaar oud waren (mvg ad grief II), terwijl, zoals Enexis terecht memoreert, de 200 biljetten van € 50,-- pas na 1 januari 2002 in omloop kwamen.

3.6.6.

Genoemde feiten en omstandigheden vormen niettemin onvoldoende basis voor de aanname dat van veertien eerdere teelten sprake is geweest.

3.6.7.

Enexis komt tot veertien teelten door van de MMA-melding uit te gaan. Het hof stelt voorop dat met een dergelijke melding met de nodige terughoudendheid dient te worden omgegaan. De melding is immers anoniem en omtrent de betrouwbaarheid van de bron is daarom niets bekend. Niettemin acht het hof, gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, de concrete inhoud van de melding in samenhang met het feit dat twee jaar later de kwekerij in de woning werd aangetroffen, de conclusie gerechtvaardigd dat ten tijde van de melding in de woning werd geteeld. De melding bevat een concrete plaatsaanduiding (“[plaats] , [adres] [postcode] , 5e verdieping van een flat”) en een concrete vermelding van wie de woning bewoont (“een oudere man alleen”). Ook meldt de bron dat de wetenschap op eigen waarneming is gebaseerd. Op zichzelf genomen kan een ieder die [appellant] kent en kwaad wil, deze melding doen, op de hoogte zijnde van voornoemde gegevens, maar feit blijft dat twee jaar later inderdaad op die plaats, in [appellant] ’s woning, een hennepkwekerij wordt aangetroffen. Dat aspect weegt zwaar en [appellant] geeft er geen enkele, laat staan een plausibele, verklaring voor.
Ten slotte betekent het enkele feit dat op de MMA-melding niet meteen actie is ondernomen niet dat de melding niet betrouwbaar was. Voor die conclusie zijn nadere omstandigheden nodig, die evenwel niet zijn gesteld of gebleken.

3.6.8.

Op grond van het voorgaande acht het hof het voldoende aannemelijk dat [appellant] reeds eind november 2008 – ten tijde van de MMA-melding – hennep teelde en voorts, dat sindsdien door [appellant] hennep werd geteeld. Er is immers geen enkele aanwijzing dat [appellant] tussen het tijdstip van de MMA-melding en de ontdekking van de kwekerij twee jaar later, geen hennep teelde. [appellant] stelt daarover niets en de in rov. 3.6.4 genoemde feiten en omstandigheden duiden in tegendeel op voortgezette hennepteelt.
Voor wat betreft de eveneens van de MMA-melding deel uit makende informatie dat “er al meer dan een jaar wordt gekweekt” ligt het naar het oordeel van het hof anders. Hier is het immers, anders dan bij de gemelde concrete plaatsaanduiding en bewoning (daar betreft het feiten), niet duidelijk of de melding dat er al meer dan een jaar wordt gekweekt ook een waargenomen feit betreft of een schatting. Dat laatste is zeker niet uit te sluiten en evenmin na te gaan, nu de melding anoniem is.

3.6.9.

Dit leidt er toe dat het hof vooralsnog uitgaat van teeltperiode die een jaar korter is dan de door Enexis aangehouden periode. Volgens Enexis kunnen in een jaar vijf kweken van telkens negen weken plaatsvinden. Dat betekent dat het hof vooralsnog uitgaat van (veertien – vijf = ) negen voorafgaande teelten. Enexis, die een bewijsaanbod heeft gedaan, wordt in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat ook reeds in het jaar voorafgaande aan de MMA-melding door [appellant] hennep werd geteeld.

3.6.10.

Hetgeen [appellant] heeft gesteld omtrent de strafprocedure (wijziging tenlastegelegde pleegperiode, afwijzing ontnemingsvordering) leidt niet tot een ander oordeel. Het enkele feit dat in een strafprocedure geen bewezenverklaring is uitgesproken voor wat betreft een periode voorafgaand aan de ontdekking van de hennepkwekerij betekent niet dat er geen eerdere teelten zijn geweest. Verder maakt, zoals gezegd, de civiele rechter, een eigen afweging op basis van het in die civiele procedure vastgestelde feitencomplex.
Evenmin werpt de verwijzing door [appellant] naar de verklaring van een andere fraude-inspecteur in een andere strafzaak een ander licht op de onderhavige zaak. De verklaring heeft geen betrekking op de in de onderhavige zaak aangetroffen situatie is bovendien zeer algemeen van aard.

3.7.

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.

4 De uitspraak

Het hof:

laat Enexis toe te bewijzen dat tussen december 2007 en eind november 2008 nog vijf teelten van hennep plaatsvonden in de woning van [appellant] ;

bepaalt, voor het geval Enexis bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. H.A.W. Vermeulen als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rol van 10 mei 2016 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

bepaalt dat de advocaat van Enexis tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.W. Vermeulen, M.A. Wabeke, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 april 2016.

griffier rolraadsheer