Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:1505

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
04-07-2016
Zaaknummer
200.158.682_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:482
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Advocatendeclaratie. Vervolg op ECLI:NL:GHSHE:2016:482. Vervallen WTBZ-begroting. Kantonrechter alsnog bevoegd. Terugverwijzing op verzoek partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.158.682/01

arrest van 19 april 2016

in de zaak van

de maatschap [Advocaten] Advocaten,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: [Advocaten] ,

advocaat: mr. G.C.L. van de Corput te Breda,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. R.A. Baltes te Tilburg,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 16 februari 2016 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer 3129127 CV EXPL 14-3538 gewezen vonnis van 23 juli 2014.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 16 februari 2016;

  • -

    de akte na tussenarrest van [Advocaten] met een productie (de declaratie);

  • -

    de akte na tussenarrest van [geïntimeerde] .

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van aktes. Partijen hebben zich uitgelaten.

6.1.1.

[Advocaten] heeft de verlangde declaratie overgelegd.

6.1.2.

Het hof heeft partijen de mogelijkheid voorgehouden hun geschillen te doen beslechten door de Geschillencommissie advocatuur. Beide partijen hebben laten weten die weg niet te zullen volgen.

6.1.3.

Partijen is gevraagd zich uit te laten over de vraag of het hof de zaak aan zich dient te houden of dat zij (terug)verwijzing naar de kantonrechter verlangen. Zowel [Advocaten] als [geïntimeerde] verlangt die (terug)verwijzing. Het hof zal aan dit verlangen gehoor geven.

6.1.4.

Partijen is ten slotte gevraagd zich uit te laten over een te benoemen deskundige. Nu de zaak wordt verwezen, komt het hof niet meer aan de benoeming van een deskundige toe.

6.2.

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis op de incidentele vordering van [geïntimeerde] tot onbevoegdverklaring toewijzend beslist. Zoals in het tussenarrest is overwogen kan deze beslissing niet in stand blijven, omdat de begrotingsprocedure niet meer bestaat en de kantonrechter daardoor bevoegd is geworden om het geschil te beslechten.

In oppositie in eerste aanleg is het tussen partijen gewezen verstekvonnis van 19 maart 2014 vernietigd en heeft de kantonrechter zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van de vordering van [Advocaten] . Ook deze beslissingen kunnen niet in stand blijven.

6.3.

In de omstandigheid dat als gevolg van een wetswijziging de kantonrechter alsnog bevoegd is om de zaak te beslissen, vindt het hof grond om de proceskosten van dit hoger beroep te compenseren.

7 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis;

verwijst de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, kanton Breda, voor verdere afdoening;

compenseert de proceskosten van dit hoger beroep aldus dat elk van partijen haar eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, J.W. van Rijkom en Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 april 2016.

griffier rolraadsheer