Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:1484

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-04-2016
Datum publicatie
15-07-2016
Zaaknummer
15/00161
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoogte raming bouwkosten. Dat belanghebbende en het bouwbedrijf zustervennootschappen zijn brengt in casu niet mee dat sprake is van zelfwerkzaamheid.

Belanghebbende heeft twee offertes overgelegd. De Heffingsambtenaar heeft een niet actuele eenheidsprijzenlijst gehanteerd en daaraan een eigen invulling gegeven. De Heffingsambtenaar is tegenover de door belanghebbende verdedigde raming van de bouwkosten niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2016/1642
V-N 2016/39.23.11
Belastingblad 2016/382
FutD 2016-1874
NTFR 2016/2274 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 15/00161

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant te ‘s-Hertogenbosch (hierna: de Rechtbank) van 22 december 2014, nummer SHE 14/142, in het geding tussen

belanghebbende

en

de Heffingsambtenaar van de gemeente Sint-Michielsgestel,

hierna: de Heffingsambtenaar,

betreffende na te noemen schriftelijke kennisgeving leges.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is met dagtekening 6 juni 2013, onder nummer [nummer] , een schriftelijke kennisgeving leges (hierna: de legesaanslag) uitgereikt wegens het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een melkveebedrijf op het perceel [a-straat] 12 te [vestigingsplaats] (hierna: de aanvraag) tot een bedrag van € 11.827,42 aan leges omgevingsvergunning. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Heffingsambtenaar bij uitspraak van 29 november 2013 de legesaanslag gehandhaafd.

1.2.

Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 318. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.3.

Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 497. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

Op verzoek van het Hof heeft de Heffingsambtenaar bij een geschrift, bij het Hof op 12 februari 2016 binnengekomen, verstrekt de aanvraaggegevens met bouwtekeningen, de Tarieventabel behorende bij de legesverordening 2013, de Verordening tot 6e wijziging van de Legesverordening 2010 en de bekendmaking ervan in het gemeenteblad. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 26 februari 2016 te ‘s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord namens belanghebbende de heer [A] , vergezeld van de heer [B] , advocaat te [C] , als gemachtigde van belanghebbende, alsmede, namens de Heffingsambtenaar, de heren [D] en [E] .

1.6.

Het Hof heeft aan het einde van deze zitting het onderzoek gesloten.

1.7.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan:

2.1.

Op 22 oktober 2009 is door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel (hierna: de raad) de Legesverordening 2010 (hierna: de Verordening) vastgesteld. In de Verordening is onder meer het volgende bepaald:

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor:

a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

b. (…);

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. (…)

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.”.

2.2.

De raad heeft op 25 oktober 2012 de “Verordening tot 6e wijziging van de Legesverordening 2010” vastgesteld.

2.3.

In de Tarieventabel 2013 behorende bij de Verordening (hierna: de tarieventabel) is onder meer het volgende bepaald:

“2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: (…)

2.1.1.2 bouwkosten:

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV 1989), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. (…)

2.3.1

Bouwactiviteiten 2012 2013

2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a,

van de Wabo, bedraagt het tarief indien de bouwkosten:

(…)

2.3.1.1.4 € 250.000 bedragen of meer, doch minder dan € 500.000 € 5.890,- € 5.890,00

vermeerderd met 1,53% van het bedrag waarmee die bouwkosten

€ 250.000 te boven gaan

2.3.1.1.5. € 500.000 of meer bedragen € 9.715,- € 9.715,00

vermeerderd met 1,02% van het bedrag waarmee die bouwkosten

€ 500.000 te boven gaan met een maximum van € 51.000,-”

2.4.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel heeft op 23 december 2008 de “Tabel eenheidsprijzenlijst berekening bouwkosten bouwleges

Sint-Michielsgestel” (hierna: de eenheidsprijzenlijst) vastgesteld. In de lijst is onder meer het volgende vermeld:

“(…)

excl. BTW

eenheid

(…)

8.

Agrarische gebouwen

8.1

(…)

8.3

Ligboxenstal (traditioneel metselwerk)

€ 180,00

per m2

(…)

8.6

Werktuigen/opslagloods (stalen gevels) € 90,00 per m2

8.7

Veldschuur open (stalen gevels)

€ 50,00

per m2

9

MEST SILO / KELDER

9.1

(…)

9.2

Kelder onder het gebouw extra

€ 105,00

per m2

(…)”.

2.5.

Belanghebbende is voornemens op het perceel [a-straat] 12 te [vestigingsplaats] een melkveebedrijf te exploiteren en wil overeenkomstig de aanvraag gaan bouwen. De heer [A] en zijn broer, de heer [F] zijn ieder via hun persoonlijke vennootschap aandeelhouder en bestuurder van de holding [G] B.V., welke holding alle aandelen houdt in en bestuurder is van belanghebbende en [H] B.V. Mogelijke opdrachtnemer van de bouwwerken, [H] B.V. en mogelijke opdrachtgever, zijnde belanghebbende, zijn dus zustervennootschappen. Op 21 maart 2013 heeft belanghebbende de aanvraag ingediend. In de aanvraaggegevens is als projectomschrijving vermeld: “Uitbreiding van het melkveebedrijf door de oprichting van een melkveestal, oprichting van een loods en sleufsilo’s.”

In de aanvraag heeft belanghebbende als geschatte bouwkosten een bedrag van € 400.000, exclusief omzetbelasting vermeld.

2.6.

De Heffingsambtenaar heeft op 3 juni 2013 de omgevingsvergunning verleend, waarbij hij de bouwkosten heeft geraamd op € 707.100, exclusief omzetbelasting.

De berekening van de bouwkosten is als volgt:

Onderdelen Oppervlakte Prijs per m2 Bouwkosten

rundveestal 2.400 m2 € 180 € 432.000

mestkelder 2.400 m2 € 100 € 240.000

veldschuur 390 m2 € 90 € 35.100

Totale bouwkosten € 707.100.

Bij deze berekening heeft de Heffingsambtenaar aangesloten bij de bedragen uit de eenheidsprijzenlijst.

2.7.

De Heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende ter zake van de omgevingsvergunning de onderhavige legesaanslag opgelegd, waarbij de tarieventabel is gehanteerd. Op grond van rubriek 2.3.1.1.5. van de tarieventabel bedraagt het van toepassing zijnde tarief voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking hebbend op een bouwactiviteit bij bouwkosten van € 500.000 of meer: € 9.715,00 verhoogd met 1,02% van (€ 707.100 -/- € 500.000) = € 2.112,42, is in totaal € 11.827,42.

2.8.

Bij het (hoger) beroepschrift heeft belanghebbende twee offertes van [H] B.V. voor het bouwen van een rundveestal en veldschuur gedateerd 1 augustus 2013 overgelegd, waarin een aanneemsom voor de rundveestal, inclusief mestkelder, is berekend op € 460.804,25 en voor de veldschuur op € 17.539,98 (beide bedragen exclusief omzetbelasting). Uitgaande van deze offertes bedragen de totale bouwkosten volgens belanghebbende € 478.344 en dienen de leges € 9.383,65 te bedragen (zie 2.3.1.1.4 van de tarieventabel: € 5.890, verhoogd met 1,53% van (€ 478.344 - € 250.000) = € 3.493,66).

2.9.

Ten tijde van de zitting van het Hof was de rundveestal nog niet gebouwd.

3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de hoogte van de bouwkosten, zijnde de grondslag voor de heffing van de legesaanslag, juist is bepaald.

3.2.

Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden, die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Voor hetgeen hieraan ter zitting is toegevoegd, wordt verwezen naar het van deze zitting opgemaakt proces-verbaal.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep, vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraak van de Heffingsambtenaar en vermindering van de legesaanslag tot een bedrag van € 9.383,65. De Heffingsambtenaar concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep en tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Gronden

Ten aanzien van het geschil

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat in het onderhavige geval een aannemingssom ontbreekt, en het Hof gaat daar ook van uit. Voor dat geval moet bij het vaststellen van de legesaanslag van een raming van de bouwkosten worden uitgegaan. Daarbij heeft te gelden dat het objectieve karakter van de legesheffing met zich brengt dat het gaat om een prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarvoor de vergunning wordt verleend (Hoge Raad 9 oktober 1991, 27 576, ECLI:NL:HR:1991:ZC4731).

4.2.

Het Hof stelt verder voorop dat in het onderhavige geval geen sprake is van zelfwerkzaamheid. Vaststaat dat belanghebbende niet zelf de melkveestal en veldschuur geheel of gedeeltelijk zal bouwen, maar daarvoor een gespecialiseerd bouwbedrijf in de arm zal nemen. Anders dan de Heffingsambtenaar meent, brengt de omstandigheid dat de beoogde opdrachtnemer, [H] B.V., een aan belanghebbende gelieerde vennootschap is, niet mee dat van zelfwerkzaamheid moet worden gesproken. Opdrachtnemer en opdrachtgever zijn twee afzonderlijke rechtspersonen die bovendien in verschillende branches van het bedrijfsleven actief zijn. Dat de twee broers [A en F] middellijk aandeelhouders en bestuurders zijn van deze vennootschappen maakt het oordeel van het Hof niet anders.

4.3.

Partijen houdt verdeeld de hoogte van de raming van de bouwkosten. Belanghebbende heeft, onder overlegging van twee offertes, bepleit dat het bedrag van de totale bouwkosten moet worden bepaald op € 478.344. De Heffingsambtenaar heeft de bouwkosten geraamd op € 707.100, berekend op de onder 2.4. en 2.6. aangegeven wijze.

4.4.

Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat op de Heffingsambtenaar de bewijslast rust van de feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de door belanghebbende verdedigde raming van de bouwkosten niet juist is en dat de bouwkosten € 707.100 bedragen. De Heffingsambtenaar heeft daartoe gesteld dat de raming van bouwkosten niet juist kan zijn omdat de bouw door een aan belanghebbende gelieerde vennootschap zal worden uitgevoerd. Bovendien heeft de Heffingsambtenaar een berekening gemaakt aan de hand van de eenheidsprijzenlijst waaruit volgens de Heffingsambtenaar eveneens blijkt dat het bedrag van de door belanghebbende geraamde bouwkosten niet juist is.

4.5.

Anders dan de Rechtbank is het Hof van oordeel dat de enkele omstandigheid dat belanghebbende en [H] B.V. zustervennootschappen zijn, niet zonder meer mee brengt dat de door belanghebbende verdedigde bouwkosten niet overeenkomen met de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald.

4.6.

De Heffingsambtenaar heeft aan de hand van de eenheidsprijzenlijst een berekening van de bouwkosten gemaakt zulks ter onderbouwing van zijn standpunt dat belanghebbendes raming niet-zakelijk dan wel anderszins te laag is. Het Hof overweegt hieromtrent als volgt. De Heffingsambtenaar heeft (i) de eenheidsprijzenlijst uit 2008 gebruikt, terwijl ten tijde van de aanvraag actuelere versies beschikbaar waren, (ii) voor de melkveestal het bedrag van € 180 per m2 gehanteerd (zie 2.4 hiervoor onder rubriek 8.3) terwijl het Hof ter zitting is gebleken dat de melkveestal vrijwel geheel uit prefab materialen bestaat en het ‘traditioneel metselwerk’ in verhouding tot het totaal gering is, (iii) voor de mestkelder een lager bedrag p/m² dan uit de eenheidsprijzenlijst blijkt gehanteerd en (iv) voor de veldschuur een hoger bedrag p/m² gehanteerd dan uit de eenheidsprijzenlijst blijkt. De Heffingsambtenaar heeft - kort gezegd - een niet actuele lijst gebruikt en daaraan een eigen invulling gegeven. Tegenover de door belanghebbende verdedigde raming van de bouwkosten is de Heffingsambtenaar naar het oordeel van het Hof niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast. De stelling van de Heffingsambtenaar dat zijn berekening alleszins redelijk is omdat deze lager uitvalt dan wanneer de zogeheten ROEB-lijst zou worden gehanteerd of een actuele versie van de eenheidsprijzenlijst doet aan het dit oordeel niet af.

4.7.

Belanghebbende heeft de door haar verdedigde raming van de bouwkosten onderbouwd met twee offertes en gesteld dat de in 4.1 genoemde prijs niet hoger is te stellen dan € 478.344. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat het grondwerk van de melkveestal niet in de offerte is opgenomen omdat dit werk wordt uitbesteed. Het grondwerk omvat het boren en/of heien van de funderingspalen en naar de onweersproken verklaring van belanghebbende bedragen de daarmee gemoeide kosten circa € 7.000.

4.8.

Gelet op het vorenoverwogene komt het Hof tot de slotsom dat de door belanghebbende geraamde bouwkosten van € 478.344 moeten worden verhoogd met € 7.000 tot € 485.344.

Volgens rubriek 2.3.1.1.4. van de tarieventabel bedraagt dan het tarief voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking hebbend op een bouwactiviteit bij bouwkosten van € 250.000 of meer, doch minder dan € 500.000:€ 5.890,00 verhoogd met 1,53% van (€ 485.344 -/- € 250.000) = € 3.600,76, is in totaal € 9.490,76.

4.9.

De Heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar inzicht gegeven in de opbouw van de bouwkosten. Gelet daarop verwerpt het Hof de grief van belanghebbende dat de uitspraak op bezwaar gebrekkig is gemotiveerd.

Slotsom

4.10.

De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de Rechtbank dient te worden vernietigd.


Ten aanzien van het griffierecht

4.11.

Omdat de uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd, dient de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door haar ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 318 respectievelijk € 497 te vergoeden.


Ten aanzien van de kosten voor de bezwaarfase en de proceskosten

4.12.

Omdat het door belanghebbende ingestelde hoger beroep gegrond is, acht het Hof termen aanwezig de Heffingsambtenaar te veroordelen tot betaling van de tegemoetkoming in de kosten die belanghebbende in de bezwaarfase en in verband met de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof redelijkerwijs heeft moeten maken.

Het Hof stelt deze tegemoetkoming, mede gelet op het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht, op 1 (punt voor het indienen van het bezwaarschrift) x € 246, 2 (punten) x € 496 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 992 voor de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en 2 (punten) x € 496 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 992 voor de behandeling van het hoger beroep bij het Hof is, in totaal, € 2.230.

5 Beslissing

Het Hof:

  • -

    verklaart het hoger beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;

  • -

    vernietigt de uitspraak van de Heffingsambtenaar;

  • -

    vermindert de legesaanslag tot € 9.490,76;

  • -

    gelast dat de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 815 vergoedt, en

  • -

    veroordeelt de Heffingsambtenaar in de kosten van de bezwaarfase en de kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 2.230.

Aldus gedaan op 15 april 2016 door V.M. van Daalen-Mannaerts, voorzitter, A.J. Kromhout en P.A.M. Pijnenburg, leden, en A.W.J. Strik, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.

  1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

  2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. een dagtekening;

  3. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

  4. e gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.