Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:1318

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-04-2016
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
200.183.693_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2015:9387, Overig
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:3995
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontbinding huurovereenkomst met samenwerkingsovereenkomst en individueel werkplan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.183.693/01

arrest van 5 april 2016

gewezen in het incident ex artikel 351 Rv

in de zaak van

1 [appellant] ,

2. [appellante] ,

beiden voorheen wonende te [woonplaats] , thans zonder bekende woon- of verblijfplaats,

appellanten in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat: mr. R. Jacobs te Heerlen,

tegen

Woningstichting [Woningstichting]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. H.J.J. van der Salm te Maastricht,

op het bij exploot van dagvaarding van 5 januari 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 4 november 2015, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht gewezen tussen appellanten – [appellanten] – als gedaagden en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 3423943 CV EXPL 14-10023)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

[appellanten] hebben bij voormeld exploot [geïntimeerde] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 19 januari 2016, teneinde op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen zoals in het petitum van de appeldagvaarding is vermeld. [appellanten] hebben in de appeldagvaarding tevens een incidentele vordering ex artikel 351 Rv ingesteld en daarin geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof de uitvoerbaarverklaring bij voorraad c.q. de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis zal schorsen voor de duur van het geding in hoger beroep.

[geïntimeerde] heeft een memorie van antwoord in het incident genomen en daarin geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering van [appellanten]

Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

In het kader van dit incident kan worden uitgegaan van het volgende.

3.1.1.

[appellanten] huurden van [geïntimeerde] de woning, gelegen aan [adres] te [plaats] .

3.1.2.

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gevorderd.

3.1.3.

De kantonrechter heeft bij vonnis van 4 november 2015 de huurovereenkomst ontbonden en [appellanten] veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.1.4.

Bij vonnis in kort geding van 5 januari 2016 heeft de voorzieningenrechter de vordering van [appellanten] om [geïntimeerde] te verbieden het vonnis van 4 november 2015 ten uitvoer te leggen totdat in hoger beroep is beslist afgewezen.

3.2.

[appellanten] zijn van het onder 3.1.3. vermelde vonnis in hoger beroep gekomen en hebben een incident ex artikel 351 Rv ingesteld. Zij hebben daartoe in essentie aangevoerd dat na belangenafweging de tenuitvoerlegging van het vonnis moet worden geschorst.

[geïntimeerde] heeft in de conclusie van antwoord in het incident aangevoerd dat [appellanten] geen belang meer hebben bij de door hen incidenteel gevorderde schorsing omdat het vonnis waarvan beroep reeds ten uitvoer is gelegd door de ontruiming van de door [appellanten] gehuurde woning op 7 januari 2016.

[appellanten] hebben nog niet kunnen reageren op de stelling van [geïntimeerde] dat het vonnis waarvan beroep reeds ten uitvoer is gelegd. Het hof zal hen alsnog de gelegenheid bieden om zich hierover uit te laten. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte aan de zijde van [appellanten]

Indien het vonnis inderdaad reeds ten uitvoer is gelegd, kan van schorsing van de tenuitvoerlegging geen sprake zijn en hebben [appellanten] geen belang meer bij hun vordering in dit incident. In dat geval zal deze vordering dan ook worden afgewezen. Omtrent de proceskosten zal te zijner tijd, ofwel in het kader van een beslissing in dit incident, ofwel - indien dit incident niet wordt voortgezet - in het kader van de hoofdzaak worden beslist.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

verwijst de zaak naar de rol van 3 mei 2016 voor akte aan de zijde van [appellanten] met het hiervoor in 3.2. vermelde doeleinde (zonder antwoordakte);

houdt iedere verdere beslissing aan;

in de hoofdzaak:

houdt iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en P.P.M. Rousseau en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 april 2016.

griffier rolraadsheer