Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2016:1256

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-04-2016
Datum publicatie
05-04-2016
Zaaknummer
20-003915-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2013:6667
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak mensenhandel (art. 273f Sr.). Verdachte heeft wel enige betrokkenheid gehad bij het zich laten prostitueren van het slachtoffer, maar die betrokkenheid is van onvoldoende gewicht voor een bewezenverklaring van het (mede)plegen van mensenhandel. Verdachte heeft de door haar mededaders begane mensenhandel bevorderd en/of vergemakkelijkt, maar die vorm van daderschap - medeplichtigheid - is niet ten laste gelegd. Het hof veroordeelt verdachte voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennep tot een gevangenisstraf van 4 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 273f
Opiumwet 3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003915-13

Uitspraak : 5 april 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 2 december 2013 in de strafzaak met parketnummer 01-849345-12 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van – kort gezegd – mensenhandel, in vereniging en meermalen gepleegd (feit 1) en het medeplegen van het buiten Nederland brengen van hennep (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de rechtbank beslist over schadevergoeding voor de benadeelde partij [slachtoffer] en over een in beslag genomen voorwerp.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, onder schorsing van de voorlopige hechtenis tot aan het moment van de uitspraak.

De verdediging heeft met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde primair vrijspraak bepleit aangezien de rol van verdachte bij het ten laste gelegde niet als medeplegen kan worden aangemerkt; er is hoogstens sprake van ‘medeplichtigheid’.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft de verdediging eveneens vrijspraak bepleit met betrekking tot het medeplegen, omdat de rol van verdachte bij het ten laste gelegde feit niet die van een gelijkwaardige deelnemer of medepleger is. De rol van verdachte levert hooguit medeplichtigheid op.

Voorts heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:
zij in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 20 juni 2012 te Oss en/of Teeffelen en/of Lith en/of/althans (elders) in Nederland en/of in Duitsland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

(lid 1, onder 2) [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] ) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt; en/of

(lid 1, onder 5) [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] ) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] enige handeling heeft ondernomen waarvan zij en/of haar mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt; en/of

(lid 1, onder 8) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele handelingen van

[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] ) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt;

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (immers) (in of omstreeks voornoemde periode)

- voornoemde [slachtoffer] vanuit Roemenië naar Nederland over gebracht/over doen brengen; en/of

- die [slachtoffer] gezegd/voorgehouden dat zij in Nederland geld zou kunnen/gaan verdienen (zonder te vermelden dat zij zich (daarbij dan) zou moeten (gaan) prostitueren); en/of

- ( voor) voornoemde [slachtoffer] onderdak verschaft/geregeld; en/of

- een liefdesrelatie met die [slachtoffer] aangegaan/onderhouden; en/of

- die [slachtoffer] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer] geuit en/of gedreigd die [slachtoffer] te slaan; en/of

- voornoemde [slachtoffer] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan; en/of

- voornoemde [slachtoffer] instructies gegeven betreffende de wijze waarop zij de (prostitutie)werkzaamheden moest uitvoeren; en/of

- voornoemde [slachtoffer] opgedragen/bewogen om zonder betaling (meermaals) seksuele handelingen te verrichten en/of te ondergaan met haar mededader(s) en/of een of meer derde(n) waaronder het (meermaals) seksueel binnendringen bij die [slachtoffer] door haar mededader(s) en/of een of meer derde(n) (met [onder meer] het kennelijke doel die [slachtoffer] seksuele ervaring te laten opdoen); en/of

- ( een) (seks)advertentie(s) betreffende die [slachtoffer] opgemaakt en/of op internet geplaatst; en/of

- ( kinder)(porno)(foto)grafische afbeeldingen van die [slachtoffer] gemaakt ten behoeve van de werving van (prostitutie)klanten voor die [slachtoffer] ; en/of

- die [slachtoffer] een vals/onjuist identiteitsbewijs verschaft (waarop is vermeld dat zij meerderjarig is); en/of

- die [slachtoffer] gehuisvest op een afgelegen plek (te weten (een) camping [camping] ), in een caravan/(klein) chalet tezamen met een of meer (andere) vrouw(en) die in de prostitutie werkzaam waren/was of zou(den) zijn en onder toezicht van/tezamen met/in (duurzame) aanwezigheid van haar, verdachte, en/of een van haar mededader(s) (die een liefdesrelatie met (een) (van) die andere vrouwen onderhield); en/of

- het identiteitsbewijs van die [slachtoffer] ingenomen, althans (enige tijd) onder zich gehouden; en/of

- de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer] georganiseerd/gecoördineerd/ gecontroleerd; en/of

- ( meermaals) afspraken met klanten gemaakt over de prijs van en locatie voor de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer] ; en/of

- ( werk)kleding en/of accessoires en/of make-up aan die [slachtoffer] verstrekt en/of de nagels van die [slachtoffer] verzorgd/gedaan; en/of

- een telefoon aan die [slachtoffer] verstrekt ten behoeve van (de organisatie rond) haar prostitutiewerkzaamheden; en/of

- het/de telefoon(verkeer) van die [slachtoffer] gecontroleerd; en/of

- condooms aan die [slachtoffer] verstrekt; en/of

- die [slachtoffer] (plastic) kapjes verstrekt opdat/zodat zij haar (prostitutie)werkzaamheden tijdens haar menstruatie(periode) zou/kon blijven uitoefenen; en/of

- die [slachtoffer] gedwongen/bewogen seks met haar klanten te hebben zonder condoom; en/of

- ( meermaals) die [slachtoffer] naar een prostitutieplek vervoerd en/of van een prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer] vervoerd; en/of

- voornoemde [slachtoffer] in een slechte/moeilijke financiële positie gebracht en/of gehouden; en/of

- ( meermaals) die [slachtoffer] gedreigd haar naar Roemenië terug te sturen en/of te slaan omdat die [slachtoffer] een klant had geweigerd/wilde weigeren; en/of

- die [slachtoffer] gedwongen/bewogen een (groot/aanmerkelijk) deel van haar verdiensten uit de prostitutie aan haar, verdachte, en/of haar mededader(s) af te staan/dragen;


2:
zij in of omstreeks de periode van 18 juni 2012 tot en met 20 juni 2012 te Oss en/of Teeffelen en/of Wijchen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, althans heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 4 kilo hennep, in elk geval een hoeveelheid van een stof bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) opzettelijk voornoemde hoeveelheid hennep gekocht van een of meerdere perso(o)n(en) en/of (vervolgens) in een (personen)auto vervoerd in de richting van Duitsland.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan wordt vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe het volgende.

Aan verdachte is onder 1 – kort gezegd – het (alleen) plegen of het medeplegen van mensenhandel ten laste gelegd.

Voor een bewezenverklaring van het (alleen) plegen van mensenhandel is vereist dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zelf alle ten laste gelegde bestanddelen van het delict heeft vervuld.

Uit het dossier blijkt dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het zich laten prostitueren van [slachtoffer] . Zo heeft verdachte geholpen met het zoeken van huisvesting voor die [slachtoffer] , heeft zij de nagels van die [slachtoffer] verzorgd en heeft zij foto’s van die [slachtoffer] gemaakt.

Er is echter geen bewijs voorhanden waaruit blijkt dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of heeft opgenomen met het oogmerk van uitbuiting. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of dat verdachte ten aanzien van die [slachtoffer] actief en zelfstandig enige handeling heeft ondernomen waarvan zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen. Evenmin kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling.

Verdachte kan derhalve niet als (alleen) pleger van de ten laste gelegde mensenhandel worden aangemerkt.

Voor medeplegen (in de vorm van 'in vereniging') moet sprake zijn van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht moet zijn. Voor de vraag of sprake is van de vereiste nauwe en bewuste samenwerking kan onder meer rekening worden gehouden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt, nu het erom gaat dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict.

Waar het verwijt bij medeplegen zich concentreert op het gewicht van de intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict, is het kernverwijt bij medeplichtigheid 'het bevorderen en/of vergemakkelijken van een door een ander begaan misdrijf'.

Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat de hiervoor genoemde concrete gedragingen van verdachte die wel wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, van onvoldoende gewicht zijn om te kunnen spreken van medeplegen. De gedragingen van verdachte zijn eerder aan te merken als hand-en-span-diensten ten behoeve van haar mededaders. Verdachte heeft daarmee de door haar mededaders begane mensenhandel bevorderd en/of vergemakkelijkt. Deze vorm van daderschap – medeplichtigheid – is evenwel niet aan verdachte ten laste gelegd.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 18 juni 2012 te Teeffelen, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4 kilo hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met haar mededaders schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van hennep. Hier is sprake van een ernstig strafbaar feit, waarbij het hof in het nadeel van verdachte meeweegt: de grote hoeveelheid hennep en de omstandigheid dat verdachte en haar mededaders op deze wijze het telen van hennep in stand houden, terwijl dat feit in de regel gepaard gaat met andere, ook zware vormen van criminaliteit.

In het voordeel van verdachte neemt het hof in aanmerking dat verdachte blijkens het haar betreffende uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 11 januari 2016 nimmer is veroordeeld ter zake van Opiumwetdelicten.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Beslag

De hierna nader aan te duiden in beslag genomen en nog niet teruggegeven pepperspray is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu dit bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte onder 2 begane misdrijf is aangetroffen en dit aan verdachte toebehorende voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De hierna nader aan te duiden in beslag genomen en nog niet teruggegeven oorbel en een geldbedrag dienen te worden teruggegeven aan verdachte.

Met betrekking tot de na te melden in beslag genomen computers zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende worden gelast.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld ter zake van het onder 1 ten laste gelegde, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 37.375,-, bestaande uit een bedrag van € 16.875,- ter zake van materiële schade en een bedrag van € 20.500,- ter zake van immateriële schade. Het hof begrijpt dat de posten immateriële schade ten gevolge van seksueel misbruik door [voornaam medeverdachte] ( [medeverdachte] ) ad € 3.500,- en [voornaam medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) ad € 2.000,- alleen in de strafzaken van de medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte 2] worden gevorderd, met gevolg dat in de onderhavige strafzaak een bedrag van € 15.000,- ter zake van immateriële schade resteert.

De vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 31.625,-, bestaande uit een bedrag van € 16.625,- ter zake van materiële schade en een bedrag van € 15.000,- ter zake van immateriële schade.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is het hof van oordeel dat wanneer het door de benadeelde partij ingevulde 'Wensenformulier' wordt bezien in het licht van de daaraan gehechte begeleidende brief van haar raadsman,

mr. H. Meijerink, voldoende duidelijk is dat zij haar vordering ook in de zaak van verdachte handhaaft in hoger beroep. Bovenaan de bedoelde brief is immers uitdrukkelijk de naam van verdachte en het parketnummer van de onderhavige strafzaak vermeld. Dat op het 'Wensenformulier' zelf alleen de naam van medeverdachte [voornaam medeverdachte 2] [medeverdachte 2] is vermeld, doet hieraan niet af.

Nu aan verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36d en 47 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1.00 STK Pepperspray, kl.: zwart;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een geldbedrag van € 74,20, IBN 2006012, goednr. 430656 en 1.00 PR Oorbel, kl.: goud, goednr. 430655 / goud met briljanten;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 1.00 STK Computer, KONIG Sec-DVR230 en 1.00 STK Computer, kl.: zwart, ACER Ms52231 goednr. 430844;

vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk;

verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. M. Rutgers, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. P.J. Hödl, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,

en op 5 april 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.