Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:583

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-02-2015
Datum publicatie
27-02-2015
Zaaknummer
F 200.146.938_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele

Ontslag/benoeming curator

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 19 februari 2015

Zaaknummer: F 200.146.938/01

Zaaknummer eerste aanleg: 2722525 OV VERZ 14-362

in de zaak in hoger beroep van:

[curator 1] ,

wonende te

[woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [curator 1],

advocaat: mr. G. Hagens.

Als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt:

  • -

    [curandus] (hierna: de onder curatele gestelde);

  • -

    Stichting Cliënten Gelden S&L Zorg (hierna: de stichting).

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, afdeling kanton, zittingsplaats Bergen op Zoom, van 23 januari 2014.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 22 april 2014, heeft [curator 1] verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat hij de volledige curatele zal blijven uitoefenen en hij dus zowel de vermogensrechtelijke als de niet-vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde zal blijven behartigen, met toekenning van een vergoeding over het jaar 2013.

2.2.

De onder curatele gestelde en de stichting hebben, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen verweerschrift ingediend.

2.3.

De mondelinge behandeling in hoger beroep heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2014. Bij die gelegenheid zijn [curator 1] en zijn advocaat gehoord.

2.3.1.

De stichting heeft het hof bij brief d.d. 9 april 2014 bericht ter zitting te zullen verschijnen.

2.3.2.

De onder curatele gestelde was vanwege zijn medische toestand niet in staat om ter zitting te verschijnen.

2.4.

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep op 14 oktober 2014 heeft [curator 1] zijn verzoek in hoger beroep gewijzigd, in die zin dat hij thans verzoekt:

primair: voormelde beschikking te vernietigen en te bepalen dat hij het curatorschap over de onder curatele gestelde zal blijven uitoefenen, uitsluitend voor zover het de behartiging betreft van de niet-vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde met benoeming van een professionele, curator – niet zijnde de stichting – die de vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde zal gaan behartigen:

subsidiair: voormelde beschikking te vernietigen en te bepalen dat een professionele curator – niet zijnde de stichting – zal worden benoemd die zowel de vermogensrechtelijke als de niet-vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde zal behartigen.

2.5.

Van het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep op 14 oktober 2014 is een verkort proces-verbaal opgemaakt. Een afschrift van dit verkort proces-verbaal is naar de stichting verzonden.

2.6.

De mondelinge behandeling in hoger beroep is voortgezet op 13 januari 2015. Bij die gelegenheid zijn [curator 1] en zijn advocaat gehoord.

2.6.1.

De stichting is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.6.2.

De onder curatele gestelde was wederom vanwege zijn medische toestand niet in staat om ter zitting te verschijnen.

2.7.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    de zittingsaantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling in eerste aanleg gehouden op 25 april 2013;

  • -

    de stukken van de eerste aanleg, overgelegd door de griffier van de rechtbank bij brief van 12 mei 2014;

  • -

    het V6-formulier met bijlage ingediend door de advocaat van [curator 1] op 5 januari 2015.

2.8.

Volgens afspraak is na de mondelinge behandeling nog ingekomen het V6-formulier met als bijlage de bereidverklaring van de te benoemen curator, ingediend door de advocaat van [curator 1] op 10 februari 2015.

3 De beoordeling

3.1.

De onder curatele gestelde is bij beschikking van de rechtbank Dordrecht van 8 juni 1983 onder curatele gesteld.

3.1.1.

[curator 1] is bij beschikking van de rechtbank Breda, sector kanton, locatie Bergen op Zoom, van 4 maart 2009 tot curator van de onder curatele gestelde benoemd.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter [curator 1] met ingang van

1 februari 2014 ambtshalve ontslagen uit zijn taak om de vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde te behartigen.

De kantonrechter verstaat dat [curator 1] wel de niet-vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde blijft behartigen.

De kantonrechter heeft verder ambtshalve de stichting met ingang van 1 april 2014 tot tweede curator over de onder curatele gestelde benoemd met als taak de vermogensrechtelijke belangen van (naar het hof begrijpt:) de onder curatele gestelde te behartigen.

3.3.

[curator 1] kan zich met deze beslissingen niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

[curator 1] voert in het beroepschrift – samengevat – het volgende aan.

De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat [curator 1] niet over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om de vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde deugdelijk te behartigen. [curator 1] erkent dat er in het verleden problemen zijn geweest met het indienen van rekening en verantwoording, maar die hadden slechts betrekking op het moment van indienen van de rekening en verantwoording. Omdat [curator 1] soms niet tijdig over alle stukken beschikte, was [curator 1] te laat met het indienen van de rekening en verantwoording. [curator 1] stelt dat de rekeningen en verantwoordingen altijd door de kantonrechter zijn goedgekeurd. [curator 1] werd bovendien door derden begeleid bij het opstellen van de rekening en verantwoording, teneinde fouten te voorkomen.

De kantonrechter heeft verder ten onrechte geoordeeld dat sprake is van vermogens-rechtelijke belangenverstrengeling. Door een fout van de notaris beschikt de onder curatele gestelde over een vermogen van € 25.000,-- dat aan de vader van [curator 1] toebehoort. De vader van [curator 1] is naar een advocaat gegaan die een procedure hieromtrent zal opstarten. [curator 1] betwist dat hij hierbij een direct persoonlijk belang heeft; op grond van het testament behoort dit geld immers toe aan de vader van [curator 1] en niet aan [curator 1] zelf.

De kantonrechter heeft verder ten onrechte geoordeeld dat [curator 1] onvoldoende oog heeft voor de vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde. [curator 1] heeft inderdaad aangegeven dat het verbruiken van (een deel van) het vermogen van de onder curatele gestelde voor hem voordelig is, omdat dit resulteert in een lagere zorgbijdrage. Bovendien resteert er thans een bedrag van € 15.000,-- om eventuele acute medische problemen te bekostigen. Het beperken van het vermogen dient daarnaast plaats te vinden op een wijze die aansluit bij de wensen en belangen van de onder curatele gestelde. Zo heeft [curator 1] geregeld dat de onder curatele gestelde met zijn medebewoners naar een pretpark is gegaan. Dit was een gebruikelijke handelwijze ten tijde van het curatorschap van de moeder van [curator 1]. [curator 1] heeft dit gebruik voortgezet en heeft hier zelf geen belang bij.

Tot slot voert [curator 1] aan dat de kantonrechter ten onrechte geen vergoeding aan hem heeft toegekend. [curator 1] wil daarom aanspraak maken op de gebruikelijke vergoeding zoals die is vastgesteld door het LOVCK van € 887,-- over het jaar 2013.

3.4.1.

[curator 1] heeft tijdens de mondelinge behandelingen in hoger beroep hieraan – kort samengevat – het volgende toegevoegd.

[curator 1] heeft contact opgenomen met Maatschappelijk Werk in [plaats]. Hij heeft van Maatschappelijk Werk een lijst met curatoren/bewindvoerders ontvangen. [curator 1] heeft met aantal personen van deze lijst contact opgenomen. De voorgestelde curator, de heer [curator 2] h.o.d.n. Bewindenburo (hierna: [curator 2]), was als eerste bereid om op bezoek te komen. [curator 1] heeft verklaard dat hij een prettig gesprek met hem heeft gehad en hij veel informatie van hem heeft ontvangen. [curator 2] heeft bij dat gesprek ook kennisgemaakt met de onder curatele gestelde en was daarbij – naar de mening van [curator 1] – ook op de onder curatele gestelde gericht. Het vorenstaande vormde voor [curator 1] aanleiding om [curator 2] als curator voor te stellen voor wat betreft de behartiging van de vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde. [curator 1] heeft – desgevraagd – verklaard [curator 2] in het gesprek ook op de hoogte te hebben gesteld van de erfeniskwestie. Er is nog geen procedure aanhangig gemaakt omdat [curator 1] eerst de uitkomst van deze procedure wil afwachten. Het bezwaar van [curator 1] tegen de door de kantonrechter benoemde curator is gelegen in het feit dat bij de stichting te weinig aandacht voor de persoon van de onder curatele gestelde aanwezig is en de zakelijke benadering van de ondercuratelestelling door de stichting.

3.5.

Het hof overweegt als volgt.

3.5.1.

Bij Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap (Stb. 2013, 414) is artikel 1:385 BW gewijzigd. Deze wetswijziging is in werking getreden met ingang van 1 januari 2014 (Stb. 2013, 435). Ingevolge het gewijzigde artikel 1:385 lid 1, onderdeel d BW kan de curator te allen tijde hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om curator te kunnen worden, door de kantonrechter worden ontslagen, zulks op verzoek van de medecurator of degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 379, dan wel ambtshalve.

3.5.2.

Het hof stelt voorop dat vast staat dat het hoger beroep van [curator 1] zich niet langer richt tegen zijn ontslag als curator van de vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde. [curator 1] kan zich enkel niet verenigen met de door de kantonrechter benoemde tweede curator ter zake de vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde, zijnde de stichting. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

3.5.3.

Het hof stelt vast dat de relatie tussen [curator 1] en de stichting is verstoord, hetgeen het hof niet in het belang van de onder curatele gestelde acht. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat in het belang van de onder curatele gestelde en teneinde het bewind en curatorschap op juiste wijze te kunnen invullen, de vermogensrechtelijke curator en de niet vermogensrechtelijke curator dienen samen te werken. Het hof is daarom van oordeel dat de bestreden beschikking – voor wat betreft de benoeming van de vermogensrechtelijke curator – reeds om die reden niet in stand kan blijven.

3.5.4.

Op de voortgezette mondelinge behandeling van het hof, is het hof gebleken dat [curator 1] onderzoek heeft gedaan naar een voor de onder curatele gestelde geschikte tweede curator. [curator 1] heeft zich daarbij – naar het oordeel van het hof – ook rekenschap gegeven van de belangen van de onder curatele gestelde. Het hof overweegt daartoe dat [curator 1] gezocht heeft naar een curator die ook op de onder curatele gestelde in persoon is gericht. [curator 1] heeft uiteindelijk [curator 2] bereid gevonden om tot vermogensrechtelijke curator over de onder curatele gestelde te worden benoemd. [curator 1] heeft ter zitting van het hof verder verklaard dat hij een prettig kennismakings-gesprek met [curator 2] heeft gehad, hij veel informatie van [curator 2] heeft ontvangen en dat [curator 2] ook op de onder curatele gestelde in persoon is gericht.

3.5.5.

Op grond van het vorenstaande zal het hof met ingang van de datum van deze beschikking, 19 februari 2015, de stichting ontslaan als tweede curator. Nu het hof niet van inhoudelijke bezwaren tegen de benoeming van [curator 2] is gebleken en [curator 2] zijn bereidheid schriftelijk bij de door hem op 5 februari 2015 ondertekende bereidverklaring curator aan het hof kenbaar heeft gemaakt, zal het hof met ingang van 19 februari 2015 [curator 2] benoemen tot opvolgend tweede curator van de onder curatele gestelde.

3.5.6.

Voor zover [curator 1] het hof heeft verzocht om een toekenning van een vergoeding over het jaar 2013 overweegt het hof dat [curator 1] dit verzoek voor het eerst in hoger beroep heeft gedaan. Het hof is van oordeel dat op grond van artikel 362 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een zelfstandig verzoek dat voor het eerst in hoger beroep wordt gedaan, niet is toegestaan. Het hof merkt op dat het [curator 1] wel vrij staat om een dergelijk verzoek alsnog bij de kantonrechter in te dienen.

Het hof zal, gelet op het vorenstaande, het verzoek van [curator 1] ter zake het toekennen van een vergoeding over het jaar 2013 afwijzen.

3.6.

Dit leidt tot de navolgende beslissing.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, afdeling kanton, zittingsplaats Bergen op Zoom, van 23 januari 2014 voor zover het betreft

  • -

    het ontslag van [curator 1] uit zijn taak om de vermogensrechtelijke belangen van [curandus] te behartigen,

  • -

    alsmede voor zover de rechtbank heeft verstaan dat [curator 1] wel de niet-vermogensrechtelijke belangen van [curandus] blijft behartigen,

  • -

    en voor zover het betreft de ambtshalve benoeming van de stichting Cliënten Gelden S&L Zorg met ingang van 1 april 2014 tot tweede curator met als taak de vermogensrechtelijke belangen van (naar het hof begrijpt:) [curandus] te behartigen;

vernietigt met ingang van 19 februari 2015 de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, afdeling kanton, zittingsplaats Bergen op Zoom, van 23 januari 2014 voor zover het betreft de ambtshalve benoeming van de stichting Cliënten Gelden S&L Zorg met ingang van 1 april 2014 tot tweede curator met als taak de vermogensrechtelijke belangen van (naar het hof begrijpt:) [curandus] te behartigen;

en opnieuw rechtdoende

ontslaat met ingang van 19 februari 2015 de Stichting Cliënten Gelden S&L Zorg als tweede curator met als taak de vermogensrechtelijke belangen van [curandus], geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] te behartigen;

benoemt met ingang van 19 februari 2015 tot tweede curator over de onder curatele gestelde met als taak de vermogensrechtelijke belangen van [curandus], geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] te behartigen de heer [curator 2] h.o.d.n. Bewindenburo;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het verzoek van [curator 1] tot vaststelling van een vergoeding ;

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, M.C. Bijleveld-van der Slikke en O.G.H. Milar en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2015.