Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:579

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-02-2015
Datum publicatie
20-02-2015
Zaaknummer
20-000766-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:469, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Hoofdelijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000766-14

Uitspraak : 19 februari 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 10 maart 2014 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer

01-821102-13 tegen:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 3.000,00 en de betalingsverplichting aan de staat opgelegd tot datzelfde bedrag.

De veroordeelde heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de veroordeelde naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel zal vaststellen op € 37.406,41 en een betalingsverplichting zal opleggen tot datzelfde bedrag.

Door en namens de veroordeelde is betoogd dat de veroordeelde geen voordeel heeft genoten.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen.

Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De veroordeelde is bij vonnis van 10 maart 2014, parketnummer 01-821102-13, veroordeeld ter zake van het medeplegen van hennepteelt in de periode van 1 juli 2012 tot en met 6 december 2012.

Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel, dat de veroordeelde door middel van het begaan van voormeld feit een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten.

Het hof komt tot een berekening van het voordeel aan de hand van de feiten en omstandigheden die volgen uit de volgende bewijsmiddelen.

1. Het proces-verbaal van relaas, in de wettelijke vorm opgemaakt door [brigadier] op 8 februari 2013, p. 6 t/m 10 van het einddossier van Regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Eindhoven Woensel Zuid, registratienummer PL2210 2012179342, voor zover dat inhoudt als relaas van verbalisant:

Ter zake een verdenking van overtreding van de Opiumwet stelden wij op donderdag 6 december 2012 een onderzoek in op het adres Melkweg 74 te Eindhoven.

Op het[adres] staat ingeschreven:

Naam: [veroordeelde]

Voornamen: [naam]

Geboortedatum: [geboortedatum]

In voornoemd perceel werd op 18 december 2012 ter opsporing en inbeslagneming binnengetreden. Na het binnentreden zag ik twee kweekruimtes met de volgende omschrijving per kweekruimte:

Kweekruimte 1:

  • -

    In totaal stonden er 211 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 45 cm. Per vierkante meter stonden er 16 planten.

  • -

    In totaal hingen er in de kweekruimte 23 assimilatielampen van 600 Watt per lamp.

  • -

    In de kweekruimte bevonden zich 3 koolstoffilters.

  • -

    De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.

Kweekruimte 2:

  • -

    In totaal stonden er 227 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 45 cm. Per vierkante meter stonden er 16 planten.

  • -

    In totaal hingen er in de kweekruimte 28 assimilatielampen van 600 Watt per lamp.

  • -

    In de kweekruimte bevonden zich 3 koolstoffilters.

  • -

    De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.

Ik zag dat het hennep betrof. De MMC International cannabistest gaf een positieve reactie, indicatief voor hennep of THC, zijnde de werkzame stof in hennep.

De stroomvoorziening van de kwekerij is onderzocht door de fraude-inspecteur van netwerkbeheerder Endinet B.V., in aanwezigheid van mij. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de kwekerij illegaal werd afgenomen.

2. Het proces-verbaal van verhoor [veroordeelde], in de wettelijke vorm opgemaakt door wachtmeesters van politie [x en y] op 6 december 2012, p. 48 t/m 53 van het einddossier van Regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Eindhoven Woensel Zuid, registratienummer PL2210 2012179342, voor zover dat inhoudt:

Ik huur het pand op de [adres] al ongeveer twee jaar.

Ik ben de hoofdbewoner.

Ik ben ongeveer tussen juli en augustus (het hof begrijpt: 2012) begonnen met de hennepkwekerij. Ik ben begonnen met de kwekerij toen mijn broertje uit huis ging. Dit omdat ik geen geld meer had.

Een vriend van mij vertelde mij dat hij wel iemand kende die mij kon helpen bij een hennepplantage. Ik heb via de sms contact met deze man. Ook komt hij een keer in de week langs om de hennepplantage te bekijken.

Vijf weken geleden is de eerste oogst geknipt.

3. Een geschrift, namelijk een vordering van Endinet B.V. van 6 december 2012, overgelegd door de raadsman ter terechtzitting van het hof op 5 februari 2015, voor zover dat inhoudt:

Bij controle op 6 december 2012 hebben wij vastgesteld dat aan de elektriciteitsmeter/ installatie onrechtmatige handelingen zijn verricht. Bovendien is geconstateerd dat als gevolg van deze handelingen het geregistreerde verbruik niet in overeenstemming is met het werkelijke verbruik van de bij u opgestelde apparatuur.

Er heeft een berekening plaatsgevonden van de door ons geleden zaken terzake dit onrechtmatige verbruik. Terzake dit onrechtmatige verbruik brengen wij een bedrag in rekening. Daarnaast is een vergoeding voor de schade, welke door ons wordt geleden nu aanzienlijke kosten door ons zijn en moeten worden gemaakt als gevolg van de onrechtmatige handelingen, aan ons verschuldigd. Deze kosten bedragen € 1.279,86.

4. Een geschrift, namelijk een bankafschrift van de ING Bank van 2 februari 2015, overgelegd door de raadsman ter terechtzitting van het hof op 5 februari 2015, voor zover dat inhoudt:

[veroordeelde], [rekeningnummer]].

DatumOmschrijvingBedrag

22-01-2013 Endinet Klantenadministratie € 6.000,00 AF

5. De verklaring van de veroordeelde, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 5 februari 2015, voor zover die inhoudt:

Ik heb Endinet € 6.000,00 betaald voor de illegaal afgenomen stroom in de door de strafrechter bewezen verklaarde periode en voor de heraansluitingskosten. Daarmee is de zaak afgedaan.

Het hof gaat van deze feiten en omstandigheden uit. Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat op basis van de aangetroffen sporen niet zonder meer kan worden aangenomen dat er meer oogsten zijn geweest dan één oogst van 438 hennepplanten. Het hof berekent de opbrengst van deze oogst als volgt.

Gelet op de periode waarin de kweek en de oogst moeten hebben plaatsgevonden, gaat het hof bij de berekening van het wederrechtelijk voordeel uit van het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie van 1 november 2010 (BOOM-rapport).

Omzet

In de twee kweekruimtes in de woning van de veroordeelde stonden ongeveer 16 hennepplanten op een vierkante meter. Het hof gaat uit van de dezelfde dichtheid ten aanzien van de reeds geoogste hennepplanten. Bij die dichtheid is het uitgangspunt dat de opbrengst 27,7 gram hennep per plant is. De oogst van 438 hennepplanten in deze kweekruimtes, zou dus 438 x 27,7 = 12.132,6 gram moeten hebben opgeleverd.

Volgens het BOOM-rapport kan de opbrengst worden geschat op € 3,28 per gram. Een oogst als hiervoor berekend, was dus goed voor een omzet van 12.132,6 gram x € 3,28 = € 39.794,93.

Bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient acht te worden geslagen op de aannemelijk geworden kosten. Naar het oordeel van het hof dienen op voormeld bedrag derhalve de volgende kosten, welke in directe relatie staan met de delicten en als reële uitvoeringskosten kunnen worden gezien, in mindering te worden gebracht.

Afschrijvingskosten

De hennepplanten werden gekweekt in twee volledig ingerichte kweekruimtes. Het hof houdt daarom rekening met de afschrijvingskosten van de investeringen voor twee kweekruimtes met elk ruim 200 hennepplanten, derhalve 2 x € 200,00 = € 400,00.

Inkoop stekjes

De inkoopprijs van de stekken wordt geschat op € 2,85 per stek. Voor 438 stekken zijn de kosten dus 438 x € 2,85 = € 1.248,30.

Variabele kosten

Overige variabele kosten (kweekmedium, water en voedingstof) worden geschat op € 3,33 per plant. In dit geval komt dat neer op 438 x € 3,33 = € 1.458,54.

Elektriciteitskosten

Op basis van de bewijsmiddelen is voldoende aannemelijk geworden dat de veroordeelde € 6.000,00 aan energieleverancier Endinet heeft betaald ter vergoeding van de illegaal afgenomen elektriciteit in de gehele bewezen verklaarde periode en voor de heraansluitingskosten.

De heraansluitingskosten – volgens de raadsman gaat het om het door Endinet genoemde bedrag van € 1.279,86 – worden niet in mindering gebracht op het verkregen voordeel, omdat deze kosten niet als reële uitvoeringskosten kunnen worden gezien.

De raadsman heeft betoogd dat ongeveer de helft van het betaalde bedrag minus de heraansluitingskosten betrekking heeft op de elektriciteitskosten die in directe relatie staan met de geoogste 438 hennepplanten. Het hof volgt dit betoog en zal een bedrag van

(€ 6.000,00 - € 1.279,86 (heraansluitingskosten)) : 2 = € 2.360,07 in mindering brengen op het te schatten voordeel.

De voor aftrek in aanmerking komende kosten belopen in totaal € 400,00 + € 1.248,30 + € 1.458,54 + € 2.360,07 = € 5.466,91.

Voordeel

Per saldo schat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de oogst van 438 hennepplanten in dit geval op € 39.794,93 - € 5.466,91 = € 34.328,02.

Op te leggen betalingsverplichting

De verklaring van de veroordeelde dat hij slechts € 3.000,00 heeft verdiend, komt het hof niet zonder meer aannemelijk voor. De geschatte winst bij de verkoop van een oogst van 438 hennepplanten is meer dan tien keer groter dan dat bedrag. Er zijn geen objectieve aanwijzingen die een zo ongelijkwaardige verdeelsleutel tussen de veroordeelde en zijn mededader bevestigen. In dit geval acht het hof het daarom aangewezen de veroordeelde hoofdelijk de verplichting op te leggen tot betaling van het volledige wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepteelt. Als dit feitelijk tot gevolg heeft dat de veroordeelde voor een groter deel wordt aangeslagen dan hij daadwerkelijk heeft genoten, heeft hij een civielrechtelijke vordering op zijn mededader.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 34.328,02 (vierendertigduizend driehonderd-achtentwintig euro en twee cent).

Legt de veroordeelde de hoofdelijke verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 34.328,02 (vierendertigduizend driehonderdachtentwintig euro en twee cent).

Bepaalt dat de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel komt te vervallen indien en voor zover de mededader van veroordeelde hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. A.R. Hartmann, voorzitter,

mr. R.R. Everaars-Katerberg en mr. R.M. Peters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 19 februari 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.